“Uitzendbranche zo goed als verdwenen in 2030”

Kijk, daar is weer iemand die het einde van alles wat we kennen voorspelt. Deze keer is het de directeur Arbeidsmarkt van Randstad, Marjolein ten Hoonte. Daartoe uitgedaagd door een verslaggever van nu.nl, voorspelt ze het einde van het vaste contract en de cao’s in 2030. En passant worden ook het nut van theorie en vakinhoud in het onderwijs met het badwater weggegooid. Het interview lijkt bedoeld als een steen in de vijver, alleen om wat gespetter en golfslag te veroorzaken in de gezapige Nederlandse polder.

Arbeidsmarktvoorspelling zonder onderbouwing

Twintig jaar vooruitkijken is natuurlijk wel een hachelijke onderneming. Wie kon twintig jaar geleden voorspellen hoe technologie ons leven zou veranderen? Maar voorspellingen over de arbeidsmarkt volgen een voorspelbaar patroon. In dat patroon wordt een bestaande trend oppervlakkig beschouwd en vervolgens zonder enige reserve geëxtrapoleerd naar de toekomst. Van een kritische journalist zou je dan verwachten dat hij/zij de profeet in kwestie vraagt om een onderbouwing van de voorspelling, maar vaker wel dan niet worden de uitspraken onverkort gepubliceerd.

Saillant voorbeeld hiervan is het oppijpen van de zzp trend. In 2008 wist Loek Hermans (toen voorman van MKB Nederland) dat er in 2010 2 miljoen zzp’ers zouden zijn. Zelfs wanneer je je geen rekenschap geeft van definitieverschillen een groteske overdrijving van de reële trend.

Wat Marjolein ten Hoonte doet, komt op hetzelfde neer. Na 30 jaar flexibliseringretoriek zien we op de Nederlandse arbeidsmarkt een lichte verschuiving optreden naar meer flexibele arbeidsrelaties. In 1987 had 80% van werkend Nederland een vast contract, in 1997 was dat gezakt naar 77% (Bron: Paul de Beer in ESB 1999), om in de afgelopen 14 jaar weer te stijgen naar boven de 80% om recentelijk daar weer onder te duiken. Daarbij moet worden aangetekend dat het CBS ook tijdelijke contracten met uitzicht op vast als ‘vast contract rekent. In de afgelopen 15 jaar is het percentage mensen met zo’n contract verdubbeld naar 6% van alle werknemers. Maar het is nog steeds redelijk om te veronderstellen dat ruim 70% van de werkenden beroepsbevolking in Nederland een vast contract heeft. Bovendien kan het aantal vaste contracten in een krappe arbeidsmarkt ook weer gaan stijgen, zoals ook 10 jaar geleden gebeurde. Het ligt allerminst voor de hand dat het percentage veel verder gaat zakken , laat staan dat het tot nul wordt gereduceerd.

De waarde van een vast contract

Dat neemt niet weg dat er ongelooflijk veel is veranderd op de Nederlandse arbeidsmarkt in de afgelopen 20 jaar. En dat zal de komende 20 jaar niet anders zijn. Maar juist in veranderende omstandigheden bewijst het vaste contract telkens weer zijn flexibele diensten. Juist omdat we niet weten wat de inhoud van het werk morgen zal zijn, is het zinvol om langlopende afspraken te maken waarbij de werknemer een zekere mate van stabiel inkomen krijgt. In ruil daarvoor kan de werkgever de werknemer steeds wisselende taken opdragen. De constructie van het vaste contract biedt ook werkgevers voordelen in termen van beschikbaarheid en besparen op transactiekosten. Dit zijn belangrijke redenen waarom onder steeds wisselende omstandigheden het vaste contract een belangrijke rol blijft spelen op alle arbeidsmarkten in de westerse wereld.

Werk/opdrachtgevers maken na de crisis wel heel duidelijk kenbaar dat ze structureel naar een grotere flexibele schil willen en meer op ad hoc basis mensen willen inhuren. Dat is goed nieuws voor veelgevraagde zelfstandige professionals maar betekent niet dat het vaste contract zal verdwijnen, al is het maar omdat op de arbeidsmarkt de ‘zekerheid’ van een vast contract voor veel werkenden nog steeds een aantrekkelijke propositie is.

Het einde van de uitzendbureaus?

Het werken met een grote(re) flexibele schil levert bedrijven wel hoge transactiekosten op, onder meer door de kosten van intermediairs als uitzendbureaus (voor werknemers) en bemiddelingsbureaus voor zzp’ers. Daarom is er al een tijdje een beweging gaande waarbij bedrijven en andere arbeidsorganisaties proberen de flexibele schil ‘zelf’ te organiseren door middel van (online) marktplaatsen. Als deze trend zich doorzet en bedrijven er echt in slagen de transactiekosten op deze manier terug te dringen, zijn het vooral de intermediairs die de dupe zullen zijn. In dat licht bezien, ligt het meer voor de hand dat de uitzendbranche in 2030 is uitgestorven, te meer daar nu slechts een gering percentage (ong. 5% van de werknemers) van de beroepsbevolking op uitzendbasis werkt.

Ronald Dekker is arbeidseconoom en doet al 15 jaar onderzoek naar de verhouding tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt en de wisselwerking met innovatie. Hij mag zich graag opwinden over ongefundeerde voorspellingen over de arbeidsmarkt en simplistische generalisaties over werk. Ronald werkt bij het instituut ReflecT van de Universiteit van Tilburg. Bekijk alle berichten van Ronald Dekker

7 reacties op dit bericht

  1. Ach, het is maar hoe je het bekijkt. Als je uitzenden in de huidige vorm bekijkt zal dat inderdaad steeds minder worden. Maar er zullen altijd partijen blijven die zich bezig houden met (het faciliteren van) de match tussen vraag en aanbod van personeel. En als je dat nog steeds bemiddelen noemt, dan blijven uitzenders en bemiddelaars gewoon bestaan.
    Ja, over 20 jaar zal de dienstverlening totaal anders zijn, maar dat geldt voor bijna alles…
    De uitdaging voor uitzenders is dus niet zo zeer dat ze verdwijnen, maar wel dat ze moeten innoveren. Dus… what’s next? (in flex)

  2. Goed verhaal, Ronald.

    Ik heb al zoveel mensen uit de flexbranche, en anderen die het goed uit zou komen als dit soort “wishfull thinking”-verhalen werkelijkheid zouden worden, horen voorspellen dat het arbeidscontract voor onbepaalde tijd binnenkort verleden tijd zal zijn. De suggestie wordt dan ook nog eens gewekt dat de nieuwe generatie werknemers geen vast contract meer zou willen. Zie ook:
    http://www.penoactueel.nl/arbeidsrecht/%E2%80%98alleen-nog-contracten-voor-bepaalde-tijd%E2%80%99-7296.html

  3. Schrijver focust zich op de vaste arbeidsovereenkomst. Over de CAO zegt hij niets. Ik beweer dat er over 20 jaar hooguit nog bedrijfscao’s zijn, als de mythe van de representativiteit in een groot aantal CAO’s is doorgeprikt, om te beginnen overigens met de ABU-CAO. Als er echt een eerlijk bij SZW wordt getoetst zakt de polder weg in het moeras. Organisaties kunnen het apparaat niet meer overeind houden. omdat ze niet meer kunnen putten uit de Fondsen die nu nog worden ge-avvd.

  4. Ronald,

    De uitzendwereld is over 20 jaar natuurlijk niet verdwenen. Maar die ironie in je verhaal begrijp ik wel.

    Je snijdt een wel een belangrijk punt aan. Naast het feit dat dergelijke uitspraken niet gebaseerd zijn op feitelijke trends, gaat het ook over de wenselijkheid van vaste contracten. Zoals Jaap Schaveling onlangs in het video interview onlangs hier nog verkondigde: organisaties denken niet tot nauwelijks na over de negatieve effecten van flexibilisering en het grote aantal externen bij organisaties. Het kan leiden tot meer onveiligheid, korte termijn visie, gebrek aan investeringen in mensen en kennis. Rust en Regelmaat zijn belangrijk voorwaarde voor ontwikkeling. De continue druk op steeds maar wisselingen, op nieuwe opdrachten najagen, kan die ontwikkeling tegen houden. Van mensen, van organisaties. De roep om flexibilisering is zo ook een (negatief) antwoord van organisaties in hun onmacht zich als aantrekkelijke werkgever te ontwikkelingen waarbij medewerkers gestimuleerd worden in ondernemend handelen.

    Peter

  5. Interessant verhaal Ronald.

    Met name de focus op transactiekosten is essentieel. Ik geloof idd dat organisaties maar ook de hele flexbranche steeds meer naar een model toegaan waar de transactiekosten door middel van ICT tot een minimum worden beperkt. Hierbij denk ik dat de huidige marktplaatsconcepten nog niet de oplossing bieden om de transactiekosten daadwerkelijk omlaag te krijgen. Dergelijke initiatieven gaan naar mijn idee aan hun eigen succes ten onder omdat het administratieve gedrochten worden door de vele reacties die dergelijke marktplaatsen opleveren en het feit dat de CV’s nog weer door een inkoper of tussenpersoon worden beoordeeld. Ik geloof zelf veel meer in een systeem waarbij organisaties zelf kunnen zoeken in een database met interimmers/ flexkrachten/ uitzendkrachten en zelf kunnen benchmarken en forecasten. Organisaties die een dergelijk systeem op een goede manier in de markt zetten hebben toegevoegde waarde. Ik ben het eens met de stelling dat bemiddelaars in de huidige vorm steeds minder toegevoegde waarde zullen hebben in de toekomt. Anderzijds zal er altijd behoefte zijn aan bemiddeling van flexkrachten. Het is echter aan intermediairs om deze bemiddeling met behulp van systemen op een efficiente manier in te vullen.

  6. Eigenlijk grappig dat Ronald ermee rekening houdt dat Marktplaatsen steeds meer de rol van het intermediair onder druk zullen zetten. Immers die systemen hebben allemaal één groot nadeel: ze kunnen niet out of the box-denken. Je moet harde criteria opgeven om een goede match te kunnen maken en in de krappe arbeidsmarkt (die ook voorspeld is) kan je dan lang blijven zoeken.

    Een goed intermediair belt dan gewoon rechtstreeks met zijn opdrachtgever en zegt dat hij nog een paar cv’s heeft gevonden van mensen die het werk prima zouden kunnen, alleen dat blijkt niet uit het cv………
    Of zou Ronald ook niet geloven in de voorspelde krapte op de arbeidsmarkt?

  7. Goed verhaal. Naar mijn idee bestaat de uitzendbranche over 20 jaar nog steeds. Uitzenden blijft mensen werk en dat valt niet te compenseren met marktplaatsen zeker niet bij krapte op de arbeidsmarkt.

    De trend is er natuurlijk wel dat bedrijven liever zelf hun medewerkers werven en deze medewerkers vervolgens onderbrengen op de payroll. Alleen zijn er nog heel veel bedrijven die daar geen zin in hebben en de match graag uitbesteden aan de intercedent van het uitzendbureau.