"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Handhaving Belastingdienst bemoeilijkt door Uber-jurisprudentie

Nieuwe jurisprudentie rond Uber maakt handhaving op schijnzelfstandigheid ingewikkeld, schetst advocaat en belastingadviseur Boris Emmerig. De Belastingdienst moet elke zzp’er individueel beoordelen, waarbij extern ondernemerschap cruciaal is voor de vraag: wel of geen dienstbetrekking?

Thierry Aartsen, minister van Werk & Participatie, maakte op 19 maart 2026 in de Tweede Kamer kenbaar dat hij ‘het onverstandig vindt om de handhaving (op schijnzelfstandigheid) fundamenteel op z’n kop te gaan zetten.’ In april zal Aartsen de Tweede Kamer informeren over ‘de nieuwe zzp-koers’. Ik hoop dat in deze brief ook aandacht wordt besteed aan het volgende.

Toelichting arbeidsrelaties toe aan update

De Belastingdienst publiceerde in november 2024 de Toelichting Beoordeling arbeidsrelaties. Deze toelichting geeft het beslis- en afwegingskader van de Belastingdienst voor de privaatrechtelijke dienstbetrekking zoals dat gold op 1 november 2024. Inmiddels zijn we bijna anderhalf jaar verder, en is deze toelichting toe aan een update.

Reden hiervoor is nieuwe jurisprudentie, zoals het Uber-arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2025 en de daaropvolgende uitspraak van Hof Amsterdam van 27 januari 2026.

Extern ondernemerschap doorslaggevend

Uit het arrest van de Hoge Raad van 21 februari 2025 blijkt dat wanneer twee personen hetzelfde werk voor dezelfde opdrachtgever doen, het toch mogelijk is dat de ene persoon geen dienstbetrekking heeft en de andere wel. Het verschil zit hem in het gedrag als ondernemer: de eerste persoon gedraagt zich extern als ondernemer, de tweede niet.

De aan- of afwezigheid van extern ondernemerschap kan de balans dus volledig doen omslaan. Uit jurisprudentieonderzoek van Niels van der Neut en Paul Zevenbergen, beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, blijkt dat het criterium van het extern ondernemerschap het zwaarst weegt bij de kwalificatie van de aard van een arbeidsrelatie. Kort daarna volgen de aard en duur van de werkzaamheden (zie hun artikel ‘De Deliveroo-gezichtspunten gewogen: some factors are more equal than others’, Tijdschrift Arbeidsrechtpraktijk, oktober 2025).

Deze benadering ontbreekt nog in de Toelichting Beoordeling arbeidsrelaties. Dat is logisch, omdat de toelichting is geschreven naar de stand van zaken per 1 november 2024, vóór de Uber-jurisprudentie. Toch moet de toelichting hierop worden aangepast.

Individuele beoordeling noodzakelijk

Uit de uitspraak van Hof Amsterdam van 27 januari 2026 blijkt dat de arbeidsrelatie van iedere werker apart moet worden beoordeeld, tenzij sprake is van een groep. Dat laatste is echter moeilijk aan te tonen.

Dit betekent dat de Belastingdienst bij controles op schijnzelfstandigheid in beginsel per werkende moet controleren, en niet op groepsniveau, tenzij de groep homogeen is. Homogeniteit is niet aan de orde wanneer het extern ondernemerschap per werkende verschilt, omdat dat de balans volledig kan omslaan.

Deze aanpak maakt controles zeer bewerkelijk. Bovendien zal ook bij de werkenden zelf het extern ondernemerschap beoordeeld moeten worden, temeer daar de bewijslast bij de fiscus ligt.

 

Boris Emmerig werkt sinds 1990 als belastingadviseur en sinds 1996 als advocaat. Hij heeft ruim dertien jaar ervaring als raadsheer-plaatsvervanger bij de Belastingkamer van het Gerechtshof te Amsterdam. Hij is als docent verbonden aan de Specialisatieopleiding Arbeidsrecht van het Leids Juridisch PAO, de beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten en LexLumen. Regelmatig verschijnen publicaties van zijn hand in de fiscale en juridische vakpers. Emmerig is een fiscalist pur sang. Zijn specialismen liggen op het terrein van de loonbelasting, vennootschapsbelasting en fiscale procedures. Hij is verbonden aan het kantoor Holla Advocaten. Bekijk alle berichten van Boris Emmerig

3 reacties op dit bericht

  1. “…lijkt dat het criterium van het extern ondernemerschap het zwaarst weegt bij de kwalificatie van de aard van een arbeidsrelatie. ”

    Maw: doe wat je zichtbaarheid als ondernemer en je bent klaar.

    En daar lullen we dan al 2 jaar over met het verlies van vele opdrachten.

  2. Ik vermoed dat er nooit eenduidige duidelijkheid gaat komen. Zeker niet als het dossier blijvend gedomineerd wordt door voortgaande jurisprudentie. Het is écht een ongelooflijke saga, hoe complex maken we het ? Volledig weggezakt in een moeras waar we met de beste wil nooit meer uit gaan komen.

  3. Dus ben inmiddels tienduizenden euros misgelopen, heb een bv mensen in dienst maar mag zelf niet werken bij een opdrachtgever want wet DBA.

    Dommer kan je het toch niet maken in dit land.
    Wie gaat me dat allemaal terugbetalen?? De staat aanklagen dat ze de markt hebben verziekt de enige manier?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×