"Exploring the future of work & the freelance economy"

Premiedifferentiatie WW: kijk naar het hele plaatje

Er valt het nodige te zeggen over premiedifferentiatie WW. Maar laten we wel naar het hele plaatje blijven kijken, zegt ABU directeur Jurriën Koops.

Vorige week presenteerde de linkse oppositie een plan om flexibele arbeid flink duurder te maken dan vaste arbeid. Als sociale marktdenkers bepleiten ze het principe ‘de vervuiler betaalt’ voor de arbeidsmarkt. Meer instroom in de WW moet ook leiden tot een hogere premie. Niet alleen voor de eerste zes maanden van werkloosheid, maar ook voor de AWf. Rechttoe-rechtaan redenering zo lijkt het. Ook het nieuwe kabinet heeft de ambitie om premiedifferentiatie in de WW in te voeren.

Een paar dagen later kwam het UWV met de factsheet Uitzendwerk. Een bundeling van feiten en cijfers over uitzendwerk. Met veel aandacht voor de rol van de branche als het gaat om de uitstroom vanuit de WW. Het UWV stelt vast dat 32% van de werkhervatters vanuit de WW aan de slag gaat op een uitzendcontract. Ruim 90% van de WW’ers die aan de slag gaat als uitzendkracht weet langer dan zes maanden aan de slag te blijven en de helft meer dan een jaar.

Er is meer dan de uitzendsector alleen af te rekenen op de instroom in de WW

Uit eerder onderzoek van UWV bleek ook al dat uitzendkrachten sneller uit de WW naar werk uitstromen. 49% doet dat binnen één jaar, voor mensen met een tijdelijk of vast contract ligt dat percentage op respectievelijk 71% en 81%. Veel snellere werkhervatting dus.

Natuurlijk, uitzenden zorgt ook voor veel instroom in de WW. Niet zo vreemd voor een branche die zo conjunctuurgevoelig is. Overigens zorgt de branche per saldo gemiddeld voor meer uitstroom dan instroom in de WW. Laten we ook niet vergeten dat een groot deel van de werkhervatters die de uitzendbranche weer aan het werk helpt daarvoor de WW ingestroomd zijn vanuit een andere sector. Zo zorgt de allocatieve rol van de branche voor lagere uitkeringslasten van andere sectoren.

Er valt het nodige te zeggen over premiedifferentiatie WW. Voor een transparant en gelijk speelveld voor alle flexibele contracten is het geen gek idee. Maar laten we wel naar het hele plaatje blijven kijken. Er is meer dan alleen afrekenen op de instroom in de WW

Drs. J.H. (Jurriën) Koops is sinds 2014 directeur van de ABU. Hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding aan de organisatie. Koops studeerde Algemene Economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en begon zijn carrière als beleidsadviseur bij CNV Bedrijvenbond. In 1999 maakte hij de overstap naar Start, waar hij werkzaam was als Senior consultant Business Development. In 2002 begon hij bij de ABU als coördinator Team Arbeidsvoorwaarden en Juridische Zaken. In 2009 werd hij benoemd tot adjunct-directeur en in 2012 tot directeur Sociale Zaken. Sinds 2014 is hij directeur van de ABU. Naast zijn reguliere werkzaamheden vervult hij diverse bestuurslidmaatschappen, zoals voorzitter STOOF en bestuurslid SNCU. Bekijk alle berichten van Jurriën Koops

2 reacties op dit bericht

  1. Vroeger was de WW premie voor payrollers heel laag, tegenwoordig vallen ze geloof ik ook onder uitzendbedrijven en is de WW premie vervelend hoog voor Zzpers in payroll.

    • De wetgever heeft in mei 2017 geconstateerd dat er weinig verschil is tussen uitlenen in diverse branches/sectoren, waartussen premieverschillen bestonden. Die goedkope weg is er niet meer voor nieuwe gevallen.
      Er lijkt overigens ook weinig verschil tussen:
      – een uitzendkracht zoeken en die dan uitzenden (het gewone uitzenden)
      – een uitzendkracht krijgen van de inlener en die dan uitzenden naar die inlener (payrollen)..

      De rechter kan desgevraagd bepalen of de onderlinge verhoudingen in de (loon-)administratie een reële gang van zaken vormen gelet op de feiten tussen de:
      * werkverschaffer;
      * de tussenpersoon;
      * de werkende..

      Dat is het mooie aan onze rechtstaat. Zie als interessant voorbeeld de uitspraak van 19 december 2017 van de Rechtbank Noord-Nederland over het geschil tussen de FNV en WSW-onderneming Alescon (ECLI:NL:RBNNE:2017:4888). Alescon schijnt hoger beroep te hebben ingesteld.