Bedrijfsopstellingen, wie ziet jou en waar sta je in je opdracht.

Vraagstukken waar de interim manager mee te maken krijgt in een opdracht zijn divers. Welke positie is in een bepaalde fase het meest effectief? Vanuit welke positie stimuleer je een doorgaande ‘baan’? Welke onderdelen van de opdracht vragen om bijzondere positionering en wat is de werking daarvan? Een bedrijfsopstelling biedt nieuwe perspectieven op de organisatie en de eigen positie. Het kan bij oneindig veel thema’s worden ingezet.

Louise ArnoldBik is gefascineerd door de wisselwerking tussen individuen en de grotere verbanden. Sinds 2000 pioniert ze met de systeembenadering, al dan niet met ruimtelijke opstellingen. Tijdens de laatste workshop dit jaar van de nvim richt zij de systeemopstelling op de fascinerende positie die de interim manager als externe, met een tijdelijke opdracht, inneemt.

De opstelling

Met een bedrijfsopstelling maken we een dynamisch ruimtelijk afbeelding van de werkelijke situatie. Dat kan op twee manieren: door middel van menselijke stand-ins of door middel van objecten op tafel. Beide vormen representeren diverse bedrijfsonderdelen en stakeholders en in beide vormen speelt de dynamiek van het krachtenveld zich bijna tastbaar – als vanzelf – af. Het verschil met familieopstellingen is dat daar de posities veel meer vastliggen en niet zomaar omkeren; een vader wordt niet het kind. In organisaties ligt dat anders, posities kunnen wisselen. Organisaties zijn veel complexer. De opstelling begint met het definiëren van de onderzoeksvraag; wat speelt er onderhuids in de organisatie, wat is mijn positie ten opzichte van mijn opdrachtgever of welk scenario werkt het beste in deze opdracht. Vervolgens worden de stakeholders bepaald en in een eerste positie gebracht. Dit zijn veelal de opdrachtgever, de organisatie of onderdeel waaraan je leidinggeeft, specifieke functionarissen.

Het opstellen gebeurt intuïtief, liefst onnadenkend en vanuit een verbinding met de stakeholder. In geval van menselijke stand-ins laten deze zich leiden door de case inbrengende interim manager die zich achter de representant begeeft, de handen losjes op de schouders legt en deze lopend door de ruimte ergens opstelt. Het waarnemen van de basisopstelling geeft al veel informatie over het vraagstuk, dat nog eens wordt bevestigd door iedere representant naar zijn beleving over zijn positie te vragen. Daarbij is het de kunst om geen oordeel te vellen over de antwoorden. Pas als laatste wordt de interim manager zelf geplaatst in het speelveld. Opnieuw wordt nagegaan wat dit doet met de posities van de representanten. Vervolgens kan begonnen worden met het verplaatsen van posities, telkens toetsend bij de representanten hoe men zich in positie verhoudt tot de anderen.

Zweverig? Toch niet….

Opvallend is dat de representanten geen ‘rol’ meer spelen, maar daadwerkelijk beleven wat er in hun positie gebeurt. Het inleven in hun positie wordt sterker dan de rol, men identificeert zich met wie zij vertegenwoordigen. Daarbij hadden zij heel weinig context nodig, dat is de kracht van deze vorm van opstelling. En zelfs als het in opstelling brengen bewust en nadenkend gebeurt, maakt dit geen verschil voor het resultaat. Want het gaat vanzelf blijken dat deze opstelling niet werkt en dat er verplaatsingen nodig zijn. Er wordt een onderstroom duidelijk. Ook valt op dat de organisatie nagenoeg nooit zo opgesteld wordt als het organisatieharkje.

Mocht je toch nog wat terughoudend zijn voor deze opstellingsvorm of simpelweg geen representanten ter beschikking hebben, dan is de tafelopstelling een mogelijkheid. De tafelopstelling bestaat uit houten spelstukken met een beschrijfbaar vlak en een duidelijke blikrichting. Er is een afgekaderd speelveld. Het grote voordeel van deze vorm is dat de onderzoeksvraag letterlijk ‘uit het hoofd’ wordt geplaatst. In deze vorm worden de stakeholders via houten spelstukken op tafel geplaatst en vanuit verschillende perspectieven ervaren. Immers, je kunt met een helikopterblik naar het speelveld kijken, maar ook geknield vanuit één spelstuk/stakeholder de situatie waarnemen. Deze vorm is bijzonder geschikt om scenario’s uit te testen, te experimenteren of het krachtenveld in kaart te brengen. In rust ontstaan ideeën en mogelijkheden om te spelen met posities: meer of minder afstand , draaien en er kan een positie bijkomen.

Positie van de interim manager

Een interim manager heeft legio mogelijkheden om zijn/haar systemische positie te bepalen; veel meer dan iemand in een dienstverband. De interim manager kan ieder moment opnieuw kiezen: middenin het organisatiesysteem, meer aan de buitenrand of net daarbuiten en alle variaties daarop. Wat effectief is hangt af van zowel opdracht als actuele situatie. Boeiend is ook dat de interim manager tegelijkertijd meerdere functies kan bekleden, elk met een eigen krachtenveld. De erkenning van het feit dat belangen verschillen maakt al uit voor de interpretatie van de situatie.
De toepassingsmogelijkheden zijn grenzeloos: om een bedrijfsconstructie uit te leggen, in coachingsvraagstukken, bij besluitvormingsprocessen, in managementbesprekingen en wat te denken van intervisie!

Meer weten?

Louise ArnoldBik werkt als organisatieadviseur, sparringpartner/e-coach en opleider. Zij doet korte interventies bij organisatie- en teamontwikkeling, geeft opleidingen, workshops en individuele consulten, zie www.lucident.nl. Ze produceert het instrument voor tafelopstellingen, zie www.coachenmetoase.nl of het artikel schuiven in het landschap van het vraagstuk.

Sociëteit Quintessence (het Nive Kennisnetwerk van en voor interim-managers) is het platform waar vakgenoten hun informatie en hun ervaring met elkaar delen. SQ is een voortzetting van de NVIM, de Nederlands Vereniging van Interim Managers Bekijk alle berichten van Societeit Quintessence