De actuele flexcijfers van Nederland op een rij

Cijfers over aantal flexwerkers vierde kwartaal 2014 op basis van cijfers van het CBS, door Peter Bargon.

Naar aanleiding van mijn eerder gepubliceerde artikel ‘Hoe bepaal ik de ideale flexibele schil voor mijn organisatie?’ kreeg ik veel verzoeken om een ‘update’ te publiceren over de landelijke omvang van de flexibele schil.

Ik heb daarom de omvang opnieuw in kaart gebracht op basis van de laatst bekende gegevens over het 4e kwartaal 2014 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor het bepalen van de landelijke omvang van de flexibele schil heb ik de volgende indeling aangehouden:

  1. Flexibele arbeidsrelaties
  2. Zelfstandigen zonder personeel
  3. Zelfstandigen met personeel

ad 1. Flexibele Arbeidsrelaties

Het CBS onderscheidt bij een flexibele arbeidsrelatie de volgende werknemers:

  • Tijdelijk met uitzicht op vast
  • Werknemers tijdelijk >= 1 jaar
  • Werknemers overig tijdelijk
  • Uitzendkrachten
  • Oproep- of invalkrachten
  • Werknemers vast geen vaste uren
  • Werknemers tijdelijk geen vaste uren

Note: Payrolling is niet opgenomen, omdat CBS hiervan geen separate cijfers publiceert.

ad 2. Zelfstandigen zonder personeel

Een persoon met als (hoofd)baan het verrichten van arbeid voor eigen rekening of risico in een eigen bedrijf of praktijk, of in een zelfstandig uitgeoefend beroep en die daarbij geen personeel in dienst heeft.

ad 3. Zelfstandigen met personeel

Een persoon met als (hoofd)baan het verrichten van arbeid voor eigen rekening of risico in een eigen bedrijf of praktijk, of in een zelfstandig uitgeoefend beroep en die daarbij personeel in dienst heeft.

De cijfers zien er dan als volgt uit:

Flexibele Arbeidsrelaties    
Tijdelijk met uitzicht op vast 383.000
Werknemers tijdelijk ≥ 1 jaar 149.000
Werknemers overig tijdelijk 118.000
Uitzendkrachten 203.000
Oproep- of invalkrachten 233.000
Werknemers vast geen vaste uren 73.000
Werknemers tijdelijk geen vaste uren 104.000  
  1.263.000
Zelfstandigen    
Zelfstandigen zonder personeel 829.000
Zelfstandigen met personeel 332.000  
    1.161.000
     
Landelijke omvang flexibele arbeid   2.424.000

bron: CBS

flexibele arbeid vierde kwartaal 2014
flexibele arbeid vierde kwartaal 2014

Hieruit is te concluderen dat gemiddeld 33,5% van de werkzame beroepsbevolking uit flexibele arbeid bestaat.

vast versus flex contract vierde kwartaal 2014
vast versus flex contract vierde kwartaal 2014

Heeft u aanvullingen? Of vragen? Laat het mij dan weten via de reactiemogelijkheid onder dit artikel. U kunt me ook rechtstreeks benaderen via peter.bargon@yacht.nl.

Drs. ing. Peter Bargon studeerde ICT en Bedrijfswetenschappen aan de Universiteit van Leiden. Hij is werkzaam bij de Kamer van Koophandel als Directeur Landelijke Dienstverlening. Bekijk alle berichten van Peter Bargon

5 reacties op dit bericht

  1. Beste Peter,

    een mooi overzicht dat echter weinig zegt over de omvang van de flexibele schil. Gezien vanuit het perspectief van de inlener ontbreekt het hele speelveld detachering en advisering en zoals je al aangaf payrolling. Daartegenover staan segmenten die voor de inlener niet tot de flexibele schil horen zoals zelfstandigen met personeel.

    Met vriendelijke groet,

    Rob de Laat

    • Beste Rob,

      Altijd goed om een kritische noot te vernemen 😉 Ik ben het echter niet met je eens dat deze cijfers weinig zeggen over de omvang van de flexibele schil.

      Deze cijfers zijn gebaseerd op de onderzoeken van het CBS en je mag uiteraard van mening verschillen over de indeling die het CBS hanteert. Het CBS hanteert de flexibele arbeidsrelaties als uitgangspunt met daarbij opgeteld de zelfstandigen die zich op basis van arbeid laten inhuren kom je tot de flexibele schil.

      De medewerkers van detacherings- en adviesbureaus met een vast dienstverband behoren daarmee niet tot een flexibele arbeidsrelatie en tellen dus niet mee voor de flexibele schil, ondanks dat deze medewerkers op tijdelijke opdrachten te werk worden gesteld.

      Zelfstandigen met personeel betreft hier de doelgroep die zich ook laten inhuren op basis van het verrichten van arbeid. Denk bijvoorbeeld aan accountants of juristen. Deze kantoren hebben daarbij ook ondersteunend personeel in dienst. Ik vind deze accountants en juristen zeker in de flexibele schil thuishoren, maar daar mag je van mening over verschillen.

      Payrolling is inderdaad niet in de grafieken opgenomen, omdat het CBS geen cijfers over payrolling publiceert.

      Overigens wordt op deze wijze door meer partijen gepubliceerd. Kijk de ABU flexpocket er maar eens op na die periodiek een overzicht van alle vormen van flexibiliteit op de arbeidsmarkt publiceren op basis van deze indeling.

      Met vriendelijke groeten,
      Peter

  2. Peter, Rob,

    Ik ken jullie beiden als zeer kundig op het gebied van flexibele arbeid. Uit beide reacties maak ik in ieder geval een gemeenschappelijke deler op: flexibliteit van arbeid is een substantieel onderdeel van de maatschappij en de economie vaart wel bij maximale flexibiliteit. Alle energie van de overheid om te streven naar meer vast en minder flex zou moeten worden ingezet om arbeidsflexibiliiteit als onderscheidend en waardetoevoegend te zien.

    Wat wil men aantonen met deze lijstjes?

    Groet, Igor Bömer

    • Hallo Igor,

      Dank voor je reactie. Ik ben het zeker met je eens dat de overheid meer zou moeten inzien dat flexibele arbeid waarde toevoegt en een belangrijke bijdrage levert aan economische groei. Hier zou je als overheid zeker meer energie in moeten stoppen. Het is zeker aardig om de cijfers van jaren terug te zien. Er zijn interessante trends uit te herleiden. Daarnaast merk ik dat organisaties deze cijfers gebruiken als een soort ‘benchmark’ om te zien hoe hun eigen flexibele schil zich verhoudt tot deze landelijke cijfers. Voor een dergelijke benchmark zou het natuurlijk beter zijn als dit bijvoorbeeld ook elk kwartaal op branche niveau goed wordt onderzocht. De huidige sectorindeling die het CBS hanteert is helaas niet voldoende.

      Groeten, Peter