ZiPredactie 24 maart 2026 0 reacties Print 13 vragen en antwoorden over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers en andere zelfstandigen.Minister Aartsen heeft het wetsvoorstel voor de BAZ naar de Tweede Kamer gestuurd. De Memorie van Toelichting bij het voorstel geeft op veel punten meer duidelijkheid over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Een overzicht van de 13 vragen die het meest leven — en de antwoorden daarop.Deze verplichte basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid raakt straks zo’n 1,2 miljoen IB-ondernemers. Het zal nog jaren duren voordat zelfstandigen van deze verzekering gebruik kunnen gaan maken. Toch is het om verschillende redenen belangrijk om nu alvast de details te kennen. Een overzicht gebaseerd om de Memorie van Toelichting (MvT, zie hier) en eerdere eigen ZiPconomy publicaties. 1.Wat is de BAZ? De BAZ, voluit Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen, is een verplichte publieke verzekering tegen inkomensverlies bij langdurige arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen. Het gaat dus nadrukkelijk om een publieke regeling, niet om een private of commerciële verzekering. De BAZ is bedoeld als basisvoorziening. Wie door ziekte, een gebrek, zwangerschap of bevalling langdurig niet meer kan werken, kan onder voorwaarden een uitkering krijgen. 2. Waarom wordt de BAZ ingevoerd? De discussie over deze verplichte verzekering voor zelfstandigen kent een lange voorgeschiedenis. In 2019 was dit onderdeel van het pensioenakkoord dat het toenmalige kabinet sloot met PvdA en GroenLinks. In de Memorie van Toelichting noemt het kabinet drie hoofdredenen om de BAZ in te voeren. I. Te weinig zelfstandigen zijn adequaat verzekerd Volgens het kabinet heeft ongeveer driekwart van de zelfstandigen geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Circa een kwart heeft zelfs helemaal geen voorziening: geen verzekering, geen buffer en geen partnerinkomen. Juist de meest kwetsbare zelfstandigen, met een laag inkomen en weinig vermogen, zijn relatief vaak onverzekerd. De regering beschrijft dat veel zelfstandigen commerciële verzekeringen te duur vinden. Daarnaast bestaat het vermoeden dat zelfstandigen risico’s onderschatten of het besluit om zich te verzekeren uitstellen. Een deel van de zelfstandigen kan zich bovendien niet of moeilijk verzekeren vanwege leeftijd of gezondheid. Volgens de toelichting wordt circa 6 tot 8% door private verzekeraars afgewezen. II. Er is sprake van een ongelijk speelveld Onverzekerde zelfstandigen kunnen goedkoper werken dan verzekerde zelfstandigen en werknemers, omdat zij geen premie afdragen voor arbeidsongeschiktheid. Volgens het kabinet leidt dat tot oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. III. Onverzekerde zelfstandigen vallen uiteindelijk terug op de bijstand Zelfstandigen zonder voorziening kunnen bij arbeidsongeschiktheid uiteindelijk terugvallen op de bijstand. Dat betekent dat zij eerst hun eigen vermogen en eventueel het inkomen van hun partner moeten aanspreken, en daarna een beroep doen op collectieve voorzieningen die door de samenleving worden betaald. 3. Wie valt er allemaal onder de BAZ? De BAZ geldt voor IB-ondernemers, met of zonder personeel. Dus voor iedereen die ondernemer is voor de inkomstenbelasting (en bijvoorbeeld daardoor ook recht heeft op de zelfstandigenaftrek) én de AOW-leeftijd nog niet bereikt heeft. Concreet zijn dat ondernemers die werken vanuit een eenmanszaak, vof of maatschap. 4. Wie vallen er allemaal niet onder de BAZ? De volgende groepen vallen niet onder de BAZ (ze betalen niets, maar krijgen ook geen uitkering). DGA’s van een bvDirecteur-grootaandeelhouders vallen niet onder de BAZ. De regering constateert dat DGA’s gemiddeld een hoger inkomen en meer vermogen hebben dan IB-ondernemers, waardoor de noodzaak voor overheidsingrijpen minder groot is. Bovendien zou het opnemen van DGA’s leiden tot complexiteit in de uitvoering. Meewerkende partnersPartners die meewerken in de onderneming zonder in loondienst te zijn of zelf ondernemer te zijn, vallen niet onder de BAZ. Dit heeft uitvoeringstechnische redenen: het is niet mogelijk deze groep vooraf te identificeren voor de premieheffing. ResultaatgenietersMensen met resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) vallen niet onder de BAZ. Dit betreft bijvoorbeeld freelance-inkomsten die niet als onderneming kwalificeren, vaak bijverdiensten. GemoedsbezwaardenMensen met principiële bezwaren tegen elke vorm van verzekering kunnen ontheffing krijgen. Combinatieverdieners met voldoende WIA-dekkingZelfstandigen die ook in loondienst werken en via hun werkgever al verzekerd zijn voor de WIA, vallen niet of slechts gedeeltelijk onder de BAZ. Dat hangt af van de hoogte van hun loon. Als het SV-loon (het loon waarover WIA-premie wordt betaald) minimaal 142,86% van het minimumloon bedraagt, is iemand niet premieplichtig voor de BAZ. Dit betreft naar schatting zo’n 600.000 combinatieverdieners. MedegerechtigdenCommanditaire vennoten en anderen die winst uit onderneming genieten zonder daarvoor arbeid te verrichten (bijvoorbeeld na een bedrijfsoverdracht), vallen niet onder de BAZ. Wie de aow-leeftijd heeft bereikt valt (zie punt 3) dus ook niet onder de BAZ. Ondernemers boven die leeftijd betalen geen premie, maar hebben ook geen recht op een uitkering. 5. Wanneer gaat de BAZ in? Bij deze vraag is het belangrijk om onderscheid te maken tussen drie momenten: het moment waarop de wet wordt aangenomen; het moment waarop premie kan worden geheven; het moment waarop daadwerkelijk uitkeringen kunnen worden verstrekt. Het kabinet hoopt dat de wet vóór 31 augustus 2026 is aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Die datum hangt samen met afspraken met de Europese Commissie in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan. Daarmee is de regeling echter nog niet meteen uitvoerbaar. De feitelijke invoering van de BAZ zal later plaatsvinden. Het UWV heeft aangegeven de regeling naar verwachting niet eerder dan 2030 te kunnen uitvoeren, onder meer vanwege de huidige achterstanden bij WIA-keuringen en de noodzakelijke ICT-aanpassingen. Bovendien geldt binnen de BAZ een wachttijd van twee jaar. Dat betekent dat er een verschil zit tussen het moment waarop de regeling formeel ingaat en het moment waarop de eerste uitkeringen daadwerkelijk verstrekt kunnen worden 6. Wat gaat de BAZ kosten? De premie bedraagt 5,4% van de winst uit onderneming, met een maximum van circa € 171 bruto per maand (gebaseerd op 142,86% van het minimumloon in 2025; dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd). In de MvT staan een aantal concrete voorbeelden: Jasper heeft een winst uit onderneming van € 38.000. Dat is gelijk aan de maximale grondslag. De hoogte van de premie is dan ongeveer € 171 bruto per maand (5,4% × € 38.000 / 12). Elena heeft een winst uit onderneming van € 45.000. Dat is hoger dan de maximale grondslag. De hoogte van de premie is dan ongeveer € 171 bruto per maand (5,4% × € 38.000 / 12). Tessa heeft een winst uit onderneming van € 25.000. Dat is lager dan de maximale grondslag. De hoogte van de premie is dan ongeveer € 113 bruto per maand (5,4% × € 25.000 / 12). Claudia heeft een winst uit onderneming van -€ 10.000. Dat is lager dan de maximale grondslag. Doordat hier sprake is van een negatieve winst uit onderneming bedraagt de premie € 0, aangezien geen sprake kan zijn van een negatieve premie. Uniform premiepercentageHet premiepercentage van 5,4% is uniform: het maakt niet uit hoe oud je bent, welk beroep je hebt, of je man of vrouw bent. Dit verschilt van private verzekeringen, waar de premie vaak afhankelijk is van leeftijd en beroepsrisico. Fiscale aftrekbaarheidDe premie is fiscaal aftrekbaar als uitgave voor inkomensvoorzieningen. Daardoor vallen de netto kosten lager uit dan de bruto premie. Aparte aanslagenJe ontvangt de BAZ-premie als aparte aanslag van de Belastingdienst, naast je aanslag inkomstenbelasting en je aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. 7. Hoeveel gaat de BAZ uitkeren? De hoogte van de uitkering hangt, net als de premie, af van de winst uit onderneming. De uitkering bedraagt 70% van de gemiddelde winst, met als maximum het wettelijk minimumloon. Bij een winst van € 38.000 of meer is de uitkering maximaal het minimumloon, in 2025 ongeveer € 2.070 bruto per maand. Bij een lagere winst valt de uitkering evenredig lager uit. Daarbij is het goed om scherp te hebben wat met winst wordt bedoeld. Voor IB-ondernemers is winst het bedrag dat overblijft na aftrek van bedrijfskosten. Het is dus niet hetzelfde als het bedrag dat iemand ‘voor zichzelf overhoudt’ of als inkomen aan zichzelf uitkeert. Voor veel zelfstandigen zal een uitkering op minimumniveau duidelijk lager zijn dan het inkomen dat zij gewend zijn. Dat is ook precies waarom de regeling een basisverzekering heet. Wie een hogere uitkering nodig heeft, zal aanvullend zelf iets moeten regelen, bijvoorbeeld via een private verzekering of eigen voorzieningen. Geen gedeeltelijke uitkering Anders dan de WIA kent de BAZ geen gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering. Je bent binnen deze regeling óf arbeidsongeschikt en hebt recht op een uitkering, óf je bent dat niet. Er is dus geen systeem met arbeidsongeschiktheidspercentages zoals bij werknemers. Ook komt er geen apart regime voor duurzaam volledig arbeidsongeschikten, zoals de IVA binnen de WIA. Iedereen die onder de BAZ arbeidsongeschikt wordt geacht, valt in dezelfde regeling. Werken naast een uitkering Wie naast de uitkering nog inkomsten heeft, bijvoorbeeld uit aangepast werk, krijgt daarmee wel te maken in de uitkeringshoogte. Die inkomsten worden voor 70% gekort op de uitkering. Dat betekent dat werken nog steeds loont: 30% van die extra inkomsten blijft behouden. 8. Moet je ook iets betalen als je voor een private verzekering kiest? Ja. Wie kiest voor een private verzekering via de opt-out, of wie onder het overgangsrecht valt, krijgt te maken met een stabiliteitsbijdrage. Dat is een vast bedrag per privaat verzekerde. Die bijdrage is bedoeld om te voorkomen dat de publieke verzekering vooral de zwaardere risico’s overhoudt en daardoor snel duurder wordt. De bijdrage wordt afgedragen door de verzekeraar, maar ligt het meest voor de hand dat deze uiteindelijk in de premie voor de verzekerde wordt verwerkt. De stabiliteitsbijdrage wordt op dit moment geraamd op ongeveer € 25 tot € 35 per maand bij volledige risicoverevening. Op langere termijn zou dit bedrag kunnen oplopen tot € 90 à € 100 per maand als de private markt klein blijft. De gedachte hierachter is dat zonder zo’n bijdrage vooral jonge en gezonde zelfstandigen met een laag risico zouden overstappen naar private verzekeraars. Dan blijft in de publieke verzekering relatief vaker de groep met hogere risico’s achter, waardoor de publieke premie stijgt. De stabiliteitsbijdrage moet dat effect dempen. 9. Wanneer ben ik ‘arbeidsongeschikt’ volgens de BAZ? Dit is misschien wel het belangrijkste en meest gevoelige onderdeel van de regeling. De BAZ hanteert een absoluut criterium. Iemand is arbeidsongeschikt als hij of zij door ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling niet meer in staat is om met arbeid ten minste het wettelijk minimumloon per maand te verdienen. Wat betekent dat in de praktijk? Het UWV kijkt niet naar het inkomen dat iemand vóór uitval verdiende. De vraag is dus niet: hoeveel inkomen ben je kwijtgeraakt? De vraag is: kun je nog werk doen waarmee je ten minste het minimumloon kunt verdienen? Daarbij wordt gekeken naar zogeheten basisfuncties: bestaande functies op de Nederlandse arbeidsmarkt met een relatief lage belasting, meestal op of net boven minimumloonniveau. Denk bijvoorbeeld aan: eenvoudig administratief werk; lichte productiewerkzaamheden; receptiewerk. Als iemand nog ten minste één van zulke functies kan verrichten en daarmee het minimumloon kan verdienen, is er volgens de BAZ geen sprake van arbeidsongeschiktheid – ook niet als het eigen werk als zelfstandige niet meer kan worden gedaan. Verschil met de WIA Dat is een belangrijk verschil met de WIA voor werknemers. In de WIA staat het percentage inkomensverlies centraal. Bij de BAZ telt alleen de resterende verdiencapaciteit ten opzichte van het minimumloon. Voor veel zelfstandigen pakt dit criterium strenger uit. Iemand die zijn eigen beroep niet meer kan uitoefenen, maar nog wel ander werk op minimumniveau zou kunnen doen, komt dan niet in aanmerking voor een uitkering. Geen beoordeling van duurzaamheid Ook anders dan in de WIA hoeft het UWV hier niet te beoordelen of de arbeidsongeschiktheid duurzaam is. Dat maakt de beoordeling eenvoudiger, maar betekent ook dat er geen aparte, hogere regeling is voor mensen die nooit meer zullen kunnen werken. 10. Hoe lang is de wachttijd en hoe moet ik die overbruggen? De wachttijd bedraagt twee jaar. Dat is de periode waarin iemand nog geen uitkering krijgt. Pas na die wachttijd kan recht op een BAZ-uitkering ontstaan. Die wachttijd is lang. Dat was ook een nadrukkelijke wens van een deel van de zzp-organisaties. Eerdere voorstellen gingen nog uit van 52 weken. Een langere wachttijd heeft twee belangrijke gevolgen: de premie valt lager uit en de druk op de uitvoering door het UWV neemt af. Voor veel zelfstandigen betekent dit wel dat zij die eerste twee jaar zelf moeten overbruggen. In de praktijk zijn daarvoor verschillende routes denkbaar. Eigen buffer Een voor de hand liggende optie is het opbouwen van een financiële buffer. Volgens cijfers waar vaak naar wordt verwezen, kan circa 70% van de zelfstandigenhuishoudens de vaste lasten gedurende 104 weken uit eigen middelen betalen. Dat betekent omgekeerd ook dat voor een aanzienlijke groep die ruimte er niet is. Broodfonds of schenkkring Een broodfonds of schenkkring kan voor sommige zelfstandigen een praktische oplossing zijn. Zulke constructies keren vaak maximaal twee jaar uit en sluiten daarmee goed aan op de wachttijd van de BAZ. Private verzekering voor de eerste twee jaar Ook is het mogelijk om aanvullend een private verzekering af te sluiten die juist de eerste twee ziektejaren dekt. Dat kan los van de BAZ, maar ook in combinatie met een opt-out of een bredere private dekking. Re-integratieondersteuning van het UWV Tijdens de wachttijd kan een zelfstandige vrijwillig gebruikmaken van re-integratieondersteuning van het UWV. Het gaat dus niet om een verplicht traject, maar om een mogelijkheid. 11. Kan ik kiezen voor een private verzekering in plaats van de BAZ? Ja. Dat is de opt-out. Zelfstandigen hoeven dan niet mee te doen aan de publieke verzekering, mits zij een private (commerciële) verzekering hebben die aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Zo’n private verzekering moet in elk geval: een dekking bieden tot de AOW-leeftijd; een uitkering van minimaal 70% van de winst geven, tot maximaal het minimumloon; een wachttijd hebben van maximaal 104 weken; periodiek uitkeren (geen eenmalige uitkering); een premie hebben die minimaal gelijk is aan de publieke premie. De procedure zal er te zijner tijd als volgt uitzien: je verzekeraar vraagt namens jou de opt-out aan bij het UWV; de opt-out kan alleen ingaan per 1 januari (of bij de start van de onderneming); je betaalt de stabiliteitsbijdrage via je verzekeraar. Waarom kiezen voor opt-out? je wilt een kortere wachttijd; je wilt een hogere uitkering (boven minimumloon); je wilt dekking voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid; je wilt beroepsspecifieke dekking; je hebt voorkeur voor private dienstverlening bij re-integratie. 12. Ik heb al een AOV – wat gebeurt daarmee? Voor zelfstandigen die al een private arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, is vooral van belang wanneer die verzekering is afgesloten en aan welke voorwaarden die voldoet. Daarvoor komt een regeling met overgangsrecht. Die geldt voor zelfstandigen die vóór een nog vast te stellen peildatum al een private arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben. Voorwaarden voor overgangsrecht Om onder het overgangsrecht te vallen, moet de verzekering: tot stand zijn gekomen vóór de peildatum; een wachttijd hebben van maximaal 104 weken; een eindleeftijd hebben van minimaal 55 jaar; periodiek uitkeren; geen ongevallenverzekering of woonlastenbeschermer zijn. Als de bestaande verzekering aan de voorwaarden voldoet Dan mag die verzekering in stand blijven, ook als die niet aan alle eisen van de reguliere opt-out voldoet. Ook hoeft de verzekerde dan niet opnieuw door een medische keuring. Wel blijft de stabiliteitsbijdrage van toepassing. Als de bestaande verzekering niet aan de voorwaarden voldoet Dan zijn er grofweg drie opties: de bestaande verzekering aanpassen; een nieuwe verzekering afsluiten die wel aan de opt-out-eisen voldoet; instromen in de publieke BAZ. De verzekeraar moet binnen dertien weken na inwerkingtreding van de wet een aanvraag doen bij het UWV. Dus: alleen wie voor de peildatum een verzekering heeft, kan gebruik maken van dit overgangsrecht. Het is nog niet duidelijk wanneer die peildatum bekend wordt gemaakt. Het is in dit soort situatie wel gebruikelijk dat de peildatum direct bij de bekendmaking ingaat. Dus wachten tot die datum bekend wordt is niet verstandig als je van dit overgangsrecht gebruik wil maken, want dan ben je waarschijnlijk te laat. 13. Wat als ik naast mijn onderneming ook in loondienst werk? Voor zelfstandigen die daarnaast in loondienst werken, geldt een aparte regeling. In veel gevallen zullen zij geen of een lagere BAZ-premie betalen, maar dat hangt af van de hoogte van hun loon uit loondienst. Hier werkt de BAZ met een franchise: een premievrije voet. Het SV-loon – het loon waarover WIA-premie wordt betaald – wordt in mindering gebracht op de maximale premiegrondslag van € 38.000. De Memorie van Toelichting geeft het volgende voorbeeld. Steffen heeft een winst uit onderneming van € 25.000 en daarnaast € 25.000 aan SV-loon als werknemer. Dat SV-loon wordt in mindering gebracht op de maximale premiegrondslag van € 38.000. Er blijft dan € 13.000 over als grondslag. Over dat bedrag is Steffen BAZ-premie verschuldigd: circa € 59 bruto per maand. Wie een SV-loon heeft van € 38.000 of meer, betaalt geen BAZ-premie. In dat geval is er via loondienst al voldoende dekking voor arbeidsongeschiktheid. Naar schatting werken ongeveer 600.000 zelfstandigen naast hun onderneming ook in loondienst. Voor een aanzienlijk deel van hen zal de franchise ertoe leiden dat zij geen of een lagere BAZ-premie betalen. Hoe nu verder? De eerstvolgende stap is de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel. De ministerraad heeft in maart 2026 ingestemd met het voorstel. Daarna volgt behandeling in de Tweede Kamer en vervolgens in de Eerste Kamer. Minister Aartsen wil vaart maken met het wetsvoorstel. Daarbij spelen in elk geval twee factoren een rol: de deadline van 31 augustus 2026 in verband met het EU Herstel- en Veerkrachtplan; de samenhang met de bredere Zelfstandigenwet, waaraan dezelfde minister werkt en waarin een arbeidsongeschiktheidsverzekering een voorwaarde wordt voor het werken als zelfstandige. Politiek lijkt er op hoofdlijnen redelijk wat draagvlak voor de uitgangspunten van de wet. Tegelijk zijn er forse zorgen. Die gaan vooral over de uitvoerbaarheid door het UWV, de relatief lage uitkering, de beperkte kans op uitkering door het strenge criterium, en over de principiële vraag of een verplichte verzekering voor zelfstandigen wenselijk is. Lees ook: Kabinet wil snelle invoering BAZ Lees ook: Raad van State vindt BAZ onuitvoerbaar BAZ Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
nieuws - 13 vragen en antwoorden over de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers en a...
nieuws - Kabinet wil snel een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. EU-miljarden e...
nieuws - Cosmas Blaauw (SharePeople) over de aov-zzp: ‘Laat zelfstandigen het zelf organiseren in plaats va...