"Exploring the future of work & the freelance economy"

Human capital: het enige kapitaal dat ertoe doet

Nederland heeft de taak een maatschappij op te tuigen die is gebaseerd op recycling en hergebruik; de circulaire economie genoemd. Dat gaat met horten en stoten. Fiscaal gezien zou de overheid de overgang naar een meer circulaire economie kunnen aanmoedigen. Hoe zit dat?

De belastinginkomsten op arbeid zijn ruim vijf keer hoger dan die op grondstoffen en vervuilende producten (denk dan aan milieubelastingen, belastingen op energie, luchtvervuiling, water en fossiele brandstoffen). Daardoor wordt het gebruik van grondstoffen en goederen gestimuleerd, terwijl de meer arbeidsintensieve circulaire economie maar moeilijk van de grond komt. ABN AMRO onderzoekt of het mogelijk is een verlaging van de lasten op arbeid en verhoging van belastingen op grondstoffen en vervuilende productie in te voeren. Deze publicatie is de vierde van een serie waarin de voor- en tegenargumenten worden belicht.

De veelgehoorde oproep om arbeid minder te belasten en het verbruik van natuurlijke hulpbronnen meer, is juist nu urgent. De coronacrisis raakt een aantal sectoren structureel, terwijl andere profiteren. Daardoor ontstaat grote spanning op de arbeidsmarkt, die alleen kan worden opgelost wanneer mensen worden omgeschoold om op hele nieuwe terreinen aan het werk te kunnen. Opleidingen zijn echter kostbaar, evenals het bieden van werkplekken om mensen in hun nieuwe omgeving ervaring op te laten doen. Fiscale stimulansen kunnen bijdragen tot het ontwikkelen van een arbeidsmarkt waarbij de werknemer mobiel is en waar talent optimaal worden benut.

Hoewel de werkgelegenheid in geraakte sectoren als luchtvaart, recreatie en horeca door overheidssteun nu nog redelijk op peil blijft, lijkt een sterke afname op een later moment onvermijdelijk. Een volledig herstel daarna zal lang op zich laten wachten, of nooit meer plaatsvinden. Zo wordt verwacht dat de luchtvaartsector pas weer in 2025 op het oude niveau zit en dat de schade aan de sectoren recreatie en horeca pas echt kan worden hersteld als de dreiging van virus is verdwenen. En werknemers uit de vastgoedsector moeten vrezen voor structurele overcapaciteit in hun sector wanneer thuiswerken een blijvertje wordt. Dit raakt in het verlengde hiervan ook beveiligers, schoonmakers en werknemers in de bedrijfscatering. In de miljoenennota 2021 wordt een toename van de werkloosheid met 150.000 verwacht in 2021.

Automatisering

De coronacrisis komt bovenop een trend binnen de arbeidsmarkt die al veel langer gaande is; de verschuiving van banen met een repetitief karakter naar banen waar creativiteit en analytisch vermogen noodzakelijk is. Het Centraal Planbureau (CPB) toont deze ontwikkeling door de verschillende vormen van werk in een aantal herkenbare categorieën te classificeren, een methode die al langer wordt gebruikt door het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics (BLS). De boodschap is voor Nederland en de Verenigde Staten identiek: technologie vervangt al jaren werk met een sterk routinematig karakter. Deze ontwikkeling was eerst vooral zichtbaar bij fysieke arbeid met een sterk routinematig karakter, zoals bij productieprocessen in de auto-industrie waarbij de arbeider langzaam werd verdrongen door de robot. Inmiddels laat de computer ook diepe sporen na bij repetitief denkwerk (‘routine cognitief’). Hier gaat het om bijvoorbeeld administratieve functies en teken- en rekenwerkzaamheden in technische beroepen die in toenemende mate worden geautomatiseerd.

Bron: CPB, Van den Berge & Ter Weel juli 2015

De aandacht van werkgevers in de meeste sectoren gaat tegenwoordig vooral uit naar zogeheten kenniswerkers, professionals met opleiding HBO+. In figuur 1 worden deze weergegeven door de lijn ‘non-routine interactief’ en in iets minder mate door de lijn ‘non-routine analytisch’. Het zijn deze kenniswerkers die nu het verschil maken; bij het ontwikkelen van nieuwe producten, bij het samenwerken met andere professionals in teams, bij het te woord staan van klanten en bij het aansturen van andere professionals. Koplopers als Microsoft laten zien dat het onderscheidend vermogen van succesvolle ondernemingen allang niet meer ligt in machines, productiecapaciteit en procesoptimalisatie, maar in kennis en creativiteit van medewerkers. Microsoft kent aan deze laatste factoren in ieder geval zelf verreweg de hoogste financiële waarde toe.

Omscholing

De gevolgen van de coronacrisis en de al langer ingezette automatisering vereisen een flexibele arbeidsmarkt waarbij werknemers makkelijk naar andere sectoren en ander type werk kunnen overstappen. Dit vergt hoge investeringen in om- en bijscholing en het aanbieden van werkplekken waar relatief onervaren werknemers ervaring kunnen opdoen.

In een enquête van het Sociaal Cultureel Planbureau van drie jaar geleden gaf ruim de helft van de werkgevers aan dat de van werknemers vereiste kennis en vaardigheden snel veranderen. Toch blijkt investering in scholing van het personeel niet altijd een prioriteit, maar sterk mee te bewegen met het economisch tij. In de huidige crisis zullen om- en bijscholingsbudgetten opnieuw onder druk komen. Daarnaast valt flexibel personeel vaak buiten de boot en zijn werkgevers bovendien huiverig om te investeren in ouder personeel. Dat betekent dat een deel van het potentieel onvoldoende aansluiting kan vinden in de enorme transitie op de arbeidsmarkt die nu gaande is.

Bekostiging van omscholing van personeel kan op dit moment met steun van sectorfondsen. Helaas kunnen deze fondsen alleen worden aangesproken wanneer sprake is van een opleiding binnen dezelfde sector. Een werknemer die naar een andere sector wil overstappen, zal zijn opleiding zelf moeten betalen of hopen dat de oude of eventueel nieuwe werkgever in de buidel tast. De overheid blijft in dit proces relatief afzijdig, al hebben werkgevers die als gevolg van de coronacrisis gebruikmaken van de tweede ronde van salarissteun – de NOW-2-regeling – een inspanningsverplichting om werknemers te laten om- of bijscholen.

Dit lijkt daarom een goed moment voor de overheid om met fiscale maatregelen te komen die snelle aanpassingen op de arbeidsmarkt mogelijk maken. Bijvoorbeeld door de lasten op arbeid generiek te verlagen. Dit stimuleert werkgevers om nieuwe werknemers op de werkvloer ervaring te laten opdoen en het creëert extra financiële ruimte om fondsen voor om- en bijscholing op te zetten. Specifieke maatregelen om opleidingskosten te drukken, zijn eveneens welkom; waar de overheid nu wel een speciale investeringsaftrek biedt voor bijvoorbeeld kleinschalige investeringen in bedrijfsmiddelen of in milieumaatregelen, ontbreekt het aan een dergelijke regeling voor scholingskosten. In een samenleving die op de kop staat door de crisis en razendsnelle technologische ontwikkeling, zou mobiliteit van de werknemers prioriteit moeten hebben.

Han Mesters is Sector Banker bij ABN AMRO. Hij is binnen de afdeling Sector Advisory van ABN AMRO verantwoordelijk voor de Zakelijke Dienstverlening. Han geeft regelmatig presentaties over trends in zijn sector en is een actieve gebruiker van social media. Hij heeft een aantal rapport geschreven over human capital omdat dat onderwerp het bindende element is in zijn sector. Han is bedrijfskundige en economisch historicus en heeft als specialisatie strategie. Bekijk alle berichten van Han Mesters

3 reacties op dit bericht

  1. De essentie van modewoord ‘circulair’ is volgens mij dat we minder moeten vervuilen. Kernvraag is waar de vervuiling vandaan komt: consumptie. Wie consumeren? Mensen. Ergo, de mens is de bron van al het gedoe. En dan bedoel ik niet zozeer het gedrag van mensen, maar de aanwezigheid daarvan.

    Circulair in mijn ogen is niet veel meer dan ‘gerommel in de marge’. In plaats van circulair doorvervuilen moeten we echt significant minder vervuilen.

    Ergo: we zouden er goed aan doen te stoppen met meer en meer mensen op deze planeet plaatsen. Dus niet langer aanmoedigen om meer en meer kinderen te krijgen. Tegen de ecologische voetafdruk van een nazaat valt niet op te circuleren.

    Als de mensheid iets minder zou groeien dan doen we moeder aarde, en alle dieren die de aarde ook bewonen een groot plezier. En hebben we na verloop van tijd een veel schonere planeet waarop hemels te leven is.

    De oplossing is in wezen simpel: pak het bij de kern aan door het beprijzen de mens zelf inclusief de nazaten die die verwekt.

  2. De analyse is OK, maar op de “oplossing” valt nog wel e.e.a. aan te merken. De komende en lopende transitie van de samenleving waar we in zitten en die de komende jaren alleen maar zal intensiveren zal vaniedereen vooral creativiteit en flexibiliteit vergen. Om voor die omschakeling op de overheid te koersen lijkt me niet de aangewezen weg. De ordening van de samenleving moet dus anders. Inderdaad de lasten af van de arbeid en naar de vervuiling toe. Verder is de creativiteit van eenieder aan de orde, ook van de “onaangepaste” nerds. Om die creativiteit los te maken zou de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBi) de oplossing zijn. Dat verlaagt meteen ook de loonkosten en stimuleert de vraag naar kennis op een onorthodoxe manier.
    “Wie de mens centraal stelt is voor een basisinkomen en wie de aarde lief heeft belast de voetafdruk.”

    • Leon,

      Ik ben het geheel met je eens het herinrichting van de samenleving en de introductie van een (onvoorwaardelijk) basisinkomen.

      Het lijkt het me verstandig na te denken over een basisinkomen voor de mensen die al bestaan *plus* het ontmoedigen (dwz niet direct verbieden, maar zeker niet stimuleren) tot het op de wereld zetten van nog meer mensen door de vervuiling te koppelen aan de ecologische voetafduk. De voetafdruk van iemand die meer dan een kind op de aarde zet is inmens, daar valt niet tegenop te boxen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *