SLUIT MENU

Elke platformwerker een dienstverband: waarom deze EU-wens geen uitgemaakte zaak is

Als het aan de Europese Commissie ligt, nemen platformen als Uber en Deliveroo alle freelancers in dienst. Of dit gaat gebeuren is de vraag. De nieuwe Europese richtlijn lijkt een oplossing voor schijnzelfstandigheid in de platformeconomie, maar in de praktijk is het geen gelopen race.

Na het bestuderen van 100 rechtszaken kwam de Europese Commissie tot de conclusie dat zij moet zorgen voor betere werkomstandigheden in de platformeconomie. De platformwerkers die jouw pizza bezorgen of taxi rijden zijn veelal freelancers. Dat betekent dat ze geen recht hebben op zaken als ontslagbescherming, pensioen of een minimumloon.

Om dat te veranderen kwam Brussel eind december met een ambitieus wetsvoorstel. Allereerst wil de Commissie de bewijslast voor het duiden van een arbeidsrelatie omkeren. Wie via een platform werkt, is per definitie werknemer met een dienstverband, tenzij het platform kan aantonen dat dit niet zo is. Daarnaast moeten platformen transparantie bieden, onder andere door inzicht te geven in de algoritmes die werkenden aansturen en belonen.

  • Lees meer over het wetsvoorstel van de Europese Commissie en de reacties daarop in het overzichtsartikel op onze Belgische zustersite NextConomy

Wat we kunnen verwachten

Of platformen inderdaad hun werkenden in dienst nemen, is nog niet zeker. Hoewel het draagvlak voor dit wetsvoorstel breed is, zijn er nog veel losse eindjes.

De onderhandeling over de exacte invulling van het voorstel duurt nog zeker twee jaar. Veel lidstaten zullen hun eigen wensen toevoegen. Ook de platformen zullen invloed uitoefenen, want er staat veel op het spel. De Europese Commissie berekende dat zij door het wetsvoorstel tot 8 miljard euro per jaar extra kwijt zijn aan loonkosten.

Voor- en nadelen van het dienstverband

Volgens de platformen worden ook de platformwerkers de dupe van deze richtlijn. Ten eerste hebben werkenden namelijk behoefte aan flexibiliteit en autonomie om te werken wanneer en waar zij willen, bepleiten platformen.

Het gegeven dat Deliveroo in de begindagen bezorgers in dienst had en ook Thuisbezorgd de eigen koeriers een arbeidscontract geeft, laat zien dat autonomie, flexibiliteit en een dienstverband in principe prima samen kunnen gaan. Het dienstverband heeft wel wat beperkingen voor de werkende. Hij moet vooraf zijn beschikbaarheid opgeven, kan voor slechts één platform tegelijk werken en zijn beloning staat vooraf vast: harder fietsen leidt niet tot meer inkomsten.

Autonomie, flexibiliteit en een dienstverband kunnen in principe prima samen gaan

Platformen zelf hebben die flexibiliteit eigenlijk steeds minder nodig. Zij hebben ondertussen namelijk genoeg data om te voorspellen wanneer extra maaltijdbezorgers of taxichauffeurs nodig zijn. Het argument van de platformen is daardoor dun.

Verplicht dienstverband leidt tot minder werkgelegenheid

Toch is werken met zzp’ers makkelijk voor platformen, niet alleen omdat zij hierdoor geen werkgeverslasten hoeven te betalen. Om de klant snel te bedienen hebben platformen als Deliveroo en UberEats er belang bij dat eigenlijk te veel bezorgers beschikbaar zijn. Als er dan toch geen werk is, is dat pech voor de zzp’er. Als een platformwerker in dienst is, ligt dit risico waar het hoort: bij het platform.

Dit zal impact hebben op het aantal bezorgers dat het platform in dienst neemt. Een verplicht dienstverband, wat in de praktijk niet via het platform maar via een onderaannemer of een uitzendbureau zal lopen, leidt zo tot minder werkgelegenheid. Dat bleek in Zwitserland, waar UberEats zijn freelancers in dienst moesten nemen. De bezorgers moesten solliciteren voor behoud van hun ‘baan’. Volgens een bericht van Uber kreeg slechts 23% van de koeriers een dienstverband.

Hierbij is er een grote kans dat zij die die bescherming het hardst nodig hebben, alsnog buiten de boot vallen. Guillaume Blanchet, directeur van de Franse bezorgcoöperatie Naofood zei hierover in NRC: “veel van hun medewerkers hebben geen papieren, zij hebben niet de keuze om werknemer te worden of niet.” Het verplicht in dienst nemen van bezorgers is dus zeker een mogelijkheid, maar dit zien als dé oplossing voor een kwetsbare groep werkenden is, op zijn zachtst gezegd, naïef.

Platformlobby in de praktijk

Hoeveel invloed platformen kunnen uitoefenen op wetgeving, bleek toen in 2019 de AB5-wet werd ingevoerd in de Amerikaanse staat Californië. Deze wet was bedoeld om taxi- en bezorgplatforms te dwingen hun werkenden in dienst te nemen. Wie aan drie criteria voldeed, was automatisch werknemer.

Platformen waren het er niet mee eens en kwamen in actie. Ten eerste veranderden ze hun eigen regels om te zorgen dat ze niet onder de wet zouden vallen. Zo konden Uber-chauffeurs opeens wel hun eigen tarief bepalen en kregen zij meer informatie over ritten.

Ten tweede voerden platformen een flinke lobbycampagne. Daar gaven zij 200 miljoen dollar aan uit, met succes. Er kwam een uitzonderingswet voor bedrijven in de platformeconomie, Proposition 22. Dat betekende dat juist bedrijven als Uber en Lyft freelancers niet in dienst hoeven te nemen. De platformwerkers hebben wel enkele extra zekerheden, maar veel minder dan die van een werknemer. Zo ontstond een aparte status voor platformwerkers.

Nadat de lobbycampagne geslaagd was, vonden de platformen die extra vrijheden voor freelancers niet meer nodig. Veel bedrijven verwijderden opties zoals eigen tariefbepaling weer.

Kat-en-muisspel in het verschiet

Ook in de Europese Unie zullen de taxi- en maaltijdbezorgplatformen flink lobbyen tegen de nieuwe richtlijn. Ook zullen ze hun codes aanpassen om onder de wet uit te komen. Dat kan eenvoudig, want de criteria van de EU zijn helder. Zo kunnen platformen freelancers invloed geven op de prijs, bedrijfskleding suggereren in plaats van eisen, minder prestaties monitoren en werkenden toestaan via andere platformen te werken. Een kat-en-muisspel ligt in het verschiet.

Het is goed dat Europa de positie van platformwerkers wil versterken, maar of dit voorstel de problemen oplost, is dus maar de vraag. Niet alleen omdat het waarschijnlijk flink wordt aangepast, maar ook omdat het selectieve symptoombestrijding is. Ook schijnzelfstandigen en kwetsbare werkenden buiten de platformeconomie verdienen betere arbeidsomstandigheden. Het is tijd voor structurele oplossingen om zekerheid en waardering op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Martijn Arets is internationaal platform expert en verkent sinds 2012 de opkomst van de platformeconomie en de impact op de samenleving. Bekijk alle berichten van Martijn Arets

Eén reactie op dit bericht

  1. Interessant in het artikel is het overzicht van de internationale verschillen, maar vooral paralellen. Daarbij is in elk geval een tendens te ontwaren, dat ‘de platforms’ bepalen of de voor hen werkenden als zelfstandigen werken. Beter zou overigens zijn om niet van platforms te spreken, maar gewoon van bedrijven.
    Opvallend is daarbij dat niet de keuze van de werkende om zich als zelfstandige op te stellen en zich aan te bieden, maar die van het bedrijf om op die manier zijn werkenden te behandelen, doorslaggevend lijkt te zijn.

    Wat ik mis is een uitstapje naar Nederland en vooral de Nederlandse ontwikkeling in jurisprudentie. Ik wijs op de uitspraken rond Deliveroo en Helpling die bekend verondersteld worden.
    Daar zie je dat de Nederlandse rechter kijkt naar de relatie zoals die feitelijk vorm is gegeven en aan de hand van die feiten toetst of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen het bedrijf en de werkende. Het zijn van een platform is minder een issue.
    Een toevoeging op de eerder genoemde uitspraken is die gedaan inzake Uber (Praktijkgids 2021/280). Daar wordt meer ingegaan op het platform fenomeen. De rechter meent in die uitspaak dat in de relatie tussen het bedrijf (Uber) en de werkende er sprake is van een ‘moderne gezagsverhouding’ en dus een arbeidsovereenkomst. In deze door technologie beheerste tijd heeft het criterium ‘gezag’ (een van de drie criteria om een arbeidsovereenkomst aan te nemen; de andere twee zijn: persoonlijke arbeidsverrichting en ontvangen loon voor het werk) een meer indirect (digitaal) controlerende invulling gekregen.
    Gezien het voorgaande is in feite de Nederlandse rechter al net zo ver als de Europese richtlijn voorschrijft. Voordeel van de richtlijn is dat handhaving (nog) makkelijker zou moeten worden. Zou moeten, omdat handhaving dan wel opgepakt moet worden (en dat is in Nederland een nogal lastig fenomeen).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *