"Exploring the future of work & the freelance economy"
platformeconomie

Wie stopt de klussificering van de arbeidsmarkt?

De aandacht voor de platformeconomie lijkt wat buitenproportioneel. Maar er zijn goede redenen om toch goed in de gaten te houden wat er hier gebeurt, stelt arbeidseconoom Ronald Dekker.

Velen lijken zich nogal druk te maken over de zogenoemde platformeconomie. Onlangs was er zelfs een rondetafelgesprek over Werken in de Platformeconomie in de Tweede Kamer met de ‘usual suspects’ uit de polder (zoals de vakbonden), wetenschappers en een keur van platformwerkers, van onder meer Helpling, Thuisbezorgd, Werkspot en Foodora.

Die aandacht lijkt wat buitenproportioneel als je kijkt naar de omvang van de werkgelegenheid in de platformeconomie. Die is nog geen 5% (dat is ongeveer 400.000 mensen), en dat is dan nog ruim geschat. Maar er zijn goede redenen om toch goed in de gaten te houden wat er in de platformeconomie gebeurt.

Voor- en nadelen

Positief aan de platformeconomie is dat er formeel, ‘wit’ werk ontstaat, waar dat er eerst niet was of alleen ‘zwart’. Dit leidt dus potentieel tot nieuwe, extra arbeidsplaatsen.

Nadeel van deze nieuwe arbeidsplaatsen is dat ze net zo snel weer verdwijnen als ze tot stand komen. Is het klusje voorbij, dan de arbeidsplaats ook. De snelheid van de baancreatie wordt gespiegeld in een even snelle baandestructie. Daarmee levert de platformeconomie dus geen duurzame bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei. Daarmee geldt voor deze extreme vorm van flexibilisering hetzelfde als voor de eerdere verschijningsvormen: niet meer werk, wel meer dynamiek en onzekerheid voor werkenden. Onzekerheid bovendien, die zich concentreert bij een beperkt deel van de  beroepsbevolking.

Ook voor deze extreme vorm van flexibilisering geldt: niet meer werk, wel meer dynamiek en onzekerheid voor werkenden

En daarmee komen we bij het tweede nadeel van de platformeconomie. Deze is met name relevant voor wat we ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ noemen. Voor mensen die daar bijbaantjes zoeken (studenten, scholieren en anderen) zijn de tijdelijkheid en de incomplete arbeidsvoorwaarden (geen pensioen of sociale zekerheid) niet problematisch. Maar voor mensen die proberen aan de uitkering te ontsnappen en proberen een leefbaar inkomen (voor een gezin) te verwerven, is het dat wel.

Platformeconomie als businessmodel

Nederland telt ruim 2 miljoen werkenden met een lage opleiding en ongeveer 1,5 miljoen uitkeringsgerechtigden (WIA, WW en Bijstand). Er is dus een groep van ruim 3 miljoen (potentiële) werkenden die steeds vaker te maken krijgen met de verrommelde arbeidsvoorwaarden van de platformeconomie.

En dat is geen toeval, maar doelbewust ondernemersgedrag. Veel businessmodellen in de platformeconomie ontlenen hun concurrentiekracht enkel en alleen aan het uitkleden van arbeidsvoorwaarden. Soms tot aan de meest extreme variant aan toe: het simpelweg ontkennen van werkgeverschap (Uber). Dit hebben we eerder gezien in de supermarkten waar arbeidsvoorwaarden vooral lijken te zijn geënt op de wensen en verwachtingen van scholieren. Voor volwassen medewerkers is daar nog nauwelijks plaats om een fatsoenlijk inkomen te verwerven.

Handhaving valt niet mee. De meeste bijbaners durven hun tijdelijke werk- of opdrachtgever hiermee niet lastig te vallen. En het aantonen van ontduiking van het minimumloon valt sowieso niet mee in een constructie waarin iemand als (schijn)zelfstandige op stukbasis werkt. En zo zijn de businessmodellen van de ‘ontduikers en ontwijkers’ makkelijk concurrerend ten opzichte van goede werkgevers en verrommelt de arbeidsmarkt verder, met name aan de onderkant.

Klussificering als extreme variant van flexibilisering

Een steeds groter deel van de beroepsbevolking wordt door deze ontwikkeling afhankelijk van werk dat geen inkomenszekerheid en ontwikkelmogelijkheden biedt. Er ontstaat een situatie waarin je uitkeringsgerechtigden nauwelijks nog kwalijk kunt nemen dat ze de inkomenszekerheid van de uitkering prefereren boven de onzekerheid van de arbeidsmarkt. Elke keer als ze weer beginnen met betaald werk, zijn de voorwaarden weer even slecht of nog slechter. Een spiraal omlaag is veel waarschijnlijker dan doorgroei naar een betere baan. Daarmee stijgt de ongelijkheid en profiteert een substantiële groep werkenden niet of nauwelijks van welvaartswinst.

Steeds meer mensen worden zo afhankelijk van werk dat inkomenszekerheid noch ontwikkelmogelijkheden biedt

Klussificering is de extreme variant van flexibilisering. Het komt bovenop de al decennia bestaande trends van flexibilisering en uitbesteding van laagbetaald werk, met alle gevolgen van dien voor de meest kwetsbaren in onze samenleving. Het stopt niet, niet vanzelf.

Deze bijdrage is eerder verschenen op de opiniepagina van Trouw

Ronald Dekker is arbeidseconoom en doet al 15 jaar onderzoek naar de verhouding tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt en de wisselwerking met innovatie. Hij mag zich graag opwinden over ongefundeerde voorspellingen over de arbeidsmarkt en simplistische generalisaties over werk. Ronald werkt bij het instituut ReflecT van de Universiteit van Tilburg. Bekijk alle berichten van Ronald Dekker