"Exploring the future of work & the freelance economy"

1 op 13 zzp’ers ziet zichzelf als “schijnzelfstandige”

In een enquête van  ZZP Barometer, gehouden onder 1.172 zzp’ers,  geeft één op de dertien zzp’ers (7,7%) aan zichzelf als ‘schijnzelfstandige’ te beschouwen. In totaal zijn dit meer dan 70.000 zzp’ers die als werknemer gedwongen zijn ontslagen en vervolgens zijn ingehuurd als zzp’er. Het aantal schijnzelfstandigen is het grootst in de creatieve sector.

Kabinetsmaatregel: BGL en VAR

Onder de term ‘schijnzelfstandigheid’ wordt verstaan: als werknemer gedwongen ontslag ontvangen en vervolgens ingehuurd als zzp’er of freelancer. De Beschikking Geen Loonbeslag (BGL) is in november door staatssecretaris Wiebes van Financiën voorgesteld als maatregel om deze ‘schijnzelfstandigheid’ aan te pakken. Desondanks is slechts één op de vijf zzp’ers voorstander van het invoeren van de BGL en het afschaffen van de VAR (verklaring arbeidsrelatie). Van de zzp’ers die zichzelf als ‘schijnzelfstandig’ beschouwen, is een twee keer zo groot deel (40,8%) voorstander van het invoeren van de BGL en het afschaffen van de VAR.

De BGL zal echter niet voor het gewenste effect zorgen, omdat alle zzp’ers hiermee worden benadeeld – en niet alleen zzp’ers die vanwege een gedwongen ontslag voor zichzelf zijn begonnen. Het zal het ondernemen voor zzp’ers die uit positieve overwegingen zijn gestart juist moeilijker maken, want opdrachtgevers gaan meer risico dragen en daardoor voorzichtiger worden bij het inhuren van zzp’ers.

Creatieve sector scoort slechtst

In de branches “Kunst en cultuur” (14,6%), “Onderwijs en opvoeding” (14,3%) en “Marketing, communicatie en PR” (13,2%) valt het percentage ‘schijnzelfstandigheid’ het hoogst uit. In de branches “Bouw en installatie” (2,5%), “Zakelijke dienstverlening” (5,0%) en “Techniek” (5,7%) valt het percentage het laagst uit. De bouwsector scoort opvallend positief, het probleem in die sector is veel kleiner dan gedacht door media en politiek.

Piek in schijnzelfstandigheid door crisis

Van de zzp’ers die minder dan één jaar actief zijn, geeft bijna één op de vijf (17,3%) aan vanwege een gedwongen ontslag als werknemer gestart te zijn. Hoe langer de zzp’er actief is als ondernemer, des te lager het percentage. Onder zzp’ers die langer dan vijf jaar actief zijn is de schijnzelfstandigheid slechts 4,1%. We zien alleen een hoger percentage bij zzp’ers die twee tot vijf jaar actief zijn: dat zijn waarschijnlijk de zzp’ers die midden in de crisis begonnen zijn.

Opleiding voorkomt schijnzelfstandigheid

Onder zzp’ers die hun doctoraat (PhD) hebben behaald is schijnzelfstandigheid het hoogst (18,8%). Te specifieke en te generieke opleidingen zorgen voor een hoger aantal schijnzelfstandigen. Bij zzp’ers die alleen hun vwo- (7,7%), vmbo- (10,7%) of havodiploma (16,1%) hebben behaald en die geen beroepsgerichte of specialistische opleiding hebben voltooid, is het aantal schijnzelfstandigen relatief hoog. Bij beroepsgerichte of specialistische opleidingen als een master- (6,0%), hbo- (5,3%) of mbo-opleiding is het percentage significant lager.

ZZP Barometer - Schijnzelfstandigheid onder zzp'ers per branche

ZZP Barometer - Schijnzelfstandigheid onder zzp'ers per ondernemersfase

ZZP Barometer - Schijnzelfstandigheid onder zzp'ers per opleidingsniveau

ZZP Barometer - Schijnzelfstandigheid onder zzp'ers per politieke voorkeur

 

Jeroen Sakkers (1987) is oprichter en eigenaar van Victor Mundi het grootste ondernemersplatform in Nederland met diverse gratis cloudtools voor de kleine ondernemer. Daarnaast is hij initiatiefnemer van de ZZP Barometer - de onafhankelijke, structurele onderzoek voor en over de zzp-markt. Ambitie: een revolutie ontketenen in de arbeidsmarkt. Bekijk alle berichten van Jeroen Sakkers

9 reacties op dit bericht

  1. Hierboven wordt ‘schijnzelfstandigheid’ gedefinieerd als: ‘als werknemer gedwongen ontslag ontvangen en vervolgens worden ingehuurd als zzp’er of freelancer’. Financiën heeft tot nu toe echter nog geen heldere definitie gegeven van dit -vermeende- probleem. In formele stukken van dit ministerie zie je wel steeds terug dat onder schijnzelfstandigheid wordt verstaan het formeel werken ‘als zelfstandige’, terwijl de relatie feitelijk een dienstbetrekking is.

    Deze definitie is voor mij niet helder, omdat er twee soorten dienstbetrekkingen bestaan: één in fiscale zin en één in privaatrechtelijke zin. Aan deze verschillende varianten zitten andere rechtsgevolgen vast en het maakt voor opdrachtgevers én opdrachtnemers daarom nogal wat uit van welk van de twee sprake is. De vragen van de webmodule lijken trouwens vooral op zoek naar de tweede variant: de privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst met alle werknemersrechten én -plichten.

    Ex werknemers zijn in ieder geval niet per definitie schijnzelfstandig, hoewel ik erken dat voortzetting van precies dezelfde werkzaamheden buiten loondienst wel een indicatie kan zijn van voortzetting van de arbeidsovereenkomst, zo je wil: schijnzelfstandigheid. De huidige beleidsregels beoordeling dienstbetrekking van de Belastingdienst gaan trouwens al in op dit verschijnsel, ook wel genoemd ‘frontverandering’ en de regels daarvoor zijn in mijn ogen duidelijk. Nieuwe wetgeving hiervoor is echt niet nodig. Zie ook http://wetten.overheid.nl/BWBR0014311/geldigheidsdatum_25-10-2011#BijlageI

  2. Uit deze grafiek lees ik dat de linksdenkende Nederlanders massaal als schijnzelfstandige op een frauduleuze manier belastingvoordelen voor ZZP’ers genieten. Of vergis ik me?

  3. Jeroen,

    Misschien wat te veel op detail, maar wordt de term ‘schijnzelfstandigheid’ en ‘gedwongen zelfstandigheid’ hier niet iets te veel als hetzelfde gebruikt?. Volgens mij zijn het twee verschillende termen, zo worden ze ook in Den Haag apart gebruikt:

    * Gedwongen is situatie waarbij iemand geen andere keus heeft om als zzp’er te werken. Bijv om ze geen reëel uitzicht hebben op loondienst.
    * Schijnzelfstandigheid is wanneer iemand onder onjuiste voorwendselen zich voordoet als zzp’er en daarmee ook gebruikt maakt fiscale voorzieningen. (bijv. wel duidelijk gezagsverhouding, langdurig een opdrachtgever). Zie ook dit onderzoek in opdracht van EZ van vorig jaar http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/04/12/eindrapport-zzp-tusen-werknemer-en-ondernemer.html Daarin komt met op paar procent schijnzelfstandigen.

    Nu zijn er zzp’ers die zowel gedwongen zzp’er zijn (bijv na ontslag, geen kans op baan) + ook schijnzelfstandig (denk aan bouw, postbezorgers) => dit is met name de groep waar (deel) politiek zich op richt.

    Een tweede categorie is de groep die wel schijnzelfstandig zijn (of zo worden beschouwd), vaak omdat ze al jaren maar een opdrachtgever hebben. Dat komt nog het meeste voor in de ICT. Die zijn meestal niet gedwongen (zzp’er vindt het wel best om zzp’er te zijn). Dit is ook een doorn in het oog van (deel in) Den Haag, maar met minder prioriteit. Veel zaken in de zorgsector die nu spelen vallen hier ook onder. Die zzp’ers worden wel als schijnzelfstandigen gezien (met als argument dat er een gezagsverhouding is en/of maar een opdrachtgever), maar groot deel van deze zzp’ers voelt zich niet ‘gedwongen zelfstandig’.

    Dan zijn er nog gedwongen zzp’ers (denk aan veel instroom aan interim managers, vaak wat ouder) die nauwelijks een alternatief hebben op de arbeidsmarkt en dus maar zzp’er worden maar geen schijnzelfstandigen zijn. Immers indien ze opdrachten/opdrachtjes komen, dan is dat conform de VAR + fiscale regels geen schijnconstructie (immers: echt opdracht, zelfstandig kunnen handelen, etc). Dit is een (kleine) categorie waar vanuit handhaving fiscale regels niemand zich erg druk maakt in Den Haag.

    O ja, en dat zijn er nog zzp’ers die geheel vrijwillig en ook conform alle regels zelfstandig ondernemer zijn. En gelukkig maar vormen zijn de (soms stille) meerderheid.

  4. er zijn schijnzelfstandigen en fraudeurs. Frauders claimen ondernemersaftrek in strijd met regels. Schijnzelfstandigen zijn eerlijke hardwerkende andersoortige ondernemers

  5. Hier hebben de slagers over hun eigen vlees geoordeeld, het is dus niet te zeggen wat een reëel percentage schijnzelfstandigen is. Aan de ene kant zullen mensen van zichzelf denken dat ze het goed hebben geregeld, terwijl dat niet het geval is, aan de andere kant hebben mensen zich wellicht ten onrechte als schijnzelfstandige betiteld, door de beperkte vraagstelling.

    Zoals Hugo Jan terecht aangeeft is er een verschil tussen schijnzelfstandigheid en gedwongen zelfstandigheid. Het simpele feit dat je een opdracht meekrijgt van je oude werkgever, betekent m.i. niet dat je dan een schijnzelfstandige bent (en zeker geen gedwongen zelfstandige).

  6. Jeroen, je schrijft Beschikking Geen Loonbeslag, maar het is Beschikking Geen Loonheffing….

  7. Ha Jeroen,

    Is het rapport al beschikbaar? Ik was op zoek naar absolute aantallen respondenten, want dat is met percentages altijd wat spannend.

    Het percentage in de bouw valt mij bijvoorbeeld ook op, en ken daar wat mensen. Als 40 bouwers hebben geantwoord en 1 zegt schijnzelfstandige te zijn dan is dat ook 2,5%, maar niet heel representatief.

  8. De discussie volgend heb ik het meest met de opvatting van Hugo-Jan, omdat hij laat zien dat er een variëteit is aan soorten arbeidsrelaties, juridische regiems en dergelijke, die het eigenlijk niet meer mogelijk maken een juiste differentiatie te maken van de huidige situatie. Deze grote differentiatie is de werkelijkheid geworden van het fenomeen zzp. In het boekje de ZZP-Maatschappij van KIZO hebben wij een beeld geschetst van deze differentiatie. Met betrekking tot de oplossing van het vraagstuk, waar ik denk wij allen het wel over eens zijn, dat er een grens getrokken moet worden om te voorkomen dat er gefraudeerd wordt, maar waar ik voor op wil passen is dat deze grens alleen bepaald wordt door fiscale overwegingen (het tekort aan inkomsten bij de overheid) en of tekorten in de sociale voorzieningen. De maatregelen zijn dan bedoeld als bescherming van het oude systeem, gebaseerd op collectiviteit en herverdeling via de staat en niet op de zich veranderende maatschappij, waar wij op zoek zijn naar een nieuw evenwicht tussen collectief en individueel. Deze discussie beheerst ook de CAO tafels en is één van de redenen dat het afsluiten van CAO’s niet lukt. Ik hoop dat de Vrije Ruimte die er nu is gekomen door crisis, bezuinigingen, veranderingen in de economische paradigma’s gebruikt gaat worden om nieuwe eigentijdse wegen in te slaan. Bij die Vrije Ruimte hoort ook bescheidenheid van de zittende machten en de mogelijkheid om gedifferentieerde kleinschalige ontwikkelingen toe te laten en daarmee te experimenteren en ervaring op te doen. Ruimte voor innovatie ook op de arbeidsmarkt en niet iedereen als schijnzelfstandig te beschouwen, die niet past in de paradigma’s van het verleden, waar collectiviteit de norm is.