ZiPredactie 7 januari 2026 Eén reactie Print Schijnzelfstandigheid vastgesteld? Dit zijn de fiscale gevolgen voor zzp’ers.Wanneer de Belastingdienst schijnzelfstandigheid constateert, dan krijgt de werkgever/opdrachtgever een naheffing loonbelasting. Maar wat zijn eigenlijk de mogelijke gevolgen voor de werkende zelf? Een uitleg.Op 1 januari 2025 is het moratorium op de handhaving van de juiste kwalificatie van arbeidsrelaties afgelopen. Dat betekent dat vanaf dat moment de Belastingdienst bij werkgevers/opdrachtgevers weer naheffingen loonbelasting en premies kan opleggen als de fiscus vindt dat ingehuurde zzp’ers eigenlijk schijnzelfstandigen zijn en als werknemers gezien moeten worden. Het jaar 2025 werd gebruikt als overgangsjaar: een ‘zachte landing’ om te wennen aan een situatie waarin handhaving weer volledig onderdeel is van de reguliere controles door de Belastingdienst. Die zachte landing geldt grotendeels ook voor 2026. Maar dat betekent zeker niet dat er minder gecontroleerd wordt en ook niet dat er geen naheffingen aan opdrachtgevers kunnen worden opgelegd. Een uitgebreide uitleg over wat de handhaving in 2026 betekent voor opdrachtgevers lees je in dit ZiPconomy-artikel. Er is al veel geschreven over de mogelijke gevolgen en risico’s voor opdrachtgevers, maar wat zijn nu de mogelijke gevolgen voor de werkende zelf, en dan met name op fiscaal gebied? De Belastingdienst heeft daar recent een webpagina over samengesteld (zie hier). Dat is meteen een mooie aanleiding om het een en ander op een rij te zetten, met net iets wat meer uitleg en context. Handhavingsmoratorium niet voor zzp’er zelf Eerst even een paar zaken vooraf: De Belastingdienst richt zich bij de controles op schijnzelfstandigheid op opdrachtgevers, niet op zzp’ers. De handhavingsstrategie en uitgebreide controlecapaciteit (circa 80 fte) van de Belastingdienst is volledig gericht op de vraag of werkgevers/opdrachtgevers juiste en volledige aangiften loonheffingen hebben gedaan. Werkgevers/opdrachtgevers moeten bijvoorbeeld bij werknemers loonbelasting inhouden, bij zzp’ers niet. Het handhavingsmoratorium geldt uitsluitend voor werkgevers/opdrachtgevers, niet voor zzp’ers zelf. Ook zzp’ers worden steekproefsgewijs gecontroleerd, maar dan in het kader van een reguliere controle van de aangifte. Indien de Belastingdienst bij zo’n controle constateert dat iemand ten onrechte aangifte heeft gedaan als ondernemer, kan de Belastingdienst de aangifte corrigeren en bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek niet toepassen. Die correcties kunnen ook betrekking hebben op jaren vóór 2025. Voor zzp’ers was er immers geen handhavingsmoratorium. Daarin is niets veranderd. Gevolgen belastingen bij schijnzelfstandigheid Wat nu als er na een controle bij de opdrachtgever(s) door de Belastingdienst geconstateerd wordt dat de opdracht (met terugwerkende kracht) gezien moet worden als een dienstverband en er dus sprake is van schijnzelfstandigheid? De Belastingdienst legt een naheffing op voor verschuldigde loonbelasting/premies volksverzekeringen en werkgeverspremies. Na 2026 kan daar een (verzuim)boete bovenop komen. Zo’n naheffing geldt alleen voor de periode na 1 januari 2025 (immers: daarvoor gold het handhavingsmoratorium). De werkgever/opdrachtgever mag die loonbelasting en premies volksverzekeringen vervolgens verhalen op de werkende. Niet onlogisch: het gaat immers om belastingen die de werkende zelf moet betalen over het inkomen. Werkgeverspremies en eventuele boetes mogen overigens niet worden verhaald. Als uitzondering mag de werkgever/opdrachtgever wel vragen om vijftig procent van de premie Werkhervattingskas (Whk) terug te betalen en kan hij/zij vragen om de belastingrente terug te betalen. Indien je als zzp’er nog geen belasting hebt betaald, dan mag je het bedrag dat de werkgever/opdrachtgever heeft ‘verhaald’ vanzelfsprekend verrekenen bij de aangifte inkomstenbelasting. Je hoeft niet twee keer te betalen. Je moet die aangifte dan alleen wel doen als werknemer, niet als ondernemer (of in ieder geval voor het deel van de aangifte dat gaat over deze werkzaamheden). Immers: de Belastingdienst vindt, in ieder geval voor deze specifieke opdracht, dat je werknemer was en geen ondernemer. Indien je als zzp’er wel al belasting hebt betaald en een definitieve aanslag inkomstenbelasting hebt gekregen, dan zal de opdrachtgever geen naheffing loonbelasting/premies volksverzekeringen krijgen (wel voor wat betreft de premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, de Zorgverzekeringswet). Immers: er is al belasting betaald. De belastingen hoeven dus ook niet verhaald te worden op de werkende. Nieuwe belastingaanslag De vraag is alleen: is door de werkende de juiste belasting betaald? Wie aangifte doet als IB-ondernemer (bijvoorbeeld met een eenmanszaak), mag bedrijfskosten aftrekken en komt in aanmerking voor zaken als de zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Een werknemer mag dat niet. Als achteraf geconstateerd wordt dat iemand werknemer was en geen ondernemer, is een logisch gevolg dat er opnieuw naar de aangifte gekeken moet worden. Een nieuw feit kan leiden tot een nieuwe beoordeling en eventuele navorderingsaanslag. De werkende had immers geen recht op bijvoorbeeld de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling en mocht ook geen kosten aftrekken. De nieuwe beoordeling zal in veel gevallen dan ook leiden tot een hogere nieuwe aanslag, met eventueel een verzuimboete voor het doen van een onjuiste aangifte en/of het te laat of te weinig betalen. Aan de andere kant: werknemers betalen geen premie Zvw (dat doet de werkgever), maar een zzp’er betaalt die zelf. Bij een (her)berekening van de inkomstenbelasting is dat voor de ex-zzp’er een financieel voordeelt. Maar dat zal in de regel minder zijn dan het ‘verlies’ vanwege het wegvallen van de fiscale voordelen. Overigens: voor een eventuele herbeoordeling van de aangifte van de werkende geldt het handhavingsmoratorium niet (dat was immers alleen voor werkgevers/opdrachtgevers). Dus in beginsel kan een controle op schijnzelfstandigheid leiden tot de situatie dat een werkgever/opdrachtgever geen naheffing opgelegd krijgt over de periode vóór 2025, maar de werkende over die periode wel een nieuwe (lees: hogere) aanslag kan krijgen voor de jaren vóór 2025. Meerdere opdrachtgevers? Wat nu als je als echte ondernemer meerdere opdrachtgevers hebt en er bij slechts één van je opdrachten wordt gesteld dat deze in loondienst was? In sommige gevallen mag je die specifieke opdracht (in loondienst) toch meetellen als ondernemersactiviteit voor de inkomstenbelasting, bijvoorbeeld ook om te komen tot het urencriterium dat geldt voor de zelfstandigenaftrek. Dat mag alleen als het werk van de opdracht in loondienst sterk samenhangt met het andere werk dat je wel als ondernemer doet én die opdracht in loondienst ondergeschikt is aan het werk dat je als ondernemer doet (bijvoorbeeld bij een kleine opdracht). Deze regeling is overigens niet nieuw. Opeisen van werknemersrechten Voor een deel van de werkenden zal gelden dat zij blij zijn als de Belastingdienst constateert dat er gewerkt werd in een schijnconstructie. Mogelijk wilden zij ook liever in loondienst werken. Het beeld is wel dat het gros van de zzp’ers dat niet wil. Voor beide groepen ontstaat er bij geconstateerde schijnzelfstandigheid een aparte situatie. Wanneer de Belastingdienst stelt dat er werk niet ‘buiten dienstbetrekking’ gedaan had mogen worden, dan wil dat nog niet automatisch zeggen dat iemand ook ‘in loondienst’ is. Daar gaat de Belastingdienst niet over; het is vooral een arbeidsrechtelijke kwestie die primair speelt tussen de werkgevende en de werkende. Daarbij speelt onder meer een rol of iemand op het moment van constatering nog steeds actief is bij de opdrachtgever. Maar los daarvan geldt dat als de Belastingdienst deze constatering heeft gedaan, de werkende wel een stevigere zaak heeft om de rechten die bij een werknemer horen op te eisen. Denk daarbij aan vakantiegeld, vakantiedagen, pensioen en mogelijke andere (cao-)rechten. En: ook voor deze rechten geldt het handhavingsmoratorium niet. En wordt de soep zo heet gegeten? Eind 2025 kwamen de eerste berichten over opgelegde naheffingen (zie hier) naar buiten. Het is te verwachten dat dit vaker gaat gebeuren dit jaar, waarbij het ook altijd goed is te realiseren dat dit uiteindelijk maar om een klein deel van alle zzp’ers zal gaan. Maar toch. Gaan dit soort gevallen inderdaad leiden tot ook grootschalige herbeoordelingen van reeds gedane aangiftes van zzp’ers? Dat valt te bezien. Als er nu naheffingen worden opgelegd, dan is dat over 2025. Een jaar waarover nog geen aangifte is gedaan. Wanneer de Belastingdienst verder terug gaat kijken, dan zullen ze vooral reeds afgehandelde aangiftes van zzp’ers moeten bekijken. Dat is nogal tijdrovend en ook niet in de geest van de toegezegde zachte landing. Bovendien trekt de Belastingdienst dan een doos van Pandora open. Een ex-zzp’er die over enkele jaren voor 2025 ineens zijn/haar fiscale voordelen moet inleveren, zal mogelijk sneller geneigd zijn om over die jaren dan ook maar de (financiële) rechten als werknemer op te gaan eisen. De gevolgen voor de btw bij geconstateerde schijnzelfstandigheid is weer een ander onderwerp. De Belastingdienst komt daar later met meer uitleg over, dan zullen wij vanzelfsprekend ook over berichten. belastingen, schijnzelfstandigheid, wet dba, zzp Print Over de auteur Over ZiPredactie De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie
Als er naheffingen over de jaren voor 2025 gedaan worden kunnen ze beginnen met de duizenden schijnzelfstandigen die er bij de belastingdienst zelf uitgewerkt zijn. Daar is schijnzelfstandigheid al aangetoond, immers volgens hunzelf zijn de criteria nu duidelijk en naar aanleiding daarvan moeten ze eruit, als ze volgens de duidelijke criteria geen schijnzelfstandige waren hadden ze beter kunnen blijven en het werk afmaken wat nu blijft liggen. Als deze schijnzelfstandigen geen naheffingen krijgen mag dat bij niemand anders is er rechtsongelijkheid. Beantwoorden