"Exploring the future of work & the freelance economy"

Vraagtekens bij akkoord minimum zzp tarieven tussen NVJ en publieke omroep

Een uitstekend idee om op sectorniveau afspraken over goed opdrachtgeverschap te maken. Ook bij de publieke omroep. Toch zet Hugo-Jan Ruts vraagtekens bij de afspraken over minimumtarieven. Hoe duurzaam zijn die? En bovenal: sanctioneert het niet de praktijk om starters – bij wijze van proeftijd – als zzp’er in te huren?

Den vrijen journalist, aan geen redactie verbonden, onder niemands bevelen staande, die, in overeenstemming met den journalistieken eere-codex, en als vakman, zijn diensten tegen betaling verleent, d.w.z. zijn artikelen tegen honorarium verkoopt, dan hier, dan daar’. Dat was voor een columnist in het maandblad ‘Nederlandse Journalist (van ‘Het verbond van Nederlandse journalisten’) de omschrijving van een freelancer. De columnist pleit er in zijn stuk overigens voor om het woord ‘freelancer’ te vervangen door ‘vrijman’.

De column stamt uit 1941. Journalisten waren zo’n beetje de eerste (moderne) freelancers. Bijna 80 jaar later hebben de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) en de publieke omroep onderling een ‘Fair Practice Code Goed Opdrachtgeverschap’ afgesloten. Onderdeel daarvan zijn bindende afspraken over minimumtarieven voor zzp-redacteuren en programmamakers. Zij krijgen voortaan tenminste 150% van het cao-loon dat past bij de functie (sic), zo schrijft de NVJ. De afspraken zijn onderdeel van een nieuw af te sluiten CAO. Freelanceleden van de NVJ die hun stem hebben uitgebracht bij een ledenraadpleging over de Fair Practice Code hebben deze overeenkomst massaal (96%) gesteund, zo meldt de NVJ trots.

Code goed opdrachtgeverschap

Het lijkt mij een prima ontwikkeling dat er op sectorniveau afspraken gemaakt worden over goed opdrachtgeverschap. Zoals een onderzoek van Tilburg University en ZiPconomy uit 2015 (zie hier) al liet zien, er is een boel te winnen in het afstemmen van (basis)verwachtingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.

De afgelopen jaren zijn er verschillende initiatieven gestart om op sectorniveau tot een code te komen. De Kunstensector heeft een Fair Praktisch Code, PZO en IZ-O Nederland/ABU hebben een code Goed Opdrachtgeverschap, een aantal grote financiële dienstverleners (waaronder ING, NN en Achmea) kwamen samen met een aantal vakbonden eind vorig jaar met een ‘Werkcode’, met daarin ook afspraken dat onder een bepaald functie niveau niet met zzp’ers gewerkt wordt maar met andere vormen van flex-contracten die meer zekerheid geven. Zeker waar de onderhandelingsmacht van opdrachtgevers (te) groot is, kan het nuttig zijn om in het verlengde van dit soort codes ook afspraken te maken over minimumtarieven. Dat is vorig jaar bijvoorbeeld gedaan In de CAO-O voor architecten.

Waar het de politiek maar niet lukt tot enige bescherming te komen van de meer kwetsbare delen van de zzp-markt, lijkt het zinnig dat dit op sectorniveau wel gebeurt.

Duurzaam

Toch wil ik twee kanttekeningen plaatsen. Om te beginnen kan je je afvragen hoe duurzaam deze afspraken zijn?

Er is in Nederland een merkwaardige situatie ontstaan:

  1. Collectieve afspraken maken over zzp-tarieven worden door de mededingingsautoriteit ACM alleen maar toegestaan indien betrokken werkenden ‘zij-aan-zij’ zzp’ers zijn.
  2. Het zij-aan-zij werken – dus hetzelfde werk doen onder dezelfde omstandigheden als een werknemer – wordt door de Belastingdienst gezien als een zeer sterke aanwijzing voor ‘schijnzelfstandigheid’.

De webmodule die er aan komt, het advies van de Commissie Borstlap, een advies over een te behandelen zaak bij de Hoge Raad, ze bewegen allemaal in een richting dat het ‘ingebed zijn’ in een organisatie het bepalende criterium wordt om te beoordelen of iemand wel of niet als zzp’er ingehuurd kan worden. Uit de opinies van een groep arbeidsjuristen, die 84 casussen voor de webmodule beoordeelden, blijkt dat ook zij het ‘ingebed zijn’ zwaar laten meewegen.

Afspraken over tarieven voor zzp’ers koppelen aan loonschalen lijkt mij bij uitstek een bewijs dat er feitelijk geen verschil is tussen het werk dat werknemers en zzp’ers doen. De NVJ heeft het over ‘functies’, niet opdrachten. Je kunt je afvragen hoe lang dit stand houdt.

Starten als zzp’er

Dan is er dit zinnetje: ‘een beginnend zzp-er redacteur zal minimaal € 260 (ex BTW) per dag kunnen factureren.’ Dit zijn tarieven die flink boven de tarieven liggen van bijvoorbeeld de regionale kranten.

Waar het mij vooral om gaat is het woordje ‘beginnende redacteur’.

Voor verreweg de meeste zzp’ers geldt dat ze zzp’er worden na een (flink) aantal jaren in loondienst. De gemiddelde leeftijd van zzp’ers (47 jaar) ligt ook hoger dan bij werknemers. De gemiddelde leeftijd van een startende zzp’er is 36 jaar. Eerst vlieguren maken, en daarna zoekt – een deel – de vrijheid van het zzp-schap.

Zo was het in de mediawereld ook ooit. De ‘vrijmannen’ waar de columnist in de ‘Nederlandse Journalist het over had waren toen alleen de oude rotten in het vak. Maar in het Nederlandse medialandschap is – onder druk van dalende inkomsten – een voor de zzp-wereld vrij atypische situatie ontstaan. Freelancers zijn niet alleen die meer ervaren specialisten (M/V). Het zzp-contract wordt juist in de mediawereld ook ingezet voor jonge medewerkers. Het zzp-contract als proeftijd, in afwachting van – zo hopen ze dan maar –  een arbeidsovereenkomst. Deze groep ‘beginnende redacteuren’ beschermen met een minimumtarief klinkt lovenswaardig. Maar het sanctioneert ook een ontstane praktijk waar zowel de NVJ als werkgevers toch ook vraagtekens bij zouden moeten zetten.

Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

3 reacties op dit bericht

  1. Er staat Nederland een ramp te wachten de komende jaren. Een niet onbelangrijk deel van de economy wordt gedragen juist door ZZP’ers. Zelf ben ik werkzaam in de IT als zelfstandige. Door de wet DBA en de belofte deze (welke eigenlijk) per 1 januari te gaan handhaven nemen grote instituten zoals banken en verzekeraars massaal afscheid van de ZZP’er. Velen worden nu zelfs gedwongen in een dienstverband te gaan werken voor een intermediair. De omgekeerde wereld lijkt mij, men bereikt het tegenovergestelde van wat met deze wetgeving beoogd is.

    Ik verwacht dat mijn huidige opdrachtgever komende week mijn lopende contract zal opzeggen. Met mij zal dat voor een grote groep andere ZZP’ers gaan gelden en Nederland kent dan, per 1 januari, een groep nieuwe werkelozen die niet direct opvallen, maar ook niet meer bijdragen aan de economie. Voor mijzelf is dit niet direct een probleem. Ik heb mijn zaakjes prima op orde en kan voorlopig zonder inkomen wel even vooruit. Echter, het forse bedrag aan belastingen dat ik jaarlijks afdraag, zit er komend jaar even niet in. Omdat de grote instituten, waar ik met mijn bedrijf grotendeels afhankelijk van ben, niet meer zullen werken met ZZP’ers, zal ik mijn beroep als IT specialist niet meer kunnen uitvoeren. Komend jaar gaat bij mij de boeken in als een jaar waarin er eigenlijk alleen verlies wordt geleden in mijn bedrijf, maar dat verlies kan ik gelukkig (werk vanuit een B.V.) verrekenen met voorgaande jaren. Zo levert een jaartje rust toch nog een aardig inkomen op.

    De grote vraag hier is; hoe ziet dat er uit aan de kant van de belastinginkomsten voor de B.V. Nederland? Mijn voorbeeld heeft weinig van doen met de problematiek voor de NVJ. Wat ik hier probeer te schetsen is het gevolg van deze krankzinnige actie van onze minister Koolmees. Voor mij is er, net als voor een groep journalisten, straks weinig toekomst. Dat, en de ellende die door de aanhoudende onduidelijkheid voor de ZZP’er wordt veroorzaakt, is voor mij onverteerbaar. Nog een week te gaan….

    • Uitermate onbevredigend John. En schandalig zoals de overheid hier onduidelijkheid zaait en vervolgens angst oogst in een tijd dat we elke kans op goed werk zouden moeten omarmen. Misschien gaat er nog een opening voor je komen in de komende tijd! Succes en altijd bereid met je mee te denken.

  2. Inderdaad bijten de twee aangehaalde principes elkaar. De vraag is welke instantie een verkeerd principe hanteert. Dat ‘niet zij-aan-zij’ werken principe is er alleen maar gekomen omdat het makkelijker te beoordelen is door belastingdienst/overheid dan het principe van de vrijmens. Als 2 bakkerijen ook banket maken met 2 banketbakkers, dan mag dat wel met 2 freelance banketbakkers, maar niet met 1 vaste en 1 freelance? Daarmee maakt de belastingdienst het voor zowel de ondernemers als de freelancers niet makkelijker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *