"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

Minister Paul: Hybride vacatureteksten zegt niets over schijnzelfstandigheid

Niet een vacaturetekst maar de daadwerkelijke invulling van het werk zegt iets over de mogelijke aanwezigheid van schijnzelfstandigheid, zo antwoordt Minister Paul op Kamervragen.

Het feit dat in vacatureteksten de keuze wordt gegeven om het werk in loondienst of als zzp’er te doen, zegt op zichzelf niets over de mogelijke aanwezigheid van schijnzelfstandigheid. Dat antwoordt minister Paul (SZW) – mede namens staatssecretaris Heijnen (Belastingdienst) – op vragen van GL/PvdA-Kamerlid Patijn. Patijn stelde haar vragen naar aanleiding van een artikel in het Financieele Dagblad over deze hybride vacatureteksten.

Volgens Paul is het logisch dat sommige werkzaamheden, afhankelijk van de inrichting, zowel door een werknemer als een zelfstandige kunnen worden gedaan. Ze verwijst naar de Hoge Raad: “Het is voorstelbaar dat bepaalde werkzaamheden door een zelfstandige of een werknemer kunnen worden uitgevoerd. Dat is ook bevestigd door de Hoge Raad in antwoord op prejudiciële vragen in de Uber-zaak.” Dat betekent niet automatisch dat schijnzelfstandigheid ontstaat: “Dergelijke vacatures werken schijnzelfstandigheid dus niet noodzakelijkerwijs in de hand.”

Wel erkent de minister een risico wanneer functies feitelijk identiek worden ingevuld door werknemers en zelfstandigen: “Als een organisatie een opdracht voor een zelfstandige en een werknemer op exact dezelfde wijze invult, dan vormt dat inderdaad een nadrukkelijk risico op schijnzelfstandigheid.” Maar uit een enkele vacaturetekst valt dat volgens haar niet af te leiden.

Overigens heeft Paul geen aanwijzingen dat gemeenten op grote schaal vacatures uitzetten die zowel door werknemers als door zzp’ers kunnen worden ingevuld.

Goede voorbeeld door overheid

De minister deelt de mening van Patijn dat overheidsorganisaties zich strikt aan de regels moeten houden. “De overheid moet zich, net als alle andere organisaties, aan de wet houden.” Als blijkt dat een zzp’er feitelijk werk doet dat alleen in loondienst kan, dan moet de organisatie ingrijpen: “Dan is het aan de overheidsorganisatie om deze werkende een arbeidsovereenkomst aan te bieden of de samenwerking te beëindigen.”

Het kabinet wil dat de Rijksoverheid uiterlijk 1 januari 2026 geen (potentiële) schijnzelfstandigen meer inzet. Tegelijk waarschuwt Paul voor doorschieten: “Het is onwenselijk als overheidsorganisaties zzp’ers categorisch zouden uitsluiten zonder dat daarvoor aanleiding is.”

Paul vindt verder dat decentrale overheden zelf over hun personeels-, inhuur- en inkoopbeleid gaan. Gemeenten kunnen bij de VNG terecht voor meer informatie en advies, bijvoorbeeld via de Handreiking over flexibele arbeidsinzet gemeentelijke sector.

Belastingdienst houdt risicogericht toezicht; extra aandacht in 2026

De Belastingdienst zal gemeenten ook niet extra controleren naar aanleiding van het FD-artikel, maar werkt risicogericht en gebruikt “alle beschikbare signalen”. In 2026 komt er wél extra aandacht voor overheidsorganisaties als geheel. “Goed voorbeeld doet goed volgen,” aldus Paul.

Tegelijk benadrukt zij dat handhaving alleen het probleem van schijnzelfstandigheid niet oplost. Het kabinet zet in op drie sporen: een gelijker speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid over de kwalificatie van arbeidsrelaties en betere handhaving.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

3 reacties op dit bericht

    • Die vrouw houdt zich alleen maar bezig met zoveel mogelijk anti zzp acties. Het zijn eigenlijk de standpunten van de FNV en je kunt je afvragen of hier, met zo’n lang verleden bij de FNV, geen sprake is van belangenverstrelleling. Dat individuen zo worden tegengewerkt in het uitvoeren van arbeid is volledig tegen het traditionele gedachtengoed van de PVDA. De detacheerders en intermediairs zijn er blij mee, die zijn het geld aan het tellen dat degene toebehoort die het werk doet.

  1. Geruststellend dat de overheid vacature teksten (die doorgaans beschrijven: titel en inhoud van de functie/rol, duur en intensiteit van de inzet, werklocaties, hiërarchische positie, ….) kennelijk toch niet beschouwd als een indicator voor persoonsgebonden totstandkoming van een overeenkomst van opdracht. 😉

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *