Kogel door de zzp-kerk: Wiebes schaft VAR af. Voorbeeldovereenkomsten per sector. Opdrachtgever verantwoordelijk. (UPDATE)

Hugo-Jan Ruts door
15 reacties
eric-wiebes-220

Staatssecretaris Wiebes

De VAR verdwijnt definitief. De BGL komt er niet. Er komen sectorale afspraken en contracten voor zp’ers (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties). Dat is de kern van de brief die Staatssecretaris Wiebes zo juist aan de Tweede Kamer heeft gestuurd. Daarin maakt hij zijn standpunt in het VAR-dossier duidelijk. Er moeten snel zo’n veertig (!) van die sectorale en een paar algemene overeenkomsten op de site van de fiscus komen. (zie hier voor de versie van de brief waarin de belangrijkste punten zijn gehighlight)

** UPDATE: Zie artikel ‘Vier addertjes onder het gras‘ voor meer inhoudelijke commentaar (en kritiek) op dit voorstel 

(lees actueel nieuws en informatie over de Wet DBA in dit ZIPdossier)

Vervanging VAR noodzaak

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR), die zp’ers vaak moeten overleggen als ze bij een opdrachtgever een opdracht doen, staat al enige tijd onder druk. Het simpele feit dat er jaarlijks 500.000 worden uitgegeven en deugdelijke handhaving in de huidige vorm ondoenlijk is, maakt al dat de VAR zijn langste tijd gehad heeft. Op het ministerie van Financiën wordt dan ook al een paar jaar gewerkt aan een vervanger. Een voorstel daartoe, de Beschikking geen Loonheffing, kon op een ijzige ontvangst in de Kamer rekenen. Samen met zzp-vertegenwoordigers en werkgevers- en werknemersorganisaties is er de afgelopen maanden gewerkt aan een alternatief. Dat alternatief ligt er nu.

Zoals verwacht slaat Wiebes een andere weg in. Geen generieke verklaring om een uitspraak te doen over het wel of niet aanwezig zijn van een arbeidsrelatie. Geen VAR. Ook geen aangepaste versie van de bekritiseerde BGL.

Wiebes wil voort op de weg zoals die in de zorg al is ingeslagen rond sommige specifieke type opdrachten voor zp’ers. Hij wil sectorale afspraken gaan maken met de sociale partners binnen die sector. Wiebes spreekt van maar liefst veertig sectorale afspraken. Er komen voorbeeldovereenkomsten, goedgekeurd door de Belastingdienst, waarmee opdrachtgever en opdrachtnemers (de zzp’ers) kunnen gaan werken.  Mogelijk wordt het hierbij nog spannend in hoeverre belangen van de vertegenwoordigers van de traditionele vakbonden (vaak primair geïnteresseerd in behoud van vaste banen) en zzp-organisaties hier gaan botsen. Voor alle overige zp’ers komt er een aantal varianten van standaardovereenkomsten. De Belastingdienst gaat deze overeenkomsten vooraf toetsen, maar alleen op het punt van het afdragen of voldoen van loonheffingen.

Opdrachtgever verantwoordelijk. Rol bureaus en brokers blijft onduidelijk.

Een groot en belangrijk punt van verandering is dat de Belastingdienst opdrachtgevers gaat controleren (en niet zp’ers) en in het geval dat de praktijk afwijkt van hetgeen in de overeenkomst is vastgelegd, bij de opdrachtgevers een claim voor naheffing gaat neerleggen.

De brief maakt niet duidelijk hoe omgegaan wordt met de veelvoorkomende situatie waarin er gewerkt wordt met een bemiddelaar of broker. Juridisch gezien is de bemiddelaar/broker de contractpartij. Daar moet dus de overeenkomst worden geregeld. Maar Wiebes wil sectoraal en nadrukkelijker gaan handhaven en de feitelijke situatie controleren. Mijn inziens kan hij dat alleen maar doen op de werkvloer, dus bij de inlener. Wiebes legt de verantwoordelijkheid (en naheffing) neer bij de opdrachtgever. Als dat dan toch de broker of intermediair is, dan zullen die daar ongetwijfeld iets over opnemen in hun overeenkomsten met zowel de inleners als de zp’ers.

Van de regen in de drup?

Zoals eerder bericht hebben wij vanuit ZiPconomy een dialoogsessie georganiseerd over deze materie met een groep managers inhuur, bemiddelaars en zp’ers. Mensen dus die in de dagelijkse praktijk bezig zijn met regelgeving als deze. Uit dat gesprek kwam als rode draad naar voren dat het logisch is dat er regelgeving nodig is om excessen in deze flexibiliserende arbeidsmarkt tegen te gaan. Een sectorale handhavingsstrategie past daar prima bij. Modelovereenkomsten voor opdrachten die in het grijze gebied tussen ondernemer en werknemer zitten ook.

Maar waarom kan het gros van de transacties tussen opdrachtgevers (inleners) en opdrachtnemer (zelfstandig professionals en ondernemers) niet simpelweg worden gezien als een normale economische transactie? Een overeenkomst waar de fiscale positie van beide partijen al duidelijk is (en desnoods met een artikel in een overeenkomst van opdracht wordt vastgelegd). En klaar zijn we!

Wiebes stelt in een persverklaring dat hij met deze stap kan snijden in de administratieve rompslomp. Het zal van de verdere invulling van deze stap afhangen of dat ook zo is. Met name voor die zelfstandigen die zich niet zo makkelijk laten vangen in een sector of een type opdracht.

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. Hugo Jan, een ‘normale economische transactie’ voor externe inhuur gebeurt nu toch ook via een schriftelijke overeenkomst, dus wat is dan het probleem als er straks standaard-overeenkomsten zijn, waarmee de fiscus al akkoord is en waarin geen gekke kleine lettertjes staan, die je pas begrijpt als zzp’er als het al te laat is?

    Ik hoop alleen wel dat niet elke opdrachtgever toch weer met zijn eigen goedgekeurde overeenkomst komt, want dan wordt het alweer complexer. Het zou heel mooi zijn als opdrachtgevers, bemiddelingsbureaus en brokers en vertegenwoordigers van zzp’ers gezamenlijk de benodigde standaard-overeenkomsten opstellen, zodat er zoveel mogelijk uniformiteit en duidelijkheid ontstaat.

    Overigens, er moeten ook nog tripartite standaard-contracten worden ontwikkeld voor de driehoek opdrachtgever-broker-zzp’er.

  2. @Marc, de eerste modelovereenkomst die er al is (thuiszorg) is toch al weer 14 pagina’s. En daarin staat o.a. dat er per opdracht nog een apart overeenkomst van opdracht gesloten moet worden.
    De brief van Wiebes lost verder het punt van de ‘fictieve’ dienstverband niet op. Zo blijft persoonlijke arbeid blijft een ‘verboden’, dan natuurlijk haaks staat op de praktijk van alle dag.
    Of die drie tripartiete overeenkomst nodig is, is ook maar de vraag. Er staat niet expliciet in de brief dat die er moet komen noch dat de feitelijke opdrachtgever (lees de organisaties die iemand nodig heeft) een rol in dit moet krijgen. De juridische opdrachtgever is de bemiddelaar/broker. Die is dus de contractpartij en zal de modelovereenkomst m.i. moeten gaan opstellen (en is straks de partij waar gecontroleerd wordt). Lastig punt daarbij is dat er gecontroleerd wordt op de feitelijk situatie (wat gebeurt er op de werkvloer?). En dat is de feitelijke inlener. Dat wordt dus wel ene paar pagina’s tekst extra in het omschrijven van verantwoordelijkheden.

    De duvel zit hem in de details.

  3. 14 pagina’s is veel, wellicht kan het nog wat worden ingekort, maar als ik weet als zzp’er dat deze is goedgekeurd door de fiscus, hoef ik het eigenlijk ook niet allemaal te lezen en dan maakt lengte niet uit, wel de zekerheid die het me biedt. Het is straks alleen een paar gegevens invullen en handtekening eronder en klaar.

    Ik ben het met je eens dat de gekozen oplossing er niet een is van ‘outside the box’. Bestaande glibberige jurisprudentie blijft van toepassing. Maar daar is een compleet andere stelselwijziging voor nodig en zo ver zijn we kennelijk nog niet, helaas.

    • De verantwoordelijkheid en handhaving komt volledig bij opdrachtgever te liggen. Maar hopen dat dat geen koudwatervrees oplevert voor inzet zp’ers in zijn algemeenheid.

      zp’ers hebben met overeenkomst geen zekerheid of ze ook als ondernemer worden gezien tbv bijvoorbeeld zelfstandigheidsaftrek (had hij bij VAR ook niet).

      idd geen doorbraak, wel beter dan BGL voorstel.

  4. De BGL gaat niet door, de VAR vervalt wat blijft zijn de risico’s die men wou oplossen.

    Inleners van zp-ers willen duidelijkheid vooraf. De brief bestaande uit 17 pagina’s namens staatsecretaris Eric Wiebes bevat twee korte, maar zeer opmerkelijke maar ook begrijpelijke passages. Hij schrijft eigenlijk iedereen deed zijn plas en alles bleef zoals het was. Sterker zekerheid en duidelijkheid vooraf komt er niet, waar de VAR deze nog enigszins wel bracht.

    Zo schrijft hij:
    Verantwoordelijkheid
    Zoals hiervoor al vermeld, is het van belang dat ook daadwerkelijk wordt gewerkt overeenkomstig de beoordeelde overeenkomst. Indien bij een controle van de Belastingdienst blijkt dat er in de praktijk niet volgens die overeenkomst wordt gewerkt, is er geen vrijwaring voor de loonheffingen. De Belastingdienst beoordeelt de arbeidsrelatie op grond van de aangetroffen feiten en omstandigheden. Het kan daarbij zijn dat de arbeidsverhouding gelet op de wijze waarop wordt gewerkt, moet worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking of een fictieve dienstbetrekking. Is dat het geval, dan zal de Belastingdienst aan de opdrachtgever een correctieverplichting of een naheffingsaanslag voor de loonheffingen opleggen. Of de Belastingdienst daarbij een boete kan opleggen, is afhankelijk van de omstandigheden. Als de werkgever te laat betaalt, kan een verzuimboete worden opgelegd. Afhankelijk van de mate van schuld van de werkgever, kan er een vergrijpboete worden opgelegd.

    En hij schrijft:
    Rol van het UWV
    Bij het beoordelen van een aanvraag voor een uitkering, volgt het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) het door de Belastingdienst ingenomen standpunt dat er geen verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen is geweest. De Belastingdienst en het UWV passen immers dezelfde wet- en regelgeving toe om tot een oordeel te komen of er sprake is (geweest) van de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Ingeval de opdrachtnemer aan het UWV voldoende aannemelijk maakt dat in de praktijk niet volgens de overeenkomst is gewerkt en hij dientengevolge wellicht verzekerd was voor de werknemersverzekeringen, dan kan hij mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering. Het UWV geeft in dat geval de informatie over de opdrachtgever door aan de Belastingdienst. Dit is voor de Belastingdienst een aanwijzing dat er feitelijk niet volgens de door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst is gewerkt. De Belastingdienst zal vervolgens bij de opdrachtgever de feiten nagaan en indien nodig een nader onderzoek instellen en zo nodig een correctieverplichting of een naheffingsaanslag opleggen.

    Het is nu met name zaak goed te gaan kijken naar bijvoorbeeld de rechtszaak bij PostNL waar een Subco een dienstverband claimt. Iedere zzp-er die straks kan aantonen dat hij onder leiding en toezicht werkte kan straks met succes bij het UWV een uitkering aanvragen verwacht ik. Dit is alleen maar terug in de tijd van eind jaren 80 en begin jaren 90! Vooraf wil men graag de opdracht en zal er best een goede overeenkomst tot opdracht komen. Maar de inzet loopt een keer af, is er dan niet meteen een nieuwe opdracht dan is de kans groot dat de opdrachtnemer naar het UWV gaat voor geld. Dat is begrijpelijk aan de ene kant, maar de gevolgen zorgen ervoor dat inleners reeds nu al zeer sceptisch worden inzake het inhuren van een zelfstandig professional!

    • @maarten

      Het is inderdaad opvallend dat de UWV-route zo nadrukkelijk in de brief staat. Nieuw is dat overigens niet. Die route is er nu ook en kan door zp’ers gebruikt worden om aan te tonen dat er een (fictief) dienstverband was.

      Er zijn verschillende zaken geweest van zp’ers die het geprobeerd hebben. Bijvoorbeeld ook it- ers met lange opdrachten of een interim managers die steeds via een bemiddelingsbureau werkte. Dergelijke zp’ers hebben overigens allemaal bakzeil gehaald. Met als argument vaak dat gezien hun tarief.

      • Meerdere malen heb ik meegemaakt dat een freelancer wel een dienstverband kreeg. Datateam ging er failliet aan. De toenmalig directeur van der Born is naar de klote gegaan in zijn strijd voor de freelancer. Datateam was nummer 4 broker toen ze wegvielen. Jullie strijden een verloren strijd gezien de uitslag. Sociale lasten en aanverwante zaken inhouden en parkeren tot na de opdracht wordt het toevluchtsoord.

  5. Een ding mag duidelijk zijn. 40 sectorale afspraken: er is met dit voorstel ieder geval de nodige werkvoorziening in het Polder overleg gecreëerd!

  6. Er zit nog een addertje onder het gras. De rechter kan ook besluiten dat de Belastingdienst ten onrechte overeenkomsten heeft goedgekeurd. Het is twijfelachtig of de modelovereenkomst mbt de zorg houdbaar is. De Belastingdienst geeft in die gevallen wel coulance, maar niet als de overeenkomst is gesloten nadat de modelovereenkomst door de rechter is verworpen. De opdrachtnemer moet dus goed gaan opletten of overeenkomsten zijn goedgekeurd en moet ook bij vervolgopdrachten elke keer op nieuw controleren of de modelovereenkomst nog geldig is.

    • Gerben,

      Klopt, maar dat geldt nog veel meer voor de opdrachtgever. Immers daar wordt loonheffing teruggevorderd.

      Er zit verder een groot verschil of de rechter de sectorale modelovereenkomst in zijn algemeenheid onder uit haalt of een enkele situatie bij een opdrachtgever/opdrachtnemer waarin hij de situatie kwalificeert als zijnde ‘niet in overeenstemming met hetgeen in de modelovereenkomst staat’.

      Hugo-Jan

  7. Ik denk dat de beoordelingscriteria nog wel een punt van discussie zouden mogen vormen. Behalve onderstaande criteria 3, 9, 11 en 12 zijn ze in de praktijk niet haalbaar. Dit geldt voor een aantal criteria natuurlijk ook al bij de huidige VAR. Maar nu zullen opdrachtgevers willens en wetens een overeenkomst opstellen en aangaan, waarvan ze weten dat ze die feitelijk niet zullen en kunnen naleven.

    Criteria 13, de beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV) wordt een zeer vervelende (want dure) extra eis voor de zzp’er. Op dit moment is voor de meeste zzp’ers alleen de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB) verplicht (jaarlijkse premiekosten ong. 90 euro). De zzp’ers zal met een jaarlijkse BAV-premie van zo’n 500 – 1200 euro per jaar met een forse kostenverhoging te maken krijgen.

    Beoordelingscriteria bepaling arbeidsovereenkomst:
    1) de opdrachtnemer mag zich niet of alleen met toestemming van zijn opdrachtgever laten vervangen;
    2) de opdrachtnemer mag zich alleen laten vervangen door iemand uit een vaste groep van personen, die de opdrachtgever zelf ook inschakelt en die de opdrachtgever uit dien hoofde kent;
    3) er is een verplichting tot het betalen van loon;
    4) de opdrachtgever geeft leiding en houdt toezicht op het werk van de opdrachtnemer;
    5) de opdrachtgever geeft aanwijzingen aan de opdrachtnemer over bijvoorbeeld representativiteit, omgang met klanten, werktijden, kenbaarheid middels bedrijfskleding, logo’s op vervoermiddelen en visitekaartjes;
    6) de opdrachtgever neemt klachten in behandeling over (het werk van) de opdrachtnemer;
    7) de werkzaamheden die de opdrachtnemer verricht vormen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de opdrachtgever;
    8) de opdrachtnemer mag niet voor verschillende opdrachtgevers tegelijk werken;
    9) de opdrachtnemer krijgt doorbetaald bij ziekte of vakantie;
    10) de opdrachtnemer hoeft het werk niet gratis opnieuw te doen of gratis aan te passen als het niet voldoet aan de overeenkomst;
    11) de opdrachtgever bepaalt de hoogte van de beloning voor de werkzaamheden;
    12) de opdrachtgever is aansprakelijk voor de schade die een opdrachtnemer veroorzaakt in de uitoefening van zijn werkzaamheden;
    13) de opdrachtnemer heeft geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering;
    14) de opdrachtgever zorgt voor gereedschappen, hulpmiddelen en materialen.

    Ik hoop dat de politiek de modelovereenkomsten alleen voor de kwetsbare sectoren/beroepen/functieniveau’s zal toepassen (met daarbij de toevoeging van het minimum uurtarief). Voor de overige sectoren/beroepen/functieniveau’s betekent het een enorme kostenverhoging en administratieve lastenverhoging, én daarbij bepalingen (beoordelingscriteria) die per definitie niet kunnen worden nageleefd. In plaats van massaal gedogen – zoals nu feitelijk met de VAR al gebeurt – kun je als overheid voor de niet-kwetsbare sectoren/beroepen/functieniveau’s het beter overlaten aan de marktpartijen en alleen de fiscale voorwaarden borgen.

    • @Rachid,

      Wanneer je deze regels (die zo als je weet natuurlijk niet nieuw zijn) heel exact toepast, dan kan je geen interim-opdracht als zelfstandig kwalificeren en raakt dat een paar honderdduizend zp’ers. Laten we er voorlopig maar even vanuit gaan dat ‘gezond verstand’ in deze aanwezig blijft. Met als voordeel dat de harde noten rond deze criteria nu vooraf gekraakt wordt, wat weer zekerheid geeft.

      Ik ken er geen cijfer over, maar mijn beeld is dat de meeste zp’ers momenteel wel een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering hebben maar geen beroepsaansprakelijk.

Trackbacks