Wiebes presenteert Transitieplan invoering Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties.

Hugo-Jan Ruts door
5 reacties

dossiersStaatssecretaris Wiebes (Financiën) heeft zijn transitieplan voor de invoering Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties naar de Eerste Kamer gestuurd. De Eerste Kamer, die de wet momenteel behandelt, drong aan op dit plan dat er voor moet zorgen dat de Wet geen al te grote verstoringen oplevert in de markt voor zzp’ers. Ook voor de zzp-organisaties was dit plan een voorwaarde om hun weerstand tegen de Wet DBA weg te nemen. Wiebes heeft het transitieplan nu naar de Senaat gestuurd.

Wil Wiebes de wet inderdaad per 1 april in laten gaat (zoals nu het plan is), dan moet de Eerste Kamer voor eind januari akkoord gaan. Het wetsvoorstel wordt op 19 januari plenair behandelt in de Eerste Kamer.

Fases invoering

In het plan is sprake van drie fases van invoering:

  1. Voorbereidingsfase. In deze fase ligt de focus op voorlichting en de totstandkoming en goedkeuring van voorbeeldovereenkomsten. Deze fase loopt al. Zo hebben veel zzp’ers vorige week een brief ontvangen daarin staat dat hun huidige VAR geldig blijft tot 1 april. Goedgekeurde overeenkomsten worden op hier op website van de Belastingdienst gepubliceerd.
  2. Implementatiefase.  De wet zou moeten ingaan op 1 april 2016. Daarna worden er geen nieuwe VAR’s meer afgegeven. Tot 1 januari 2017 treedt de Belastingdienst echter nog niet op als nog niet wordt voldaan aan de nieuwe wet.
  3. Invoeringsfase. Vanaf 1 januari 2017 is de wet volledig in werking en wordt hij gehandhaafd.

Nadere invulling wet

  • Met belangenorganisaties is afgesproken dat er getracht wordt om te streven naar ongeveer 40 voorbeeldovereenkomsten. Daarnaast worden er samen met de belangenorganisaties een aantal meer algemene modelovereenkomsten ontwikkelt, die in een groot aantal situaties en sectoren toepasbaar zijn. Deze moeten eind november al klaar zijn.
  • De Belastingdienst gaat ervoor zorgen dat ook eind november 2015 zowel in reeds gepubliceerde voorbeeldovereenkomsten de bepalingen worden gemarkeerd, die fiscaal of voor de werknemersverzekeringen relevant zijn. Op die manier is voor iedereen duidelijk welke bepalingen aangepast kunnen worden, zonder dat het risico lopen wordt dat er een verplicht tot het afdragen of voldoen van loonheffingen ontstaat.
  • Eind november wordt ook het toetsingskader gepubliceerd dat de Belastingdienst hanteert om te beoordelen of er wel of geen sprake is van een dienstbetrekking. Dit toetsingkader – waar ook al maanden naar gevraagd werd – kan gebruikt worden als indicatie bij het opstellen van een overeenkomst.

Whitepaper

Met dit transitieplan, de toegezegde generieke overeenkomsten en toetsingskader lijkt Wiebes dan eindelijk iets meer regie te nemen bij deze ingrijpende verandering waarop het inzetten van (sommige groepen) zzp’er gereguleerd wordt. Het belangrijkste bezwaar van de Eerste Kamer (en van belangenorganisaties) tegen de Wet  DBA lijkt hiermee van tafel, al blijven sommige senatoren hameren op het punt dat ze liever het wetsvoorstel bespreken in een bredere discussie over de zzp’ers en de arbeidsmarkt. Een discussie die het kabinet nu juist liever nu niet op de politieke agenda wil zetten.

Ter voorbereiding op deze nieuwe wet heeft ZiPconomy een uitvoerige Whitepaper geschreven, met daarin 12 punten die elke zelfstandige, opdrachtgever en bemiddelaar moet weten over de Wet DBA. Deze gratis whitepaper is hier te vinden.

Actualiteiten rond dit de Wet DBA kunt u volgen en teruglezen op in dit ZiP-dossier  

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. Het feit dat er Wiebes een transitieplan naar de eerste kamer heeft gestuurd betekent niet dat de belangrijkste bezwaren tegen de wet DBA zijn weggenomen.

    Veel zzp-opdrachtgevers gebruiken een intermediair of broker bij de inzet van zzp-ers. Zij zijn gewend dat deze alle zaken rondom zzp-inhuur voor hun ondersteunen en eventuele problemen oplossen. Bovenal verwachten inleners dat zij door intermediairs worden gevrijwaard op diverse fiscale aspecten zonder dat zij daar zelf een wezenlijke rol in spelen of verantwoordelijkheid hoeven te nemen.

    In de nieuwe situatie wordt dat echt anders.

    Hierdoor ontstaat onduidelijkheid bij opdrachtgevers over de risico’s die verbonden zijn aan zzp-inzet.

    Het is al wel duidelijk dat een aanzienlijk deel van de zzp-ers niet langer kan worden ingezet. Zij zijn al te lang structureel ingezet, afhankelijk van de opdrachtgever of werken onder leiding en toezicht.

    Nu al zijn opdrachtgevers huiverig voor de inzet van zzp-ers. Rechtstreeks of via een intermediair.

    Een aantal zzp-leveranciers bereiden zich hierop voor door zzp-ers voor de duur van de opdracht op de loonlijst te zetten.

    Al met al verslechtert de concurrentiepositie van de zzp-er in het speelveld van de flexmarkt door de wet DBA. Veel grote opdrachtgevers vervangen zzp-inzet door detachering. Ik schat in dat minimaal 150.000 zzp opdrachten structureel zullen verdwijnen.

  2. Het is zeker te verwachten dat een flink aantal zzp-ers / zzp-opdrachten niet gaan passen in de nieuwe wetgeving. Voor een deel is de vraag of dit zo moet worden betreurd – het lijkt er namelijk op dat een groot deel hiervan vooral neerslaat in de categorie gedwongen zzp-ers. En we kunnen het er met elkaar over eens zijn dat die categorie een steuntje kan gebruiken.

    Daarnaast is het zeker waar dat de nieuwe wetgeving voor veel opdrachtgevers leidt tot onduidelijkheid en vrees voor risico’s. Die zij ongetwijfeld het liefst zullen willen verplaatsen naar de intermediair. Deze loopt echter, zeker als het tussenkomstmodel wordt gebruikt, ook zelf de nodige risico’s. En zal deze willen verplaatsen naar, of delen met, de opdrachtgever.

    Alleen al daarom ontstaat er dynamiek. Intermediair en opdrachtgevers zullen in overleg met elkaar moeten treden hoe met de nieuwe wetgeving wordt omgegaan. Inventieve intermediairs zullen komen met nieuwe vormen van dienstverlening om de klant te ondersteunen, bijvoorbeeld bij het beheer van de zzp-pool. Er zal veel meer situationeel gekeken moeten worden bij welke flexvraag welke flexvorm past. De intermediair wordt daardoor veel meer een flexbureau, dat behalve uitzenden alleen, allerlei flexproposties als zzp-modellen en contracting in portefeuille moet hebben.

    Er zitten veel nadelen aan de nieuwe Wet DBA. Het biedt van geen kanten dé oplossing waar de sector (of breder, de arbeidsmarkt) op heeft zitten wachten. Zelfs één van de belangrijkste argumenten om hiertoe te komen (het moet beter handhaafbaar worden dan de VAR) houdt geen stand: Ook dit systeem zal moeilijk of niet te controleren en handhaafbaar zijn.

    Maar het lijkt er op (als de Eerste Kamer instemt) dat dit is wat het is. En met dat als uitgangspunt ontstaan er allerlei nieuwe en boeiende mogelijkheden voor de flexbranche.

  3. Goed commentaar en analyse.
    Een opmerking: het gaat hier om schijnzelfstandigen. Dat is wat anders dan gedwongen zelfstandigen. Gedwongen is iemand die geen andere mogelijkheden heeft in de arbeidsmarkt dan te werken als zzp’er. Soms zijn ze ook schijnzelfstandigen, maar vaak niet. Daarbij zijn veel schijnzelfstandigen helemaal niet gedwongen om in die positie te werken (denk maar aan IT-ers die al jaren als zzp; er fulltime bij 1 opdrachtgever werken).

    • Op het gevaar af een semantische discussie te starten: Ik denk dat we het inhoudelijk eens zijn, maar je uitwerking volg ik niet. Gedwongen is in mijn analyse ook degene die mogelijkerwijs wel in een andere hoedanigheid op de arbeidsmarkt actief kan zijn (bijvoorbeeld in loondienst), maar door werkgever/opdrachtgever gedrongen wordt een positie als zelfstandige in te nemen. Je kunt die met recht schijnzelfstandigen noemen. Vooral die categorie zou naar mijn idee een steuntje kunnen gebruiken, en mag gehoopt worden dat de Wet DBA een handje helpt.

      De andere categorie die je onder schijnzelfstandigen laat vallen wordt inderdaad waarschijnlijk ook getroffen door de nieuwe wet, maar het is maar zeer de vraag of dat gewenst is / door hen gewenst wordt. Een groot deel van deze ‘schijnzelfstandigen’ is overtuigd zzp-er. Wat mij betreft is het één van de missers van de wet dat voor deze categorie geen oplossing wordt geboden.

      • @Maarten.
        Het verschil tussen gedwongen en schijnzelfstandigheid is relevant, omdat het twee verschillende problemen zijn met verschillende maatregelen. Helaas haalt Min Asscher ze ook wel eens door elkaar. Ik schrijf daar binnenkort een artikeltje over.

        De groep gedwongen schijnzelfstandigen zijn m.i. maatschappelijk gezien het grootste probleem en die groep verdient idd een steun in de rug (met het wegnemen van een VAR waarmee goede controle bij opdrachtgevers niet mogelijk was).

        Ik denk overigens niet dat het een misser van de Wet is dat er geen ‘oplossing’ is voor (niet gedwongen) zzp’ers die al jaren maar een opdrachtgever hebben. Die groep is wel degelijk ter sprake gekomen bij de behandeling Je kan je inderdaad afvragen wat daar nu precies het probleem is (niet voor opdrachtgever en opdrachtnemer is); het is meer een politiek oordeel of bijv fiscale voorzieningen voor zzp’ers nu bedoeld zijn voor deze categorie. Deze groep zal niet direct de eerste prioriteit hebben bij controle belastingdienst, maar komen wellicht later wel aan de orde.