Mario Voorbij 3 juni 2025 2 reacties Print ‘Wetsvoorstel Zelfstandigenwet slaat de plank mis’Mario Voorbij over of het nieuwe wetsvoorstel rechtszekerheid wegneemt en het verkleinen van de keuzevrijheid van zzp’ers. “De ruimte die dit wetsvoorstel openlaat, hoe goedbedoeld dit ook moge zijn, draagt niet bij aan structurele rechtszekerheid voor zelfstandige alsmede opdrachtgever.”Het blijven roerige tijden voor zzp’ers en opdrachtgevers nu de Belastingdienst per 1 januari is gaan handhaven en er nog steeds geen duidelijkheid is over waar de grenzen liggen. Wanneer mag een opdracht uitgevoerd worden door een zzp’er en wanneer niet? Deze onduidelijkheid, die zich eveneens vertaalt in rechtsonzekerheid, doet de markt geen goed. Enkele politici hebben onlangs een wetsvoorstel ingediend met als doel onder andere deze rechtsonzekerheid weg te nemen. Maar in hoeverre draagt het wetsvoorstel eigenlijk bij aan deze doelstelling en in welke mate mag een zelfstandige, indien als dusdanig gekwalificeerd volgens dit wetsvoorstel, nog zelfstandig bepalen over hoe welke risico’s worden afgedekt? Op 25 mei is het ‘voorstel Zelfstandigenwet’ aangeboden ter consultatie en kunnen burgers en bedrijven reageren. Als groot voorstander van vrijheid en zelfredzaamheid heb ik dit wetsvoorstel ook doorgenomen en mijn reactie op het wetsvoorstel ingediend. De beschermingsgedachte De discussie over de positie van zelfstandigen raakt aan een fundamenteler probleem: de juridische definitie van het begrip ‘werknemer’. Deze is in essentie gebaseerd op arbeidswetgeving die haar oorsprong vindt in het begin van de 20e eeuw. In een tijd waarin lange werkdagen, onderbetaling en onveilige werkomstandigheden schering en inslag waren, was het logisch dat de wetgever vooral inzet op bescherming van werknemers tegen uitbuiting door werkgevers. Die beschermingsgedachte ligt nog steeds ten grondslag aan hoe in Nederland wordt bepaald of iemand werknemer of zelfstandige is. Er wordt juridisch gekeken naar gezagsverhoudingen, loonafspraken en arbeidsprestaties — criteria die ooit bedoeld waren om misstanden te bestrijden, maar die vandaag de dag wringen met nieuwe vormen van werk. Inmiddels is de arbeidsmarkt drastisch veranderd. Veel professionals kiezen bewust voor het zelfstandig ondernemerschap — uit wens naar autonomie, flexibiliteit, of omdat ze beter functioneren buiten een hiërarchisch loondienstmodel. Toch dwingt de wet hen soms alsnog in een keurslijf van werknemerschap, puur omdat hun werksituatie niet voldoet aan de verouderde juridische criteria. De Zelfstandigenwet probeert hier een antwoord op te formuleren, maar doet dat binnen het bestaande juridische kader. Daarmee blijft de kern van het probleem onbenoemd: zolang we vasthouden aan een werknemer-definitie die haar wortels heeft in een industriële samenleving, zullen zzp’ers tussen wal en schip blijven vallen. Bijdrage aan de rechtszekerheid? De initiatiefnemers van de Zelfstandigenwet doen een poging om een zelfstandige te definiëren, net zoals de wetgeving hierin heeft voorzien voor een werknemer. Deze definiering, zoals in het wetsvoorstel beschreven, laat ruimte voor interpretatie, maar laat het oordeel aan een onafhankelijke beoordelingscommissie, wiens oordeel bindend zal zijn. De combinatie van een beoordelingscommissie en een juridische definiering, maakt dat de poging om een zelfstandige te definieren niet is gelukt. Sterker nog, het doet afbreuk aan een van de belangrijkste doelstellingen die de initiatiefnemers van dit wetsvoorstel voor ogen hebben, het wegnemen van de ontstane rechtsonzekerheid. Immers, zolang de beoordelingscommissie niet heeft geoordeeld, is er geen sprake van rechtszekerheid. Voor een vergelijkbare opdracht nu als over vijf jaar, kan de beoordelingscommissie anders oordelen. De ruimte die dit wetsvoorstel openlaat, hoe goedbedoeld dit ook moge zijn, draagt niet bij aan structurele rechtszekerheid voor zelfstandige alsmede opdrachtgever. Je zou zelfs kunnen denken dat de praktische invulling hiervan kan leiden tot politiek wenselijke beoordeling al naar gelang de heersende concensus in het land. Want hoe wordt de onafhankelijkheid van deze beoordelingscommissie beoordeeld en gehandhaafd? Autonomie van zelfstandigen Qua rechtszekerheid lijkt de Zelfstandigenwet niet per se een structurele positieve bijdrage te gaan leveren. Er is, zoals gezegd, pas sprake van rechtszekerheid bij beoordeling door de commissie. Dit heeft ook te maken met de toetsingscriteria van het beoogde toetsingskader zoals opgenomen in het wetsvoorstel. De initiatiefnemers erkennen dat een groeiende groep mensen is die meer vrijheid wensen in de invulling van hun manier van werken. Dit op zich is een echte grote vooruitgang, want dit staat haaks op de huidige politieke benadering. Vervolgens poogt dit wetsvoorstel de mate van zelfstandigheid te toetsen op basis van een aantal voorwaarden die in de basis haaks op elkaar staan. Enerzijds zullen zelfstandigen moeten handelen voor eigen risico, wat elke zelfstandige zal beamen. Anderzijds bepaalt het toetsingskader wel dat er voor een aantal risico’s sprake is van beperkte vrijheid. De initiatiefnemers lijken overtuigd van het idee dat zelfstandigen niet zelfstandig (lees: verantwoordelijk) genoeg zijn om zelf te bepalen hoe zij om willen gaan met het risico op arbeidsongeschiktheid en hoe zij hun oude dag willen financieren. Dit zal voor veel zelfstandigen een teleurstellende uitkomst zijn en daarmee verwacht ik dat dit wetsvoorstel slechts een doekje voor het bloeden zal blijken te zijn. Internationale vergelijkingen De initiatiefnemers hebben overigens keurig onderzocht hoe andere landen tegen deze problematiek aankijken. De memorie van toelichting is een goed handvat voor iedereen die geïnteresseerd is in buitenlands beleid hieromtrent. Vooral vanuit wetgevingsoptiek lijken de initiatiefnemers veel opgestoken te hebben van landen om ons heen. Het is interessant om vast te stellen dat deze andere landen, waaronder Luxemburg, België en Duitsland, voor een aantal zzp’ers een prima alternatief lijkt te zijn om zo onder de Nederlandse problematiek uit te komen. Dezelfde omstandigheden die in Nederland worden gekenmerkt als schijnzelfstandigheid worden in de landen helemaal niet zo gezien. Wat in Nederland niet lijkt te kunnen, kan in andere landen blijkbaar wel. Helaas lijkt ook dit wetsvoorstel voor een grote groep mensen een einde te maken aan de mogelijkheid om als zelfstandige aan de slag te gaan. Tegen hun wil in worden zij alsnog in een keurslijf gedwongen, met verplichte pensioenen, verplichte arbeidscontracten zoals afgedwongen in de cao’s, en een grotere mate van ongewenste zekerheid. In een tijd waarin steeds meer mensen meer vrijheid willen nemen, blijft de politieke modus operandi onveranderd, alsof we nog in het begin van de twintigste eeuw leven. Het is tijd voor een modernisering van het arbeidsrecht: minder regels, meer vrijheid, gebaseerd op meer verantwoordelijkheid voor de arbeiders en minder verplichtingen voor de werkgever. Het initiatiefwetsvoorstel is hier te vinden. Iedereen kan inhoudelijk reageren en dit mag ook anoniem. Reacties op deze internetconsultatie kunnen effect hebben op het verdere verloop en de inhoud van het wetsvoorstel. schijnzelfstandigheid, zelfstandigenwet Print Over de auteur Over Mario Voorbij Mario Voorbij ontdekte al vroeg dat een vast dienstverband hem niet paste. Na 6 jaar in loondienst besloot hij op 24‑jarige leeftijd zzp’er te worden. Hij specialiseerde zich in betalingsverkeer en gebruikte de invoering van SEPA als springplank. Drijvende op zijn passie voor vrijheid en deskundigheid, deelt Mario regelmatig zijn inzichten, bijvoorbeeld op ZiPconomy. Als mede-oprichter van Vrij Verbond, een rechts-progressieve politieke partij, brengt hij zijn expertise in bij een partij met een heldere visie op vrijheid, verantwoordelijkheid en economie, met specifieke aandacht voor de arbeidsmarkt en zzp’ers. Bekijk alle berichten van Mario Voorbij
Choose your battles Ik lees: “ De initiatiefnemers lijken overtuigd van het idee dat zelfstandigen niet zelfstandig (lees: verantwoordelijk) genoeg zijn om zelf te bepalen hoe zij om willen gaan met het risico op arbeidsongeschiktheid en hoe zij hun oude dag willen financieren. Dit zal voor veel zelfstandigen een teleurstellende uitkomst zijn en daarmee verwacht ik dat dit wetsvoorstel slechts een doekje voor het bloeden zal blijken te zijn” Door die punten mee te nemen (verplichte AO verzekering en pensioenopbouw) haal je de angel uit de discussie voor de politiek ter linkerzijde en heb je meer kans op de buy-in die nodig is om zelfstandigen te beschermen. Als ik geen gedoe meer heb met haarkloverij over wat wel of niet ‘gezag’ is ben ik graag bereid een Arbeidsongeschiktheidsverzekering te hebben — die heb ik al 20 jaar — en pensioen op te bouwen (daarover kun je nog discussie hebben over de vorm. Zelf heb ik geen pensioenproduct, maar wel spaargeld waar ik altijd bij kan, investeringen in de zaak die moeten gaan renderen en een heel ruime overwaarde op de woning. Je moet dus wel bediscussieren wat je verstaat onder pensioen opbouw. Stel dat meneer A zijn woningschuld aflost en ‘niets’ doet voor pensioen en meneer B laat zijn woningschuld staan en stort reserves in een pensioenproduct. Wie is er dan ‘beter’ bezig? Ik zou dit veel meer doen via de weg van aanmoediging en facilitering (de FOR is nu weg, wat kan nog wel?) en dat je bijvoorbeeld wel een plicht hebt om een bepaalde — nu nog niet bestaande — fiscaal aantrekkelijke faciliteit te gebruiken. Beantwoorden
Dit artikel verwoordt waar ik al langer voor waarschuw: de nieuwe Zelfstandigenwet mist aansluiting bij de realiteit van de freelancepraktijk in Nederland. (Lees mijn artikel: https://www.zipconomy.nl/2025/04/werken-met-uurtarief-als-ondergrens-dat-werkt-in-de-mediawereld-niet/ ). Een generiek tarief of eenzijdige criteria houden onvoldoende rekening met de enorme verschillen in verdienmodellen en declarabele uren tussen sectoren. In sectoren als journalistiek, fotografie en cultuur liggen de werkelijke mogelijkheden om voldoende uren te declareren structureel lager, waardoor het risico op schijnzelfstandigheid én inkomensarmoede groot blijft. Schijnzelfstandigheid aanpakken is belangrijk, maar zonder oog voor sectorale verschillen en bestaanszekerheid blijft dit wetsvoorstel te oppervlakkig. Er is maatwerk nodig en het wetsvoorstel zoals het nu ligt biedt daar weinig garanties voor. Beantwoorden
nieuws - Meeste zelfstandigenorganisaties positief over coalitieplannen. ‘Fundamentele koerswijziging in he...