Hugo-Jan Ruts 27 maart 2026 0 reacties Print Onderzoek schijnzelfstandigheid in de bouw: beperkt risico, maar grote impact op gedrag bedrijvenNieuw onderzoek van het EIB toont dat het risico op schijnzelfstandigheid in de bouw relatief beperkt is. Toch verandert de handhaving sinds 2025 het gedrag van bedrijven aanzienlijk, terwijl zzp’ers zelf nauwelijks geneigd zijn om in loondienst te gaan.Nieuw onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) laat twee gezichten van de discussie over schijnzelfstandigheid in de bouw en infra zien. Enerzijds toont het onderzoek aan dat het feitelijke risico relatief beperkt is. Anderzijds leidt de handhaving sinds 2025 tot grote gedragsveranderingen bij bedrijven, met name uit angst voor naheffingen en boetes. Opvallend: zzp’ers zelf zijn nauwelijks van plan om in loondienst te gaan. Beperkt deel zzp’ers in risicozone Op basis van tien indicatoren concludeert het EIB dat slechts een beperkt deel van de zzp’ers kenmerken vertoont die richting werknemerschap wijzen. Zo blijkt dat slechts 3 procent van de zzp’ers minder dan 36 euro per uur verdient, ongeveer 90 procent meerdere opdrachtgevers heeft en slechts 16 procent sterk afhankelijk is van één opdrachtgever. Andere indicatoren wijzen wat meer op een mogelijk risico, maar zijn vooral gerelateerd aan specifieke delen van de sector. Zo hebben zzp’ers die vooral voor aannemers werken vaak minder vrijheid, waardoor er sneller sprake kan zijn van een gezagsverhouding. Bijna een kwart geeft aan niet zelf verantwoordelijk te zijn voor het herstellen van fouten. Dat kan duiden op beperkte commerciële risico’s — een van de Deliveroo-criteria — al merkt het EIB op dat bouwfouten in de praktijk vaak lastig aan één persoon zijn toe te rekenen. Ook buitenlandse zzp’ers vormen volgens het EIB een risicogroep. Door taalbarrières en een beperkt lokaal netwerk zijn zij vaker aangewezen op bemiddelaars die ‘totaalpakketten’ aanbieden, inclusief huisvesting en soms vervoer. Zulke constructies vergroten de afhankelijkheid. Voor de Belastingdienst vormen bemiddelings- en detacheringsbureaus die buitenlandse zzp’ers inzetten daarom een duidelijke risicogroep voor gerichte handhaving. Grootste probleem: onduidelijkheid in wetgeving De kern van de onzekerheid zit volgens de onderzoekers niet zozeer in de praktijk, maar in de toetsing. Die draait sterk rond het begrip ‘gezag’, een criterium dat in de praktijk lastig objectief te meten is. Voor de bouwsector levert dat extra frictie op: werken in teams is vaak noodzakelijk vanwege veiligheid en efficiëntie, projecten duren lang waardoor afhankelijkheid van één opdrachtgever logisch kan zijn, en aansturing is soms functioneel in plaats van hiërarchisch. Wat in andere sectoren een indicatie van werknemerschap is, kan in de bouw operationeel noodzakelijk zijn, zo stellen de onderzoekers. Lees ook: Forse naheffingen in bouw- en infra vanwege schijnzelfstandigheid Grote bedrijven nemen vaker maatregelen Beperkt risico of niet: het onderzoek laat zien dat veel bedrijven wel in beweging zijn gekomen. Opvallend is daarbij het verschil tussen grote en kleine bedrijven. De enquête onder bouw- en infrabedrijven toont aan dat grote bedrijven (meer dan 100 werknemers) op vrijwel alle fronten actiever zijn dan kleinere bedrijven. Zo heeft circa 80 procent van de grote bedrijven zzp’ers een aanbod gedaan om in dienst te treden, tegenover slechts zo’n 35 procent van de kleinste bedrijven (minder dan 20 werknemers). Ook screenen grote bedrijven veel vaker op ondernemerschap van zzp’ers: ruim 70 procent doet dit, tegenover circa 25 procent van de kleinste bedrijven. Bij het aanpassen van de wijze waarop zzp’ers worden ingehuurd zien we een vergelijkbaar patroon: ongeveer 75 procent van de grote bedrijven heeft hieraan gesleuteld, tegen zo’n 45 procent van de kleinste bedrijven. Ook het verminderen van zzp-inhuur komt bij grote bedrijven vaker voor (circa 75%) dan bij de kleinste bedrijven (ruim 40%). Kleine bedrijven in spagaat De kleinste bedrijven lijken het meest in een spagaat te zitten. Eventuele hoge naheffingen zijn voor hen lastiger te dragen. Maar ze hebben ook last van een andere trend die het rapport signaleert: zzp’ers zijn nauwelijks geneigd om in loondienst te komen. Driekwart van alle zzp’ers verwacht namelijk over een jaar nog steeds zelfstandig te zijn. Ongeveer 9 procent denkt te zijn gestopt vanwege pensionering of doorgroei naar zelfstandige met personeel, 7 procent weet het nog niet en slechts 8 procent verwacht te zijn gestopt als zzp’er vanwege andere redenen, waaronder handhaving op schijnzelfstandigheid. Als belangrijkste reden om te starten als zzp’er noemen bouwprofessionals bekende thema’s: de vrijheid om naar eigen inzicht te werken, de mogelijkheid om de eigen tijd in te delen en het vakmanschap beter tot uiting kunnen brengen. Minder dan 5 procent geeft aan niet uit eigen keuze zzp’er te zijn geworden. Trendbreuk: minder zzp’ers in de bouw Hoewel zzp’ers zelf niet van plan zijn te stoppen, is er wel degelijk een daling zichtbaar. Uit CBS-cijfers over 2025 blijkt dat er minder zzp’ers in de bouw werken en ook de KVK ziet minder starters in de sector. Lees ook: Fors minder startende zzp’ers, vooral in zorg en bouw De daling van het aantal zelfstandigen hangt volgens het EIB dan ook ‘vooral samen met teruglopende inhuur door opdrachtgevers en minder met een afnemende bereidheid van zzp’ers om zelfstandig te werken.’ Ruim 40 procent van de bedrijven geeft aan de inhuur van zzp’ers te hebben verminderd ten opzichte van een jaar eerder. Voor 60 procent van deze bedrijven is de mogelijke handhaving door de Belastingdienst de belangrijkste reden. Roep om duidelijke criteria Het EIB constateert dat de huidige onzekerheid met name komt door de relatief ‘zachte’ en moeilijk meetbare criteria en de vraag in hoeverre de Belastingdienst die in de uitvoering kan handhaven. Deze onduidelijkheid zorgt voor onrust bij zowel bedrijven als zzp’ers in de bouwsector. Veel partijen pleiten daarom voor eenvoudige, objectieve en toetsbare criteria, bijvoorbeeld een duidelijke uurtariefgrens of standaard verplichte contractuele afspraken. Zolang die er niet zijn, blijft de sector laveren tussen de behoefte aan flexibele arbeidskrachten en de angst voor naheffingen. Download het onderzoek Het volledige onderzoek ‘Schijnzelfstandigheid in de bouw en infra’ is uitgevoerd door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) en is hier te downloaden. bouw, schijnzelfstandigheid, zzp Print Over de auteur Over Hugo-Jan Ruts Hugo-Jan Ruts is de oprichter van ZiPconomy. Hij is de algemeen directeur/uitgever van ZiPmedia en politiek verslaggever voor ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts
nieuws - Onderzoek schijnzelfstandigheid in de bouw: beperkt risico, maar grote impact op gedrag bedrijven
achtergrond - De handhaving op schijnzelfstandigheid in de zorg lijkt minimaal, maar onder het oppervlak borrelt h...