Laat niet werk, maar het stelsel zekerheid bieden

De flexibele arbeidsmarkt werkt in crisistijden als een schokdemper voor de economie. Het is een belangrijke functie van de inhuur van flexkrachten: continuïteit van bedrijven waarborgen door flexibiliteit. Daarmee is niet gezegd dat werkenden in vaste dienst zekerheid kunnen ontlenen aan hun vaste dienstverband. Kijk maar naar sectoren als de luchtvaart, de spoorwegen of de olie-industrie, waar ondanks de steunmaatregelen van het kabinet al massaontslagen zijn aangekondigd.

Een crisis brengt onzekerheid met zich mee, voor mensen met een flexibel én met een vast contract. De laatsten zullen waarschijnlijk als laatste gaan, de eersten worden als eerste weer ingehuurd. Het is een voorspelbaar patroon dat meebeweegt met de golven van de conjunctuur. Dat maakt de oproep van parlementariër Gijs van Dijk onlangs om uitzenden hard aan te pakken zo vreemd. Kennelijk is de campagnetijd begonnen.

Zekerheid bieden aan alle werkenden

De maatschappelijke discussie over de arbeidsmarkt verloopt volgens een vast patroon: flex moet worden aangepakt en het vaste dienstverband beschermd, want flex biedt geen zekerheid en een vast dienstverband wel.

Helaas is dit uitgangspunt verkeerd. Werk, in welke verschijningsvorm dan ook, is geen zekerheid. De coronacrisis toont dat eens te meer aan. Als je het uitgangspunt hanteert dat alleen het vaste dienstverband zekerheid biedt, kom je tot verkeerde oplossingen.

Het goede uitgangspunt is: zekerheid bieden aan alle werkenden. Om dat te doen dien je je risico’s te spreiden. Laat niet werk, maar het stelsel garant staan voor zekerheid. Richt sociale zekerheid zo in dat grootschalige NOW-maatregelen in de toekomst niet meer nodig zijn en het stelsel de klap van een economische neergang, groot of klein, kan opvangen.

Meebewegen met ontwikkelingen

In de wereld van nu gaan ontwikkelingen in de economie en de arbeidsmarkt in zo’n duizelingwekkend tempo dat het moeilijk is te voorspellen in welke richting ze gaan. Voor werkenden is het moeilijk te voorspellen in welke branche werkgelegenheid is. Een sector die nu volop werk biedt – bijvoorbeeld de oliesector – kan over een paar jaar zijn ingehaald door nieuwe, opkomende takken van sport.

Als overheid is het daarom veel verstandiger niet in te zetten op een of enkele branches, maar op het kunnen meebewegen met ontwikkelingen. Juist omdat het zo lastig is om voorspellingen te doen, is het zo belangrijk te blijven leren en te blijven ontwikkelen. Het stelsel dient hier de mogelijkheid toe bieden, de mogelijkheid voor werkenden om zich te kunnen aanpassen. In de markt zie je die ontwikkeling al. Bedrijven scholen hun mensen bij. Nieuwe regelingen vanuit de overheid kunnen dit bestendigen.

De behoefte van bedrijven aan flexibel personeel verandert niet. De afgelopen 20 jaar hebben we vier- of vijfmaal een economische neergang meegemaakt, waaronder de internetzeepbel rond de eeuwwisseling, de aanslagen op de Twin Towers in New York, de kredietcrisis, de Europese schuldencrisis en de coronacrisis. Als dit ergens toe heeft geleid dan wel tot de behoefte bij bedrijven om schaalbaar te zijn. Meebewegen op de golven van de conjunctuur is een belangrijke bedrijfseconomische eigenschap geworden.

Ondertussen is de positie van uitzendmedewerkers in de loop der jaren flink verbeterd, zoals het onderzoek De positie van uitzendmedewerkers aantoont. Uitzendmedewerkers hebben meer werk- en inkomenszekerheid, krijgen een loon dat gelijk is aan dat van mensen in vaste dienst en hebben meer mogelijkheden zich te ontwikkelen.

Ja, in crisistijd zullen mensen met een flexibel contract als eerste gaan, dus ook uitzendmedewerkers, daartegenover staat dat zij ook als eerste weer worden aangenomen. Sterker, zij zorgen dat de economie zo snel mogelijk uit een dal kan klimmen.

Samenspel van krachten

In de tussentijd komt de expertise van onze leden om de hoek kijken. Zij kunnen deze werkenden aan een inkomen in andere sectoren helpen, door ze te ondersteunen en om te scholen. Daarnaast draagt een goed fundament in de sociale zekerheid verder bij aan bestaanszekerheid, voor zowel flexwerkers als mensen met een vast dienstverband die hun baan verliezen.

Geen overheid ter wereld kan de onzekere factoren in het economische systeem oplossen. Tegen een pandemie, kredietcrisis of andere onverwachte gebeurtenis met mondiale gevolgen kun je je alleen wapenen met een stevig fundament en door werkenden de middelen aan te reiken om zelf snel aan te kunnen passen. Dat is waar de discussie over de arbeidsmarkt over zou horen te gaan.

Bedrijven kunnen niet zelf alle risico’s dragen, net zo min als werkenden en de overheid. Het samenspel van deze krachten kan dat door risicospreiding wel. Bedrijven bieden werk en inkomen, werkenden capaciteiten en vaardigheden en de overheid faciliteert zekerheid.

Auteur: Marco Bastian, Directeur NBBU

De NBBU is de brancheorganisatie van ruim 1.200 professionele intermediairs op de arbeidsmarkt. Bekijk alle berichten van NBBU

Eén reactie op dit bericht

  1. In aanvulling daarop: een toekomstbestendige arbeidsmarkt vraagt om een inspanning van zowel people (burgers), planet (overheid) als profit (de markt). Door deze drie organismen als gelijkwaardig te beschouwen kan een stap in de goede richting worden gezet. Een leven lang ontwikkelen kan daarbij als stip op de horizon/breekijzer dienen, omdat iedereen daar baat bij heeft. Het heeft tot op heden nog niet geleid tot resultaat, omdat in het jarenlange gesprek hierover de ‘people’ als gelijkwaardige partij ontbreekt. De WIN Proeftuin voor de toekomst van werk laat zien wat het effect is als je dit wel doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *