"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Externe inhuur bij provincies blijft dalen. Verschillen zijn groot.

Provincie Overijssel huurt het meest externen in, maar dat komt niet uit de lucht vallen.

Provincies hebben in 2021 gemiddeld 17,1 procent van hun loonsom uitgegeven aan het inhuren van extern personeel. Dat cijfer ligt iets lager dan in 2020. Toen werd voor 17,2 procent ingehuurd. Daarmee wordt de lijn van dalende uitgaven aan externe inhuur doorgezet. In 2017 werd nog 21,1 van de totale loonsom besteed aan extern personeel. In 2018 was dat 20,8 procent en 2019 19,5 procent. Dit blijkt uit de Personeelsmonitor Provincies 2021 van het A&O fonds Provincies.

Ter vergelijking: bij de Rijksoverheid lag het percentage externe inhuur in 2021 op 13,4% (in 2020: 12,4%) (zie hier). Gemeenten gaven in 2021 16,5% van hun totale personeelsbudget uit aan externe inhuur en tijdelijke contracten. In 2020 was dit nog 15,5% (zie hier). Provincies geven ten opzichte van de Rijksoverheid en gemeenten dus relatief veel uit aan externe inhuur. Maar – anders dan bij de andere delen van de overheid – daalt het percentage dus wel.

Bij gemeenten bestaat de externe inhuur voor 45% uit gedetacheerden, 24% uitzendkrachten, 14% zzp’ers en 13% payrolling. Het A&O‑fonds Provincies beschikt niet over een dergelijke uitsplitsing.   

Grote verschillen

De verschillen tussen de provincies zijn zeer groot. Koploper is de Overijssel met 33,5 procent aan externe inhuur. Flevoland gaf 31,6 procent van de totale loonsom uit aan externe inhuur. Limburg (7%) en Zeeland (7,7%) gaven aanzienlijk minder uit. In de provincie Noord-Holland daalde het aantal externen het meest. 

Bron: Personeelsmonitor Provincies 2021 (A&O fonds)

Overijssel: veel inhuur een beleidskeuze

Het grote percentage inhuur bij de provincie Overijssel komt overigens niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit een besluit uit 2012 om omvangrijke incidentele uitgaven met tijdelijke bezetting – dus inhuur – te bemensen, zo laat een woordvoerder van de provincie weten. “Die incidentele uitgaven en daaraan verbonden projecten lopen nog steeds door.” De provincie verwijst ook naar een aantal grote infraprojecten waarbij de provincie een “initiatiefrijke en regisserende rol”  ingenomen heeft en waar meerdere overheden bij betrokken zijn. De kosten van een deel van de daarbij betrokken ingehuurde specialisten wordt verrekend met andere overheden.

Overigens zet de provincie nu een andere koers in. In de Perspectiefnota 2021 staat te lezen dat de provincie heeft ervaren dat een aantal incidentele opgaven een structureel karakter krijgt door de duur en de opeenvolging ervan. “Een flexibele schil is van belang om mee te kunnen bewegen met (de omvang van) de opgaven die de provincie wil realiseren. Wij merken echter dat de huidige omvang van inhuur een wissel trekt op de organisatie. Denk aan opeenvolgende (inwerk)begeleiding, onderlinge binding, verankering van deskundigheid/expertise en continuïteit van het netwerk met onze partners/ belanghebbenden in de omgeving.”  Overijssel heeft zich daarom voorgenomen om vaker vast personeel in dienst te nemen, ook als het om projecten gaat die gefinancierd worden met incidenteel geld.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.