Zzp’ers zijn geen zielepoten

Fabian Dekker kijkt vooruit op het kabinetsstandpunt over zzp’ers.

10365108_sDe zomervakantie loopt ten eind en langzaam maken we ons weer op voor de jaarlijkse hoedjesparade op Prinsjesdag. Extra interessant voor zzp’ers is dit jaar de centrale uitkomst van het Interdepartementaal beleidsonderzoek zelfstandigen zonder personeel (kortweg: IBO ZZP).

Dit rapport moet antwoord geven op de vraag wat de samenleving nu precies moet met al die zzp’ers. Want het zijn er inmiddels ruim 900.000, die passen in een veel bredere ontwikkeling van flexibilisering van de arbeidsinzet. Het rapport is nog altijd niet openbaar, maar ik mag hopen dat de werkgroep (ook) rekening heeft gehouden met de motieven van de meeste mensen die als zzp’er aan de slag zijn gegaan.

Negatiever geluid

De laatste jaren is het me opgevallen dat positieve geluiden rondom zelfstandig ondernemerschap in ons land meer en meer hebben plaatsgemaakt voor de schaduwzijden. Er wordt in kranten bijvoorbeeld meer bericht over schijnzelfstandigheid, inkomensrisico’s en onderverzekering. Allemaal terechte punten, want het is inderdaad zo dat het inkomen van een groot aandeel zzp’ers jaarlijks lager ligt dan het bruto minimuminkomen, dat met name in de branches zorg en vervoer aanwijzingen zijn voor schijnconstructies en dat sprake is van onderverzekeringen tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid en ouderdom.

Vooral in de kring van politiek linksgeoriënteerde intellectuelen wordt dan al snel geopperd voor een verzekeringsplicht. Ook zijn de eerste cao’s bekend met afspraken over minimumtarieven voor zzp’ers, hoewel dit vooralsnog op gespannen voet lijkt te staan met de mededingingswetgeving. Ik denk echter dat we doorschieten met deze nieuwe vormen van arbeidsmarktregulering.

Tevreden zzp’ers

In de laatste zelfstandigenenquête van TNO en het CBS lees ik dat ongeveer 85 procent van alle zzp’ers het liefst zijn werk als zelfstandig ondernemer zou willen voortzetten. Ook weten we dat het zelfstandig ondernemerschap mensen gelukkiger maakt in vergelijking met een baan in loondienst. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de grotere mate van autonomie in het werk en de betere afstemmingsmogelijkheden tussen het werk- en privédomein. Bovendien blijkt uit verschillende studies dat zzp’ers over meer inkomstenbronnen beschikken dan alleen de winsten uit het zzp-schap. Dit doet verhalen over armoederisico’s afzwakken.

Ten slotte lijken we alweer bijna te zijn vergeten dat het zzp-schap voor een deel verantwoordelijk was voor een lagere werkloosheid tijdens de economische crisis. Een bestaan als zzp’er lijkt voor de meerderheid kortom een weloverwogen besluit. Het leidt bovendien tot een relatief grote mate van tevredenheid met het werk en in veel gevallen is vermogen opzijgezet voor financiële tegenspoed.

Ondersteunend zzp-beleid

Wat moet er gelet op de bovenstaande situatie gebeuren? Hoe moet het sociale zekerheids- en fiscaal beleid er in de toekomst uitzien? De invoering van verplichtende maatregelen waarbij alle zzp’ers op dezelfde manier worden behandeld, lijkt me geen goed idee. Dit staat haaks op het principe van vrij ondernemerschap. Vrijwillige opt-inmogelijkheden in collectieve systemen stuiten daarentegen in veel gevallen op problemen van averechtse selectie. Oftewel: zelfstandigen die hogere risico’s lopen, zullen er bijvoorbeeld voor kiezen om zich te verzekeren, terwijl degenen met lagere risico’s hier vanaf zullen zien.

Misschien moeten we gewoon meer vertrouwen hebben in de zzp’ers zelf. Zo zijn de afgelopen jaren al pensioenfondsen voor zelfstandigen opgericht, zijn diverse samenwerkingsconstructies gestart om projecten binnen te halen en we kennen natuurlijk de  tegen het arbeidsongeschiktheidsrisico.

Daar waar zzp’ers zelf niet tot een oplossing kunnen komen of waar overduidelijk sprake is van marktfalen, kan het beleid een leidende rol nemen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een sterkere handhaving om schijnconstructies tegen te gaan. Ook mogelijkheden om zzp’ers (vrijwillig) te ondersteunen bij bijvoorbeeld het volgen van een opleiding of cursus zodat ze blijven werken aan een duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt, lijken me verstandig om over na te denken.

Een snelle afschaffing van de zelfstandigenaftrek lijkt me daarentegen ongewenst. Het betekent direct veel bezorgdheid over de toekomst en zelfs het einde van veel ondernemingen. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel een reële vraag of het bestaan van fiscale regelingen voldoende reden is om voor jezelf te beginnen. Het Centraal Planbureau redeneert hier dat er relatief meer fiscale ondersteuning moet zijn voor potentiële ondernemers die dit het meeste nodig hebben, zoals (langdurig) werklozen. Dit snijdt wel degelijk hout. Dit is wat anders dan zzp-fiscaliteiten rücksichtslos afschaffen, zoals nu soms wordt voorgesteld. Aandacht voor de drijfveren en mogelijkheden van zzp’ers om zelf met tegenslag om te gaan, met een overheid die op de achtergrond niet inkadert maar ondersteunt: het zou een mooie insteek zijn van het IBO-rapport.

Fabian Dekker is als arbeidssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bekijk alle berichten van Fabian Dekker

3 reacties op dit bericht

  1. Sterk verhaal. Ik zou zeggen “Kabinet: laat ons vooral lekker ondernemen!” en richt je op de groepen die niet voor zichzelf kunnen zorgen.

  2. Helder overzicht. Min Asscher heeft in laatste vragenuurtje voor het zomerreces aangekondigd ‘na de zomer’ met een reactie het ibo-zzp rapport, dat ondertussen een haast mythische vormen aan begint te nemen.
    Toch denk ik dat het met een sisser gaat aflopen. Asscher heeft al zelf de scherpte kantjes van zijn wat anti-flex verhaal af gehaald en VVD (via Halbe Zijlstra) heeft stevige piketpaaltjes gezet. Het speelveld om tot een fundamentele stelselwijziging rond zzp’ers te komen is m.i. te klein. Binnen de coalitie en zeker daarbuiten.