Invoering Europese detacheringsrichtlijn in de maak

Afgelopen maand is het wetsvoorstel gepubliceerd om de herziene Europese detacheringsrichtlijn in ons land door te kunnen voeren. Dit moet zorgen voor ‘gelijk loon voor gelijk werk’ en concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen de EU tegengaan. In de praktijk zal de impact beperkt zijn tot een kleine groep arbeidsmigranten met een A1-verklaring.

De detacheringsrichtlijn bevat regels voor EU-burgers die in een ander EU-land worden gedetacheerd. Dit past in het uitgangspunt van vrij verkeer voor personen en diensten binnen de EU. Maar de bestaande wet uit 1996 zou worden ‘misbruikt’ door werknemers uit een ander EU-land langere tijd tegen een lager loon te laten werken dan de mensen in het land zelf. Zo zouden werkgevers in bijvoorbeeld Nederland vaak personeel inhuren uit landen waar de lonen een stuk lager liggen, zoals Polen of Bulgarije. Deze praktijken zouden bijvoorbeeld voorkomen in de bouw.

Dit zou strijdig zijn met het idee van ‘gelijk loon voor gelijk werk’ en dus leiden tot oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen de EU. Reden dat politici zoals voormalig minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) al jaren streven naar aanpassing van de detacheringsrichtlijn. En Asscher kreeg op de valreep van het einde van zijn ministerschap zijn zin. Eind 2017 heeft de EU besloten tot een herziening van de Europese detacheringsrichtlijn.

Betere arbeidsvoorwaarden

Om gedetacheerde werknemers beter te beschermen, wordt de bestaande richtlijn uit 1996 uitgebreid met voorwaarden voor huisvesting en arbeidsvoorwaarden zoals bepaalde toeslagen en vergoedingen.

Dit betekent concreet dat een Poolse bouwvakker die tijdelijk naar Nederland komt, hetzelfde loon moeten krijgen als zijn Nederlandse collega, inclusief toeslagen en vergoedingen.
Daarnaast wordt de buitenlandse werkgever na een detacheringsduur van 12 maanden (eventueel te verlengen tot 18 maanden) verplicht om alle arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden te garanderen van de lidstaat waar de dienst wordt uitgevoerd (met uitzondering van ontslagrecht en aanvullende bedrijfspensioenregelingen).

Gedetacheerde uitzendkrachten

Ook verduidelijkt de detacheringsrichtlijn dat uitzendbureaus verantwoordelijk blijven voor de juiste betaling van de gedetacheerde werknemer, ook als een werknemer wordt ‘doorgezonden’ (doorgeleend) naar een andere opdracht. De rechten van gedetacheerde uitzendkrachten zijn vrijwel geheel gelijkgetrokken met die van nationale uitzendkrachten.

Wetsvoorstel

Deze aangepaste detacheringsrichtlijn zou halverwege volgend jaar of in 2021 in de hele EU moeten gaan gelden. Maar daarvoor moet eerst de nationale wetgeving worden aangepast. Zo zijn in Nederland wijzigingen nodig in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WAGWEU), de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag (WML) en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI). Het wetsvoorstel om de herziene detacheringsrichtlijn in ons land te implementeren, is eind mei gepubliceerd.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Arbeidsmigranten met A1-verklaring

Frank van Gool, ceo van OTTO WorkForce, dat veel arbeidsmigranten uit Oost-Europa bemiddelt, liet destijds al weten dat het aanscherpen van de detacheringsrichtlijn in de praktijk maar een beperkt effect zal hebben.

Van Gool: “Ruim 90% van de arbeidsmigranten wordt al in Nederland verloond. Dit betekent dat ze hetzelfde salaris krijgen als de Nederlandse medewerkers en dat de sociale premies en belastingen in Nederland worden afgedragen (..) De beslissing (..) gaat maar om de 10% van de arbeidsmigranten die vanuit het buitenland gedetacheerd worden en werken met een zogenaamde A1-verklaring.

Met deze A1-verklaring worden (sociale verzekerings) premies in het land van herkomst afgedragen en ook wordt niet altijd het CAO-loon van de werkgever in het werkland betaald. De af te dragen premies zijn in het land van herkomst vaak veel lager, wat eventueel financieel voordelig is voor een werkgever in het werkland. Daar komt nu dus een eind aan. Kortom: voor de 10% van de arbeidsmigranten die een A1-verklaring gebruiken is het een prima oplossing. Maar het probleem is veel minder groot dan wordt gepresenteerd.”

Relevant voor veel meer arbeidsmigranten

Maar arbeidsrechtjurist en beleidsadviseur bij de FNV Imke van Garderen laat ZiPconomy weten dat de herziene detacheringsrichtlijn voor veel meer arbeidsmigranten relevant is. Zij wijst hierbij op het SUWI Jaarverslag 2018 (SVB). Daarin staat: ‘het aantal detacheringsverklaringen dat de SVB in 2018 uit het buitenland ontving voor klanten die in Nederland kwamen werken, was 203.658, een toename van 23.430 ten opzichte van 2017.’ En volgens van Garderen is deze groep juist ‘snel groeiend’.

 

Bronnen: Rendement/Flexmarkt

Lees ook: Economische groei in Oost-Europa leidt tot schaarste aan arbeidsmigranten

Eén reactie op dit bericht

  1. De aanscherping van de detacheringsrichtlijn heeft in de omgekeerde situatie (iemand wordt vanuit NL naar een ander EU land uitgezonden) tal van administratieve lasten. Zelfs ingeval van businesstravelers (voor een meeting naar het kantoor in Parijs) bestaat een meldplicht voor zowel het zendende als het ontvangende land waarbij allerlei vastleggingen vereist zijn. De eisen verschillen per land en de boetes bij niet voldoen aan de eisen variëren ook per land maar kunnen hoog zijn. Het komt de facto neer op een beperking van het vrije verkeer van werknemers. Hoewel de intenties van de richtlijn goed zijn is het met de aanscherping schieten met een kanon op een mug geworden….