ZiPredactie 6 oktober 2026 0 reacties Print Onderzoek en cijfers: De nieuwe werkelijkheid van de zzp. “Vroeger hadden we het over gedwongen zzp’ers, nu over gedwongen werknemers”Sinds het einde van het handhavingsmoratorium zijn 138.000 zzp’ers uit de CBS statistieken verdwenen. Maar naar een vast baan gingen ze niet. Hugo-Jan Ruts (ZiPconomy) en Sem Overduin (HeadFirst) lichten het nieuwe rapport ‘De nieuwe werkelijkheid van de zzp’ toe: wat laten de cijfers zien, en wat zou Den Haag ermee moeten?In zes kwartalen tijd daalde het aantal zzp’ers dat eigen arbeid aanbiedt met 12,5 procent. Dat zijn 138.000 mensen die volgens het CBS niet langer zelfstandig aan het werk zijn. Ander dan wellicht verwacht of gehoopt: die personen hebben nu vaak geen vaste baan en werken ook niet via uitzendbureaus of detacheerders. Ze hebben vooral kortlopende contracten of werken via een oproepcontract. Dat blijkt uit het rapport ‘De nieuwe werkelijkheid van de zzp. De impact van handhaving, beleid en arbeidsmarktontwikkelingen in cijfers’ dat op 5 oktober is uitgebracht door ZiPconomy, HeadFirst en ONL voor Ondernemers. Het doel van de reeks is volgens Sem Overduin, lead corporate en public affairs bij HeadFirst, om het debat te voeden met feiten in plaats van onderbuikgevoelens. Data van onder meer het CBS, TNO, de Kamer van Koophandel en Intelligence Group worden bij elkaar gebracht. “Het is niet aan ons om die afwegingen te maken”, benadrukt hij. “Dat is aan de politiek.” De cijfers laten wel een duidelijke conclusie toe: minder zzp betekent niet automatisch meer vast. Een trendbreuk na dertig jaar groei Hugo-Jan Ruts, oprichter van ZiPconomy en – samen met Wim Davidse verantwoordelijk voor het onderzoek – zet eerst de verhoudingen recht. De zzp’er waar het politieke debat over gaat, de zelfstandige die eigen arbeid levert aan organisaties in langere opdrachten, vormt slechts 2,6 procent van alle werkenden in Nederland. De arbeidsmarkt is veel breder dan vast en flex, en ook andere groepen zelfstandigen merken de gevolgen van het beleid. De groei van die groep is bovendien niet zomaar door de overheid aangewakkerd, stelt Ruts. Sinds 1996 groeide het aantal zzp’ers eigen arbeid vrijwel onafgebroken met zo’n vijf procent per jaar, ook vóór het stimuleringsbeleid dat vanaf 2004 op gang kwam. Ook tijdens de financiële crisis en na het afbouwen van fiscale voordelen bleef de groei overeind. “Het kan niet alleen maar daaraan liggen”, zegt hij. Individualisering en de opkomst van internet speelden net zo goed een rol. “Dat stimuleringsbeleid is eerder een facilitering en een reactie daarop.” Na corona volgde nog een flinke piek: “Mensen zagen ineens: het kan.” Met het opheffen van het handhavingsmoratorium op 1 januari 2025 kantelde dat beeld abrupt. “Dan hakt dat er best wel in”, zegt Overduin over het eerste kwartaal van 2025, toen het aantal zzp’ers eigen arbeid met zo’n 50.000 afnam. “Decennia op rij zie je groei, en vanaf 2025 echt krimp.” Het Centraal Planbureau rekende eerder op 130.000 zzp’ers minder over 2025 en 2026 samen. Dat aantal is in het tweede kwartaal van 2026 al overschreden. Wel vlakt de daling inmiddels wat af. Bron: De nieuwe werkelijkheid van de zzp. De impact van handhaving, beleid en arbeidsmarktontwikkelingen in cijfers (2026) Niet naar vast, maar naar onzekere flex De belangrijkste vraag in het rapport is waar die 138.000 zelfstandigen zijn gebleven. Niet in vaste banen, blijkt uit de CBS-cijfers. Ook niet in tijdelijke contracten met uitzicht op vast werk. En zelfs uitzenden en detacheren daalt. De groei zit in twee andere categorieën: korte tijdelijke contracten van drie tot zes maanden zonder uitzicht op vast, en oproepcontracten. Bron: De nieuwe werkelijkheid van de zzp. De impact van handhaving, beleid en arbeidsmarktontwikkelingen in cijfers (2026) “Dat zijn ook wel de categorieën die we onzekere flex noemen”, zegt Ruts. Als het de bedoeling van beleidsmakers was om mensen meer vastigheid te bieden, “dan zie je dat in ieder geval nu niet in die cijfers terug”. Overduin ziet hetzelfde patroon in de overstapcijfers. De stap van zelfstandige naar een flexibel dienstverband piekte richting het eerste kwartaal van 2025 en loopt nu opnieuw op. De overstap naar een vast contract groeit veel minder hard. “Minder zzp’ers vertaalt zich niet direct in meer vaste arbeidsovereenkomsten”, vat hij samen. Volgens hem laat dat zien dat de vraag naar flexibiliteit niet verdwijnt, maar verschuift van extern naar intern. “Organisaties en opdrachtgevers hebben echt behoefte aan die interne flexibiliteit.” Wie knippert het eerst met de ogen? De daling is niet overal even groot. Kijk je naar de gewerkte uren van zelfstandigen per sector, dan zette de krimp in onderwijs en zorg al eerder in dan januari 2025. Overduin wijst erop dat juist die sectoren politiek en maatschappelijk onder een vergrootglas lagen, net als de kinderopvang. In de bouw volgde de afname vanaf het eerste kwartaal van 2025. De zakelijke dienstverlening laat een stabieler beeld zien, omdat veel bedrijven daar eerder werk maakten van compliant inhuren. Ruts gaat een stap verder. In zorg en onderwijs wilden veel opdrachtgevers zelf “wel van de zzp’ers af”, zegt hij. Het einde van het moratorium kwam hen volgens hem goed uit om dat sectorbreed door te voeren, ook toen naheffingen nog helemaal niet aan de orde waren. Dat leidt tot een botsing tussen organisaties en de zelfstandigen om wie het gaat. “Wie knippert hier het eerst met z’n ogen?” Opvallend is ook waar de krimp naar beroepsniveau het hardst is: bij het eenvoudigere, praktische werk. Het gaat om een kleine groep, ongeveer 2 procent van de zzp’ers eigen arbeid, terwijl twee derde op de hogere beroepsniveaus werkt. Toch is juist in deze groep, denk aan horecapersoneel, schoonmakers en glazenwassers, de schaarste groot. Overduin vermoedt dat deze groep vaker behoefte heeft aan zekerheid en nu een arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden. Ruts ziet daarin een maatschappelijk dilemma. De wens om zelfstandig te zijn is in deze groep niet kleiner dan bij hoogopgeleiden, en met het rechtsvermoeden bij een laag tarief komt er nog een maatregel aan die hen raakt. Hij waarschuwt voor een situatie waarin het “een privilege wordt om zzp’er te kunnen zijn”, alleen weggelegd voor de lucky few. Jonge zzp’ers haken af, 55-plussers niet Ook naar leeftijd lopen de cijfers sterk uiteen. Bij jongere zzp’ers zit een duidelijke krimp, terwijl het aantal zelfstandigen van 55 jaar en ouder nog steeds groeit. Dat sluit aan bij onderzoek van Intelligence Group: van de zzp’ers onder de 30 zegt zo’n 17 tot 18 procent liever in loondienst te werken. Bij 55-plussers ligt dat aandeel veel lager. Bron: De nieuwe werkelijkheid van de zzp. De impact van handhaving, beleid en arbeidsmarktontwikkelingen in cijfers (2026) Overduin verklaart het verschil onder meer uit de levensfase. Oudere zelfstandigen kiezen vaak heel bewust voor het ondernemerschap. “Die hebben misschien al een carrière in loondienst achter de rug”, met een financiële buffer en lagere woonlasten. Zij kunnen het zich mogelijk ook permitteren om even de kat uit de boom te kijken. Ruts voegt daar een minder rooskleurige verklaring aan toe. Voor 55-plussers is het lastiger om een vaste of zelfs tijdelijke baan te vinden. “Arbeidsmarktdiscriminatie op leeftijd is de grootste arbeidsmarktdiscriminatie die er is.” Wie weinig opdrachten heeft, blijft in de CBS-cijfers toch als zzp’er meetellen. Hard maken kunnen de sprekers het niet, want zo gedetailleerd zijn de data niet. Ruts verbaast zich er wel over dat “de overheid best weinig data gebruikt” bij dit soort afwegingen. De geest is nog niet terug in de fles Tegenover de dalende CBS-cijfers staat een opvallend gegeven: het aantal zzp’ers dat staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel blijft netto groeien. Dat lijkt tegenstrijdig, maar de bronnen meten iets anders. Het CBS legt vast in welke contractvorm iemand op dit moment werkt. Wie een eenmanszaak heeft maar nu in loondienst werkt, telt daar als werknemer, terwijl de inschrijving bij de KvK gewoon blijft staan. Ook in de afgelopen zomermaanden kwamen er volgens de KvK netto 7.000 tot 9.000 zzp’ers bij, met elke maand bijna 20.000 nieuwe inschrijvingen. Ruts leest daarin dat de wens om zelfstandig te werken overeind blijft. “De geest is wat dat betreft nog niet terug in de fles.” Wie blij is met een nieuwe vaste baan, schrijft zijn eenmanszaak uit, redeneert hij. Dat dit niet massaal gebeurt, suggereert dat veel tijdelijke werknemers denken: “Mijn tijd komt wel weer.” De cijfers van Intelligence Group wijzen dezelfde kant op. Het aandeel zzp’ers dat liever een baan zou hebben, schommelt al jaren rond de 11 procent, in lijn met onderzoek van TNO. Zouden de vertrokken zelfstandigen tevreden zijn met hun nieuwe dienstverband, dan had dat aandeel fors moeten dalen. Dat gebeurt niet. Ruts trekt er een scherpe conclusie uit: “Vroeger hadden we het over gedwongen zzp’ers. We hebben het nu over gedwongen werknemers.” Hij herinnert aan een uitspraak van oud-minister Koolmees, die ooit zei mensen niet tegen hun wil gelukkig te willen maken. “Daar zijn we nu wel een beetje mee bezig.” Wat Den Haag met de cijfers zou moeten doen Hoewel de opstellers benadrukken dat de afweging aan de politiek is, geven beiden duidelijke signalen mee. Overduin vraagt beleidsmakers te toetsen of hun maatregelen het beoogde doel wel bereiken. Organisaties blijven flexibiliteit nodig hebben, en als die niet via zzp’ers kan, verschuift ze naar onzekere contracten. “Den Haag moet dat altijd wel in ogenschouw nemen”, aldus Overduin. Overduin verwijst naar onderzoek van SEO Economisch Onderzoek uit 2024. Daaruit bleek dat ervaren zelfstandig professionals eerder stoppen als flexibel doorwerken moeilijk wordt, terwijl de krappe arbeidsmarkt hen hard nodig heeft. “Men wil ook graag. Dat is misschien nog wel het belangrijkste.” Tot slot pleiten de sprekers voor beter onderbouwd beleid en een logische volgorde. De zachte landing van de handhaving vervalt per 1 januari 2027, terwijl de Zelfstandigenwet, nu nog in internetconsultatie, mogelijk per 1 januari 2028 ingaat. Overduin verwacht dat de nieuwe cijfers het debat in de Tweede Kamer over het gelijktrekken van die data kunnen aanwakkeren. Ruts plaatst er nog een kanttekening bij: of de 138.000 ‘verdwenen’ zzp’ers terugkeren met de Zelfstandigenwet, “dat vraag ik me wel een beetje af”. Daarvoor ligt de lat van de zelfstandigenwet – zeven vinkjes noemt Ruts dat – toch best hoog. Het rapport ligt straks op de bureaus in Den Haag In Den Haag is het volgens Ruts nog relatief stil rond de zzp-markt; direct na Prinsjesdag ligt de aandacht bij grotere politieke dossiers. Maar met de Zelfstandigenwet in aantocht verwacht hij dat de discussie snel losbarst. Overduin gaat het rapport persoonlijk langs politici en beleidsmedewerkers brengen. Zijn boodschap: “Lees het vooral.” Het volledige rapport ‘De nieuwe werkelijkheid van de zzp’ is hier te downloaden. Wie het hele gesprek wil zien, inclusief de vragen uit het publiek over de omzetting van eenmanszaak naar bv en de verschillen tussen CBS- en KvK-cijfers, kan onderstaande webinar terugkijken. Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
nieuws - Onderzoek en cijfers: De nieuwe werkelijkheid van de zzp. “Vroeger hadden we het over gedwonge...