ZiPredactie 26 januari 2026 0 reacties Print Koopkrachtverschil loopt op: zzp’ers blijven achterZzp’ers leveren ook in 2026 koopkracht in, terwijl werknemers erop vooruitgaan. Door afbouw van fiscale voordelen en stagnerende tarieven groeit het verschil structureel, waarschuwt het Nibud op basis van nieuwe berekeningen.De koopkracht van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) blijft ook in 2026 duidelijk achter bij die van werknemers en andere huishoudtypen. Dat blijkt uit nieuwe koopkrachtberekeningen van het Nibud voor 117 voorbeeldhuishoudens. Waar de meeste groepen er volgend jaar licht op vooruitgaan, laten veel zzp-profielen zelfs een koopkrachtdaling zien. De belangrijkste oorzaak: de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek, in combinatie met tegenvallende tariefgroei. Zzp’er vaker erop achteruit In de Nibud-koopkrachtplaatjes voor 2026 vallen vooral de uitkomsten voor zelfstandigen op. Zo gaat een alleenstaande zzp’er zonder kinderen met een bruto jaarinkomen van 35.000 euro er 1,2 procent op achteruit, wat neerkomt op een min van 37 euro per maand. Ook bij 50.000 euro inkomen is er sprake van koopkrachtverlies: –0,4 procent, oftewel –15 euro per maand. Alleen bij hogere inkomens (80.000 euro) resteert nog een minieme plus van 0,2 procent, goed voor 12 euro per maand. Bij gezinnen met zelfstandigen is het beeld vergelijkbaar. Een stel met twee kinderen waarbij beide partners zelfstandig zijn en respectievelijk 80.000 en 55.000 euro verdienen, levert 0,4 procent koopkracht in (–33 euro per maand). Een stel met één kind en beide partners zelfstandig (50.000 en 20.000 euro) ziet de koopkracht vrijwel stilstaan: +0,1 procent, slechts 5 euro per maand. Ter vergelijking: alleenstaande werknemers zonder kinderen gaan er in 2026 volgens dezelfde Nibud-berekeningen vrijwel allemaal op vooruit, met koopkrachtstijgingen tussen 0,8 en 2,4 procent, afhankelijk van het inkomen. Tweeverdieners met kinderen komen eveneens structureel in de plus uit. Lees ook: Nibud: de koopkracht daalt voor iedereen. En die van zelfstandigen het hardst. Kloof tussen zzp’ers en werknemers De Nibud-cijfers onderstrepen dat het koopkrachtgat tussen zelfstandigen en werknemers verder oploopt. Een alleenstaande werknemer met een bruto inkomen van 30.000 euro ziet de koopkracht in 2026 bijvoorbeeld met 1,4 procent stijgen (36 euro per maand). Een alleenstaande zzp’er met 35.000 euro inkomen gaat er in datzelfde jaar juist 1,2 procent op achteruit (–37 euro per maand). Het verschil in uitkomst bedraagt daarmee ruim 70 euro per maand. Ook bij hogere inkomens blijft het contrast zichtbaar. Waar een werknemer met 50.000 euro bruto per jaar er 1,0 procent op vooruitgaat (31 euro per maand), moet een zzp’er met hetzelfde inkomen genoegen nemen met een koopkrachtdaling van 0,4 procent (–15 euro per maand). Verdere afbouw zelfstandigenaftrek heeft invloed Dat de koopkracht van zzp’ers structureel achterblijft, is geen toeval. De belangrijkste factor is de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek. Deze fiscale faciliteit wordt al enkele jaren stapsgewijs verlaagd en komt in 2026 opnieuw lager uit dan in 2025. Daardoor stijgt het belastbare inkomen van zelfstandigen, zonder dat daar een evenredige bruto-inkomensgroei tegenover staat. Het Nibud rekent in zijn scenario’s voor 2026 met een gemiddelde prijsstijging van 2,4 procent en een bruto loonontwikkeling van 3,7 procent. Voor werknemers betekent dat per saldo meestal koopkrachtwinst. Voor zelfstandigen pakt diezelfde macro-economische context ongunstiger uit, omdat zij relatief minder profiteren van loonstijgingen en tegelijkertijd fiscaal worden geraakt. Eerder schreef ZiPconomy al over deze trend op basis van de koopkrachtcijfers voor 2024. Toen werd zichtbaar dat zelfstandigen als enige grote groep koopkracht inleverden, terwijl vrijwel alle andere Nederlanders erop vooruit gingen. De nieuwe cijfers voor 2026 laten zien dat dit geen eenmalige uitschieter was, maar een structureel patroon. Tariefgroei vlakt af Bovenop het fiscale nadeel komt nu een tweede tegenvaller: de tariefontwikkeling. Uit onderzoek van HeadFirst Group blijkt dat de rek uit de zzp-tarieven lijkt te zijn. In 2024 stegen de uurtarieven nog met gemiddeld 3,6 procent, maar voor 2026 wordt een stijging van slechts circa 1,0 procent verwacht. Dat is uitzonderlijk laag in historisch perspectief. Hierdoor worden veel zzp’ers dubbel geraakt. Daarmee blijven de tarieven niet alleen achter bij de inflatie, maar ook bij de cao-loonontwikkeling. Dit betekent dat veel zelfstandigen koopkracht inleveren. Daarbovenop komt nog dat de tarieven die zij kunnen vragen voor hun werk nauwelijk stijgen, tenzij zij hun marktpositie weten te versterken via specialisatie, schaarse skills of strategische opdrachtkeuzes. Waar werknemers in cao’s vaak automatisch profiteren van loonrondes, moeten zzp’ers hun hogere kosten steeds moeilijker doorberekenen. In combinatie met de afbouw van fiscale voordelen ontstaat zo een dubbele druk op het besteedbaar inkomen van zelfstandigen. Lees ook: Voorstel Nibud voor pensioenverplichting zelfstandigen “ongewenst en stigmatiserende vorm van paternalisme” cijfers, tarieven, zelfstandig ondernemers, zelfstandigenaftrek Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
nieuws - Interim-HR-professionals geven huidige markt een mager zesje. Maar zijn optimistisch over de toekoms...