"Exploring the future of work & the freelance economy"

FNV: “Schijnzelfstandigheid neemt de laatste jaren sterk toe”. Klopt dat? Een ZiPfactcheck

FNV voert vandaag actie en beweert dat het aantal schijnzelfstandigen de laatste jaren sterk toeneemt. Onlangs stelde een aantal Kamerleden dat ook al. Maar klopt dat eigenlijk wel? Een ZiPconomy factcheck.

Tweede Kamerleden krijgen vandaag van de FNV “werkhandschoenen en een manifest” om schijnzelfstandigheid definitief aan te pakken. Dat is hard nodig want “ schijnzelfstandigheid neemt de laatste jaren sterk toe”, zo schrijft de vakbond in een vooraankondiging.

De aanname dat schijnzelfstandigheid toeneemt omdat de Wet DBA beperkt wordt gehandhaafd, is niet zo merkwaardig. Maar klopt het ook met de feiten?

Tweede Kamer

Ook bij een recent debat werd door een aantal Kamerleden gesteld dat schijnzelfstandigheid toeneemt. In een reactie daarop zei Minister Koolmees dat we ‘eigenlijk niet weten of er een toename van het aantal schijnzelfstandigen is. “Als u informatie daarover hebt waaruit dat zou blijken, hou ik me zeer aanbevolen, want wij kunnen dat nergens vastleggen.” zo zei hij tegen Paul Smeulders van GroenLinks.

Ook Bart van Kent (SP) sprak in dat debat over een stijgend aantal schijnzelfstandigen. Toen ik hem via twitter vroeg om een onderbouwing, stuurde hij een rapport over maaltijdbezorgers toe.

In dat rapport wordt gesproken over 5.000 ‘riders’ die bij Deliveroo en UberEats als zzp’er werken. Waarvan driekwart als werkstudent. Ik kan me voorstellen dat je deze groep werkenden als schijnzelfstandigen ziet – al denkt de rechter daar genuanceerder over – qua aantallen is het nog niet heel overtuigend.

Definitie

Gelukkig was de FNV zo vriendelijk vrij uitvoerig te reageren om mijn verzoek om hun claim te onderbouwen.

Volgens de FNV ontstaat er een goed beeld wanneer beschikbare informatie en onderzoeken worden gecombineerd.

Om te beginnen is het handig dat FNV start met duidelijk te maken wat voor hen schijnzelfstandig is. Immers daar is geen eenduidige definitie van. In Nederland wordt veelal de meer arbeidsrechtelijke insteek genomen (bijvoorbeeld in de Webmodule), in internationaal onderzoek wordt (zie bijvoorbeeld hier) wat meer het accent gelegd op de aanwezigheid van economische afhankelijkheid.

FNV zit er met haar definitie wat tussen in: “Schijn-zzp’ers zijn zzp’ers die niet in staat zijn een eerlijk tarief uit te onderhandelen, omdat zij in een ongelijke positie verkeren. En daardoor dus een te laag tarief krijgen voor het werk dat zij doen.”

Vervolgens somt FNV een aantal feiten op die met elkaar dus wijzen op een toename van het aantal schijnzelfstandigen.

  1. Laag geschoolde arbeid is vaak ook laag betaald
  2. Dit soort banen vraagt vrijwel altijd veel instructie en gezag van een werkgever en is niet het soort baan dat door zelfstandigen gedaan kan worden. Denk aan de orderpicker of de afwasser.
  3. Het aantal zzp’ers neemt toe
  4. Het aandeel zzp’ers in laagopgeleide banen neemt toe (zie Commissie Borstlap, WRR rapport)
  5. ISZW noemt een groep van 170.000 kwetsbare zzp’ers. Een logische conclusie is dat het hierbij gaat om werken in een schijnconstructie.
  6. Uit de steekproef voor de Webmodule bleek dat 50% van de gevallen ten onrechte als zzp’er kon werken.

FNV legt hier de een relatie tussen schijnzelfstandigheid met zzp’ers met een lagere opleiding en dus een later tarief en daarmee ‘kwetsbaar’. Kortom, “als het aandeel zzp’ers toeneemt onder laagopgeleiden en het verschil tussen arm en rijk toeneemt, kan geconcludeerd worden dat het aantal schijn-zzp’ers ook is toegenomen.” zo schrijft het FNV.

Factcheck

Dus even de feiten punt voor punt langs lopen:

  1. Klopt in hoofdlijnen, al zijn er zzp beroepsgroepen (denk aan de media) waarbij een hogere opleiding zeker geen garantie is voor een hoog zzp-tarief en sommige praktisch opgeleide zzp’ers (denk aan de loodgieter) juist goede tarieven kunnen vragen,
  2. Hier valt wel het nodige aan af te dingen, maar dat laat ik nu even voor wat het is.
  3. Klopt, echter die groei van het aantal zelfstandigen (afgelopen jaren minder hard dan in de jaren daarvoor komt door zzp’ers met een hogere of middenniveau opleiding. Het aantal zzp’ers met een lagere opleiding is in de afgelopen tien jaar afgenomen. Zowel in totaal maar al helemaal als percentage van de beroepsbevolking. De Cie Borstlap en WRR wijzen hier op een groei van het aantal lager opgeleiden met een flexibel arbeidscontract (oproep, tijdelijk contract). Dat is een andere discussie dan zzp.
  4. Klopt op zich, maar uitsluitend omdat het aantal laagopgeleide banen flink is afgenomen. Dus het percentage zzp’ers binnen de groep werkenden met een lagere opleiding is toegenomen. Maar het totaal aantal zzp’ers (zie punt c) met een lagere opleiding is afgenomen. Dus dat is geen onderbouwing dat het aantal schijnzelfstandigen is toegenomen. De Cie Borstlap en WRR wijzen hier op een groei van het aantal lager opgeleiden met een flexibel arbeidscontract (oproep, tijdelijk contract). Dat is een andere discussie dan zzp.
  5. Dat cijfer staat inderdaad in het ISZW onderzoek. Echter:
    • Dat rapport zegt niets over toe- of afname van het aantal.
    • Als je kijkt naar recente CBS cijfers over werkenden met een laag inkomen, dan wordt duidelijk dat het aantal zzp’ers met een laag inkomen de afgelopen jaren juist flink is afgenomen (34% minder in 5 jaar tijd, van 10,6 naar 6,9%).
    • Het ISZW rapport maakt geen onderscheid tussen het type zzp’ers. Uit het ZAE onderzoek, waar ook ISZW zich op baseert, blijkt echter ook  dat juist zzp’ers die producten verkopen of die rechtstreeks voor particulieren werken, vaker lager opgeleid zijn en ook lagere tarieven hebben. En net die twee groepen (een kleine helft van alle zzp’er) zijn niet geholpen met een strengere handhaving ‘schijnzelfstandigheid’. Immers voor deze groep speelt de discussie ‘wel/geen werkgeverschap’ niet.
  6. Het cijfer van 50% uit deze steekproef bij de webmodule klopt op zich. Maar dat zegt dan weer niets over een stijging of daling van het aantal schijnzelfstandigen. Goed om hier nog even op te merken dat de webmodule-steekproef alleen gedaan is in situaties waarin een zzp’er werd ‘ingehuurd’ (dus voor opdracht met wat langere looptijd en min-of-meer binnen een organisatie). Ongeveer 30% van alle zzp’ers doet dat type opdracht, waarbij de vraag gesteld kan worden of iemand schijnzelfstandige is. De rest doet korte opdrachten, werkt voor particulieren of verkoopt producten. Daarbij: als je naar die 84 casussen kijkt dan is daar maar een beperkte relatie te leggen tussen opleidingsniveau en de beoordeling schijnzelfstandigen.

De conclusie

FNV benoemt een aantal feiten die los van elkaar meestal kloppen. De conclusie dat schijnzelfstandigheid toeneemt kan je er wat mij betreft echter niet uit trekken.

  • De meeste van de gegeven feiten zeggen niets over een toe- of afname.
  • Het aantal zzp’ers met een lagere opleiding stijgt niet, maar daalt.
  • Het aantal zzp’ers met een laag inkomen is ook aan het dalen.

Kortom: de onderbouwing van FNV dat het aantal kwetsbare, schijn-zzp’ers groeit, is niet erg stevig.

Tot slot twee dingen:

  1. Los van bovenstaande uiteenzetting, schrijft FNV nog dat er “inmiddels ook indicaties zijn dat het aantal schijn-zzp’ers ook toeneemt in beter betaalde banen”. Ook die uitspraak wordt niet onderbouwd met cijfers. Wellicht is dat zo, geen idee. Maar dan is het wel van belang om te constateren dat we het over een heel andere groep zzp’ers hebben, een stuk minder kwetsbaar en bovendien ‘vrijwillig zzp’. Het argument dat deze groep ‘beschermd moet/wil worden’ is dan nauwelijks nog van toepassing.
  2. Of die groep van 170.000 kwetsbare zzp’ers uit het ISZW rapport waar FNV het over heeft, nu groeit of niet: prima natuurlijk dat de FNV aandacht voor hen vraagt. Vooral als ze zich ook beseffen dat maar een beperkt deel van die groep baat zal hebben bij een strengere aanpak van schijnconstructies bij werkgevers, simpelweg vanwege het feit dat zeer waarschijnlijk het merendeel van die groep diensten levert aan particulieren of producten verkoopt.
Hugo-Jan Ruts is 'editor-in-chief' en uitgever van ZiPconomy. Bekijk alle berichten van Hugo-Jan Ruts

6 reacties op dit bericht

  1. @hugojanruts je bent veel te lief, wat @fnv beweert is onzin en eigenbelang. Belangrijkste feit: #zzpers met een laag inkomen daalt. Je kunt evengoed beweren dat het aantal schijnzelfstandigen STERK DAALT

  2. Dank Hugo-Jan, Als je van weinig kan leven (zoals ik) mag je gewoon toch weinig verdienen? Ik voel me vaak gebruikt in die hele discussie over laag tarief en daarom kwetsbaar. Dat ‘beschermen’ tegen laag inkomen enorm betuttelend als je direct bij particulieren ad hoc uren maakt. Weinig (of gewoon genoeg) uren tegen laag tarief is ook een keuze.

  3. Ik zou daar toch nog een nuance aan willen toevoegen. In de culturele sector, door de SER in dit geval als negatieve voorloper aangewezen, is na 2005 wél een ‘explosie’ geweest van het aantal zzp’ers. Van uitzondering naar norm in slechts enkele jaren, waarna er ook nauwelijks meer groei mogelijk was. Vrijwel iedereen werkte als zzp’er.

    De uitstroom kwam vanuit tijdelijke arbeidsovereenkomsten (per project een artistiek team, e.g. voor een voorstelling), maar ook een groot deel zeer korte klussen die daarvoor via payrolling gingen. De sector had daar zelfs een eigen stichting voor opgericht met gunstig verloningstarief. In de meeste gevallen gaat dit om evidente schijnzelfsstandigen (zowel op basis van gezag, als op basis van vervanging omdat in materiele (=juridisch voor praktische) zin dit niet realistisch is).

    Sinds we in het Wet DBA limbo zitten (toch alweer een half decenium!) zie ik ook geen toename meer, en zelfs een kleine afname. Er is vooral meer aandacht voor de assymetrie in de arbeidsrelatie vs. opdrachtgever/opdrachtnemer relatie onder de noemer Fair Practice.

    Het is dus, zoals bijna altijd, ook de vraag wanneer je begint te meten en daarnaast moet je sectoraal kijken om de impact helder te krijgen. De populatie zzp’ers ten opzichte van werkenden met arbeidscontract in de economie als geheel is immers nog steeds relatief gering. Als je specifiek kijkt naar de creatieve en culturele sector, de media, de transportsector zie je impact in die sectoren wel helder. Of je die negatief of positief duidt is vers twee.

    De hier veel gepreekte nuance dat dé zzp’er niet bestaat is heel nuttig en belangrijk (zeker voor wetgeving), maar dat neemt niet weg dat er in delen van de economie natuurlijk wel een zeer grote en reele impact is geweest van de invoering van de VAR-wuo.

  4. Mooi werk……top analyse…..vernietigend voor de onzinnige inbreng van de FNV….

    De FNV…..een club van mensen die alleen maar onrust zaaien….al tientallen jaren…..zonder enige knowledge kretelogie verkondigen ….

    De vaandeldragers van de linkse elite……helaas voor jullie, de meerderheid van het volk heeft jullie door…..!!!!

  5. Als er over de jaren heen in de culturele sector een verschuiving van “kort dienstverband” naar ZZP is geweest (ik heb geen cijfers), dan zou dit zeer eenvoudig te verklaren zijn. In die sector ontstaan meer specialismen en wordt er veel in kortere projecten gewerkt, waardoor het noodzakelijk is om je “eigen merk” te bouwen. Dat gaat als “onderneming” nu eenmaal beter dan als werknemer. Dat geldt op meerdere plaatsen, bijv. soms in IT e.d.
    De ontwikkelingen in ZZP-schap moet dus wel in zijn context gezien worden. De wereld verandert in de razend snel tempo. Sneller dan de dino’s van het FNV begrijpen.

  6. De “zorg” van de FNV is schijnbaar “de kwetsbaren beschermen” en daarvoor willen zij het arbeidscontract weer de status geven van vroeger. Als het gaat om kwetsbaren en arbeidsmmarkt dan is het goed om vast te stellen dat er geen sprake is van een markt als niet zowel de aanbieder als de vrager “Ja” of “nee” kunnen zeggen en dat is in het huidige bestel niet mogelijk. Er is een sanctie op “werkweigering”. Bovendien is ook inderdaad de ene zzp-er de andere niet, “liegt” de VAR regelmatig en werkt de DBA maar zeer krikkemikkig. De enige manier om de arbeid in de samenleving op een doelmatige en efficiente manier te regelen is de invoering van een onvoorwaardelijk Basisinkomen voor iedereen. Daardoor wordt de drempel naar en van de arbeidsmarkt geslecht evenals de sanctie op ontslag nemen zowel als geven.