"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Oppositie reageert met gemengde gevoelens op zzp-plannen van nieuwe kabinet. “Nog veel open eindjes”

Oppositiepartijen GroenLinks-PvdA, BBB en SGP reageren wisselend op de plannen van de nieuwe coalitie. GroenLinks-PvdA en BBB zien niets in de Zelfstandigenwet, SGP is juist enthousiast. Wel zien ze allen nog veel onduidelijkheden en manen ze de nieuwe coalitie tot snelheid.

“Ik zie onverantwoorde bezuinigingen die gewone mensen hard raken en ik mis een visie,” zegt Tweede Kamerlid Mariëtte Patijn van oppositiepartij GroenLinks-PvdA over het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. “Hoe gaan we zorgen voor een goede toekomst voor iedereen?”

Patijn is opgelucht dat er een einde komt aan het demissionaire kabinet Schoof.  “Maar ik maak me grote zorgen over wat het nieuwe kabinet wil afbreken.”

“Het is nog te veel tekentafelbeleid”, vindt Tweede Kamerlid Henk Vermeer van BBB. “Het coalitieakkoord lijkt gebaseerd op een ‘modellenwerkelijkheid’ die ver afstaat van de praktijk. Neem de bezuinigingen van tien miljard op de zorg: men gaat uit van modellen, maar de productielijn zit gewoon vol omdat er te weinig artsen zijn. Daarnaast komen de regeringspartners hun belofte niet na: er zijn wel degelijk lastenverzwaringen voor ondernemers, bijvoorbeeld via de veiligheidsbijdrage en de Aof-premie.”

De SGP heeft gemengde gevoelens bij het coalitieakkoord. “We zien zeker aanknopingspunten voor een goede samenwerking in dit coalitieakkoord”, zegt Tweede Kamerlid André Flach. “Aan de ene kant is het goed dat de coalitie wil investeren in zaken als woningbouw en netcongestie. Tegelijk maken we ons ook zorgen en missen we zaken. Zo is er op medisch-ethisch vlak weinig terug te vinden. Hoe de coalitie daar precies in staat is onduidelijk, maar als het nog liberaler wordt, raakt deze coalitie de SGP kwijt.”

‘Arbeidsmarktplannen: niet van deze tijd’

Flach: “Wat betreft de arbeidsmarktplannen staan er behartigenswaardige dingen in het coalitieakkoord, maar ook hier geldt dat de uitwerking cruciaal is.”

Patijn (GroenLinks-PvdA) ziet vooral nog veel onduidelijkheid: “Hoewel de coalitie vaart wil maken, vrees ik dat het zo nog lang kan duren voordat we nieuwe zzp-wetgeving hebben.”

Volgens Vermeer (BBB) gaat het arbeidsmarktbeleid nog te veel uit van het vaste contract als de standaard. “Dat past niet meer bij deze tijd”, zegt hij. “Als we de arbeidsproductiviteit willen verhogen, moeten we tegemoetkomen aan de wens van de nieuwe generatie. Jongeren denken anders over organisaties en willen meer eigen regie.”

In plaats daarvan lijkt de regering van de zzp’er af te willen, zegt Vermeer. “Dit zie ik ook terug in het fiscale beleid: een hoop zelfstandigen worden nu gepakt door de onrechtvaardige Box 3-belasting, terwijl zij dat eigen vermogen gebruiken voor hun pensioenopbouw.”


Hans Borstlap, voorheen voorzitter van de commissie Regulering van Werk, noemt de werkparagraaf van het coalitieakkoord “helemaal niet zo slecht”, zo zegt hij in deze podcast van omroep WNL. Hij is positief over maatregelen zoals het verkorten van de WW en de individuele leerrekening (en belangrijk onderdeel van het advies van de genoemde commissie), zolang mensen snel naar nieuw werk worden begeleid.  Wel plaatst hij een belangrijke kanttekening: als mensen langer moeten doorwerken, moet er extra aandacht zijn voor zware beroepen zodat die groep wordt ontzien.  “Wouter Koolmees zou geknipt zijn voor deze arbeidsmarktparagraaf” zo concludeert Borstlap. 


Plannen: rechtsvermoeden, arbeidsongeschiktheidsverzekering en Zelfstandigenwet

In het coalitieplan staat dat het nieuwe kabinet begint met het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarmee zzp’ers met een laag uurtarief gemakkelijker rechten als werknemer kunnen opeisen. Ook de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) wordt zo snel mogelijk ingevoerd, met uitzonderingsmogelijkheden voor wie een private verzekering heeft.

Vervolgens kiest het kabinet voor de Zelfstandigenwet in plaats van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) om het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen te verduidelijken.

‘Zelfstandigenwet is nog lang niet af’

Een slecht idee, vindt Patijn. “De Zelfstandigenwet is nog lang niet af, dat is het lastige”, zegt het Kamerlid. “Er is nog geen advies van de Raad van State en uit de internetconsultatie blijkt dat het voorstel nog ondermaats is.”

Zo is nog onduidelijk wat het betekent dat ondernemers een goede voorziening voor pensioen en arbeidsongeschiktheid moeten hebben. “Wat betekent ‘goed’? Een garagebox verhuren, valt dat onder een fatsoenlijke regeling? Wat mij betreft niet. Dit soort zaken zijn heel belangrijk om scherp te hebben.”

‘Opstapeling van toetsen’

Ook Vermeer vindt de plannen nog te onduidelijk. Hij verwacht bovendien dat de Zelfstandigenwet alles alleen maar ingewikkelder maakt voor opdrachtgevers en werkenden. “Het stapelt toetsingskader op toetsingskader: een zelfstandigentoets, een commissie, een werkrelatietoets. Daarnaast richten de plannen zich op Europese harmonisatie, maar wat dat nou precies betekent blijft vaag en het lijkt vooral beperkingen met zich mee te brengen.”

Volgens de BBB is het sneller en verstandiger om de huidige wetgeving te actualiseren. “En op den duur moeten we waarschijnlijk de arbeidswet aanpassen, want die past simpelweg niet meer bij deze tijd.”

‘Zelfstandigenwet moet de hoogste prioriteit krijgen’

Als mede-indiener van het wetsvoorstel is SGP juist blij dat de coalitie kiest voor de Zelfstandigenwet. “Deze wet bevat goede elementen en kan duidelijkheid vooraf bieden”, zegt Flach. “Het klopt dat we nog veel moeten uitwerken. Daarom moet dit wetsvoorstel de hoogste prioriteit krijgen. Het voordeel: nu het een onderdeel is van het coalitieakkoord wordt dit uitgewerkt op het ministerie. Daar is meer capaciteit, het kan sneller gaan.”

Hij denkt dat het sneller kan gaan als de aanstaande minister van Sociale Zaken het wetsvoorstel op nummer één zet. “Daar zal ik op blijven hameren.”

‘Laat onzekerheid niet nog jaren voortduren’

Patijn wil juist de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) invoeren. “Die is zo goed als af en wat mij betreft houden we daaraan vast. Deze wet geeft snel duidelijkheid aan opdrachtgevers en opdrachtnemers. In sommige gevallen zal het pijn doen, maar dat kunnen we niet voorkomen. Wat mij betreft is het veel schadelijker om de onzekerheid nog jaren te laten voortduren.”

Bovendien verwacht ze dat de Zelfstandigenwet te onduidelijk blijft, ook na verdere uitwerking. “Ik begrijp dat extern ondernemerschap een zwaarwegend en volwaardig criterium wordt. Dat is onverstandig, want het zet veel opgebouwde werknemersrechten onder druk. Het arbeidsrecht is geen individuele keuze. Het recht is van toepassing of niet.”

Rechtsvermoeden: ‘Waarom geen handhaving door de Belastingdienst?’

Het kabinet wil wel snel aan de slag met een gedeelte van de VBAR, namelijk het rechtsvermoeden (R). “Ik zie liever dat ze de hele wet doorvoeren, maar dit geeft in elk geval meer zekerheid aan laagbetaalde, kwetsbare schijnzelfstandigen”, zegt ze. “Het is wel een gemiste kans dat dit geen publiekrecht wordt. De werkende moet nu zelf naar de rechter stappen. Waarom geen handhaving door de Belastingdienst? Dat heeft meer effect.”

Dat vindt ook de BBB. “Met het rechtsvermoeden kun je de nodige bescherming bieden, mits er duidelijkheid aan de voorkant is, samen met de Belastingdienst. Zodra je zegt dat mensen zelf naar de rechter moeten stappen om hun recht te halen, geef je eigenlijk al aan dat de wetgeving aan de basis niet goed in elkaar zit.”

SGP diende samen met VVD en NSC in 2024 al een motie in om het rechtsvermoeden versneld in te voeren. “Je kunt hiermee misbruik heel voortvarend aanpakken. Het wordt vanzelf een standaard.”

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering: ‘Alles hangt af van de vormgeving’

Tot slot heeft Patijn nog een hoop vragen over de verplichte basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. In een eerder interview noemde ze de uitzonderingsoptie voor mensen met een eigen voorziening (opt-out) een ‘ontduikingsmogelijkheid’. “Alles hangt af van de vormgeving”, zegt ze. “Ik ben niet per se tegen een opt-out, maar ik wil zeker weten dat die voldoende zekerheid biedt. Bovendien moet de volledige regeling uitvoerbaar en controleerbaar zijn. Ik blijf daar scherp op.”

Voor de BBB en SGP zijn een opt-out juist een harde voorwaarde. Vermeer is sceptisch: “De uitzonderingsmogelijkheid staat nu weliswaar in het coalitieakkoord, maar eerder beweerde men dat het volgens het pensioenakkoord niet zou kunnen. Dit is dus nog een open eindje.”

Hij vindt een collectieve regeling nuttig om ‘toelatingsruzies’ te voorkomen. “Ik heb zelf als zzp’er meegemaakt dat ik door longproblemen een dubbele aov-premie moest betalen waarbij mijn longen ook nog eens werden uitgesloten van dekking”, zegt hij. “In een collectief heb je dat gedoe niet. Maar de verplichting mag geen verstikkende kostenverhoging worden. Er moet ruimte zijn voor concurrentie. Als private verzekeraars een scherp product kunnen aanbieden aan 20.000 tot 25.000 mensen, is dat alleen maar goed.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×