"Exploring the future of work & the freelance economy"

Ton Wilthagen: “Eerst algemene discussie voeren over arbeidsmarkt. En niet alleen in Den Haag.”

Prof Ton Wilthagen herkent veel uit het adviesrapport van de Commissie Borstlap. Maar plaatst ook kritische noten bij de uitwerking. Bovenal wil hij eerste een discussie over de analyse en oplossingrichtingen.

De analyse en voorstellen van de Commissie Borstlap/Regulering van werk wijzen in mijn visie in de juiste richting en zijn behoorlijk omvattend en samenvattend. Veel van de analyse en zeker van de voorstellen komt terug in eerdere rapporten, manifesten en internationale initiatieven. Denk aan Decent Work (ILO, 1999), de Europese Common Principles of Flexicurity (2007), waaraan ik heb bijgedragen, diverse SER-rapporten, de Commissie-Bakker (2008), het manifest “Naar een Nieuw Dutch design voor flexibel én zeker werk” dat ik initieerde (2012), de Europese Pillar of Social Rights (2017), het “Wetboek van Werk” (2019, Ruben Houweling c.s., ben ik ook bij betrokken), het WRR-rapport “Het betere werk” (2020, ook eerdere rapporten) – noem maar op.

Dat betekent twee dingen. Enerzijds lijkt er in algemene zin overeenstemming te zijn bij beleidsmakers en experts over het feit dát we iets moeten doen (al hadden moeten doen) en we weten ook wáárom (geen tweedeling op de arbeidsmarkt, bedrijven de ruimte geven om zoveel mogelijk werkgevend en concurrerend te zijn, investeren in menselijk kapitaal, geen ongelijke behandeling en onnodige complexiteit). Anderzijds worden we het in de Nederlandse politiek en polder al twintig jaar niet eens over hóe we dat dan voor elkaar krijgen en doen we óf niets, óf alleen in naam, of de verkeerde dingen, waardoor het probleem nog groter wordt. Daardoor zijn we een typisch atypisch land geworden op het terrein van de arbeidsmarkt.

We moeten eerst dringend de álgemene discussie gaan voeren over de analyse en oplossingsrichtingen

Daarom is het urgent dat we nu wél de goede discussie gaan voeren en de goede zaken doen, hoe complex dit ook is. Dat moet en mag niet alleen in Den Haag, zoals Borstlap benadrukt. Ik pleit ervoor om de regio in te gaan (ook de Haagse) en met ‘gewone’ bedrijven en werkende/niet-werkende mensen te praten: open en eerlijk. Nee, het gaat niet makkelijk worden, ja het is erg laat, maar Nederland moet uiteindelijk in staat zijn om zowel dynamiek als duurzaamheid op de arbeidsmarkt te faciliteren en deze arbeidsmarkttransitie te maken.

Over enkele concrete uitwerkingen in het rapport van de Commissie-Borstlap

We moeten eerst dringend de álgemene discussie gaan voeren over de analyse en oplossingsrichtingen in het rapport van de Commissie Borstlap/Regulering van werk. Vervolgens moet er gekeken worden naar de concrete uitwerkingen die het rapport in bepaalde mate bevat (niet alles is uiteraard uitgewerkt en er kunnen andere uitwerkingen worden gekozen voor dezelfde richtingen). In die volgorde.

Bij enkele in mijn ogen opmerkelijke voorstellen, wil ik kort wat kanttekeningen maken. Slechts capita selecta. Ook weer ter verdere constructieve discussie.

  • Loondoorbetaling: terug van twee naar één jaar is een grote stap maar niet groot genoeg. Uiteindelijk beter aansluiten bij internationale standaarden, zoals de zes weken in Duitsland. Zijn wij nu echt zo’n afwijkend land op dit gebied?
  • Mensen meer ruimte geven om een andere functie te bekleden of op een andere locatie (thuis) te werken, naast het huidige recht dat er al is om meer of minder te gaan werken versus (voorstel) de werkgever meer ruimte geven voor functionele/interne flexibiliteit – is dat niet strijdig?
  • Deeltijdontslag mogelijk maken in een land dat wereldkampioen deeltijdwerk is – veel mensen houden dan al gauw te weinig werk/uren over.
  • De verdere voorstellen over het ontslagrecht. Daar zeker over hebben, want die zijn uiterst complex en gekunsteld (geformuleerd). “De kantonrechter ontbindt altijd tenzij er een opzegverbod is.” Waarom dan nog langs die kantonrechter, stempelautomaat? De preventieve toets wordt behouden, maar de argumentatie wáarom in het internationale speelveld is niet sterk.
  • De “loopbaanwinkel” – een zeer lichtvoetige (jaren zeventig) benaming voor iets wat essentieel is: veel betere, naast digitale ook persoonlijke ondersteuning van mensen op alles wat met werken, niet-werk en scholing te maken heeft. Hier is werk aan de winkel!
  • Beperking tot drie contractuele routes naar werk: onbepaalde en bepaalde tijd contracten, zzp en “uitzendbureaus”. Dit lijkt op de poging in 1999 (Wet werk en zekerheid) om alle flex via uitzendbureaus te laten lopen/af te vangen. Is dat reëel? Het is nu twintig jaar later. Intermediairs zijn steeds minder een ‘bureau”, en het aandeel uitzendflex is relatief klein in de hele flexmarkt. In aansluiting hierop: ik vind de analyse van de platformeconomie en de rol van nieuwe technologie op de arbeidsmarkt- zowel kansen als potentieel – aan de ‘ouderwetse’ kant.
  • De zzp’er. Het rapport is zeker niet anti-zzp, maar zorg dat zzp’ers serieus worden genomen en toch niet als pseudo-werknemers of concurrenten van de werknemer worden gezien. Werken in opdracht en niet in persoonlijke loondienst is dé standaardmanier van werken in de geschiedenis van de arbeid (vóór de industriële massaproductie) en wellicht ook in de verdere toekomst. Zoals mijn voorganger prof. Frans van der Ven zei: uiteindelijk is de echte arbeidsverhouding niet die tot een werkgever maar tot je eigen arbeid.
  • Nog meer premie-differentiatie en flex-toeslag op loon flexwerkers ten behoeve van het tegengaan van flexwerk. Wel reëel blijven. Straks wil iedereen flexwerker worden vanwege hoger loon …
  • Ketenregeling weer terug naar 2 jaar – jojo-effect, dat ik zou vermijden. Met drie jaar is ook te werken.
  • Individueel scholingsbudget vanaf de geboorte. Prachtig en al vaak bepleit. Maar financiering is geen sinecure. Snel gaan uitwerken.

Wordt vervolgd!

Ton Wilthagen is hoogleraar Arbeidsmarkt bij Tilburg University Bekijk alle berichten van Ton Wilthagen