"Exploring the future of work & the freelance economy"

ZZP’ers willen vertegenwoordigd worden in de polder. Maar hoe zorgen we daarvoor?

Een oproep: hoe krijgen zzp’ers meer invloed op de politiek en beleidsmakers?

kizo logoZzp’ers vinden het belangrijk dat hun belangen worden behartigd in bestaande overlegstructuren als de SER en de politiek. Dat blijkt uit recent onderzoek van het KiZO. Tegelijkertijd stellen politici en beleidsmakers dat ze moeilijk kunnen omgaan met deze versnipperde groep. 

Een oproep: hoe krijgen zzp’ers meer invloed op de politiek en beleidsmakers?

ZZP’ers nog geen structurele plek in de polder  

Het Kennisinstituut Zelfstandig Ondernemerschap (KIZO), deed dit jaar onafhankelijk onderzoek naar de belangenbehartiging van zzp’ers in de landelijk politiek en in het bekende Nederlandse poldermodel. Het volledige onderzoeksrapport is hier te vinden. Hieruit kwam naar voren dat zzp’ers het belangrijk vinden dat hun belangen behartigd worden in de overlegstructuur van de polder.  Dat vraagt om een duidelijk onafhankelijk en herkenbaar profiel, zoals de SER.

Tegelijkertijd hebben de overlegpartners zoals de overheid, politieke beleidsmakers en sociale partners niet altijd een even serieus beeld van zzp’ers. Deze bevinding maakt duidelijk dat zzp’ers nog niet de gewenste structurele plek in de overlegeconomie hebben gekregen.

Het onderzoek leidde onder meer tot de volgende bevindingen:

  • De overheid investeert miljoenen euro’s in vakbonden, werkgeversorganisaties, sectoren en industrieën, maar er is geen beleid om ook te investeren in gelijksoortig overleg met zzp’ers.
  • De motivatie die politici en beleidsmakers hiervoor geven, is dat zij moeilijk kunnen omgaan met deze versnipperde groep, die anders georganiseerd is dan de traditionele polder. Daarnaast wordt aangegeven dat er onvoldoende kennis en te weinig fundamentele aandacht is over en voor zzp’ers. Volgens enkele respondenten zagen politici zzp’ers als een tijdelijk economisch verschijnsel, dat vanzelf weer zou verdwijnen.
  • Er is op dit moment uitsluitend aandacht voor zzp’ers vanuit economisch en fiscaal perspectief. Bijna een miljoen zzp’ers zijn nog steeds een uitruilpost op de politieke agenda’s. Mogelijk kunnen de uitkomsten van de interdepartementale werkgroep zzp, die momenteel aan haar langverwachte rapport werkt, hier verbreding realiseren.
  • Uit het onderzoek blijkt verder dat overheid, industrie en sectoren er allen belang bij hebben om iets te betekenen en verbinding te zoeken met zzp’ers, maar het is niet de prioriteit om die verbinding te leggen of de confrontatie met bestaande machtspartijen uit de weg te gaan.

Hoe maken we de volgende stap?

De genoemde bevindingen maken duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is. Een van de hoofdconclusies uit het onderzoek is dan ook dat bestaande belangenbehartigers, hoe gewaardeerd ze ook zijn, de politiek en overheidsinstellingen zodanig moeten bewegen dat zij hun afwachtende c.q. afwijzende houding veranderen. Hoe gaan we dat organiseren?

De vraag die wij de lezers van ZiPconomy dan ook willen voorleggen luidt:

Hoe krijgen wij meer invloed op de politiek en beleidsmakers, zodat zij niet meer kunnen ontsnappen aan de werkelijkheid van de zzp-maatschappij?  

Wij (Kizo) zijn nieuwsgierig naar de ideeën en meningen van lezers. Dus laat een reactie achter onder dit bericht, zodat we daar over verder in gesprek kunnen.

De discussie en mogelijke denkrichtingen die dit oplevert, verwerken wij graag in de aanbevelingen aan belangenbehartigers. We delen de uitkomsten natuurlijk ook met de lezers van ZiPconomy. Zo creëren we beleidsvorming vanuit de doelgroep zelf.

Prof. dr. mr. Leo Witvliet is onder andere hoogleraar interim management en flexibiliteit van kennis aan Nyenrode en mede oprichter van het Instituut Interventie Management (IIM). Bekijk alle berichten van Leo Witvliet

68 reacties op dit bericht

  1. Het zou wel helpen wanneer meer zelfstandigen de reflex konden bedwingen om onmiddellijk te roepen: “maar hij/zij vertegenwoordigt mij helemaal niet”, wanneer pogingen gedaan worden om een effectieve lobby op te zetten.

  2. Ik denk dat oprichting van een soort ‘zzp-parlement’ een hulpmiddel kan zijn om de zzp’er een directe smoel/inspraak te geven. Ik laat me hiervoor inspireren door het ondernemersparlement van ONL maar dan voor zzp’ers. Elke beroepsgroep (tolken/vertalers, verpleegkundigen, IT’ers etc) krijgt een vertegenwoordiging om die kernproblemen voor die beroepsgroep vast te stellen. Dan zal blijken dat sommige zaken voor alle zzp’ers gelden en sommige zullen specifiek zijn. Vervolgens kan je -samen met de bestaande vertegenwoordigers zoals FNV Zelfstandigen, PZO en ZZP Nederland- een lobby-aanpak ontwikkelen.
    Op deze wijze zijn meer zzp’ers direct betrokken bij wat er in de polder (en in Brussel) wordt geregeld.

      • Ik zou zeggen 3x per maand vergaderen in Brussel en 1x in Straatsburg…..:))

        Maar serieus: Ik denk wel aan een soort verkiezingen (online) van vertegenwoordigers van bepaalde zzp-beroepsgroepen die samen lobbyen, beleidsvoorbereiding doen, elkaar versterken en de bestaande polderorganisaties beïnvloeden. Het lastige is om niet teveel nadruk te gaan leggen op structuur en taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, maar de kracht, creativiteit en snelheid van de zwermen te gaan benutten….

        Doel zou moeten zijn om een deel van de macht op te eisen namens 1 miljoen kleine ondernemers die individueel niets te vertellen hebben.

  3. Ik denk dat de belangenvertegenwoordigers scherpere keuzes moeten maken met betrekking tot wie ze nu eigenlijk vertegenwoordigen. ZZP-ers is een te breed begrip onder een noemer te vangen. De belangen zijn nu simpel weg te divers.

    • Beste Peter,
      Ik deel je mening dat de groep zzp’ers divers is en derhalve vragen oproept met betrekking tot vertegenwoordiging. Scherpere keuzes zijn daarbij van belang om helderheid te verkrijgen. Ik ga er wel van uit dat er bepaalde op macro niveau spelende vraagstukken zijn die het verdienen dat er een gemeenschappelijk standpunt ingenomen gaat worden door de belangenbehartigers. Een voorbeeld is voor mij de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, waar duidelijk een eigen plaats moet komen voor mensen die zelfstandig hun diensten willen aanbieden en als normaal lid van de werkende gemeenschap moet kunnen behoren. Hetzelfde geldt voor vraagstukken waarbij het het gebruik maken van collectieve regelingen noodzakelijk is omdat de risico’s niet individueel op te lossen zijn.(hier zijn uiteraard uitzonderingen, maar die zijn uitzonderingen op de regel en niet de regel. In de discussie die nu ontstaat zou ik graag achterhalen waar wij met elkaar moeten optreden en de onderwerpen waar het verschil juist bepalend is. Mijn denken wordt daarbij beïnvloed door een opbouw in gelaagdheid, die onderaan uitgaat van het individu en zijn directe omgeving, het niveau daarboven waar kan ik het niet meer in eigen kring regelen, welke zijn vervolgens de onderwerpen die ook niet mer door die regelkring opgepakt kunnen worden en dan kom ik op het niveau van gemeenschappelijk vraagstukken, die mogelijk lokaal of op landelijk niveau opgepakt moeten worden. Een beweging van onderop, die omhoog gaat.Voorlopig even mijn reactie
      Leo
      Leo

      • Ik vraag me af of formele overlegstructuren zoals we die al heel lang kennen inderdaad nog wel van deze tijd zijn. Ik denk dat er naar andere systemen toegewerkt moet worden waarbij mensen b.v. online kunnen stemmen en er vervolgens snel beslissingen genomen worden. Dus ook hiervoor nieuwe ad-hoc ‘netwerkorganisaties’. Virtuele organisaties.

        Vg
        Tony de Bree
        Auteur ‘Geld verdienen met jezelf’

    • Beste Peter,

      jouw opmerking over diversiteit raakt aan de fundamentele paradox: iedereen voelt zich uniek en wil specifiek vertegenwoordigd worden, terwijl de beleidsmakers en besluitvormers in het onderzoek van KIZO juist aangeven dat ze een “eenduidig, herkenbaar en consistent” geluid op prijs stellen.

      Niet alle werknemers zijn hetzelfde, niet alle werkgevers/ondernemers hebben hetzelfde belang en zelfstandigen zijn allemaal uniek.

      Tegelijkertijd zijn er op een aantal onderwerpen generieke belangen (grootste gemene delers) die deze groepen onderscheiden.

      Vanuit FNV Zelfstandigen kiezen we daarom voor meer sporen van beïnvloeding.
      Op generieke zzp-onderwerpen werken we intensief en constructief samen met de andere grote zzp-organisaties. De creatie van het ZZP Pensioen en de lobby ten aanzien van de VAR/BGL zijn actuele voorbeelden.
      Tegelijkertijd werken we intensief samen met zeer diverse beroeps- en branche-organisaties – de issues in de zorg zijn net weer anders dan die in het onderwijs, en ict’ers hebben een ander profiel dan webshop-houders of hoveniers.

      Een verschil met sommige andere belangenbehartigers is dat wij een echte leden-organisatie zijn. De vraag hoe scherp je als verening keuzes maakt wordt dus door de leden zelf bepaald.
      Uiteraard zijn er accentverschillen (bijv: jongere leden hechten meer belang aan inkoopvoordeel dan oudern), maar alle leden vinden collectieve belangenbehartiging van belang.

      De grote overeenkomst tussen onze leden is dat het allemaal zeer bewuste zp’ers zijn. Een bovengemiddeld opleidingsniveau, een bovengemiddeld aantal dat wél voor AOV en pensioen zorgt, en een groot aantal dat hecht aan “nette” arbeidsverhoudingen. Deze grote gemene deler geeft wat ons betreft voldoende scherpte in de positionering.

      Daarmee sluit ik me aan bij Ronald Dekker: Het is een eigenschap van veel zp’ers om zich net anders te voelen dan andere zp’ers – terwijl het gemeenschappelijk belang vaak evident is.

  4. Als jonge zelfstandige heb ik wel behoefte aan een orgaan die zowel zzp-ers vertegenwoordigt als ook eenduidige informatie verstrekt over voor zzp-ers relevante informatie mbt de politiek. Er zijn zoveel informatiestromen die hun eigen mening al hebben verwerkt in de stukken die ze publiceren over de “ZZP-politiek”. Vaak weet ik dan niet wat er nou feitelijk zich heeft afgespeeld. Een belangenbehartiger zou die rol wellicht ook kunnen vervullen.

    • Beste Carlijn
      Een heel duidelijke suggestie, zorg als belangenbehartigers in 1ste instantie voor een éénduidige informatie voorziening, ontdaan van allerlei interpretaties. Vervolgens kunnen partijen hun mening daaraan toevoegen, zodat je weet waar je eigen keuzes kunt maken. Dit in tegenstelling tot het idee dat de belangenbehartiger al direct zijn interpretatie en kleuring geeft aan de feiten.
      Graag hoor ik ook van jou als jong zelfstandige welke issues volgens jou een meer collectieve benadering nodig hebben en waar het meer individueel kan. Zie ook mijn reactie bij Peter.

    • Beste Carlijn,
      dit is een zeer herkenbaar punt.

      Vanuit FNV Zelfstandigen (en ons Kennisplatform) proberen we waar mogelijk ook objectiveerbare informatie te presenteren.
      Helaas is dit lastig; enerzijds door de diversiteit binnen de “groep”zp’ers, anderzijds doordat de “instanties” in onze ogen onvoldoende objectief cijfermateriaal produceren. Het is opvallend hoezeer onderzoeken vanuit SCP, CPB, CBS en de wetenschap elkaar regelmatig tegenspreken.

      Wij dringen er bij de overheid dan ook op aan om al het beschikbare cijfermateriaal zonder analyse ter beschikking te stellen.

      • @Leo, dat is inderdaad wat ik bedoel en dan op collectief niveau. Ik zou zelf niet snel weten wanneer ik een individuele benadering ‘nodig’ zou hebben. (maar dat kan ook zijn omdat ik daar simpelweg nog niet tegenaan gelopen ben)
        @Henk, Bizar dat dit soort rapporten vaak niet voldoende objectief zijn. Goed dat jullie daar naar vragen. Benieuwd ook naar de reden hiervan.

        Dank voor jullie reacties!

  5. Nieuwe vertegenwoordigers staan op en willen met de beste bedoelingen van alles betekenen voor inmiddels een klein miljoen medeburgers die alleen met elkaar het ‘ZZP’-schap gemeen hebben. Gedoemd te falen, wegens ontbreken van enig andere grootste gemene deler naast het ZZP-stempel. Zoals hier boven ook, maar omzichtig (moeilijk, moeilijk), reeds geconstateerd.

    Onttakel liever oude machtsstructuren om het enige echte democratische systeem van “one (wo)man, one vote” de ruimte te laten. Weg met alle lobbyclubs, en vooruit met fact-based beleid maken in combinatie met serieuze en wetenschappeijk verantwoorde (lokale) sociaal-economische experimenten.

    Voor de SER is hierin een plek voorzover zetels gevuld worden met complementaire expertises die het breedst mogelijke wetenschappelijke spectrum vertegenwoordigen terzake sociaal-economische vraagstukken. Dat past ook beter bij haar volledige naam, Sociaal Economische Raad.

    • Jan Maarten, de SER heeft in 2010 een adviesrapport uitgebracht over ZZP’ers. In ons onderzoek geven beleidsmakers als politici aan dat zij vinden dat er nog niet voldoende met dit SER advies is gedaan. Fact based beleid met daaraan gekoppeld maatschappelijke en wetenschappelijk verantwoorde (lokale) sociaal-economische experimenten een mooi antwoord op de hoe vraag. De complementaire expertises in de SER die binnen haar brede perspectief alle manieren van werken -en ondernemen (waaronder zzp) een duidelijke plek geven. Mooi.

      • Beste Jan Maarten,
        Je idee is duidelijk. Ik ga de komende dagen het rapport van het CPB bestuderen wat gaat over de tanende belangstelling voor vertegenwoordigende organen en lidmaatschappen van verenigingen die zoals dat heet het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen. Het vraagstuk van een directere democratie staat ook volop in de belangstelling.Ik denk dus dat er een onttakeling al plaats vindt van de oude structuren, maar zie ook dat wij nog niet een voldoende beweging hebben, waarbij er een alternatief is om die zaken die echt collectief moeten ook met de juiste beïnvloeding te laten plaats vinden.
        In de gedachte vorming over individueel en collectief ben ik erg beïnvloed geraakt door de oratie van Schuijt aan de Erasmus Universiteit, onder de titel Noden en Wensen, waar hij een sociologische beschouwing geeft over de ontwikkeling van de verzorgingsstaat. Gewoon op internet te vinden
        Leo

    • Beste Jan-Maarten,
      Volgens mij helpt het niet om de revolutie af te roepen op de bestaande structuren.
      Dit gaat namelijk niet lukken als de gevestigde orde niet begrijpt wat ons beweegt, namelijk ondernemer zijn in een kleine vorm en plezier hebben in het werk wat we doen zonder daarbij aan de leiband te lopen van iemand die bedenkt hoe ik mijn werk moet doen.
      De bestaande structuren zijn in honderden jaren gegroeid en kun je niet zomaar met een economisch motief overboord gooien, de franse revolutie zal niet meer werken in Nederland anno 2015.
      Als we dingen willen veranderen en als we invloed willen uitoefenen, dan zal dat van binnenuit moeten gebeuren en niet van buitenaf de Bastille bestormen.
      Hopelijk zijn organisaties die ZP-ers “vertegenwoordigen” in staat om de grootste gemene deler te vinden en de belangen daarvan te behartigen, zonder daarin aanmatigend te worden. DE ZP-er bestaat niet, er bestaat wel een grote groep ZP-ers die de keuze gemaakt hebben zelfstandig te zijn.

      • Eens.
        Daarbij hebben we vanuit FNV Zelfstandigen twee principes die in de praktijk blijken te worden gewaardeerd – ook in “Den Haag”:
        * Onze achterban bestaat uit bewuste zelfstandigen. Deze grote gemene deler (die zowel voor de “klassieke” zelfstandig beroepsbeoefenaren als de “nieuwe werkenden”opgaat) is een heldere leidraad in onze positionering.
        * Onze achterban is zeer divers – van hovenier tot ICT-consultant en van zorgverlener tot interim-manager. Juist doordat we naast de “grote gemene deler” ook de verschillende perspectieven herkennen kunnen we nuances aanbrengen.

  6. Ik volg de zzp-vertegenwoordigers niet dagelijks, maar soms denk ik wel eens: het kan allemaal wel wat minder braaf. In een poging om gedoogd te worden tussen de grote jongens kleuren de zzp-vertegenwoordigers vaak binnen de lijntjes (Mogelijk komt het omdat organisaties als PZO en FNV Zelfstandigen geboren zijn vanuit bestaande instituties). Er wordt vaak gesproken over ‘de politiek’ of ‘den haag’, in plaats van individuele partijen of kamerleden wat scherper in de publiciteit aan te spreken op hun stemgedrag. Laat die politieke partijen maar wat meer de electoraal potentie van alle zzp’ers voelden.

    • Beste Carla
      Ik denk dat je een vinger op een zere plek legt. De bestaande belangenbehartigers komen voort uit de bestaande (oude) orde. Het is dan ook niet voor niets dat er in de SER een zzp vertegenwoordiger zit namens de werknemersorganisaties en vanuit de werkgeversorganisaties. Of een andere binding via de vakorganisaties FNV of CNV of via VNO NCW.. Het onderzoek laat zien dat deze partijen een onafhankelijke positie innemen ook binnen hun eigen moederorganisaties, maar of dit altijd voldoende over het voetlicht komt is maar de vraag. Vandaar ook de suggestie die in het onderzoek gedaan is, boven deze partijen, uitgebreid met zzp sector en branche vertegenwoordigers een eigen zzp paraplu organisatie. Of zoals door een iemand verwoord de het eigen zzp parlement.
      Leo

      • Bij volwassen worden hoort ook het losmaken van de moeder/vaderband. Dat doet even pijn, maar is onvermijdelijk.

        • De analogie van de moeder/vaderband doet in mijn ogen geen recht aan de volwassenheid en de vrije keuze van de Zelfstandigenorganisaties.

          Als relatieve nieuwkomer in het veld heb ik ervaren dat de Ledenraad van FNV Zelfstandigen een zeer rationele keuze heeft gemaakt ten aanzien van de aansluiting bij de FNV.

          In de eerste plaats is de leidende vraag als belangenbehartiger: “Vanuit welke positie kan ik de belangen van mijn leden optimaal behartigen?” De leden hebben (in alle vrijheid!) geconcludeerd dat een positie binnen bestaande structuren meer impact heeft dan een stap buiten de bestaande structuren. Pragmatisch: de polder is een gegeven, en actieve beïnvloeding binnen de polder heeft meer effect dan het langs de zijlijn roepen dat het anders zou moeten.

          In de tweede plaats is ook de bestaande polder een factor om te beïnvloeden. Oftewel: vanuit FNV Zelfstandigen hebben we ooit uitgesproken dat we “een sleepboot van de tanker FNV” willen zijn. Vernieuwing van binnenuit heeft wellicht meer effect dan vechten tegen …

          Last but not least: in een aantal actuele dossiers (Pensioen, VAR/BGL) heb ik ervaren dat de zzp-organisaties samen een verbindende rol kunnen spelen. Door enerzijds gezamenlijk namens de zzp’er te spreken en anderzijds te verbinden met koepels (zoals VNO en FNV) ontstaat een breed draagvlak.

          • @Henk,

            Duidelijk antwoord. Denk zeker dat er al veel bereikt is. De oproep die hier geplaatst is (voor jullie, als ik het goed begrijp) is echter hoe het toch nog beter kan.

          • … en dat is precies de reden dat wij samen met KIZO dit onderzoek hebben geïnitieerd: blij met alle reacties en suggesties!

      • Ik denk dat het belangrijk is om een zelfstandige belangenbehartiger te hebben voor ZZP-ers die namens die beroepsgroep het gesprek met beleidsmakers en -bepalers voert. Hoewel -zoals Leo aangeeft- de ZZP-mensen binnen de reguliere vakbonden een onafhankelijke positie innemen, kan ik mij voorstellen dat op die plekken waar de vakbonden voor al haar leden spreekt, het onderscheidende belang van de ZZP-leden vervliegt.
        Ik zie nog te vaak dat vakbondsmensen in de oude arbeidsmarktpatronen denken waarin afhankelijkheid van werknemer naar werkgever de boventoon voert boven wederzijds afhankelijkheid en dus verbinding en gemeenschappelijke belangen. Daar is de ZZP-er de concurrent voor de ‘vaste’ medewerker van werkgevers die lid zijn van dezelfde vakbond.
        In de ontwikkeling van flexibiliteit van de arbeidsmarkt neemt de ZZP-er een groeiende rol in, naast mensen met tijdelijke arbeidscontracten of ingeleenden via uitzend- en detacheringsconstructies. Die verdienen een eigen geluid en aanspreekpunt in platforms waarover economische en arbeidsmarktontwikkeling wordt gesproken….

        • Ik ben een groot voorstander van directe vertegenwoordigers die zelf ook ervaringsdeskundige zijn. Tijdelijke functioneren en ook gemakkelijk verwijderd kunnen worden. Het hele systeem van koepels en andere centrale besluitvormingslichamen hebben wat mij betreft inderdaad zijn langste tijd gehad.

          @Frank. Ik vind dit heel erg formeel en niet ver genoeg gaan. We moeten out-of-the-box gaan kijken hoe je besluitvorming op een ander, modernere manier kunt inrichten. Hetzelfde geldt voor ons huidige democratische systeem. En je moet mechanismen inrichten waardoor de vertegenwoordigers veel meer dan nu het geval is verplicht zijn om voeling te houden en de dialoog aan te gaan met mensen uit hun achterban. Wat mij betreft zijn ‘dino’s’ als de SER en de SvdA niet meer van deze tijd.

          Mbt het belastingstelsel. Het grote probleem op dit moment is de selectieve flexibilisering. Arbeidscontracten/werkcontracten moeten zo ‘flexibel mogelijk zijn’ vanuit het oogpunt van de werkgevers maar de sociale zekerheid is zo flexibel als een Duitse bunker uit IIe WO. En hetzelfde geldt voor het huidige belastingsysteem. Ik houd mijn hart vast waar men in Den Haag nu weer mee aankomt als nieuw Belastingsysteem als resultaat van een compromis tussen al die verschillende partijen. In deze tijd van snelle digitale disruptie van hele bedrijfstakken en verdienmodellen, is snelheid geboden.

        • Beste Mark,

          vanuit FNV Zelfstandigen herken ik het spanningsveld ten aanzien van de “concurrerende” zelfstandig werkende heel goed.

          Op korte termijn zou het overzichtelijk zijn om de vertegenwoordiging van de zp’er los te trekken van die van de werknemer – daarmee worden de verschillen in belang heel helder.

          Tegelijkertijd zien wij dat de wereld echt veranderd. Het zal in veel groepen werkenden steeds vaker voorkomen dat mensen in de loop van hun loopbaan in afwisselende contractvormen werken. Ik ken veel mensen die hun vak en de omstandigheden (leuk werk, uitdagende omgeving) centraal stellen, en voor wie de contractvorm secundair is.

          Vanuit dat perspectief helpt het juist om de verschillen tussen werknemers en zp’ers niet al te zeer te institutionaliseren.

          Juist ook voor de moderne kenniswerker die autonomie belangrijk vindt, is een goede balans op de markt van belang. Immers, als de positie van de klassieke werknemer overheerst wordt de zelfstandige gezien als pure flex (ipv als expert), als de positie van de werknemer te veel onder druk komt heeft de zelfstandige last van de tegenreactie (zie VAR/BGL-discussie).

          Om een stelsel te creëren waarin goed opdrachtgeverschap en goed werkgeverschap hand in hand gaan, waarin de werknemer zijn eigen positie behoudt maar (vooral ook) warin de werknemers de eigen keuze van de zelfstandig werkende respecteren is een directe interactie tussen de verschillende groepen nodig.

  7. Eens! Als de SER je niet serieus neemt, stap er dan uit ipv vast te houden aan die stoelen.

    • Een suggestie die ik begrijp. Voor mij is wel de vraag dat organen als de SER en andere colleges niet zomaar aan de kant gaan en dat de paden van het verleden niet zomaar verlaten worden. Welke suggesties hebben wij om dan de beïnvloeding naar de besluitvorming te organiseren.

      • Ik denk aan een meer activistisch plek. Wanneer je een plek hebt binnen instituties als SER dan ben je ook gebonden om je aan die conventies te houden.

        • Zoals ik al eerder opmerkte is of/of denken vaak niet zo vruchtbaar en het past ook niet meer zo in deze tijd. Maar het is wel hardnekkig. ZZP-ers zouden, enerzijds, binnen de SER en vooral binnen de Stichting van de Arbeid (minstens even belangrijk maar veel onzichtbaarder dan de SER) hun plek moeten opeisen via een gerichte lobby (daar zijn bibliotheken over volgeschreven en heel veel voorbeelden van). Daarnaast zou het goed zijn als er in de wet Werk en Zekerheid een experimenteerartikel wordt opgenomen waarbinnen twee partijen hun arbeidsrelatie naar eigen goeddunken, maar los van de bestaande wet- en regelgeving, kunnen regelen. Deze praktijkcasussen worden na 4 jaar geëvalueerd en dan heb je een goede evidence based basis voor een brede maatschappelijke discussie.

          • @Peter. Je laatste punt over experiment is wellicht iets off topic maar wel uitstekend voorstel.

            • Hugo Jan, ben het met je eens dat ik buiten de lijntjes kleur hier maar door het vraagstuk wat breder te benaderen probeer ik een nieuwe manier te zoeken tussen het ‘ ouderwetse’ denken in termen van (belangen)verenigingen en netwerk-organisaties.

  8. ZZP’ers zijn een diffuse groep en dus moeilijk te vertegenwoordigen. Helemaal als we het betrekken op meer flex vormen van werken en ondernemen. Vaak zijn het juist alleen economische en fiscale onderwerpen die ons bindt. En juist op dat punt heb ik het gevoel er meer dan voldoende mensen mee praten. Wellicht als er een beeld is waarom bestaande platvormen als PZO ZZP-nederland en vakbonden met aparte afdelingen niet afdoende zijn, er of alternatieven of verbeteringen mogelijk zijn.

    • Beste Herbert
      Het onderzoek laat zien dat de drie genoemde vertegenwoordigers op de fiscale en economische dossiers elkaar wel kunnen vinden en dat dit ook gewaardeerd wordt door politiek en beleidsadviseurs.Maar er zijn meer dossiers die op landelijk niveau spelen, bijvoorbeeld de aansluiting van de zzp’er in de sectoren( wegvervoer, bouw etc) of in de brancheorganisaties, waar meer inhoudelijke relevante vraagstukken spelen, zoals toegang tot opleiding en daarmee voldoen aan valkcertificatie. Ook invloed op de ontwikkeling van CAO’s is van belang (Ontwikkeling van CAO’s op zich is op dit moment al een heikel punt. De diversiteit en verschillende belangen. Complexiteit)

  9. Op zich een goed idee. Het zou wel verstandig zijn om beter te segmenteren. ‘ZZP’er’ zegt op zich niet zoveel. Het zou bovendien goed zijn als ZZP’s ers zelf meer direct hun mening zouden kunnen laten horen en dat ook zouden doen. Zelfstandige ondernemers kunnen tot slot ook veel meer onderling samenwerken en ervaringen uitwisselen. En zo ieder met zijn of haar unieke kennis en ervaring slim geld verdienen. Want dat is HET grote probleem op dit moment: men doet vaak hetzelfde en onderscheidt zich zo vaak onvoldoende.

    Vg
    Tony de Bree
    Auteur ‘Geld verdienen met jezelf’.

    • In de lijn met datgene wat jij zegt, kijk ik met belangstelling naar de ontwikkelingen in een paar gemeentes, die zich actief aan het opstellen zijn in de richting van zzp’ers.Je ziet daar dat de zzp’er een duidelijke mening geeft, maar dat hij ook aangesproken wordt op samenwerking voor belangenbehartiging maar vooral ook om de diversiteit die de groep vertegenwoordigt in te kunnen zetten in acquisitie en uitvoering van projecten. Daarnaast zie ik ook de mogelijkheid om via segmentering te komen tot meer of minder structurele samenwrkingsvormen. Meerdere initiatieve zijn er la.

  10. De vraag is of we op zoek moeten gaan naar handgeschreven brieven zodat de postbode zijn werk kan behouden?

    We zitten in een dusdanige fundamentele transitie dat we niet de ZZP-er of het organiserend vermogen van de ZZP-er ter discussie moeten stellen maar bestaande instituten en instituties.
    Het organiserend vermogen voor ZZP-er ontstaat vanzelf: een pad ontstaat door erop te lopen

    Socrates zei het al: The secret of change is to focus all of your energy, not on fighting the old, but on building the new

    • Ik wil je mening graag delen. De vraag die ons binnen KIZO en ook in het onderzoek puzzelt, betreft de vraag of en hoe die nieuwe paden ontstaan. In een andere reactie heb ik al iets geschreven over de gelaagdheid van individueel naar collectief, ook dat gemeenten en sectoren nieuwe ontmoetings- en beïnvloedingsplaatsen kunnen zijn.Is dit oud of nieuw, traditie of vernieuwing?
      Goed om te zien dat jij een positief beeld hebt bij het zelf organiserend vermogen van de zzp’er. Hoe kunnen politiek en beleidsmakers dit proces faciliteren om tot versnelling te komen.. Ik vraag dit vanuit het gevoel dat ik heb dat alles snel gaat er veel besloten wordt en dat wij de tijd niet hebben om rustig af te wachten. Misschien ten onrechte.

      • Beste Leo, ik ben Weconomics fellow en binnen Weconomics hebben we een top down benadering (vanuit oude instituties zoals SER) en een bottum up (vanuit het individu).

        We bieden individuen een vergelijkbaar organiserend vermogen als grote instituten. We willen beide benaderingen laten werken, maar als top down bottum up in de weg zit kiezen we voor het laatste.

        Dat vraag authentiek leiderschap. Ik ben al meerdere malen uit vernieuwingsprojecten gestapt waar het uiteindelijk ging om oude problemen binnen bestaande instituten op te lossen dan haak ik af. Vaak heb je als interim of consultant een dilemma: kies ik voor korte termijn gewin of lange termijn verbetering. Zie ook Tragedy of Commons….We zitten in een fundamentele transitie. het is nu tijd niet voor korte termijn eigen belang te kiezen maar voor het lange termijn gezamenlijk belang.

        • @Paul, helemaal met je eens. het lastige is dat de mensen die in die instituties werken meestal van zichzelf vinden dat ze heel goed bezig zijn en vaak niet vrijwillig de macht af zullen en willen geven. Dat geldt trouwens ook voor het hoger onderwijs als je het zo om je heen hoort.

          @Hans van Dijk. Herken ik ook wel. Het is wel zo dat de Overheid en de politiek het je leven zuur kan maken of juist faciliterend op kan treden. Zo heb ik als starter b.v. in 3 jaar tijd al twee controles van de Belastingdienst achter de rug. Dat kost je veel tijd en ook geld. Op dit moment zegt men vaak het een (‘flexibilisering’ en ‘versimpelen’) maar doet men in de praktijk iets heel anders.

    • Helemaal eens.

      In de praktijk van het werk blijkt dit natuurlijk al zo te werken: gerenommeerde reclamebureaus en consultancy’s leggen het af tegen nieuwe vormen van samenwerkende zelfstandigen, veel grote ondernemingen ontdekken dat zij voor vernieuwing afhankelijk zijn van zelfstandig werkende experts en een coöperatie van samenwerkende monteurs blijkt heel succesvol. Kortom: de organisatie van werk verandert en bepaalt uiteindelijk de vernieuwing in de markt.

      Daarbij moeten we het organiserend vermogen van de zp’er niet onderschatten.
      Als ik een snelle optelsom maak van de leden van de grote zzp-organisaties (80.000) plus de zp’ers die zijn aangesloten bij sectorale bonden (van journalisten tot de bouw en van creatieven tot kapsters) is ongeveer 10% van de zp’ers aangesloten bij een vertegenwoordigende organisatie. Daarbij heb ik even geen zicht op de klassieke beroepsbeoefenaren die individueel zijn aangesloten bi MKB of ONL.

      Enerzijds is 10% – 15% niet veel, anderzijds wijkt dat niet heel erg veel af van de representatie van werknemers.

      Gezien het feit dat de gemiddelde leeftijd/arbeidshistorie van georganiseerde zp’ers lager ligt dan die van de werknemers, moeten we niet te pessimistisch zijn over de mate waarin zp’ers zich herkennen in collectieve belangenbehartiging.

      Een opmerking in de kantlijn is dat het meer de vraag is hoe je deze organisatie/representatie vorm geeft. Immers, het feit dat jongeren zich minder herkennen in het lidmaatschap van organisaties speelt niet alleen in het werk, maar is breed herkenbaar in belangenorganisaties (van ANWB tot Natuurmonumenten en van Consumentenbond tot Rode Kruis).

      In mijn ogen ligt de innovatievraag dan ook niet primair in OF mensen zich organiseren, maar in HOE zij dat doen.

      • Henk,
        met dat laatste ben ik het zeer eens. De vraag is wel of dit gaat lukken. FNV Bondgenoten doen erg hun best en is nuttig maar zij denken wel sterk vanuit de bestaande instituties. Het werken met netwerkorganisaties bv. vereist een denken vanuit andere uitgangspunten.
        Ik zie bv de vakbonden nog niet zo snel hun eigen zetels (deels) afstaan (binnen de SER en de SvdA) aan ZZP-ers die deze dan in vrijheid kunnen innemen. Ik zie geen aanzet voor een fundamentele discussie over een alternatief voor de SER. Ik zie ook geen aanzet voor een alternatief voor CAO’s of voor een vaste aanstelling. Jongeren willen dat helemaal niet meer. We zullen veel meer moeten luisteren en gebruik maken van jonge mensen zonder institutionele geschiedenis.

  11. Zoals Einstein gezegd schijnt te hebben kun je problemen niet oplossen met de denkwijze die ze hebben veroorzaakt. De SER is een institutie die goed paste bij de economie van de 20e eeuw en lange tijd succesvol was. Dit geldt ook voor andere instituties zoals het arbeidsrecht, CAO’s, vakbonden. In mijn proefschrift heb ik dat beschreven dare.uva.nl/document/503721. Oplossingen zijn niet een kwestie van quick fixes vanuit de bestaande kaders. Enige pragmatiek kan ons hierbij behulpzaam zijn. Het of/of denken is vervangen door het en/en denken weten we van Beck en Lau. Je zult dus binnen en buiten de bestaande instituties moeten werken. Van de zetels in de SER die zijn bestemd voor de werknemers zal 15% moeten worden bezet door vertegenwoordigers van ZZP’ers die rechtstreeks, via een goed georganiseerde veretegnwoordiging, door ZZP’ers worden gekozen en niet via de vakbonden zoals nu. Voorlopig even. Kijk ook eens naar de bestuurssamenstelling vd Stichting van de Arbeid. Die is nog veel belangrijker en ook scheef. Grote ondernemingen en de landbouwsector zijn daar veel te onevenredig vertegenwoordigd. ZZP’ers in het geheel niet. Daarnaast zal er in de wet Werk en Zekerheid een experimenteerartikel moeten worden opgenomen. Ook daar heb ik wel een voorstel voor.

  12. Ik lees dat collega zzp’ers zich wellicht niet vertegenwoordigd voelen door een zzp-club, maar toen ik nog in loondienst werkte voelde ik mij ook niet vertegenwoordigt door de vakbond. Dat waren voor mij de clubs die vooral de rechten van oude mannen behartigen.

    Wat dan wel? Zzp’ers zijn ondernemers en zouden daarom door bestaande werkgevers- en ondernemersclubs (bv. MKB-Nederland of VNO) vertegenwoordigt moeten worden. Zij zouden onze belangen moeten behartigen.

      • Daar zijn geen garanties voor. Er zijn verschillende type ZZP-ers met wisselende en tegengestelde belangen. Daar kun je rekening mee houden. Het onderzoek dat hier wordt gepresenteerd is een mooi vb hoe dat niet moet. De sample is te klein en niet representatief. De leden van FNV zelfstandigen Die hebben deelgenomen aan het survey zijn zwaar oververtegenwoordigd. Je zult meer naar jonge mensen moeten luisteren. Die hebben vaker (niet altijd overigens) verfrissende ideeen dan de babyboomers (waar ik er een van ben btw).

        • Ik herken de dilemma’s. Zou toch graag een iets ander accent kiezen.
          Het onderzoek leert dat leden van de zp-organisaties zich juist wél goed vertegenwoordigd voelen. Daarnaast is de organisatiegraad wellicht beperkt (10%?), maar niet héél veel minder dan onder werknemers – als de trends zich doorzetten zijn over vijf jaar meer zzp’ers lid van een belangenclub dan werknemers.
          Het onderzoek leert ook dat zp’ers die geen lid zijn van een zp-organisatie belang hechten aan collectieve belangenbehartiging.

          Tav jongeren:
          Ik deel helemaal dat jongeren ondervertegenwoordigd zijn.
          Dilemma 1: zoals eerder aangehaald geldt dit voor alle “klassieke” collectieven, van goed doel tot vakbond en van lobbyclubs tot zp-organisaties.
          Dilemma 2: jongeren maken (opkomst verkiezingen!!) minder gebruik van hun stem binnen het systeem.
          Dilemma 3: onderzoek binnen FNV ZZP leert dat jongeren wel degelijk hechten aan collectieve belangenbehartiging, maar de vraag of ze lid worden wordt veel meer dan bij ouderen bepaald door het materiële ledenvoordeel dat we bieden (collectieve kortingen).
          FNV ZZZP zoekt actief naar vernieuwing van representatie en de werking van de polder … dat is één van de redenen om samen met KIZO dit onderzoek te initieren.
          Dé gouden tip t.a.v. de representatie van jongeren belonen we met een fles wijn 🙂

          Tav “zuilen”:
          Sommige zzp’ers voelen zich primair “ondernemer”en sluiten zich aan bij de ondernemersclubs. Achterkant van dit verhaal is dat sommige werkgevende ondernemers zp’ers als concurrent zien en daar dus niet hard voor lopen …
          Andere zp’ers voelen zich primair “werkende” en sluiten zich aan bij een organisatie van werkenden – immers, de werkgeversorganisatie is veelal ook de opdrachtgever. Achterkant van dit verhaal is dat sommige werknemers de zp’er als concurrent zien …
          Daarmee is het goed dat de zp-organisaties elkaar op generieke thema’s veelal weten te vinden, naast de toegang die zij via hun kopel hebben tot de instituten in de polder!

  13. ik heb het onderzoek nog niet bekeken maar even een gedachte die gisterenavond bij mij opkwam

    Verandering van mindset begint pas wanneer de ‘pijn’ zichtbaar wordt. En dit begint binnen politiek en ook bedrijfsleven vaak met inzicht in harde cijfers en percentages. Ik weet niet of het volgende al is onderzocht maar als iemand dit weet dan ben jij het wel. Dit alles met de gedachte: Verandering begint met inzicht in cash (heb ik al eens als insteek gebruikt voor artikelen over talentontwikkeling en disengagement)

    De vraag is even in hoeverre bekend is wat het de schatkist van BV Nederland kost wanneer iedere ZZPer/Freelancer voor een dag zijn werk neerlegt? En om het dan klein te maken is het nog leuker dit door te vertalen naar een uur. Denk bij deze kosten aan: Belastinginkomsten voor de staat, productiviteitverlies voor organisaties, etc.

    Volgende vraag is wat het de BV Nederland kost wanneer eenzelfde aantal ‘werknemers’ dit doet met als bijkomend effect dat je voor deze betreffende tijdspanne een uitkering verstrekt?

    Ik vermoed dat na de vergelijking de cijfers in het voordeel van de ZZPer gaan uitvallen en op dat moment heb je een kapstok om de voordelen van de ZZPer nog betere te benoemen/laten zien/bespreken. Dit los nog los van voordelen van het delen van kennis, 1 + 1 = 3, etc (Gedacht vanuit de vloeibare organisatievorm).

    Ben benieuwd of deze cijfers beschikbaar zijn

    • Peter de reactie is op de verkeerde plaats terecht gekomen. De eerste reactie betrof Einstein . Hier geef je aan dat de FNV oververtegenwoordigd is. In het onderzoek is gebruik gemaakt van zowel de mening van leden van FNV zelfstandigen als uit een open populatie. Voor FNV zelfstandigen is een apart rapport gemaakt dat ingaat op de mening van hun leden. Het open rapport is een samenvoeging van de twee groepen, waarbij enkele statische bewerkingen hebben plaats gevonden om te zien waar de verschillen tussen deze groepen lagen. Met rede kan ik zeggen dat er geen of statistisch relevante verschillen waren. Dit onderwerp heeft ons in eerste aanname verbaasd, maar bij verder analyseren bleken de overeenkomsten in persona’s binnen de groepen groot te zijn. Daarmee werd ook een veelvuldig gehoord beeld van dat zijn werknemers en de anderen zijn de ‘echten’ gelogenstraft. .

  14. Een levenslang contract is een artefact uit vroeger tijden. Het duurt niet lang meer voordat nieuwe generaties hierom zullen lachen. “Bestonden die vroeger écht?!” De traditionele vakbonden zullen dus ook gaan verdwijnen. Of in ieder geval moeten veranderen.

    Het is dus inderdaad hoog tijd dat er ook geinvesteerd gaat worden in gelijksoortig overleg met zzp’ers. En echt niet alleen voor de zzp’ers, maar voor het land als geheel. Nog even en er bestaan alleen nog maar zzp’ers. Die willen niet alleen dat hun belangen behartigd worden, maar kunnen ook heel wat betekenen in de overlegeconomie.

    Wat betreft de vraag: ‘Hoe krijgen wij meer invloed op de politiek en beleidsmakers, zodat zij niet meer kunnen ontsnappen aan de werkelijkheid van de zzp-maatschappij?’ Ik weet het niet. Men is nu eenmaal bang voor verandering. Wat er momenteel gebeurt, is in principe simpelweg uitstelgedrag: ‘We zien wel wat er gebeurt als we alles bij het oude laten’. Wellicht is men bang fouten te maken of ziet men teveel beren op de weg.

    Hoe dan ook, als politici en beleidsmakers moeilijk kunnen omgaan met deze versnipperde groep, kunnen ze hun borst maar beter nat maken. Ik denk (en hoop) namelijk dat we toegaan naar een arbeidseconomie die enkel bestaat uit zzp’ers en jaarcontracten (zonder de belachelijke maximaal drie jaarcontracten op een rij). Op die manier zijn alle werknemers in wezen tegelijkertijd ook zp’er.

    Bestaande overlegstructuren moeten hoe dan ook op de schop. Maar dat moeten de politiek en beleidsmakers zelf onder ogen zien. Het is net als met het veranderen van je persoonlijke gewoontes: dat lukt alleen als je het zelf echt wilt.

  15. Grote transities vinden nooit in een keer plaats. Om de beweging te maken die nodig is om Nederland weer futureproof te maken is mijn inziens een tweesporenbeleid nodig:

    1) Inzetten van hervormingen binnen de SER/SvdA om te zorgen dat vertegenwoordiging van alle groepen in Nederland op gelijkwaardige wijze wordt vormgegeven.
    2) Onderzoeken aanpassen belastingstelsel om een derde kolom te creëren voor de BEZ (Bewust Economisch Zelfstandige), welke gekoppeld zou kunnen zijn aan een omzettoets ter vaststelling zelfstandigheid (te lage omzet betekend schijndienstverband en dus terug naar loondienst) en een progressief OB beleid waar tevens de zelfstandigenaftrek aan gekoppeld is (maw hoge omzetten en daarmee inkomens krijgen minder/geen aftrek).

    Hiermee bereiken we vertegenwoordiging in alle instituten, een modern belastingstelsel en iedereen die weer zijn/haar bijdrage aan het stelsel levert op een manier die ze kunnen dragen.

    • Frank ik ga je ideeen voorleggen aan Victor van Kommer, hoogleraar UvA en directeur IBDF internationale belasting vergelijking) Hij heeft al een belastingmanifest geschreven voor KIZO
      Je hoort van mij.

      • @Leo. Tip; laat hem dan ook eens kijken naar manieren waarop er in Europa mogelijkheden zijn voor belastingoptimalisatie voor ZZP’ers en online freelancers. Ik weet er zelf wel een paar als ex-werknemer in de offshore-industrie.

        Vg
        Tony

  16. P.s. een aantal problemen lossen zich trouwens vanzelf op vermoed ik: slimme ZZP’ers en online freelancers gaan al lang ook gewoon offshore, kopen producten en diensten in het buitenland in via internet, betalen met PayPal (Luxemburg) en zorgen ervoor dat ze zo ook aan ‘belastingoptimalisatie’ doen. Net als multinationals dat al heel lang doen.

  17. Als ZZP-er ben ik verbaasd en erger ik me aan dit zoveelste onderzoek dat alle Zzp-ers over een kam scheert.
    Zo als Peter Blok al opmerkt zijn de FNV ZZP ers sterk oververtegenwoordigd. Een echte ZZPer dopt zijn eigen boontjes en heeft mi geen enkele behoefte aan belangenbehartigers.
    Voorbeeld uit de praktijk. In mijn gemeente heeft de gemeente samen met de kvk een poging gedaan om belangeloos de zzpers bij elkaar te brengen zodat ze een benaderd kunnen worden. Opkomst rond de 50 zzpers van de ruim 600. 2e sessie opkomst ongeveer 25. Inmiddels is er een hobbyclubje van enkele bestuursleden en enkele betalende leden over.

    • Hans,

      Ik begrijp je punt van eigen boontjes doppen. Maar een vraag: vind je het nodig dat rond actuele punten als VAR, zzp pensioen, de dempels voor zelfstandigen die mogelijk komen in cao’s en de naderende afschaffing van de zelfstandigheidsaftrek er in het Haagse een eigen zzp geluid is, omdat anders het gevaar is dat de zzp groep een makkelijke prooi is in onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers of in de politiek? Of ervaar je dat niet zo?

      Hugo-Jan

      • Hugo-jan,
        Nee dat vind ik niet. De politiek moet zich m.i. Laten sturen door het stemgedrag en zeker niet door z.g.n. sociale partners zoals de vakbonden en werkgeversverenigingen.
        Als zelfstandige regel je zelf je pensioen bijvoorbeeld door gebruik te maken van de for of je te verzekeren. De var en cao regels zijn alleen nadelig voor schijnzelfstandigen die niet meer dan 1a2 opdrachtgevers per jaar hebben.
        De politiek zou met duidelijke eenduidige regelgeving deze schijnzefstandigheid moeten voorkomen. Dan is het ook niet nodig om met noodwetjes de zefstandigenaftrek over de volle breedte af te schaffen.

        Het is al met al lastige materie. Veel regelgeving frustreert beginnend ondernemerschap en weinig regelgeving leidt tot ongewenste situaties als schijnzelfstandigheid en uitbuiting van veelal lager geschoolde schijnzelfstandigen.

        • De opvatting dat de zzp’er zijn eigen boontjes moet doppen deel ik graag. Je bent niet voor niets zelfstandig. Maar de vraag van Hugo Jan is ook relevant, daar de werkelijkheid van nu een andere is dan de door ons gewenste en de verandering zal tijd vergen. In tussentijd moeten wij rekening houden met die werkelijkheid van nu die als een soort mentale gevangenis het dagelijks doen en laten beheerst.
          Onderzoek laat meer dan duidelijk zien dat er een veelvormig en kleurigheid is van zzp’ers. Ook hebben wij onderzoek mogen doen naar de keerzijde van de medaille van het zelfstandig ondernemerschap, dat niet afgedaan kan worden met dan zijn zij geen zzp’er meer, net zomin als gezegd kan worden dat de vele zelfstandige professionals die al jaren werken voor grote ondernemingen geen zzp’er meer zijn. De maatschappelijke realiteit is anders dan sommige ideeën veronderstellen. In de woorden van de Herman van Gunsteren hebben wij hier te maken met De Ongekende Samenleving (DOS, het oude sturingssysteem in de IT) waar een analyse geen instructie meer geeft voor een oplossing. De analyse laat een veelheid en variatie zien, waar tussen kiezen een vraag is..Het is juist de vraag die wij nu aan de orde stellen hoe dat keuze proces ingericht moet worden. Dat dit georganiseerd moet worden vanuit de mensen die er bij betrokken zijn lijkt evident, Vergt wel een lichte vorm van organisatiegraad, hoe dit op te bouwen?

  18. Wat ook zou helpen bij een adequate vertegenwoordiging van zzp’ers in de volle breedte van ervaring, branche, sector etc is als bestaande belangenbehartigers zich meer gezamenlijk presenteren/profileren. Er zijn nu al zoveel zzp-clubs dat het moeilijk is om een overzicht te krijgen wie er zijn, wat ze beogen en wat het kost. Een betere representatie/vertegenwoordiging van zzp’ers begint bij een helder overzicht van welke organisaties er zijn. Mogelijk dat het Kizo hier een rol in kan spelen om de verschillen te bjectiveren, maar presentatie op één webpagina zou ook helpen.
    Ikzelf ben lid van 3 belangenbehartigers van zzp; ers en dan merk ik dat de verschillen groot zijn.

  19. De beginvraag: hoe krijgen we meer invloed … impliceert dat dit de oplossing is voor een ander probleem. Maar volgens mij is er niet 1 ander probleem, maar is het de optelling van de actuele thema’s die spelen. Deze veranderen door de tijd heen. Een algemene belangen behartiging opzetten die al deze thema’s aankan lijkt me lastig. Waarom niet per thema kijken. Wat speelt er? Wie heeft er last van in de ZP-comunity? Pak het zelf met die mensen op. Anders gebruiken we zoals ook eerder genoemd, een oude manier van beïnvloeden, voor een moderne uitdaging. De kracht waarmee ZP-ers zich verenigen om te concurreren met bureau’s laat zien dat dat kan. Dus ik zou het niet regisseren, maar meer ondernemend oplossen.

  20. Hoi Bas
    Mij spreekt aan je uitspraak van ondernemend oplossen. Zou jij hier nog wat meer kleur aan kunnen geven. In mijn reactie op Hans van Dijk heb ik al aangegeven dat een analyse geen instructie meer geeft, maar een variatie aan oplossingsrichtingen en nieuwe vragen en dat de organisatie van het keuze proces van beneden naar boven vorm gegeven moet worden. Hoe dit ondernemend te doen?
    Hoe ziet zo’n beweging er uit? En is er onderscheid tussen die vraagstukken die betrekking hebben op de organisatie van onze samenleving als geheel (community based), het hoogste niveau van noodzakelijke collectiviteit en zaken die gewoon tot het eigen domein gerekend moeten worden van partijen die iets met elkaar willen. In die zin het het goed om te verwijzen naar de Oratie van Schuyt, als bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit, waarin hij een analyse laat zien van de verzorgingsstaat en dit doet aan de hand van de begrippen Noden en Wensen. Te vinden op Google. Geeft mogelijk inspiratie.
    .

  21. Volgens mij zijn ZZP’ers het beste vertegenwoordigd door mensen die zelf ook ondernemer zijn of lange tijd zijn geweest. Dus door mensen met praktijkervaring in plaats van onderzoekers, wetenschappers en denktanks. Die lopen in de praktijk in Nederland op dit moment minimaal 6 jaar achter.

  22. Beste deelnemers aan de discussie. Ik denk dat binnen onze groep deelnemers de argumenten wel gewisseld zijn. Ik zal ze de komende week allemaal nog eens nauwkeurig bestuderen en kijken of ik er een samenvatting van kan maken, die ik opnieuw aan jullie voorleg, met het verzoek daarop te reageren.
    Ik heb beloofd een aantal vragen voor te leggen aan Victor van Kommer, hoogleraar fiscaliteit. Dit is gebeurd, maar kost tijd in de beantwoording. Ik ga er van uit dat na het kerstreces het antwoord er is.
    Met dit bericht wil ik de discussie niet sluiten, maar wel een poging doen om een slag dieper c.q. verder te komen.
    Namens KIZO van harte bedankt tot zover..