Platform Toekomst van Arbeid: zzp’er moet spaarpot vullen voor slechte tijden

Flexkrachten, vooral zzp’ers, worden hard geraakt door de coronacrisis. Dat stelt het Platform Toekomst van Arbeid. Daarom is het hoog tijd om maatregelen te nemen om de zzp-markt ‘stootvaster’ te maken. Waarmee gelijk uitzendwerk een steuntje in de rug krijgt.

Zelfstandigen moeten een weerbaarheidsreserve opbouwen, zo stelt het Platform de Toekomst van Arbeid (PTA) in het rapport Naar een schokbestendiger arbeidsmarkt dat begin deze week is aangeboden aan minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zie foto met ABU voorzitter Sieto de Leeuw). Dit is een vervolg op het rapport Investeren in mensen dat het PTA dit voorjaar publiceerde, waarin de effecten van de coronacrisis nog niet waren meegenomen.

Dit nieuwe rapport was blijkbaar nodig nu de coronacrisis de urgentie om zzp’ers beter te beschermen heeft aangetoond. Het rapport stelt dat zelfstandig ondernemers ‘massaal’ opdrachten verloren en velen uit ‘broodnood’ een beroep op de Tozo-regeling hebben moeten doen. ‘Een flinke groep zelfstandig ondernemers beschikte niet over een eigen vangnet of spaarpot voor slechte tijden’, zo is de conclusie.

Individuele weerbaarheidsreserve

Hoewel ook andere voorstellen aan bod komen – zoals een verkorte WW als springplank voor werkzoekenden – gaat het rapport vooral uitgebreid in op maatregelen die de positie van de zzp’er zou moeten verbeteren.

Het PTA erkent dat collectief verzekeren van inkomensverlies bij zelfstandigen lastig is. Daarom moet volgens het platform ‘een spaarelement worden toegevoegd aan de mix’. Vandaar een nieuw voorstel voor zelfstandigen: de ‘weerbaarheidsreserve’. Dit is een individueel opgebouwde reserve die zelfstandigen kunnen benutten bij ziekte, bij inkomensverlies en voor hun pensioen. Plat gezegd, de weerbaarheidsreserve is een (gedwongen of vrijwillige) spaarpot. Over hoe die spaarpot moet worden gevuld doet het PTA suggesties, met variabelen als de hoogte van de opbouw van de reserve en het al dan niet fiscaal faciliteren van de inleg. Het PTA schetst een vrije variant, waarbij de deelname aan de opbouw van het (fiscaal gestimuleerde) weerstandsvermogen vrijwillig is. Maar ook de optie van een dwingende variant, waarbij het door de fiscus vastgestelde inkomen van de zelfstandige als basis geldt voor de vaststelling van de inleg in de spaarpot. Of het opbouwen van het weerstandsvermogen verplicht moet worden of niet, en of de overheid daarbij al dan niet fiscaal moet ondersteunen, dat laat het PTA graag over aan een nieuw kabinet. De voorstellen in de eigen rapporten ziet het platform vooral als bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord.

Minder (schijn)zelfstandigen

Volgens het PTA zullen er na implementatie van dit pakket aan maatregelen minder zelfstandig ondernemers zijn. Vooral (schijn)zelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt zou hiermee worden bestreden. De krachtigere zelfstandigen zouden dan overblijven op de zzp-markt. Zij kunnen met hun hogere uurtarieven gemakkelijker een buffer voor barre tijden opbouwen, zo is de redenering.

Belang uitzenders

En dat is natuurlijk koren op de molen van de uitzenders. De ABU klaagt al veel langer dat de waarde van uitzendwerk onder druk staat door een groot aanbod van ongereguleerde (lees: goedkopere) flexibele arbeid, zoals platformwerk en zzp.

Doordat de wetgeving voor uitzenden steeds strenger wordt (WAB, aanbevelingen commissie Borstlap) ontstaat volgens de ABU een ongelijk speelveld op de huidige arbeidsmarkt, wat leidt tot oneigenlijke concurrentie tussen de verschillende vormen van werk. Het gevreesde waterbedeffect is dat uitzenden meer en meer verschuift naar platformwerk en zzp. Dus hebben uitzenders er simpelweg baat bij dat er (ook) meer regulering voor andere vormen van flex komt. Als de voorstellen van het PTA inderdaad leiden tot minder goedkoop zzp-werk, betekent dat minder concurrentie voor uitzenden.

Niet voor niets benadrukt de ABU in het eigen persbericht naar aanleiding van dit PTA-rapport dat ‘de financiële weerbaarheid van zelfstandige ondernemers beter moet’.

Outsiders op de arbeidsmarkt

Sieto de Leeuw, voorzitter van de ABU en betrokken bij PTA, trekt het belang van betere bescherming van flexkrachten overigens wel breder. Volgens De Leeuw versterkt de coronacrisis het verschil tussen de insiders en outsiders op de arbeidsmarkt: “De insiders zijn de mensen met een vast contract, met veel zekerheden en van wie een deel bescherming krijgt door de NOW-regelingen. De outsiders worden in deze crisis hard getroffen: mensen met een tijdelijk contract of oproepcontract, uitzendkrachten die niet aan de referte-eis voor een WW-uitkering voldoen en zelfstandigen. Voor die groepen wordt niet of nauwelijks gezorgd.”

Dat het PTA zich zo bekommert om de zelfstandigen, terwijl er geen enkele zzp-organisatie is vertegenwoordigd in deze maatschappelijke alliantie, leverde deze week al direct kritische reacties op social media op. Het platform bestaat namelijk uit onder meer de Goldschmeding Foundation, AWVN, Cedris, UWV, VNG, NRTO, MBO-Raad, PO-Raad, het Verbond van Verzekeraars en de ABU. Tegenover BNR zei Sieto de Leeuw gelukkig eerder deze week ‘dat er de laatste tijd te vaak gesproken is óver zelfstandigen in plaats van mét zelfstandigen.’ Terechte zelfkritiek.

NBBU: basisregeling

De NBBU komt overigens – goed getimed – op dezelfde dag met een persbericht naar buiten waarin het opnieuw een pleidooi houdt voor een basisregeling voor alle werkenden (zie hier) . Een oproep die de brancheorganisatie voor uitzenders vorig jaar ook al deed. Volgens de NBBU heeft de coronacrisis juist aangetoond dat bedrijven structureel behoefte hebben aan wendbaarheid (lees: flexwerk). Om die flexibiliteit van bedrijven te koppelen aan zekerheid voor werkenden, zou er een sociaal minimum moeten komen voor elke werkende als dekking bij arbeidsongeschiktheid en werkverlies. De afdracht hiervoor wordt in dit voorstel door alle werkenden gedaan. Dat biedt volgens de NBBU iedereen vergelijkbare zekerheid en een gelijk speelveld.

Of dit vergaande idee politiek haalbaar is, valt te betwijfelen. Dat zou een wel heel forse wijziging in ons sociale stelsel inhouden. Maar het is in ieder geval een goede inbreng die de discussie over flex veel breder trekt dan alleen het aanscherpen van zzp-wetgeving.

Platform van Arbeid voorstellen in een schema

5 reacties op dit bericht

  1. “Een flinke groep zelfstandig ondernemers beschikte niet over een eigen vangnet of spaarpot voor slechte tijden.”

    Goh. Gelukkig zijn er geen grote bedrijven die gebruik moeten maken van de NOW? Met andere woorden, kan iemand mij uitleggen waarom zelfstandigen wel en grote ondernemingen niet over zo’n spaarpot hoeven te beschikken?

    Ik heb geheel vrijwillig wel zo’n spaarpot, waar ik deze en komende crises wel mee doorkom. Ik heb dan ook van geen enkele regeling gebruik gemaakt. Ik wens dan ook niet gedwongen te worden om verplicht een verzekering af te sluiten, waar ik tzt waarschijnlijk a niet eens gebruik van mag maken (want: andere middelen).

  2. Ik heb ook een spaarpot, maar die wordt wel door Box 3 afgeroomd, elk jaar opnieuw. Schril contrast met de regelingen voor grote bedrijven en hun werknemers.

  3. Volgens mij is de verkeerde conclusie getrokken. “Veel ZZP-ers hebben een ToZo aangevraagd (…)omdat ze zelf geen reserve hadden. ” In mijn omgeving heeft elke ZZP-er een ToZo aangevraagd omdat er geen vermogenscheck was én omdat veel ZZP-ers ook de huur van hun huis toch maar hebben opgevoerd in de eis voor vaste lasten. “Er stond op de website namelijk niet dat het over de vaste lasten van het bedrijf ging en de huur mag ik daarom meenemen.” Niet netjes, maar goed. Maar de meeste hebben gewoon een spaarpotje hoor, in vastgoed, auto’s, spaargeld, beleggingen en andere hebbedingetjes.

  4. Helemaal eens met de reacties van Frans en Jo.
    Overigens vooral “het door de fiscus vastgestelde inkomen van de zelfstandige [dat] als basis geldt voor de vaststelling van de inleg in de spaarpot” en het stuk “Vooral (schijn)zelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt zou hiermee worden bestreden. De krachtigere zelfstandigen zouden dan overblijven op de zzp-markt. Zij kunnen met hun hogere uurtarieven gemakkelijker een buffer voor barre tijden opbouwen, zo is de redenering.” geeft me de bibbers.

    Laat deze zelfstandigen nu net niet zitten te wachten op een verplichte inleg en laten we vooral de fiscus hier in hemelsnaam niet mee belasten. Stimuleer het vooral niet fiscaal, laat de fiscus erbuiten, maak het niet verplicht en laat een zelfstandige zelfstandig zijn en zijn of haar eigen keuzes maken.

    Dit is een nogal doorzichtige poging om de regelgeving (weer) in het voordel van uitzenders te manipuleren. Het mag, ik snap het maar laten we dit vooral niet doen 😉

  5. Eens met Jo, Frans en Niels. Dit is een listige alliantie tussen werkgevers in de uitzendbranche en verzekeraars, die puur uit eigen belang de zzp’ers onnodig op kosten wil jagen met een verplichte inkomens/spaar verzekering. Bovendien doen ze aan bangmakerij en zijn ze onjuist geïnformeerd oa over ‘broodfonds’. Sterk staaltje ‘praten over’ ipv ‘praten met’. Ik schreef er deze blog over: https://www.sharepeople.nl/een-weerbaarheidsreserve-voor-zelfstandigen-is-geen-goed-idee/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *