"Exploring the future of work & the freelance economy"

Elk koninkrijk heeft zijn ridders nodig. En zijn freelancers.

Laat freelancers lekker nu ding te laten doen ipv ze te dwingen tot ondernemerschap.

B_MNT0vU0AEOGkzLang, lang geleden was er eens een leuk, kleine landje. Strategisch ingeklemd tussen grootmachten en handig gelegen aan bereikbare wegen en rivieren.

Koning en prinsen

Aan het hoofd van het land stond de koning. Hij was koning omdat zijn vader dat ook wat geweest, net als zijn opa, enzovoorts. Tja, zo ging dat in die tijd. De koning probeerde er voor te zorgen dat het er in zijn land een beetje ordentelijk aan toeging. Daarvoor bedacht hij regels en had hij mensen voor zich werken die die regels uitvoerden en controleerden.  De koning had het er maar druk mee.

Toch was hij niet tevreden. Hij wilde dat er meer avontuur, actie en heldendom was in het land. Tegenwoordig noemen we dat innovatie, flow en ondernemerschap, maar die woorden bestonden toen nog niet. De koning probeerde wel  om avontuur en actie aan te wakkeren met zijn regels en ambtenaren, maar dat leek niet te werken.

Nu had je in die tijd ook allerlei prinsen. Die prinsen zaten in mooie, hoge ivoren torens en riepen dan naar de koning hoe het anders moest. De prinsen hadden wel mooie verhalen, maar ze kwamen die torens alleen nooit uit. Dat schoot qua avontuur dus ook niet op.

De Ridders

Gelukkig waren er ook nog ridders. Zij hielden wel van een avontuurtje. Maar wat graag trokken ze hun strijdpak aan (zonder stropdas, want dat was ouderwets) en lieten zich gelden. Ze zorgden voor de broodnodige actie in het land.  En als ze weer wat hadden bereikt, reden ze vol trots op hun fraai versierde paarden door de stad om alle complimenten van het volk in ontvangst te nemen. Het volk vergaapte zich graag aan de succesvolle avonturiers. De ridders zorgden er ook nog voor dat de koning meer geld kreeg.

Nu wisten die ridders ook wel dat je in je eentje niet zoveel voor elkaar krijgt. Probeer maar eens alleen een harnas aan te trekken en op je paard te klimmen. Nee, de ridder had allerlei mensen om zich heen verzameld die klusjes voor hem deden. Hoe groter het avontuur en hoe meer actie, hoe meer mensen die ridder voor zich had werken. Zo had de ridder vaak lansiers nodig. De ridders kwamen erachter dat de best gespecialiseerde lansiers vrije mensen waren, die hun eigen lans hadden.

De Freelancers

Die mensen, die zichzelf freelancers noemden, kon je tijdelijk inhuren. Ten minste als je een beetje aardig tegen ze deed, een leuk avontuur in de aanbieding had en de juiste prijs betaalde. Dat werkte prima, zowel voor de ridders als voor de freelancers. Daarom kreeg je ook steeds meer freelancers, in alle soorten en maten. Ze waren allemaal heel goed in één speciaal ding. Dat was hun vak. Zolang ze maar regelmatig een klusje kregen, genoten ze van hun vrijheid, het feit dat ze hun vakmanschap konden uitoefenen en dat ze met zinnige dingen bezig waren. Zonder verder gedoe en gezeur van bazen of personeel.

Het Ridderschap leverde namelijk vaak gedoe en gezeur op. Er was een boel roem, eer en geld te verdienen, maar er was ook veel risico. Voor je het wist lag je kop eraf.  Als je een beetje groot werd, moest je ook steeds meer regelen, afspraken maken, voor mensen zorgen, enzovoorts. Vrijheid, vakmanschap en zingeving, daar kwam het bij de ridders vaak niet meer van. Tijd om thuis het vlees te snijden was er ook al niet meer bij. Niet dat de ridders daarover klaagden. Het hoorde erbij en ieder had zijn eigen ding.

Lang en gelukkig leven

Soms wilde een freelancer ook ridder worden. Dat kon en mocht ook. Maar de meeste freelancers vonden het prima zo. Voor hen was dit de beste manier om vakmanschap, geld en plezier te kunnen combineren. Veel freelancers vonden dat er  naast hun werk ook nog andere dingen belangrijk zijn in het leven.

En de ridders en de freelancers leefden nog lang en gelukkig.

De moderne tijd

Laten we een sprong nemen naar de huidige tijd. Veel is veranderd, maar veel ook niet. Het mislukte twintigste-eeuwse experiment van de grote staande organisatie met bazen, managementlagen, stafdiensten en vakbonden ligt al weer enige tijd achter ons. De manier waarop we werk organiseren gaat voor een stuk terug naar hoe het ooit ging: ridders nemen het initiatief en freelancers bieden graag tijdelijk hun diensten aan. De koning hobbelt een beetje achter deze feiten aan.

De koning, in een beetje een modern land wordt die nu gekozen door het volk, bedenkt met zijn mensen, die heten nu ambtenaren, nog steeds nieuwe regels. Nog steeds wil het vaak nog niet erg vlotten om via die regels het land een beetje op te jutten.

Roepende prinsen

De prinsen zijn er ook nog. Die roepen nog steeds vanuit ivoren torens hoe het anders moet. Die noemen we nu columnist, managementgoeroe of hoogleraar (soms zijn ze dat alle drie tegelijk).

De laatste tijd vinden die prinsen de freelancers ineens maar niets en daar roepen ze van alles over.  (Ooit was er een ambtenaar dit deze groep zzp’ers ging noemen, maar die naam vinden de freelancers zelf maar niets. Ik houd het dus maar even bij de geuzennaam ‘freelancer’). Sommige prinsen vinden de freelancers zielig en ze zeggen dat ze niet goed voor zichzelf zorgen. Ze willen dat de koning er met nieuwe weten voor zorgt dat de freelancers terugkeren naar hun dienstverband uit de vorige eeuw. Of Jaap Koelewijn (Prins van Kasteel Nyenrode) die in zijn column in het FD (‘Zwoegers zonder pensioen‘) de AFM naroept en wil dat freelancers verplicht meesparen aan een gemeenschappelijke pensioenpot. Prof Henk Volberda (Erasmus) die onlangs in zijn rapport ‘Ondernemerschap & Innovatie’ roept dat freelancers moeten doorgroeien naar ondernemer, de ridders van deze. Anders heb je volgens hem niets aan die freelancers.

Af en toe komt er een politicus  – dat is iemand die graag koning wil worden – langs, vermomd als prins op een wit paard, om ook iets te roepen. Volgens Steven van Weyenberg (D66) moet de koning er voor zorgen dat het voor freelancers goedkoper wordt om mensen in dienst te nemen om ze zo aan te zetten het freelanceschap om te ruilen voor het ondernemerschap. Terwijl vrij voor veel freelancers juist geen personeel betekent.

Er is niets veranderd

Al die prinsen vergeten alleen dat er sinds die lang vervlogen tijden van vroeger niet zo heel veel veranderd is. Net  toen zijn er mensen die gedwongen freelancer zijn. Maar zo veel zijn dat er niet (zie het onderzoek van SEOR en Reflect uit 2013). De meeste freelancers zijn happy flexwerkers. Minstens zo tevreden als medewerkers in vast deinst, zo stelde het SCP vorige week in haar rapport Aanbod van arbeid 2014. Bovenal: acht op de tien freelancers willen helemaal geen ondernemer worden, zo  blijkt uit het vorige week gepubliceerde Panteia-onderzoek ‘Arbeidsmarktpositie van zzp’ers 2014’. Cijfers die overeenkomen met Europees onderzoek onder freelancers.

Freelancers koesteren hun vrijheid. Ze kunnen prima voor zichzelf zorgen.  Ze zijn ondernemend, maar willen geen onderneming met personeel. Ze concentreren zich liever op hun vak. En gelukkig maar. Een koninkrijk met alleen maar ridders, dat wordt ook niets.

Laat iedereen lekker in zijn kracht, zoals dat tegenwoordig heet. Een land heeft ondernemers nodig. Absoluut. En freelancers. Zeer zeker. De ondernemers kunnen niet zonder. Vooruit, dan mag er ook nog een paar mensen – op kosten van de ridders en freelancers – voor koning of prins spelen.

Hugo-Jan Ruts (Ondernemer zonder personeel) 

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

3 reacties op dit bericht