"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Waarom Haidy James stopte als zzp’er: ‘Zorg moet weer uitvoerbaar worden’

Haidy James stopte na 25 jaar als zzp’er in de zorg, omdat ze steeds vaker in situaties kwam die ze niet verantwoord vond. Haar verhaal is het eerste in een serie van NBBU over zzp’ers die de zorg verlaten. ‘Er zijn te weinig handen. Dat doet iets met je, omdat dit niet de zorg is die je wilt geven.’

Tekst: Floris Visman

Na 25 jaar werken in de zorg besloot Haidy James recent te stoppen als zzp’er. Niet omdat ze het vak wil verlaten, maar omdat de manier waarop zorg in instellingen en verpleeghuizen is georganiseerd haar steeds vaker in situaties bracht die zij niet langer verantwoord vindt.

Haar loopbaan begon in de mantelzorg en liep via één-op-één-zorg uit tot jarenlang werken als zelfstandige. “Ik ben vanuit de mantelzorg het zzp-werk ingerold. Elf jaar lang heb ik dag en nacht voor iemand gezorgd. Daarna ben ik via bemiddelingsbureaus één-op-één-zorg gaan doen, omdat je dan de zorg kunt leveren zoals het hoort en naar de behoeften van de cliënt,” vertelt ze. Juist die werkvorm gaf haar jarenlang het gevoel dat ze haar vak goed kon uitoefenen.

Personeelstekorten bepalen het tempo

Dat gevoel staat volgens James steeds verder onder druk. In instellingen ziet zij hoe structurele personeelstekorten het dagelijkse werktempo bepalen. Diensten starten vaak met minimale bezetting en uitval door ziekte of het niet komen opdagen van collega’s is geen uitzondering meer.

“Als je een ochtend- of avonddienst begint, kijk je met hoeveel mensen je het moet doen. Vaak zijn het er te weinig. Je hoopt dat collega’s zich niet ziek melden, want anders sta je er alleen voor,” zegt ze. Dat alleen staan is volgens haar geen incident, maar onderdeel van het systeem.

Ze maakte meerdere keren mee dat zij in haar eentje verantwoordelijk was voor grote groepen bewoners. “Ik heb diensten gehad waarin ik twintig bewoners naar het toilet en naar bed moest brengen. Dan gaan overal de bellen, maar je hebt maar twee handen.”

Wachten wordt onvermijdelijk

Voor bewoners betekent die onderbezetting wachten. Soms lang. James noemt dat één van de zwaarste kanten van het werk. “Het gaat om kwetsbare mensen die afhankelijk zijn van jou. Als zij moeten wachten omdat er simpelweg niemand anders is, dan gaat dat tegen alles in waar zorg voor zou moeten staan.”

Dat personeelstekort vertaalt zich volgens James niet alleen in wachten, maar ook in zorg die simpelweg niet meer wordt geleverd. Ze ziet regelmatig dat basiszorg wordt uitgesteld of helemaal niet wordt uitgevoerd. “Het toiletteren in de middag schiet er vaak bij in. Mensen zitten dan uren in een vuile broek, omdat de ochtenddienst het niet redt en de avonddienst al overbelast binnenkomt. Als je dan begint met je dienst, ruik je het al. Dat zijn situaties waarvoor bewoners zich schamen, maar waar zij zelf niets aan kunnen doen.”

Volgens haar zijn dit geen uitzonderingen meer. “Je weet dat mensen rond twee uur eigenlijk weer naar het toilet moeten, zeker op een somatische of dementieafdeling. Maar het lukt gewoon niet. Er zijn te weinig handen. En dan hoor je later: we komen er niet aan toe. Dat doet iets met mensen. En het doet ook iets met jou als zorgverlener, omdat je weet dat dit niet de zorg is die je wilt geven.”

Volgens James heeft dit direct effect op de kwaliteit van zorg. Niet omdat zorgverleners hun werk niet goed willen doen, maar omdat de omstandigheden dat steeds moeilijker maken. “Je wilt rust en aandacht geven, maar het tempo dwingt je om door te gaan.”

Inzet van zzp’ers zonder goede randvoorwaarden

De manier waarop zzp’ers en uitzendkrachten worden ingezet, vergroot die druk volgens James verder. Zij worden regelmatig zonder goede overdracht geplaatst op afdelingen die zij niet kennen. “Je komt binnen in een huis dat je niet kent, met bewoners die je niet kent, en dan word je in het diepe gegooid.”

Begeleiding en structuur ontbreken vaak. James probeert dat zelf op te vangen door actief vragen te stellen. “Dan vraag ik wie hier vast werkt, of er een lijst is met bewoners en hoe zij geholpen willen worden. Als die er niet is, ontstaat chaos. En daar zijn bewoners uiteindelijk de dupe van.”

Kleinschalig werken is geen wondermiddel

Hoewel instellingen steeds vaker zijn overgestapt op kleinschalig wonen, lost dat volgens James het probleem niet vanzelf op. In de praktijk wordt de term breed gebruikt, terwijl je in sommige verpleeghuizen volgens haar nauwelijks kunt spreken van kleinschaligheid. Dan gaat het om afdelingen met zo’n veertig bewoners, wat nog altijd een grote groep is.

Ook wanneer een afdeling daadwerkelijk kleiner is opgezet, verandert er weinig als de personele bezetting achterblijft. “Dan sta je ’s ochtends soms alleen of met z’n tweeën omdat collega’s ziek zijn of niet zijn komen opdagen,” zegt ze.

Te veel taken bij de zorgverlener

Een ander structureel probleem is volgens James de stapeling van taken bij zorgverleners. Behalve voor directe zorg zijn zij steeds vaker verantwoordelijk voor koken, administratie en facilitaire taken. Functies die eerder apart waren georganiseerd, zijn door bezuinigingen samengekomen in één rol. “Zorgverleners doen nu alles,” zegt James. “Dat hoort niet bij het vak waarvoor je bent opgeleid.” Die verbreding van taken gaat volgens haar ten koste van aandacht voor bewoners.

Hoewel James gediplomeerd is, weigert zij inmiddels om nog als zodanig te werken. Ze kiest er bewust voor haar functie lager in te schalen en geen verantwoordelijkheid meer te dragen voor medicatie en verpleegtechnische handelingen. De reden is het gebrek aan rust en focus. “Met dat soort taken moet je geconcentreerd bezig zijn, terwijl je continu wordt gestoord door piepers en telefoons,” legt ze uit. “Vroeger mocht je geen telefoon op zak hebben, omdat het afleidde. Nu piept alles de hele tijd.”

Stoppen als zzp’er, verder als flexer

Naast de inhoudelijke druk werd ook de financiële kant steeds zwaarder. Volgens James werd het steeds moeilijker om voldoende opdrachten te krijgen. Als zzp’er betekent dat direct minder inkomen. “Als je een dag niet werkt, verdien je die dag ook niets,” zegt ze. “Op een gegeven moment kwamen er zo weinig opdrachten binnen dat ik mijn vaste lasten niet meer kon betalen.”

Daarbij speelde mee dat zij eerder investeringen had gedaan, zoals een lening en een verbouwing aan haar woning. Toen de opdrachten terugliepen, werden die vaste lasten moeilijker te dragen. “Ik had nog gehoopt dat het werk weer zou aantrekken, maar dat gebeurde niet.”

Dat maakte de overstap naar loondienst uiteindelijk onvermijdelijk. Ze werkt nu in loondienst, maar wel als flexmedewerker. Vast in dienst gaan ziet ze niet zitten. “Als je vastzit aan een rooster, is het werk voor veel mensen te zwaar. Als flexer kan ik zelf bepalen wanneer ik werk en wanneer ik rust nodig heb.”

Andere keuzes nodig in de organisatie van zorg

Volgens James ligt de oplossing niet in het terugdringen van zzp’ers, maar in structurele keuzes over hoe zorg wordt georganiseerd. Ze ziet vooral kansen in een andere inrichting van de thuiszorg. Nu wordt die vooral geleverd in korte blokuren, terwijl veel mensen juist thuis verzorgd willen worden.

“Waarom kun je thuiszorg niet organiseren met volledige diensten, net als in een verpleeghuis?” vraagt ze zich af. “Met ochtend-, avond- en nachtdiensten, voor hetzelfde tarief. Dan geef je mensen keuzevrijheid en haal je druk weg uit instellingen.”

Zolang die keuzes uitblijven, vreest James dat het vertrek van ervaren zorgverleners zal doorgaan. Niet vanwege gebrek aan betrokkenheid, maar omdat de randvoorwaarden ontbreken om het werk goed te doen. “Zorg moet weer uitvoerbaar worden,” zegt ze. “Pas dan wordt het aantrekkelijk om in de zorg te blijven werken.”

De NBBU is de brancheorganisatie van ruim 1.200 professionele intermediairs op de arbeidsmarkt. Bekijk alle berichten van NBBU

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×