"Exploring the future of work & the freelance economy"

Limmen (CNV): “Flextrend moet nu echt gestopt worden”

Sectoren die grossieren in flexbanen gaan daar last van krijgen, stelt Maurice Limmen, voorzitter CNV Vakcentrale. Ondertussen krimpt de ‘externe flex-schil’ zo laat Wim Davidse zien.

De economie groeit, net als het aantal banen. Maar dat zijn nog veel te veel flexbanen en dat moet anders. Maurice Limmen, voorzitter CNV Vakcentrale, reageert op de CBS cijfers Flexwerk 2017.

“Ondanks mooie groeicijfers van de economie als geheel neemt het aantal flexbanen nog steeds toe. Vier op de tien Nederlanders heeft een flexbaan. Goed dat het aantal vaste banen groeit, maar dat stopt nog niet de doorgaande structurele trend van flexibilisering van de arbeidsmarkt. De groei van flex neemt namelijk net zo goed toe, vooral onder jongeren en vrouwen. Die flextrend maakt mensen onzeker en moet nu echt gestopt worden. Ik roep dan ook het kabinet op om hier snel maatregelen voor te nemen’ aldus Limmen.

Sectoren die grossieren in flexbanen gaan daar last van krijgen

Limmen: “Werkgevers schijnen bang te zijn voor het ‘droogkoken’ van het aanbod van arbeidskrachten. Ik zeg u: Sectoren die grossieren in flex- en oproepbanen blijven onaantrekkelijk en zullen daar steeds meer last van krijgen.”  Naast meer vaste banen pleit Limmen ook voor hogere lonen.

Flex is vooral interne flex

Wim Davidse zette de jongste CBS cijfers in de onderstaande grafiek. Daaruit wordt duidelijk dat het aantal flexbanen nog steeds wel groeit, maar de groei neemt wel flink af. De groei van het aantal vaste banen ligt nu op een gelijk niveau als het aantal flexbanen. Een Flex-unicum, noemt Davidse dat in een bericht op LinkedIn: de “externe flexschil (uitzenden/deta + zzp) is gekrompen in 2017 Q4, met -1,0%. Laatste keer dat dat gebeurde: dipje in 2011 Q1. Interne flex nog stevig gegroeid, met +5,5%; m.n. tijdelijke contracten met uitzicht op vast en oproep-/invalkrachten”.

 

Waarbij opgemerkt dat Davidse alle zzp’ers mee telt in de flexbanen (daar valt wel wat op af te dingen: zie dit artikel. Met een wat scherpere blik op de achtergrond van zzp’ers daalt de omvang van de flexschil al flink).  Bij een flink deel van die flexbanen gaat het om wat Davidse ‘interne flex’ noemt. Mensen met bijvoorbeeld een tijdelijk dienstverband of bijvoorbeeld oproep- of nuluren contracten.

Het percentage ‘flex’ is onder lager opgeleiden overigens aanzienlijk hoger dan onder hoger opgeleiden. 45,2% van alle lager opgeleiden heeft een vorm van ‘flex-baan’; onder hoger opgeleiden is dat net 29,6%. Dat terwijl de cijfers onder de zzp’ers juist omgekeerd zijn. Daar is het aantal lager opgeleiden juist veel minder in aantal.

In een column in het FD zette Mathijs Bouman onlangs een aantal cijfers over zzp’ers, werknemers en flexwerkers naast elkaar. Zie rechts. Steeds kwamen de zzp’ers er beter uit dat de werknemers, maar de flexwerkers minder (uitzendkrachten, oproepkrachten etc).

Van die vier op de tien waar Limmen over praat heeft het zzp-deel het over het algemeen prima naar zijn zin.

Zie ook webinar van Wim Davidse: 

 

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

Er kunnen geen reacties meer achtergelaten worden.