"Exploring the future of work & the freelance economy"
SLUIT MENU

In juli werkten er nog steeds 1.300 schijn-zzp’ers bij de Rijksoverheid

Het aantal schijnzelfstandigen bij ministeries is flink afgenomen. Het totale aantal zelfstandigen dat (rechtstreeks) actief is bij de Rijksoverheid groeit overigens wel.

Op 1 juli 2025 werkten er nog 1.305 potentiële schijnzelfstandigen bij de Rijksoverheid. Dat was ongeveer een derde van het totale aantal zelfstandigen dat op de verschillende ministeries werd ingehuurd. Een half jaar eerder, op 1 januari 2025 – tevens de datum waarop het handhavingsmoratorium afliep – was dat aantal nog 2.510.

Het aantal potentiële schijnzelfstandigen is dus al flink afgenomen, al zijn nog niet alle ministeries in staat cijfers over het aantal ingehuurde externen op te leveren. De ambitie blijft om het aantal schijnzelfstandigen per 1 januari 2026 terug te brengen naar nul. Dat schrijft minister Rijkaart van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het coördinerende departement als het gaat om personeelszaken en inhuur, aan de Tweede Kamer.

Het gaat bij deze cijfers om rechtstreeks ingehuurde zzp’ers. Zelfstandigen die via bureaus worden ingehuurd en vervolgens bij ministeries worden ingezet, zijn niet in deze cijfers meegenomen.

Ongeveer een kwart van alle inhuur bestaat uit rechtstreeks ingehuurde zzp’ers. Dat percentage is overigens niet gedaald tussen januari en juli. Het totale aantal externen is in die zes maanden gestegen van 15.779 naar 16.597. Het aantal zzp’ers steeg mee: van 3.778 naar 4.039.

Niet alle ministeries hebben over heel 2025 een compleet beeld. Het streven is wel om deze informatievoorziening verder op orde te krijgen. Over de Belastingdienst wordt gemeld dat dit onderdeel al op 1 januari 2025 geen schijnzelfstandigen meer aan het werk had. Dat wist toenmalig staatssecretaris Van Oostenbruggen eind vorig jaar al te melden in een interview met ZiPconomy.

Beleid

Om zzp’ers op een juiste manier in te huren, heeft het ministerie van BZK beleidsinstrumenten ontwikkeld die door alle ministeries zijn vastgesteld. Daarin wordt onder andere bepaald dat departementen hun externe inhuur en welk deel daarvan kan worden aangemerkt als potentieel schijnzelfstandig moeten bijhouden, zo stelt Rijkaart.

Die instrumenten moeten departementen ook ondersteunen bij de beoordeling van de arbeidsrelatie met ingehuurde zelfstandigen. Verder zorgt het ministerie ervoor dat departementen onderling van elkaar kunnen leren, zodat, schrijft de minister, “de afbouw van schijnzelfstandigheid zo zorgvuldig mogelijk gebeurt”.

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie

9 reacties op dit bericht

  1. Aanpakken! Als het in de bouw niet meer mag vanwege alles kapot makende regeltjes, dan zeker niet meer bij de overheid!. Iets van eem voorbeeld functie of meten met 2 maten

  2. Maar als je hetzelfde doet via een detacheerder dan is het geen schijn zelfstandigheid. Concurrentie vervalsing pur sang.

  3. Dit artikel is desinformatie.
    De overheid heeft Zzp-ers ingehuurd. Dat klopt. Dat wil niet zeggen dat er sprake is van schijnzelfstandigheid.

    Het inhuren van een specialist omdat je bepaalde kennis niet in huis hebt, is geen schijnzelfstandigheid.

    Rechters hebben bovendien bepaald dat elk individueel geval apart beoordeeld moet worden. Meestal bepaalt de rechter overigens dat er sprake is zelfstandigheid.

    Dus om alle inhuur bij voorbaat gelijk te stellen aan iets illegaals (schijnzelfstandigheid), daarmee vlieg je behoorlijk uit de bocht.

    • Met de Wet DBA ligt de beoordeling (en de verantwoordelijkheid) van de arbeidsrelatie bij de opdrachtgever. Daarbij, zo staat ook in de tabel, is er geen sprake van dat alle inhuur gelijk gesteld is aan schijnzelftandigheid. Sterker nog : de Rijksoverheid is in de loop van dit jaar meer zzp’ers gaan inhuren, die ook niet als schijnzelfstandigen gezien worden.

  4. Ondertussen is er nog niets gedaan aan de echte schijnzelfstandigen, de bezorgers, schoonmakers, en anderen die gedwongen ZZP zijn geworden en die moeite hebben om rond te komen.

  5. Het lijkt erop dat de overheid bewust kiest voor het inhuren van schijnzelfstandigen om werk uit te voeren, ondanks de wetenschap dat dit niet legaal is. Ze geven er de voorkeur aan om de boetes te betalen in plaats van het werk te laten liggen. Dit lijkt niet eerlijk, aangezien uiteindelijk de belastingbetaler – jij, ik, wij allemaal – hiervoor opdraait. Dit geldt echter niet voor andere schijnzelfstandigen. 

  6. Het cruciale woord is hier *mogelijke* schijnzelfstandigheid en vervolgens *naar nul brengen*. Het zijn dus geen schijnzelfstandigen, maar blijkbaar mensen die in het grijze gebied zitten. Men wil dus nul mensen in een grijs gebied waarvan er ‘mogelijk’ (maar niet bewezen) sprake is van schijnzelfstandigheid.

    De kernvraag is: op basis waarvan zijn deze getallen tot stand gekomen? Hoe kan je over alle ministeries heen, op basis van papier vaststellen of er mogelijk sprake is van schijnzelfstandigheid.

    Als dit gedaan is op basis van bijvoorbeeld de wegingscriteria en iemand scoort op 7 van de 10 punten ‘zelfstandig’ en op 3 van de 10 punten ‘mogelijk dienstverband’. Waar komen die dan terecht in deze telling?

    Als de ministeries nul als uitgangspunt nemen dan betekent dit dat de criteria die “holistisch en in samenhang” gewogen zouden moeten worden, worden toegepast als knock-out criteria. Daarmee geven ministeries exact het verkeerde voorbeeld.

    Dit is geen denkbeeldig probleem, maar juist wat je breed in de markt ziet gebeuren ook bij de grote bemiddelaars. Laatst sprak ik een van de grootste bemiddelaars in Nederland en vroeg aan hen: jullie wegen in jullie criteria het ondernemerschap niet mee. Toen zei ze (de recruiter) tegen mij: die criteria gaan we inderdaad ook nog toevoegen om de toetsing wat strenger te maken.

    Het idee achter “ondernemerschap meenemen” is dus goed: als iemand zich naar buiten toe als ondernemer gedraagt, weegt dit mee in het totaalbeeld en kan de verdenking van schijnzelfstandigheid verlagen. Maar de praktijk is vaak anders, omdat de werkgevers heel risicomijdend zijn. Als de markt extern ondernemerschap als aanvullend knock-out criterium behandelt, dan gaat er geen versoepelende werking van uit, maar is het gewoon een extra hoepel waar je doorheen moet springen.

    • Maarten, de cijfers van de ministeries zijn opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer. Daarbij is inderdaad van alle ingehuurde werkenden een beoordeling gemaakt of iets wel of niet conform de regels rond schijnzelfstandigheid is. Zoals in de Kamerbrief staat toegelicht een flinke klus, die voor het ene ministerie ook makkelijker wat te doen (zaken beter op orde) dan de andere. Ministeries hebben daarvoor oa gebruik gemaakt van een (zelf ontwikkeld) afwegingskader, met puntentelling. Ik heb er daar een aantal van gezien, soms zijn dat afgeleiden van de webmodule.
      En ja, dan blijft het (maar dat geldt voor veel inhuur) een interpretatie. Let wel, zoals ook in artikel staat, een stevige meerderheid van alle rechtstreekse inhuur zzp krijgt ‘groen licht’. Sterker nog: dat aantal is in 2025 gestegen tov 2024.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *



×