"Exploring the future of work & the freelance economy"

Angst over dramatische daling werkgelegenheid ongegrond

De perceptie van de arbeidsmarkt komt niet altijd overeen met de cijfers. Het gaat veel minder slecht dan voorspeld. Maar mensen laten zich leiden door angst in plaats van feiten. Dit is een fenomeen van alle tijden, schrijft The Economist.

In een extra bulletin, ‘Riding High’, neemt The Economist van 10 april de perceptie van de arbeidsmarkt onder de loep. Wat is waar en wat is niet waar? Welk onderbuikgevoel is gegrond en welk niet?

Een geschiedenis van angsten over de arbeidsmarkt

Er zijn wel vaker angsten geweest dat ontwikkelingen een dramatische impact zouden hebben op de arbeidsmarkt. Tijdens de Industriële Revolutie bijvoorbeeld, toen automatisering veel werk overbodig maakte. In Groot-Brittannië werden textielfabrieken gevandaliseerd door luddisten. Volgens econoom Adam Smith kon de industrie mensen verpulveren tot arbeidskrachten “zo stom en onwetend als een menselijk wezen maar kan worden”.

Zelfs in tijden waarin het goed gaat met de economie, zijn mensen geneigd om narratieven te geloven die het negatieve benadrukken. Bijvoorbeeld tijdens de jaren vijftig. Na de oorlog herstelde de economie zich in rap tempo. Toch concludeerden sociale wetenschappers dat er ontevredenheid was onder taxi-chauffeurs die zich in vakbonden organiseerden omdat het werk saai was en autonomie ontbrak. Het begrip ‘blue-collar blues’ deed eind jaren zestig zijn intrede.

Ook in de jaren voor de coronacrisis waren er allerlei doemscenario’s over de arbeidsmarkt. Het feit dat veel banen (deels) vervangen werden door technologische oplossingen, speelde hier een rol in. De angst was dat alleen onzinnige, zielloze, onvervullende banen zouden overblijven. In 2018 publiceerde antropoloog David Blanchflower een bestseller over het fenomeen ‘bullshit jobs’. En tijdens de coronacrisis zijn sommige technologische ontwikkelingen in een stroomversnelling geraakt.

De feiten

De feiten zijn dat het veel beter met de arbeidsmarkt gaat dan verwacht. Indien er eind vorig jaar een tweede golf zou komen, voorspelde het OECD een werkloosheid van 12,6%. In plaats stond de wereldwijde werkloosheid eind vorig jaar op 6,9%. Dit is dus ongeveer de helft van wat er verwacht werd.

Er vallen hierbij een aantal kanttekeningen te maken. Het is bijvoorbeeld makkelijker geregeld om iemand te ontslaan dan om iemand aan te nemen. Ook al kent Nederland ten opzichte van andere landen nog altijd een strenge ontslagregeling, toch kost het proces om geschikte kandidaten te zoeken en aan te nemen meer tijd. Het kan dus even duren voordat de werkgelegenheid zich volledig herstelt van de coronacrisis.

Aan de andere kant verloren in sommige sectoren hun baan slechts tijdelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor de horeca en de reisbranche. Er zijn beloften gedaan dat voormalig personeel weer wordt aangenomen zodra de economie zich herstelt. Dit kan de werkloosheid in relatief rap tempo verminderen.

Het aantal vacatures

Het is zeker waar dat de werkgelegenheid een klap heeft gekregen door corona. De werkloosheid is gestegen, inkomensverschillen zijn groter geworden, de samenleving is verder gepolariseerd en de allerarmsten zijn het hardst geraakt tijdens de pandemie. Mensen in ‘essentiële’ beroepen, zoals schoonmakers en vuilnismannen, konden niet thuiswerken en mochten gewoon doorgaan, met alle gevolgen vandien. Minder essentiële mensen met tijdelijke contracten in laagbetaalde banen waren het makkelijkst om te ontslaan.

Toch heeft de coronacrisis een minder diep gat in de werkgelegenheid geslagen dan gevreesd. Vergeleken bij de financiële crisis van 2008-2009 valt het nog mee. Terwijl het aantal vacatures in Europa toen met 50% verminderde, daalde het nu met 25%. Dat is alsnog een stevige daling, maar slechts de helft van wat het toen was.

Verschuiving in soorten werk

Een misconceptie die ten grondslag ligt aan dramatische afschilderingen van de arbeidsmarkt, is het idee dat de hoeveelheid werk eindig is. Als automatisering banen vervangt, dan blijven minder banen over, is het idee. Dit klopt niet helemaal. De geschiedenis laat zien dat er bij automatisering een verschuiving plaatsvindt naar andere soorten banen en dat er nieuwe soorten werk ontstaan.

Als voorbeeld van nieuw werk noemt The Economist de Japanse man die ‘niks in het bijzonder’ doet. Hij valt gewoon in te huren en wordt onder andere ingehuurd als gezelschap bij grafbezoek.

Niet direct voor iedereen

De ontwikkelingen zijn niet direct voor iedereen positief. Zo zijn de werktevredenheid en het aantal gewerkte uren bij hogeropgeleiden sterker gestegen dan bij lageropgeleiden. Volgens The Economist zullen positieve economische tendensen uiteindelijk ook hun weg vinden naar de onderkant van de arbeidsmarkt, alleen zullen de allerzwaksten pas als laatste kunnen meeprofiteren.

Hier staat tegenover dat herdistribuering van inkomen in de westerse wereld nu vanzelfsprekender is om te overwegen dan vroeger, schrijft The Economist. In Europa nemen zelfs sommige rechtse partijen links-economische pijlers op in hun programma’s.

Een uitwisseling van deugden

Als angst over het instorten van de arbeidsmarkt ongegrond is, waarom is het dan zo hardnekkig? Dit valt niet puur te verklaren door weerzin tegen verandering, of door sentimenten voor de allerzwaksten. Het antwoord is complex, maar onderdeel ervan zijn balansen die opnieuw in evenwicht moeten raken. Tijdens de Industriële Revolutie kregen arbeidskrachten die machines bedienden bijvoorbeeld een hoger salaris, maar minder autonomie dan toen ze nog zelfstandig textiel sponnen.

Elke verschuiving in balans brengt effecten op andere factoren met zich mee. Bijvoorbeeld op factoren zoals werkgeluk en betrokkenheid, maar ook op factoren zoals vervreemding en ongelijkheid. Sommige verschuivingen effectueren bepaalde demografische groepen eerder dan anderen. Dit wil niet zeggen dat de veranderingen uiteindelijk niet naar alle lagen van de arbeidsmarkt zullen doorsijpelen.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

Eén reactie op dit bericht

  1. Het probleem is dat heel veel cijfers voortkomen uit desk research…..
    Onderzoekers komen niet, of onvoldoende, fysiek in aanraking met de daadwerkelijke werkvloer…..daardoor veel aannames die niet geijkt zijn op daadwerkelijke feiten……!!!!

    Inmiddels drie stakeholders dus die feitelijk ver van de burger afstaan, te weten: politiek, ambtenaren en de zogenaamde onderzoeksbureaus……Hierdoor is een enorm schisma ontstaan tussen wat men voornamelijk in “Den Haag” beweert en wat er in het “echte leven” gebeurt…..
    Helaas…….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *