Arthur Lubbers 18 februari 2026 0 reacties Print Wtta en schijnzelfstandigheid – hoe zit dat en wat moeten inleners ermee?Wat zijn de gevolgen van het nieuwe toelatingsstelsel voor inhurende organisaties? En hoe zit het nou precies met de handhaving op schijnzelfstandigheid? Prangende vragen waar HR- en inhuurprofessionals antwoord op kregen tijdens de eerste uit de serie Thema Talks van Harvey Nash/Flexhuis.Een select gezelschap van ruim twintig professionals, verantwoordelijk voor de inhuur van externen bij organisaties, variërend van industrie tot zorg, waren op 10 februari jl. aanwezig in Maarssen op uitnodiging van Harvey Nash/Flexhuis. Een zeer inhoudelijke sessie met ruimte voor inbreng van eigen praktijkcases. En broodnodig, want nog lang niet alle inhuurprofessionals blijken bekend te zijn met het aanstaande toelatingsstelsel. Terwijl dat wel gevolgen voor hun organisatie heeft. Ook was het lang niet iedereen duidelijk wat zij moeten en kunnen doen om te voorkomen dat er een schijnzelfstandige bij hen op de werkvloer rondloopt. Wat houdt het toelatingsstelsel in? De Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) houdt in dat uitleners alleen op de markt mogen opereren als zij daartoe zijn toegelaten. Het betekent ook dat inlenende organisaties straks alleen nog arbeidskrachten mogen inhuren van intermediairs die in het toelatingsregister staan. Patrick Tom, directeur van Bureau Cicero De aanleiding voor de komst van het toelatingsstelsel was de noodzaak om misstanden rondom arbeidsmigranten tegen te gaan, denk aan slechte huisvesting en onderbetaling. Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (onder leiding van oud-SP voorman Emile Roemer) adviseerde daarom een verplichte certificering van uitzenders. Dat heeft uiteindelijk geleid tot de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) die in november 2025 is aangenomen door de Eerste Kamer. De reikwijdte van het toelatingsstelsel is echter veel groter dan oorspronkelijk bedoeld. Patrick Tom, directeur van inspectie-instelling Bureau Cicero, licht dit toe in zijn presentatie tijdens Thema Talks. “Wat oorspronkelijk bedoeld was om arbeidsmigranten te beschermen, raakt nu de hele BV Nederland. Het verplichte toelatingsstelsel geldt voor alle uitleners die zich bezighouden met ter beschikking stellen van arbeid (TBA) onder leiding en toezicht van een opdrachtgever (inlener).” Naast uitzenders, moeten ook detacheerders, payroll-organisaties, doorlenende bedrijven en zelfs consultancy-bedrijven die incidenteel ter beschikking stellen zijn toegelaten. De Wtta gaat in op 1 januari 2027 en de handhaving van het toelatingsstelsel start vanaf 1 januari 2028. Vanaf dat moment mogen intermediairs geen arbeidskrachten meer uitlenen als zij niet zijn toegelaten. Vandaar dat zij zich al aan het voorbereiden zijn. Intermediairs die nog niet over het keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (NEN 4400-1) beschikken, moeten dat alsnog snel doen om tijdig aan het uitgebreidere Wtta-normenkader te voldoen. Lees ook: Bureau Cicero geeft op 12 maart om 09:30 dit webinar tijdens de WebinarWeek, waar de Wet TTA verder wordt toegelicht en in bredere perspectif wordt geplaatst. Verplichtingen Wtta voor inleners Werk aan de winkel voor intermediairs dus, maar wat hebben inhurende organisaties met die Wtta te maken? Heel veel, vertelt Patrick Tom. Dit zijn de vier belangrijkste verplichtingen voor inleners: Vergewisplicht; voordat je met een intermediair in zee gaat, dien je te checken of die partij in het register van toegelaten uitleners staat. Tip: ga nu al in gesprek met je leveranciers hierover. Zijn zij nog niet SNA-gecertificeerd, dan is dat een red flag; de kans dat zij tijdig in het toelatingsregister zullen staan is dan aanzienlijk kleiner. Verklaring juridisch werkgever; voor elke externe arbeidskracht moet je een verklaring hebben waaruit blijkt wij de juridisch werkgever is. Let op: dit geldt voor de hele keten, de formele werkgever kan ook een tussenpartij zijn (die overigens ook toegelaten moeten zijn). Dat betekent dus dat je als inlenende organisatie inzicht moet hebben in de hele keten Registratieplicht ingeleende medewerkers; je moet vastleggen welke externe arbeidskrachten onder jouw leiding en toezicht werken binnen jouw organisatie. Dat blijkt nog wel eens lastig, weet Tom, die in de praktijk merkt dat veel inleners vaak niet precies weten welke uitzend-, payrollkrachten of gedetacheerden bij hen op de werkvloer rondlopen. En in sommige gevallen ook zelfstandigen (zzp’ers) waarvan de inzet mogelijk juridisch anders moet worden gekwalificeerd Informatieplicht; op grond van artikel 12 WAADI is de inlener nu al verplicht om de uitlener te informeren over de binnen de eigen organisatie geldende arbeidsvoorwaarden, zodat de uitgeleende arbeidskracht ten minste hetzelfde loon ontvangt als wanneer hij rechtstreeks bij de inlener in dienst zou zijn. Daarnaast is het binnen de nieuwe uitzend-cao en detacherings-cao mogelijk gelijkwaardige beloning toe te passen. Uit de pre-audits die Bureau Cicero tot nu toe heeft uitgevoerd blijkt dat het aanleveren van de informatie door de inlener ‘nog niet optimaal’ gebeurt Risico’s: forse boetes en imagoschade Het is belangrijk dat organisaties bij hun leveranciers/brokers te rade gaan om samen ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de Wtta-eisen. Want de risico’s zijn groot. De boetes voor inleners die zaken doen met niet-toegelaten uitleners (in de hele keten!) kunnen oplopen tot € 90.000 per overtreding. En daar komt het risico op reputatieschade door het overtreden van de wet nog bij. Geen organisatie wil op die manier negatief in het nieuws komen. Realistische tarieven Er is al langer een consolidatieslag gaande in de flexbranche en die zal met de komst van het toelatingsstelsel nog verder doorzetten, verwacht Patrick Tom. “Voor kleinere partijen, specialistische uitleners, wordt het complexer.” Niet alleen gaan de compliancy-kosten omhoog, ook moeten uitleners een waarborgsom van € 100.000 op tafel leggen om toegelaten te worden. En dat zal effect hebben op de flexbranche. “De markt zal verder professionaliseren. Ik denk dat er veel minder, kleinere uitleners gaan komen en er meer grotere uitleners overblijven.” Ook voorziet Tom een shift in de markt qua prijzen. “Inleners moeten rekening houden met hogere prijzen voor inhuur. De tijd van de laagste prijs (met risico) is voorbij en verschuift naar een realistisch tarief met de zekerheid van voldoen aan de wet- en regelgeving.” Wtta sleepwet schijnzelfstandigheid Een ander onderwerp dat raakt aan de Wtta is schijnzelfstandigheid. “Eigenlijk is de Wtta ook een sleepwet die schijnzelfstandigheid tegengaat”, stelt Tom. Dat zit zo: in principe geldt de Wtta niet voor zzp’ers, want bij zuivere zzp is er geen sprake van werken onder leiding en toezicht van de inlener. Maar omdat de inlener met de komst van de Wtta verplicht wordt te registreren of de ingehuurde arbeidskracht onder zijn leiding en toezicht werkt, komt schijnzelfstandigheid eerder boven drijven. Blijkt uit beoordeling van de feiten en omstandigheden dat een zzp’er wel degelijk onder leiding en toezicht van de inlener werkt, dan is sprake van schijnzelfstandigheid. Én moet de intermediair (die dan feitelijk werkgever is) zijn toegelaten tot het stelsel. “Soms zijn er grijze gebieden, bijvoorbeeld als een zzp’er op een IT-afdeling werkt. Wanneer is er sprake van schijnzelfstandigheid en wanneer niet?” Ook hiervoor geldt volgens Tom: ‘wees alert, ga in gesprek en werk samen met je leveranciers om duidelijkheid te krijgen.’ Paniek om schijnzelfstandigheid Micha Morales, Legal Counsel bij Harvey Nash Nederland Sinds er vanaf begin 2025 strenger wordt gehandhaafd op schijnzelfstandigheid is er paniek in de inhuurmarkt. Er zijn steeds meer (overheids)organisaties die helemaal geen zzp’ers meer durven in te huren. “Paniek is niet nodig, maar organisaties die zzp’ers inhuren moeten er wel mee aan de slag”, stelt Micha Morales, Legal Counsel bij Harvey Nash Nederland. Hij legt in zijn presentatie tijdens deze Thema Talks haarfijn uit hoe het zit met de handhaving op schijnzelfstandigheid. “Juridisch gezien is het op zich duidelijk, de moeilijkheid zit ‘m (voor de inhurende manager) vooral in de grote kloof tussen papier en praktijk.” Zelfstandigenwet: ‘oude wijn in nieuwe wetten’ Morales gaat eerst in op de wetgeving. De Wet op de Arbeidsovereenkomst stamt uit 1907, wat in het Burgerlijk Wetboek over de arbeidsovereenkomst staat geldt nog steeds. Maar wanneer is een zzp’er anno 2026 nou echt zelfstandig en wanneer is er sprake van een arbeidsrelatie, oftewel schijnzelfstandigheid? Het Deliveroo-arrest maakt duidelijk dat je moet kijken naar de omstandigheden in onderling verband. En de Uber-zaak leert dat dit per geval beoordeeld dient te worden. Voor het antwoord op de vraag of er wel of niet sprake is van een arbeidsovereenkomst moet men vooralsnog afgaan op jurisprudentie. Want de wetgever maakt het er voor inlenende organisaties tot nu toe niet gemakkelijker op. De VAR is tien jaren geleden vervangen door de nog altijd lege Wet DBA, vervolgens moest de Wet VBAR duidelijkheid gaan brengen, maar die dreigt te stranden. Het nieuwe kabinet kiest voor het alternatief: de Zelfstandigenwet. Die Zelfstandigenwet zou wel duidelijkheid moeten brengen. Het bepalen of een opdracht door een zelfstandige uitgevoerd mag worden kan dan aan de hand van een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets. Maar Morales plaatst ook een kritische kanttekening. “Ook al krijgt de zelfstandige een plek in de wet, er zijn altijd nuances. De Zelfstandigenwet wil duidelijkheid vooraf bieden, maar sluit toetsing achteraf niet uit. Voorafgaande toetsing is geen vrijwaring. In die zin is het dus oude wijn in nieuwe wetten’.” Morales laat weten dat Harvey Nash bij gebrek aan duidelijke wetgeving een eigen DBA-beleid heeft opgezet, gebaseerd op het Deliveroo-arrest en goedgekeurd door de Belastingdienst. “Dat werkt prima. Toch is het goed dat er in de toekomst (waarschijnlijk) één wet voor iedereen komt.” Van wet naar werkvloer Bij de handhaving op schijnzelfstandigheid geldt nog steeds een ‘zachte landing’. Dat betekent dat de Belastingdienst ook in 2026 nog niet direct boetes oplegt bij onbedoelde schijnzelfstandigheid. Maar het betekent niet dat handhaving vrijblijvend is, waarschuwt Morales. De Belastingdienst kan wel vergrijpboetes opleggen als er sprake is van opzet of grove schuld, zoals het bewust negeren van de regels. Ook kan de fiscus natuurlijk naheffingen opleggen als er sprake blijkt te zijn van schijnzelfstandigheid. “Het argument ‘ik wist het niet’ is over de houdbaarheidsdatum. Daar kom je als inlener niet meer mee weg.” Ook is het puur hebben van beleid rondom de inhuur van zzp’ers niet meer afdoende. “De handhaving op schijnzelfstandigheid verschuift van papier, beleid naar praktijk. Het is geen papieren exercitie meer”, stelt Morales. De Belastingdienst controleert daadwerkelijk hoe het beleid binnen een organisatie in praktijk wordt gebracht; is de zzp-populatie in kaart gebracht, hoe zit het met de contracten, compliancy? Wat zijn de beheersmaatregelen? Wat is de feitelijke inrichting van de werkzaamheden? “Die juridische kwalificatie van de feitelijke omstandigheden laat veel ruimte. Het hangt af van de beoordeling door de Belastingdienst. De wet vermindert onzekerheid, maar elimineert de risico’s niet.” Bezoek Belastingdienst bij Harvey Nash Harvey Nash zelf heeft inmiddels bezoek gehad van de Belastingdienst waaruit blijkt dat de broker/MSP haar zzp-beleid prima op orde heeft. En ook hier wilde de fiscus vooral weten hoe er in de praktijk met zzp’ers wordt gewerkt. Morales geeft aan dat Harvey Nash juist daarin ook (inhuurmanagers bij) de opdrachtgevers ondersteunt. “Het is belangrijk dat organisaties bij hun beleid ook de inhurende managers betrekken. Zij zijn het die op de werkvloer de feitelijke inrichting van de werkzaamheden voor zzp’ers bepalen. En zij moeten ook de interne checks hiervoor uitvoeren.” Samen is de kloof tussen papier en praktijk te dichten. Morales’ advies: “wacht niet langer, ga ermee aan de slag.” Bureau Cicero, harvey nash, schijnzelfstandigheid, wtta, zelfstandigenwet Print Over de auteur Over Arthur Lubbers Arthur Lubbers is redacteur bij ZiPconomy Bekijk alle berichten van Arthur Lubbers
nieuws - Onderzoeksrapport: invoering toelatingsstelsel uitleenmarkt haalbaar, maar ‘kritieke randvoorwaard...