"Exploring the future of work & the freelance economy"
vakbond platform

5 redenen waarom platformen als Uber en Deliveroo niet de nachtmerrie, maar de ultieme droom zijn voor vakbonden

De platformeconomie groeit, terwijl de ledenaantallen van vakbonden dalen. Op dit moment gaan vakbonden vooral de strijd aan met sites als Helpling en Deliveroo, maar volgens Martijn Arets kunnen zij beter samenwerken.

Het is tijd om het eens serieus te hebben over de platformeconomie. De afgelopen jaren zijn het briefje in de supermarkt, de advertentie in de krant en de telefooncentrale vervangen door online platformen als Uber (taxi), Helpling (thuisschoonmaak), Charley Cares (oppas) en Werkspot (klussen). In deze zogenaamde ‘kluseconomie’ worden mensen voor vaak korte werkzaamheden ingehuurd en betaald via een website of app (1). Hoewel veel van deze platformen al jaren actief zijn op de Nederlandse markt, is de discussie over Uber, Helpling en Deliveroo in 2018 pas aardig losgebarsten.

De kluseconomie is nog klein. SEO Economisch Onderzoek berekende vorig jaar dat slechts 0,4 procent van de beroepsbevolking (34.000 mensen) wel eens via zo’n platform werkt (2). De commotie rondom de kluseconomie gaat dan ook niet zozeer over de situatie nu, maar vooral over de toekomst. In 2018 voorspelde het ING Economisch Bureau (3) dat online platformen over tien jaar 20 tot 70 procent van de uitzendmarkt hebben overgenomen, afhankelijk van de ontwikkeling van regelgeving en technologie. Aangezien je via de meeste platformen werkt als freelancer, zal dat zorgen voor een enorme stijging van het aantal zzp’ers.

Organisaties die opkomen voor de belangen van werkenden zijn bang voor platformisering

Organisaties die opkomen voor de belangen van werkenden zijn bang voor deze ontwikkeling. Vakbond FNV vreest dat werknemers kwetsbaarder worden door de platformisering van arbeid. Genoeg reden om deze constructie bij de rechter te toetsen met rechtszaken tegen platformen Deliveroo en Helpling, vond de vakbond. FNV verloor de eerste zaak, maar won in januari 2019. De Amsterdamse kantonrechter oordeelt dat Deliveroo-bezorgers geen zzp’ers zijn en dat zij vallen onder de cao beroepsgoederenvervoer. (4)

De discussie is hiermee nog lang niet afgelopen. Ik vind het vooral jammer dat vakbonden en platformen tegenover elkaar staan. Volgens mij lost dat op den duur niks op. Veel risico’s van de platformeconomie hebben namelijk eigenlijk niet zoveel te maken met online platformen. Het zijn uitvergrotingen van bestaande vraagstukken rondom flexibilisering. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat sociale zekerheden gekoppeld zijn aan een arbeidscontract. Of het gebrek aan duidelijkheid rondom zzp’ers: wanneer is sprake van schijnzelfstandigheid? Daarom wil ik kijken hoe platformen in de kluseconomie kunnen bijdragen aan het welzijn van werkenden. Platformen zijn misschien niet de vloek, maar een zegen voor vakbonden.

Het probleem van de vakbonden

Terwijl platformen groeien, is het aantal mensen dat lid is van een vakbond de afgelopen vijf jaar fors gedaald. In totaal daalde het aantal vakbondsleden in Nederland van bijna 1,9 miljoen in 2012 naar 1,6 miljoen in 2017. Het percentage werkenden dat lid is van een vakbond lag een halve eeuw geleden rond 40 procent, nu is dat zo’n 15 procent. En dat percentage blijft dalen, want jongeren zijn nauwelijks aangesloten bij vakbonden. Nog geen 4 procent van de leden is jonger dan 25 jaar. Door de afnemende populariteit hebben vakbonden het ook moeilijker bij bij cao-onderhandelingen. Hoe krachtig en relevant zijn ze nog?

Samenwerken met platformen is niet zo gek, zie buitenlandse voorbeelden

Samenwerken met platformen is niet zo gek. En het kan, bewijst een Deens experiment. In Denemarken sloot het schoonmakersplatform Hilfr als eerste platform ter wereld een collectieve afspraak met vakbond 3G (5): als schoonmakers meer dan 100 uur als freelancer hebben gewerkt, krijgen ze automatisch een dienstverband van het platform. Een ander voorbeeld is de Duitse vakbond IG Metall, dat samen met een aantal platformen een klachtencommissie opricht voor platformmedewerkers. En tot slot is er ook een Nederlands voorbeeld: FNV Horeca en platform voor freelance horecapersoneel Temper werken samen (6).

Vijf redenen voor vakbonden om juist blij te zijn met platformen

In plaats van de strijd aan te gaan met platformen, zie ik vijf reden hoe platformen kunnen bijdragen aan de doelstellingen van een vakbond:

  1. Ook platformen hebben baat bij tevreden werknemers

Over het algemeen zien vakbonden platformen als ‘de grote graaiers uit Silicon Valley’: tech-ondernemers die over de rug van gebruikers zoveel mogelijk geld willen verdienen. Tijdens mijn onderzoek naar de platformeconomie heb ik honderden van deze ondernemers wereldwijd ontmoet. En ik kan je zeggen dat de meerderheid van hen redelijk en sympathiek is. Het zijn slimme professionals die weten dat rust en duidelijk essentieel zijn voor groei van hun onderneming.

In een groeimarkt zullen platformen hun best moeten doen om hun werknemers tevreden te houden

Platformen hebben baat bij tevreden platformwerkers. Ten eerste omdat de chauffeurs van Uber en de fietsbezorgers van Deliveroo het gezicht van het bedrijf zijn. Zij hebben offline contact met de klanten die zij online werven. Ten tweede omdat ze makkelijk kunnen overstappen naar de concurrent. Er komen namelijk steeds platformen bij en platformwerkers zijn niet verbonden aan een app met een contract.

Met een markt die groeit zullen platformen in de toekomst nog meer hun best moeten doen om hun werknemers tevreden te houden. Taxi-app Uber geeft zijn chauffeurs (Uber noemt ze ‘partners’) in de Verenigde Staten bijvoorbeeld extra beloningen als zij meer uren via het platform rijden.

  1. Platformen centraliseren een gefragmenteerde en onzichtbare markt

Het lijkt vaak alsof de diensten die platformen aanbieden nieuw zijn, maar dat is niet waar. Een app zorgt voor gemak en efficiëntie, maar schoonmaken, oppassen en pizza’s bezorgen zijn niet nieuw. Bovendien worden de meeste van dit soort klussen nog steeds niet via platformen geregeld.

Zo bezorgen koeriers ‘in dienst’ van restaurants nog steeds de meeste maaltijden. Uit cijfers van bestelsite Thuisbezorgd.nl blijkt bijvoorbeeld dat eigen koeriers van restaurants 98,6 procent van de maaltijden bezorgen. De bezorgers van platform Thuisbezorgd.nl leveren slechts 1,4 procent van de bestellingen af. Bij schoonmaak zal dit percentage waarschijnlijk nog lager zijn: de meeste mensen vinden de schoonmaakster via-via.

Wat platformen als Helpling en Deliveroo doen is een bestaande gefragmenteerde en nagenoeg onzichtbare (deels zwarte) markt centraliseren via een online platform. Hiermee bieden ze een unieke kans voor vakbonden. Die kunnen in gesprek gaan met een groep werknemers die voorheen nagenoeg niet te organiseren was.

  1. Data en algoritmes kunnen ondersteunen in de naleving van gemaakte afspraken

Platformen verlagen transactiekosten door automatisering. Ze matchen vraag en aanbod. Maar hoe ze dat doen, is vaak onduidelijk. Daarom worden algoritmes in veel discussies weggezet als intransparante ‘black boxes’ in een transparante ‘echte’ wereld.

Ik zal je wat zeggen: de echte wereld is helemaal niet zo transparant en eerlijk. Wanneer een vakbond een collectieve afspraak met een sector maakt, is het maar de vraag of deze wordt nageleefd. Met algoritmes zou je de naleving van zulke afspraken écht kunnen vastleggen. Je kunt bijvoorbeeld afspraken over arbeidstijden en loon opnemen in de code, zodat je er niet van kunt afwijken.

In Zweden is vakbond Unionen hier al mee bezig. Samen met onderzoeker Fredrik Söderqvist zoekt de vakbond manieren om afspraken vast te leggen in de code van platformen.

  1. Hoe meer het opdrachtgeverschap is versnipperd, hoe groter de toegevoegde waarde is van een centrale organisatie

Hoe meer platformen we gebruiken om werk te doen, hoe groter de toegevoegde waarde van een organisatie waar bepaalde zekerheden worden geborgd. Dit biedt kansen om de vakbond opnieuw uit te vinden.

Jaap van Slooten en Jorinde Holscher introduceren in een onlangs gepubliceerde paper de ‘werkerscoöperatie’ (7). “Door zich gezamenlijk te organiseren in een coöperatie kunnen platformwerkers een sterke wederpartij van het platform vormen. In dat kader kan de werkerscoöperatie een rol vervullen met betrekking tot collectieve voorwaarden, medezeggenschap en de inkoop van voorzieningen voor platformwerkers.”

Een interessant idee over een nieuw medezeggenschapsmodel dat we in het verleden tot het takenpakket van de vakbond hadden geschaard. Twee jaar geleden deed de Belgische coöperatie SMart een soortgelijk experiment. Toen bezorgwebsites Deliveroo en concurrent Take Eat Easy in België startten, trad SMart op als een soort van vakbond voor de koeriers. De manier waarop lijkt op de werkerscoöperatie van Van Slooten en Holscher. Zo dwongen ze arbeidsvoorwaarden af, zoals een minimum aantal uur per dienst en vergoedingen voor helmen, smartphones en fietsverlichting. Toen Take Eat Easy failliet ging stond SMart garant voor de betaling van een half miljoen aan openstaande facturen van de koeriers. Deze coöperatie rekent geen vaste ledenbijdrage, maar een bedrag voor de dienstverlening. En is zo gedwongen continu relevant te zijn voor haar leden.

  1. Platformen verlagen drempels om te staken

Platformwerkers zijn versmolten met hun smartphone en dat maakt het een stuk eenvoudiger maken dan vroeger om deze doelgroep te activeren. Bijvoorbeeld om te staken voor betere voorwaarden. Stakingen zijn ook makkelijker te coördineren: als alle Deliveroo-koeriers vrijdagavond om zes uur massaal uitloggen, dan ligt het systeem plat.

Conclusie en moeilijkheden

Vakbonden hebben dus volop kansen om te verkennen hoe de digitale platformen de positie van hun (potentiële) leden kan verbeteren. Maar er zijn ook moeilijkheden voor samenwerking tussen vakbonden en platformen:

  1. Bij veel platformen zijn de aanbieders zzp’er. Ondernemers volgens de wet. En die mogen zich volgens de mededingingswet niet organiseren;
  2. Met locatiedata kan het platform zien wanneer aanbieders zich fysiek verzamelen en vervolgens consequenties aan deze acties verbinden door de aanbieder te ‘deactiveren’ (8) of geen of alleen maar slechte klussen aan te bieden;
  3. Veel platformen maken gebruik van geautomatiseerde prijsstelling. Als het aanbod hoger is dan de vraag (wat zo zal zijn bij een staking), dan gaat de vergoeding voor de aanbieder automatisch omhoog. Dit zorgt er voor dat aanbieders die op dat moment ‘op de bank zitten’ zich aanmelden. Het is juridisch nog een vraag of dit kan worden gezien als ‘staking breken’, iets dat per wet verboden is.

Tijd dus voor een andere meer constructieve en onderlegde discussie.

Bronnen:

  1. https://esb.nu/esb/20047499/kluseconomie-is-meer-dan-uber-en-deliveroo
  2. http://www.seo.nl/uploads/media/2018-30_De_opkomst_en_groei_van_de_kluseconomie_in_Nederland.pdf
  3. https://www.ing.nl/media/ING_EBZ_algoritmes-versus-de-flexbranche_tcm162-146079.pdf
  4. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:5183
  5. https://blog.hilfr.dk/en/historic-agreement-first-ever-collective-agreement-platform-economy-signed-denmark/
  6. https://www.flexnieuws.nl/nieuws/fnv-horeca-en-temper-bundelen-krachten/
  7. Stibbe
  8. https://novaramedia.com/2018/12/12/sacked-at-christmas-uber-eats-fires-workers-for-objecting-to-pay-cut/
Martijn Arets is internationaal platform expert en verkent sinds 2012 de opkomst van de platformeconomie en de impact op de samenleving. Bekijk alle berichten van Martijn Arets

8 reacties op dit bericht

  1. Beste Martijn,
    Dank voor deze uitdaging. Ik ben van de FNV en zie de platformen ook als een bedreiging, niet voor de vakbond, maar voor de leden, de deelnemers in een platform.
    Belangrijkste probleem is de versplintering van “werk”.
    Mensen werken meestal in een organisatie, waar ze alle problemen van het bedrijf, samen oplossen.

    De nu bekende platformen doorkruisen die samenwerking en synergie in organisaties.
    Een deel van het bekende werk wordt versplinterd en in stukloon werk aangeboden.
    Dat gebeurt wel efficiënt, het matchen van klussen en uitvoerders.
    Ik vind die efficiency een belangrijke kwaliteit, maar dan zo benut, dat het in het voordeel is van werkenden. Waarom zou het efficiency voordeel alleen naar de platform uitbater moeten gaan?
    De versplintering van werk is echter niet in het voordeel van werkende.

    Jij noemt dat “het centraliseren van gefragmenteerde markt”, maar de arbeidsmarkt bestaat al, je werkt bij een werkgever, met een vaste relatie. Een platform vervangt de werkgever, maar laat hem niet verdwijnen. Alleen een enkel aspect van het werk, en een specifiek soort werk, wordt er mee vervangen.
    Een grotere werkgever zou een platform ook intern kunnen gebruiken, voor zijn vaste medewerkers. Zo zijn managers in zo’n bedrijf wel te vervangen, gedeeltelijk.

    We zien ook dat de eerst successen van platformen, voor de deelnemers leiden tot lage inkomens, waar deelnemers vaak niet van kunnen leven.
    Bij Uber leidt dat tot lange dagen, en gebruik van de Uber app tijdens het rijden ook nog tot veel verkeersongelukken.

    Hier zie je een gebrek aan de platform bedrijven, Uber weet hoe hun chauffeurs de app gebruiken, tijdens het rijden. Toch doen ze daar niets aan.
    Een verantwoordelijke platform uitbater, had de app voorzien van perfect stembediening.
    Dus de platform uitbaters hebben een te grote macht, of arrogante, of gemakzucht, jegens hun gebruikers.
    iemand kan dus de platforms zelf gaan beoordelen op de voorwaarden ervan. Dat kan de vakbond zijn, als die dat oppikt, in Nederland dan.

    Omdat platformen naar hun aard alleen populair worden in een bepaalde niche, kunnen we niet wachten tot zorg van de uitbater jegens de deelnemers, tot betere techniek leidt. Daar hebben ze geen behoeft aan, zolang de gebruikers niet weglopen, en de nichevorming maakt het platform uniek. Tot nu toe.

    Misschien ken je voorbeelden van gekopieerde en dan verbeterde platformen, die een platform concurrentie en innovatie beweging in gang hebben gezet.
    Hoe is het de door taxibedrijven ontwikkelde app’s?

    Mijn beeld is dat platform gebruikers meestal ZZP’ers zijn, en dus geen onderlinge afspraken mogen maken. Maar ik vind dat ze dat toch moeten doen, en dan maar bij de rechter uitvinden waar de grens ligt, en of de wet aangepast moet worden. Dat wordt overigens nu onderzocht, al is de onderzoeksinzet mij niet duidelijk. En uit de internet consultatie krijg ik niet de indruk,dat de overheid, aandacht heeft voor de arbeidsvoorwaarden of contract condities, en onderlinge afspraken van deelnemers.
    https://www.internetconsultatie.nl/mededinging_platforms

    Ik vind dus dat platform deelnemers, onder bepaalde voorwaarden, zich moeten kunnen organiseren voor gezamenlijke afspraken over arbeidsvoorwaarden.
    Hierbij zou het bijvoorbeeld Deliveroo sieren als ze zich gaan opstellen als werkgever, en samen met vakbonden, er een vorm van “werk” van maken. Waar de deelnemers meer zekerheid aan kunnen ontlenen.

    Een met je stelling dat apps en algoritmes ook de naleving van gemaakte afspraken kunnen doen, maar dan moet de platform uitbaters dat wel willen,of een haakje in een app maken, waar een lokale nalevings app op kan inhaken.
    Maar vakbonden zijn nu niet sterk in IT en techniek, dus die gaan daar niet mee komen. Al ga ik het wel voorstellen.

    Als platform deelnemers een cooperatie oprichten, dan is dat een signaal dat de vakbond haar taak als belangenbehartiger laat liggen.
    De FNV heeft dan ook nog de foute neiging zich vooral te richten op de laagst betaalden, en niet op alle werkenden.
    Ken je voorbeelden van (interne) platforms voor mensen met een vaste baan bij een werkgever?

    Dan het gezicht van het platform.
    Voor klant is het platform het gezicht. Het hangt sterk af van het soort werk, of de klant de deelnemer, uitvoerder belangrijk vindt.
    Een klant van deliveroo kijkt langer naar de app of de website, dan naar het gezicht van de deelnemer.
    Bij een taxichauffeur is dat wat anders, want een klant geeft zijn leven wel in handen van een potentieel zwaar vermoeide chauffeur.
    Maakt uber in de app voor klanten zichtbaar hoeveel werkuren een chauffeur er op heeft zitten? Of een vermoeidheids of frisheid score van de chauffeur?
    En gaan ze daar een haakje voor maken in hun app?

    • Dag Henk,

      Dank voor je uitgebreide reactie! De reden dat ik dit soort stukken schrijf is ook juist om de discussie op gang te helpen en duiding in het debat te brengen. In deze ook uitgebreide reactie ga ik in op de door jou aangedragen punten.

      Je geeft aan dat platformen zorgen voor versplintering van werk en dat dit een slechte zaak is. Ik ben bekend met het uitgangspunt vanuit de FNV, maar de versplintering is natuurlijk niet iets dat alleen door platformen komt. Er is een trend naar een steeds meer flexibele arbeidsmarkt. Deels vanuit werkgevers die meer flexibiliteit willen en minder verantwoordelijkheid pakken (dat is niet platform specifiek) en deels ook vanuit de behoefte van een groep werkenden. Dit laatste zie ik nog in weinig discussies terugkomen: er wordt veel over, maar weinig met de werkers op platformen gesproken. Ik stel voor dat je eens met Edwin van FNV Horeca hier over spreekt, hij heeft met zowel aanbieders als inhuurders gesproken.

      Het is mbt deze versnippering ook belangrijk om te beseffen over wie we het in de huidige discussie hebben. En over hoe de omstandigheden zijn van deze groep buiten platformen om. Maaltijdbezorging is doorgaans al een bijbaantje, daar verandert een Deliveroo of UberEats niets aan.

      Wat betreft je opmerking over de efficiëntie van het matchen: dit is niet alleen iets dat in het voordeel is van het platform. Je ziet binnen platformwerk twee soorten matching: on demand automatische matching zoals bij Uber of een algoritme dat een voorselectie doet zoals bij Temper. Dat heeft in principe voordelen voor zowel aanbieder als klant. Dit soort matching werd voorheen overigens in veel gevallen voorheen ook uitgevoerd, maar dan door een intermediair.

      Wat ik bedoelde met het centraliseren van een gefragmenteerde markt is dat bijvoorbeeld de markt van thuisschoonmakers extreem gefragmenteerd is. Niemand heeft een idee wat zich hier afspeelt, omdat het allemaal individuen zijn die onzichtbaar bij mensen thuis schoonmaken. Wel weten we zij doorgaans onder werkomstandigheden werken die zowel FNV als de rest van de maatschappij als niet wenselijk zouden omschrijven. Dit zijn dus geen mensen die bij een werkgever werken, dit is een kwetsbare en onzichtbare groep in het zwarte circuit. Een platform is een centrale spil in dit gefragmenteerde web en kan daardoor in theorie collectief iets goeds doen (of minder slecht) voor deze doelgroep.

      De platformen die nu de boventoon voeren in de discussie zijn inderdaad platformen die aanbieders met lage inkomens (het is nog niet bewezen dat het zorgt voor lagere inkomens) faciliteren. De technieken die platformen gebruiken om hen aan het werk te krijgen en te houden zijn inderdaad voorlopig nog onderwerp van debat. Hier ligt overigens ook een belangrijke rol voor de overheid: Uber kan de app softwarematig beperken met het instellen van een maximaal aantal uur, maar wanneer de chauffeur dan vervolgens via een ander kanaal gaat rijden, dan heeft dit weinig zin. Hiervoor moet regulering komen en een onafhankelijk controle en handhaving systeem, ongeacht via welke weg de chauffeur de ritten krijgt aangeboden. Vertrouwen in de markt is goed, maar je moet natuurlijk niet naïef zijn.

      Naast de platformen voor aanbieders met commodity skills zijn er ook steeds meer platformen voor professionals met unieke en schaarse skills. Waar er voor de commodity skills workers een gevaar is dat het een race tot he bottom wordt, kan het voor de unique skills workers een race tot he top worden. Oftewel: de diversiteit van de platformeconomie is niet in een oneliner te vangen.

      Je spreekt over de macht van een platform, maar die is echt relatief. Zeker een platform als Uber heeft een hyper lokaal netwerk effect en voor zowel vraag as aanbod is het eenvoudig om van aanbieder te wisselen. Het model is erg kwetsbaar.

      Ik zie voor nu nog geen gekopieerde platformen, maar wat ik wel zie is dat er veel platformen zijn die echt wel tot rede vatbaar zijn en in gesprek willen. De houding vanuit o.a. FNV nodigt alleen niet echt uit tot een gesprek. Taxibedrijven ontwikkelen overigens ook apps, maar die zijn nog van inferieure kwaliteit. Hier ligt echt ook een belangrijke opdracht bij de taxi chauffeurs zelf. En bij de horeca ondernemers. Zij sourcen massaal hun online marketing en sales uit aan platformen, investeren niet zelf in kennis en technologie en klagen daarna over afhankelijkheid. Een steeds terugkerend fenomeen.
      Mbt tot het afspraken maken van ZZP’ers: er gaan steeds meer geluiden op om dit toe te staan en de mededingingswet aan te passen. Het paper over de werkerscoöperatie waar ik in mijn stuk naar verwijs gaat hier ook over. Ik voorspel dat hier de komende jaren nog zeker stappen worden gemaakt.

      Ik deel je mening dat vakbonden kansen laten liggen wanneer deelnemers zelf een coöperatie oprichten. Ik zou zeggen: pak het op, er zijn kansen genoeg.

      Ik hoop zo weer wat antwoorden te hebben gegeven op je vragen en gedachten. Voel je vrij om hier onder weer te reageren.

      Groet,
      Martijn

      • Zijn er sectoren van de samenleving of economie waar het kansrijk is dat een vakbond zelf met een platform de werkenden organiseert en faciliteert?

  2. Ik zag de kop en ik dacht: nou heb ik het echt gehad met zipeconomy. Gaan ze vast de platformproblematiek ‘wegpraten’ vanuit de leunstoel van duurbetaalde interim-manager/zzp’er. Zo van “Arbeidsvoorwaarden, pensioen, sociale zekerheid: who needs them?”

    Maar Martijn Arets: interessant stuk dat uitdaagt en tot nadenken stemt. Dankjewel.
    Wel vind ik dat de rol van de vakbond te weinig waardering krijgt. Zij komen op voor de schijnzelfstandigen ook als die dat zelf niet doen. Schijnzelfstandigheid is een ingewikkeld maatschappelijk probleem, en ieder die zich inzet om dat werkelijk op te lossen verdient meer dan geringschattende opmerkingen over het dalende ledental.

    En het wachten is helaas nog steeds op het platform dat zich werkelijk verantwoordelijk toont.

    • Dag Nico,

      Dank voor je reactie, goed om te horen dat ik je beperkte verwachtingen na de titel heb kunnen overtreffen 😉

      Ik zie zeker een grote toegevoegde waarde voor een belangenorganisatie als een vakbond. De reden dat ik deze blog (en ook nog vele anderen) heb geschreven is dan ook juist dat ik vakbonden wil uitdagen om verder te kijken dan de politieke en emotionele agenda.

      Schijnzelfstandigheid is inderdaad een probleem, maar in mijn beleving niet een platform specifiek probleem. Ik zie platformen als een grote vinger die heel erg hard op een bestaande zere plek duwt. Misschien moeten we platformen dan ook dankbaar zijn dat ze nog meer urgentie brengen in een belangrijk debat dat we al jaren voor ons uit schuiven….

      Groet,
      Martijn

  3. Schijnzelfstandigen voorkom je met diverse maatregelen. Alleen, schijnzelfstandigen zijn een verdienmodel voor opdrachtgevers.
    Samen ontduiken ze sociale lasten, die onze samenleving nodig heeft, om rekening met elkaar te houden.
    Het regeerakkoord kondigt en minimum tarief aan van 18 EUR, voor ZZP’ers.
    Maak daar 36 EUR van, zodat alleen echte ZZP overblijven.
    Het is dan voor een opdrachtgever goedkoper om de mensen die niet meer toegevoegde waarde leveren dan het minimum loon, als flex of vaste medewerker worden aangenomen

  4. Martijn,
    Nog 2 vragen

    – Waarom zou het efficiency voordeel alleen naar de platform uitbater moeten gaan?
    Zijn er voorbeelden van platforms waar dat efficiency voordeel in geld naar de werkenden gaat, en waarbij ze een redelijk inkomen krijgen?
    Je schetst het Deense schoonmaak platform Hilfr

    Dat maakt gebruikers vaste medewerker, als ze 100 uur los gewerkt hebben.
    Maar hoeveel garantie geeft dat op voldoende inkomen?
    En is het niet de Deense wet die dat gedrag voorschrijft? (zou ik kunnen uitzoeken, maar jij bent de specialist)

    Verder schrijf je ook over schoonmakers bij huishoudens, dat dat een extreem gefragmenteerde markt is.
    Maar is dat niet gewoon een massa consumenten markt?
    – voor persoonlijke dienstverlening
    – de Nederlandse ov erhed schrijft een minimum uurloon voor, als het netjes geregistreerd wordt en aangegeven bij de belasting
    – En dezelfde persoonlijke dienstverlening kan ook zwart zonder registratie gebeuren
    – Ook zonder betaling, dan noemen we het mantelzorg.
    – De overheid laat zorg betalers emotionele chantage toepassen om naasten en buren, om gratis mantelzorg uit te voeren, ook dat is persoonlijke dienstverlening, waar de overheid op wil bezuinigen.
    Ik vind in deze context zwart werken heel normaal.
    Minder armoedig georganiseerde landen zouden de zorg gewoon goed organiseren, met door de overheid of collectief betaalde zorgverleners met een vaste baan, die zich kunnen inwerken op een vaste groep afnemers.
    Maar het is allemaal persoonlijke dienst verlening, ik vind dat geen gefragmenteerde markt.

    Dus wat bedoel je met een gefragmenteerde markt?
    Pas je het concept markt niet opp te veel verschijnselen toe, dan wenselijk?
    Die afweging is toch iets waar een samenleving democratisch grenzen aan kan stellen?

    We kunnen ook stellen dat we alleen de match efficiency van het online platform benutten, maar verder iedere poersoonlijke verzorger een vaste baan met gegarandeerd elke werkdag een aantal vaste werkuren betalen.
    Dan krijgen ze ook betaald voor efficiency verlies, zoals reistijd en een sociaal praatje, waar de demetrerende houvast aan ontleent.
    Maar dat efficiency verlies heeft wel maatschappelijke waarde

    Is dat erg?

  5. Dag Henk,

    Je zegt twee vragen, maar je stelt er meer. Je zou zo de politiek in kunnen gaan 😉
    Efficiency: er zijn experimenten met platform coöperaties. Een voorbeeld is Green Taxi: 800 chauffeurs hebben ieder 2000 dollar ingelegd, zijn daarmee een coöperatie gestart en hebben geïnvesteerd in een eigen app. Ik heb hier onderzoek naar gedaan en later deze maand verschijnt een (open acces) paper met de resultaten. Je stelling dat de voordelen alleen naar de uitbater gaan is overigens een aanname. Platformen zorgen vaak ook voor een lage prijs voor de consument. Het pijnpunt ligt dan ook vaak bij de aanbieder. En daarnaast: ook dan kun je er nog weinig over zeggen. Neem Thuisbezorgd.nl en de commissie die zij rekenen. Horeca ondernemers sourcen hun online marketing en sales uit naar het platform en in ruil daarvoor betalen ze een commissie per transactie. De vraag is: wanneer zij dit zelf op zouden pakken, zouden zij dan meer of minder geld kwijt zijn. Alleen als je het antwoord op die vraag weet, dan kun je zeggen of een commissie te hoog of te laag is. Mbt Hilfr: ik ben geen jurist, maar voor zover ik heb gehoord heeft dit niets te maken met dat het van de wet moet. Wel is de macht van vakbonden daar natuurlijk een stuk groter dan dat in Nederland het geval is.

    Het probleem met thuisschoonmaak is dat er inderdaad een minimum loon is, maar wanneer klanten dit zouden moeten betalen, dan zou niemand een schoonmaakster inhuren. In Nederland hebben we dan ook de wet Dienstverlening aan Huis waar dit soort werkzaamheden onder vallen. De enige manier om deze groep werkenden onder acceptabele voorwaarden te kunnen laten werken is met overheidssteun. In België hebben ze het systeem van de dienstencheque. Kijk eens op de website van de Correspondent, daar staan een paar heel interessante artikelen over dit systeem.
    Ik zie het overigens wel als een gefragmenteerde markt: je hebt een gefragmenteerde markt van aanbieders (eenpitters) die 1-op-1 transacties met hun klanten doen. Dat dit persoonlijke dienstverlening betreft maakt daarin geen verschil. Net als de schilder, loodgieter, etc. Al is het bij deze doelgroep wel zo dat we er een normale prijs voor willen betalen.

    Met je laatste alinea ben ik het eens, maar dat zie ik als een utopisch droomscenario. Een scenario van een eerlijke en gelijke wereld. Het probleem is alleen: dat is het niet. En dat zal het ook nooit worden. Het enige dat we kunnen doen is ons best doen om de balans zo goed mogelijk te maken en soms accepteren dat de waarheid niet zo is als we zouden willen. Zo zullen platformen in sommige gevallen ook niet bijdragen aan een scenario dat wij als ‘ideaal’ en ‘wenselijk’ zien, maar misschien wel een stuk beter dan dat het nu is. Wanneer we alleen dingen doen met als ondergrens dat topische scenario, dan gebeurt er niks. En dat is een gemiste kans.

    Groet,
    Martijn