Vervanging VAR door nieuwe BGL. Uitleg en gevolgen voor opdrachtgevers en opdrachtnemers.

De ‘nieuwe’ VAR. Terug naar onzekerheid en toetsing achteraf.

VARDe onder ZZP’ers bekende VAR-verklaring verdwijnt mogelijk en wordt met een nieuwe wet vervangen door de BGL; Beschikking geen loonheffingen. Hiervoor diende staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën in september een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer. Met de BGL wordt naast de ZZP’er ook de opdrachtgever verantwoordelijk voor de beoordeling of de arbeidsrelatie moet leiden tot afdracht van loonbelasting en premies. De voorgenomen ingangsdatum van de BGL is 15 juni 2015. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, kan dit verstrekkende gevolgen voor de praktijk hebben en daarmee voor de positie van inleners.

In 2001 is de VAR-verklaring geïntroduceerd. Hiermee kreeg een opdrachtgever duidelijkheid over de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie en dus antwoord op de vraag of hij loonheffingen moet betalen over de vergoeding aan de opdrachtnemer. Al in 2012 werd de invoering van een zogenaamde webmodule aangekondigd, voor meer transparantie bij het verstrekken van een VAR en het tegengaan van misbruik. De huidige VAR-verklaring biedt namelijk beperkte zekerheid: de Belastingdienst kan de VAR op basis van de werkelijke feiten en omstandigheden herzien en de aangifte Inkomstenbelasting van de opdrachtnemer corrigeren. Bovendien kan de Belastingdienst alleen handhavend optreden richting de opdrachtnemer en niet richting de gevrijwaarde opdrachtgever.

Wat is de BGL?

De vervanging van de vier bestaande VAR-verklaringen door één BGL is de eerste maatregel van het ingediende wetsvoorstel. De Belastingdienst kan de BGL-aanvraag enkel toe- of afwijzen waardoor het systeem eenvoudiger wordt. De tweede maatregel is dat de opdrachtgever medeverantwoordelijk wordt voor de controle van de juistheid van de BGL, die de opdrachtnemer aanvraagt. De opdrachtnemer geeft in zijn aanvraag antwoord op een aantal stellingen, die gaan over het soort werkzaamheden dat wordt verricht, de wijze waarop en de condities waaronder wordt gewerkt. Denk hierbij aan de vraag of de opdrachtnemer zich mag laten vervangen voor de uitvoering van de werkzaamheden, wie het risico draagt voor schade bij uitvoering van de werkzaamheden en of de opdrachtnemer zelf zijn werktijden mag bepalen. Als de Belastingdienst bij controle achteraf constateert dat de arbeidsrelatie eigenlijk een dienstbetrekking is, wordt overgegaan tot het opleggen van een correctieverplichting of een naheffingsaanslag aan de opdrachtgever.

Grote (nieuwe) risico’s

Brainnet kan de gedachte achter de BGL volgen: het bestrijden van schijnzelfstandigheid door de opdrachtgever medeverantwoordelijk te maken voor de juistheid van de verstrekte informatie. Ook brengt de BGL in principe weinig extra werk met zich mee, want ook nu moet de door ZZP’ers aangeleverde VAR-verklaring worden gecontroleerd. Daarnaast biedt de BGL mogelijkheden om het procedé rondom accountantsverklaringen voor ZZP-ers met een BV af te schaffen.

De in 2005 geïntroduceerde vrijwaring van de opdrachtgever voor de naheffing van loonheffingen, zal met de introductie van de BGL komen te vervallen. Wij vrezen dat er nog een spreekwoordelijk konijn uit de hoge hoed kan komen, dat extra administratieve lasten en/of een restrisico voor opdrachtgevers met zich meebrengt. Extra administratieve lasten zijn tot daar aan toe (ook al staat dit haaks op het eigen overheidsbeleid om minder regeldruk voor ondernemers te realiseren), maar een restrisico gaat snel leiden tot grote (nieuwe) risico’s. De Raad van State is juist vanwege deze nieuwe onzekerheid bij opdrachtgevers van ZZP’ers niet positief over het wetsvoorstel.

Eenvoudig te controleren?

De stellingen die in de BGL worden voorgelegd zijn nog niet bekend, laat staan hoe de samenhang tussen de stellingen zal zijn en hoe de antwoorden in onderlinge samenhang worden gewogen. De staatssecretaris heeft in de stukken aan de Tweede Kamer een lijst van negen voorbeeldstellingen meegestuurd. Ze luiden als volgt:

  • Uw opdrachtnemer zorgt zelf voor gereedschappen, hulpmiddelen en materialen;
  • De opdrachtnemer kan de werkzaamheden zonder uw toestemming door iemand anders laten uitvoeren;
  • Uw opdrachtnemer kan zelf de werktijden bepalen en hoeft zich ook niet te houden aan bloktijden;
  • Als uw opdrachtnemer ziek is, betaalt u niets door, u reserveert niets en u geeft geen toeslag voor ziektedagen;
  • Als uw opdrachtnemer vrij neemt, betaalt u niets door, u reserveert niets en u geeft geen toeslag voor vakantiedagen;
  • U sluit rechtstreeks een overeenkomst met uw opdrachtnemer;
  • Uw opdrachtnemer heeft in de afgelopen 6 maanden geen soortgelijk werk bij u in loondienst gedaan;
  • Als het werk niet voldoet aan de opdrachtovereenkomst, moet uw opdrachtnemer dat werk gratis aanpassen of opnieuw doen;
  • Uw opdrachtnemer is aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt bij normale uitoefening van de werkzaamheden.

De stellingen vier tot en met negen zijn ondubbelzinnig te beantwoorden, maar dat geldt niet voor de eerste drie stellingen. Neem bijvoorbeeld de stelling ‘Uw opdrachtnemer zorgt zelf voor gereedschappen, hulpmiddelen en materialen’: Denk hierbij bijvoorbeeld aan een administratieve omgeving waar veel ZZP’ers werkzaam zijn. Hier worden veelal werkplekken, laptoppen en telefoons door de klant ter beschikking gesteld. Vaak is dit een gevolg van veiligheidsvoorschriften en beheersbaarheidsrichtlijnen van de klant en niet van de vraag of iemand ZZP’er is of in loondienst is.

Onzekerheid bij toetsing achteraf

Het is wrang te constateren dat het huidige VAR-systeem gebaseerd is op zekerheid vooraf voor opdrachtgevers, terwijl met de BGL een belangrijke mate van onzekerheid en toetsing achteraf weer terugkomt. Een deel van de stellingen is namelijk niet eenvoudig te controleren. Wij verwachten, en daarover zijn we inmiddels ook in gesprek, dat grote inhuurders afspraken kunnen maken met de Belastingdienst over de interpretatie en uitleg van bepaalde stellingen. Binnen de sectoren waarin Brainnet in hoge mate actief is, zullen de antwoorden op stellingen één tot en met drie voor alle ZZP’ers gelijk zijn. Als de klant faciliteiten ter beschikking stelt (laptoppen, telefoons, softwarelicenties, testomgevingen, printers, etc.) dan is dat meestal voor alle externen gelijk. Vanwege zeer strenge screeningseisen, bij bijvoorbeeld financiële instellingen, is het niet eens mogelijk om van de ene op de andere dag een vervanger te sturen zonder overleg. Dit staat zelfs haaks op de geldende wetgeving in de financiële sector dat een financiële instelling te allen tijde weet wie er binnen haar poorten en systemen actief zijn. Vervolgens gelden bij alle klanten ‘reguliere’ openstellingstijden: een ZZP-kredietspecialist kan niet om twee uur ’s nachts bij een financiële instelling terecht voor het beoordelen van kredietdossiers. De aanwezigheid en de besteding van uren gebeurt in afstemming met de klant, die vaak ‘reguliere’ openingstijden hanteert.

Meer terughoudendheid

Met een BGL kan de Belastingdienst achteraf bepalen dat er sprake is van een dienstverband en dat de opdrachtgever dus loonheffingen moet betalen. Uiteraard moet de Belastingdienst dan kunnen aantonen dat de verrichte werkzaamheden afwijken van de werkzaamheden die staan vermeld op de BGL en dat de antwoorden op de stellingen niet overeenkomen met de praktijk. Dat is niet anders dan nu, maar de BGL is alleen bruikbaar als alle stellingen ondubbelzinnig beantwoord kunnen worden. Dit is niet het geval. Het is niet ondenkbaar dat inleners met meer terughoudendheid ZZP’ers zullen inhuren, omdat zij het risico dat de overeenkomst achteraf als een dienstbetrekking wordt gekwalificeerd zoveel mogelijk willen beperken. Ze zullen meer gaan nadenken over de vraag of zij nog wel gebruik willen maken van een zelfstandige of toch meer heil zien in andere vormen van flexibele arbeid, zoals detachering of payrolling. Voor inleners is het namelijk onaanvaardbaar om onzekerheid te accepteren over de vraag of al dan niet sprake is van een inhoudingsplicht. Over een periode van vijf jaar levert dat veel te grote risico’s op die niet in verhouding staan met de opbrengsten.

Aandringen op goede onderbouwing

Te algemene stellingen in de BGL leiden niet altijd tot de juiste conclusie. Daarom blijft Brainnet de invoering van het wetsvoorstel en de inhoud en toetsing van de stellingen kritisch op de voet volgen. Ook zijn we in gesprek met de Belastingdienst om aan te dringen op een goede onderbouwing van de stellingen zodat achteraf aan te tonen is hoe ze zijn getoetst. Zo komen inleners van ZZP’ers straks niet achteraf voor dure verrassingen te staan.

Anne Meint Bouma

Anne Meint Bouma is Adjunct directeur van Managed Service Provider Brainnet. Brainnet voert voor haar klanten het gehele inhuurproces uit in de rol van Managed Service Provider, Intermediair of Contractmanager. Brainnet is tweevoudig winnaar van de FD Gouden Gazellen Award (2012-2013) en winnaar van de High Growth Award Midden Nederland (2013)

Anne Meint Bouma is directeur van Managed Service Provider Brainnet. Brainnet is marktleider in Nederland waar het gaat om het efficiënt inrichten van inhuurprocessen en het beheren van flexibele schillen. Haar klanten bestaan uit banken, verzekeraars, energiebedrijven, Netbeheerders, bouwbedrijven, zakelijke dienstverleners, ingenieursbureaus en onderwijsinstellingen. Voor deze klantengroep introduceert Brainnet maatwerkoplossingen die haar tot de specialist op inhuurprocessen in Nederland maakt. Bekijk alle berichten van Anne Meint Bouma

3 reacties op dit bericht

  1. Prima en helder verhaal!

    Wat ik daarnaast nog belangrijk vind om toe te voegen, is dat de BGL (evenals de VAR) een vrijwillig karakter heeft. Noch de opdrachtgever, noch de opdrachtgever hoeven hem te gebruiken. Ik ken geen andere regelingen van de overheid die zijn gemaakt om misbruik te voorkomen met een vrijwillig karakter. Malafide opdrachtgevers- en -nemers gaan dus zeker geen BGL gebruiken!

    Ik denk dat een opdrachtgever beter af is als hij geen BGL vraagt van de zzp’er. Gelet op de beperkte handhavingscapaciteit van de Belastingdienst is het risico te overzien dat er (meestal achteraf) een arbeidsovereenkomst wordt geconstateerd door de Belastingdienst en in die situatie kan de opdrachtgever dan in elk geval niet worden verweten dat hij de BGL niet goed heeft gecontroleerd…….

  2. Als de opdrachtgever in zee gaat met het concept Hybride Ondernemen, wat een (zeer) onconventionele vorm van payrolling is, dan is een VAR en straks ook een BGL geheel overbodig. 100 procent veilig oor iedereen. Iedere schijnzelfstandige kan dan aan de slag.