"Exploring the future of work & the freelance economy"

Meedenken over een nieuwe Wet DBA, hoe zat het ook alweer?

Volgende week komt er weer een meedenksessie aan over de vervanging van de Wet DBA. Hoe zit het ook alweer met de kabinetsplannen en hoe wordt daarop gereageerd?

Voor 1 januari 2020 wil minister Koolmees de Wet DBA vervangen door nieuwe wetgeving. De minister gaat zijn ideeën daarover wederom toetsen bij de betrokken partijen. Hoe kijken zij aan tegen de plannen uit het regeerakkoord, zoals het minimumtarief, een ‘opt out’ regeling en een webmodule. Hoe zat het ook alweer?

‘De wet- en regelgeving voor zelfstandigen is geen simpele opgave’, zo laten de minister en staatssecretarissen Snel (Financiën) en Keijzer (EZK) weten. Ze nodigen begin september daarom opnieuw de sociale partners, brancheorganisaties en zzp-organisaties uit om de ideeën uit het regeerakkoord te toetsen. Zo’n sessie was er eerder al in het begin van dit jaar. De plannen van het kabinet konden toen (zie verslag) niet op al te veel enthousiasme rekenen.

Tussendoor heeft de minister ook met groepen zzp’ers gesproken en in kleiner verband met belangenorganisaties. Maar, net als in de sessie in januari, de verschillen in standpunten tussen al die partijen uit het ‘werkveld’ lijken er nog niet kleiner op te worden. Een deel van het werkveld houdt vast aan het idee om zelfstandigen een aparte status te geven, zodat iemand per definitie als ondernemer en niet als werknemer gezien wordt. Vakbonden FNV en CNV willen juist dat er niet gemorreld wordt aan het arbeidsrecht en dus dat een rechter altijd een oordeel moet kunnen uitspreken over of iets nu wel of niet een schijnconstructie is. Het kabinet lijkt meer te willen kiezen voor iets daartussenin.

Verschillende criteria voor verschillende marktsegmenten

In het regeerakkoord heeft de coalitie afgesproken dat er per segment in de zzp-markt een andere manier komt om te bepalen of een opdrachtgever een zzp’er als zelfstandige kan inhuren.

De komst van een minimumtarief van 15 tot 18 euro is daarbij de meest in het oog springende maatregel. Als opdrachtgevers ónder dat tarief inhuren, dan is dat een dienstverband.

Aan de bovenkant van het tarievengebouw zit een zogeheten opt-out tarief van 75 euro per uur.  Als er boven dat bedrag gefactureerd wordt, is er géén dienstverband. Daarbij geldt nog wel de beperking dat een opdracht niet langer dan één jaar mag duren, tenzij het gaat om ‘niet-reguliere’ werkzaamheden.

Verduidelijken en verruimen

Voor de groep tussen het minimumtarief en het opt-out tarief, moet er een opdrachtgeversverklaring komen. Daarin moeten afspraken staan over hoe een opdrachtgever en opdrachtnemer met elkaar omgaan. Om te kunnen bepalen of een zelfstandige in die middengroep als zelfstandige ingehuurd kan worden, komt er een webmodule. Na het invullen van een aantal onlinevragen, bijvoorbeeld over de ‘gezagsrelatie’ moet duidelijk worden hoe de arbeidsrelatie is. Hiervoor wil het kabinet overigens ook het huidige arbeidsrecht aanpassen. ‘Verduidelijken en verruimen’ zijn termen die het daarbij noemt.

Zo valt de huidige groep zzp’ers uiteen in drie groepen: een groep die valt onder het minimumtarief, een middengroep voor wie bepaald moet worden wie ‘gezag’ heeft en een hogere groep die ‘vanzelf’ ondernemer is. Het gaat hierbij wel uitsluitend om zzp’ers die door opdrachtgevers worden ingehuurd. Zelfstandigen die zonder opdrachtgever bijvoorbeeld producten verkopen of diensten aanbieden, blijven zelfstandigen. In hoeverre de nieuwe regels ook gaan om zelfstandigen die ingehuurd worden door particulieren, is vooralsnog niet echt duidelijk.

‘Reguliere’ en ‘niet-reguliere werkzaamheden’

In de plannen van het kabinet wordt ook onderscheid gemaakt tussen ‘reguliere’ en ‘niet-reguliere werkzaamheden’. De regels voor de minimumtarieven gelden bijvoorbeeld alleen voor opdrachten die langer duren dan drie maanden, tenzij het ‘reguliere werkzaamheden’ zijn. De zogenoemde ‘opt out’ geldt alleen voor opdrachten die korter duren dan een jaar, tenzij het om ‘niet-reguliere werkzaamheden’ gaat. Hoe dit extra criterium, afkomstig uit de voorstellen van de commissie-Boot, vertaald wordt naar de praktijk, is nog niet duidelijk. Duidelijk is wel dat vrijwel alle ‘veldpartijen’ deze indeling als onwerkbaar zien.

 

 

Bescherming en duidelijkheid gewenst

De regering wil met deze plannen de zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt beschermen en aan de andere kant opdrachtgevers en ondernemers niet te veel belasten met administratieve rompslomp. Daarbij wil de regering ook zoveel mogelijk duidelijkheid voorafgaande aan een opdracht geven, iets wat vooral opdrachtgevers erg graag willen.

Sinds het regeerakkoord hebben alle belanghebbenden in de markt – van zelfstandigenorganisaties en werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers tot brancheorganisaties – hun mening al gegeven over dit voorgestelde systeem. De meningen blijven sterk verdeeld. De grootste weerstand, van bijvoorbeeld VNO/NCW en PZO, over een minimumtarief, lijkt van tafel, zo bleek in de vorige bijeenkomst. Maar veel partijen zien graag dat het minimumtarief hoger moet, al dan niet in combinatie met een lager opt-out tarief. Veel partijen zetten bovendien grote vraagtekens bij de haalbaarheid van de webmodule.

Een heel rijtje randvoorwaarden

Aanstaande maandag leggen de bewindslieden de uitgewerkte plannen wederom voor aan het werkveld. Iedereen mag tijdens die meedenksessie meepraten, maar de bewindslieden hebben wel randvoorwaarden gesteld. Maatregelen moeten handhaafbaar zijn, zekerheid bieden én de administratieve lasten beperken voor alle partijen. En dan willen de minister en staatssecretarissen van de partijen ook nog graag weten hoe zij de onduidelijkheden moeten oplossen rond het criterium ‘gezag’. Zoals bekend, heeft de minister beloofd om die duidelijkheid al per 1 januari 2019 te geven.

5 reacties op dit bericht

  1. Waarom draait men steeds om de brei heen.
    Overeenkomst tussen partijen met afspraken vastgelegd over te leveren dienst en betaling van tarief zoals onderhandeld.
    De zzp,er levert op eigen initiatief de werkzaamheden zoals besproken zonder gezag van iemand anders., gelijk een ondernemeng die wordt ingehuurd.

    • Het leveren van een dienst of werkzaamheden lijkt me niet voldoende om je te kwalificeren als ondernemer, je wil natuurlijk afspraken over het (eind)resultaat en de prijs daarvan, gelijk een onderneming die wordt ingehuurd.
      Als je bijvoorbeeld een bedrijf inhuurt om het restaurant/kantine te verbouwen, of een software oplossing te implementeren, dan spreek je een eindresultaat af, een tijdsduur en een prijs.
      Je zal toch nooit een onderneming inhuren met de alleen de afspraak: “kantine verbouwen, á 65 euro per uur” of “software ontwikkelen á 80 euro per uur”, geen eind datum? geen totaal prijs? No way dat een ondernemer dat zal doen.
      Dus als je enkel iemand inhuurt voor het verrichten van werk, is het in feite een werknemer, ook al wordt ie per uur betaald en is het misschien tijdelijk.

  2. Ik begrijp niet waarom dat “niet reguliere werkzaamheden” of dat “niet langer dan 1 jaar” zo belangrijk wordt gevonden.
    Opdrachten op IT gebied duren heel vaak langer dan een jaar en voor vrijwel geen enkel bedrijf is IT volledig “niet regulier”.
    Als er (voor jaren, voor allerlei verschillende projecten) wordt ingehuurd van een detacheringsbedrijf is het geen probleem, maar als het een ZZP-er is (zelfs met eigen BV) mag het ineens niet. Waarom toch? Er is toch eigenlijk geen echt verschil?

    • Marco, er zit een fiscaal en sociaal zekerheid’ verschil tussen iemand die via een detacheringsbedrijf werkt (= een gewone) werknemer en zelfstandigen. Zeker zelfstandigen met een eenmanszaak, maar ook met een BV. De angst in Den Haag is dat wanneer er geen beperkingen zijn, het aantal zzp’ers weer harder gaat groeien en de draagkracht voor het sociaal stelsel te sterk afneemt.

      • ik wil best meebetalen aan het sociaal stelsel; misschien moeten ze dat dan mogelijk maken.