De vier grootste misverstanden rondom zelfstandigen

De regering reageert op het advies ‘zzp’ers in beeld’ dat de Sociaal Economische Raad vorig jaar oktober heeft uitgebracht. Wat het kabinet Rutte wel en niet met die verlanglijst gaat doen kunt u hier .

Ik vind er van alles van, maar daar zal ik u niet mee lastig vallen. Het is veel leuker om vast te stellen dat de zzp’ers vanaf nu ook niet meer ‘uit beeld’ zullen zijn en dat we dus korte metten kunnen maken met de vier meest gemaakte vergissingen als het om zzp’ers gaat.

Vooruit nog één keer dan:

1. ZZP’ers zijn door de omstandigheden gedwongen om ‘zelfstandige’ te worden.

Voor wie nou nog steeds denkt dat ‘zzp’ staat voor een soort gesjeesde werknemer het volgende:

Je bent in Nederland officieel zelfstandige zonder personeel als je door de inkomstenbelasting als ondernemer wordt geteld en je geen personeel in dienst hebt. Dat zijn op dit moment 675.000 mensen. Een op de twaalf werkenden in Nederland is inmiddels een zzp’er. Vijftien jaar geleden was dat nog maar één op de zeventien.

Sommigen, zoals kleine winkeliers, boeren of vrachtwagenchauffeurs (eigen rijders) worden al heel lang tot de zzp’ers gerekend. De laatste tijd komt de groei uit een nieuwe groep mensen die vooral het eigen vakmanschap in de aanbieding heeft.

Het is vreemd dat de groei van het aantal zzp’ers zo weinig wordt gezien als een emancipatiebeweging van zelfbewuste mensen die hun eigen weg kiezen. Negatieve termen als ‘dwangzelfstandige’ onder de dreiging van ontslag en ‘nepzelfstandigen’ voeren nog steeds de boventoon. Wie er niet meteen in slaagt een fors inkomen te genereren mag zich in die visie al helemaal geen ondernemer noemen.

De vorige regering Balkenende/Bos heeft laten uitzoeken wat de motieven van die mensen waren om zelfstandig ondernemer te worden. Uit dat onderzoek blijkt, dat het overgrote deel van de ondernemers deze keuze vrijwillig en enthousiast heeft gemaakt en dat is een rol die past bij de nog steeds in omvang toenemende ‘zelfstandigen economie’, waarin mensen als ondernemend vakman of vakvrouw zelf beslissen over het eigen risicoprofiel.

2.  ZZP’ers zijn slechts een tussenvorm in de overgang van vaste medewerkers naar flexibele medewerkers.

Typisch een opmerking van een HRM-functionaris die droomt van een bedrijf met als het even kan geen vast personeel, zichzelf uitgezonderd dan. Het komt overigens nog erg vaak voor dat personeelsafdelingen zich nauwelijks raad weten met zzp’ers. Ze zijn niet in staat om personeel anders te zien dan als ‘handjes’, als noodzakelijk kwaad om het werk te doen dat nu eenmaal gedaan moet worden. In die optiek zijn wegwerpwerknemers natuurlijk handig, maar ga dan maar naar een uitzendbureau en verwar dat niet met zzp’ers.

Een wat meer eigentijdse personeelsfunctionaris snapt wél dat het bij het contracteren van zzp’ers gaat om het inhuren van flexibele dienstverlening die je kunt gebruiken om je eigen eindproduct of dienst kwalitatief beter te maken.

3. Met zzp’ers kun je altijd lagere tarieven uitonderhandelen.

Wie kwaliteit wil, kan dat beter achterwege laten. Of, zoals de Engelsen het zo mooi zeggen: ‘If you pay for monkeys, you get monkeys’. Veel plezier dan met uw zojuist geïmplementeerde klant contact systeem. Een zzp’er met een te laag tarief kan ook niet voor continuïteit zorgen, die verdwijnt binnen de kortste keren domweg van de markt vanwege zijn ondoordachte businessmodel. Dat wil niet zeggen dat zzp’ers niet met interessante tarieven op de proppen kunnen komen. Vaak is dat het geval; zeker als de opdrachtgever de schroom overwint om rechtstreeks met de zzp’er in zee te gaan. Daarmee wordt de opslag voor soms wel twee lagen tussenpersonen omzeild. Resultaat: De zzp’er verdient uiteindelijk meer en de opdrachtgever is goedkoper uit.

4. ZZP’ers hebben al heel lang niets meer bijgeleerd op hun vakgebied.

Ook deze veronderstelling hoort in de prullenmand. Elke zzp’er weet dat hij of zij zelf de onderneming is. Dat betekent dat wie zijn vak niet goed bijhoudt, het wel kan schudden. Het  wordt steeds duidelijker dat zzp’ers juist het verschil maken. Zo vervullen ze een belangrijke rol bij innovatie in het MKB.

Van de MKB-bedrijven die innoveren met behulp van externe partijen geeft 33% aan dat zij daarbij zzp’ers inschakelen. Dat is circa 8% van het totale MKB (ruim 60.000 bedrijven). Daarmee zijn zzp’ers een smeermiddel voor innovatieprocessen bij MKB-bedrijven. Het inhuren van zzp’ers gebeurt nog frequenter dan bijvoorbeeld gebruik maken van kennisinstellingen (circa 25%). Dit blijkt uit het rapport   ‘Smering voor de nering’ van EIM. Hoe innovatiever het bedrijf, zo blijkt uit de cijfers, hoe grotere rol kennis en mankracht spelen. Minder innovatieve MKB-bedrijven vragen meer om middelen of zetten ondersteunende werkzaamheden weg bij de zzp’ers. Wie voorop wil lopen doet er dus verstandig aan gebruik te maken van deze ondernemende vakmensen.

Profile photo of Linde Gonggrijp Over Linde Gonggrijp

Linde Gonggrijp was tussen mei 2008 en maart 2014 directeur van FNV Zelfstandigen. In die functie gaf ze leiding aan deze organisatie die de belangen behartigt van ruim 14.000 zzp’ers in de sectoren Diensten, Groen, Handel, ICT, Industrie, Vervoer en Zorg en was ze lid van de SER.


Meer artikelen van: Linde Gonggrijp

Reacties

  1. Michel Vos zegt

    Beste Linde,
    Goed om deze misverstanden over ZZPers nog eens zo neer te zetten. Het is heel moeilijk voor alle actoren op de arbeidsmarkt om te zien en te begrijpen dat we onderdeel zijn van belangrijke en ingrijpende veranderingen. Sinds de industriële revolutie leek kapitaal een belangrijker productiefactor dan arbeid en kenden we twee partijen op de arbeidsmarkt: de werkgever en de werknemer. Maar inmiddels zijn die verhoudingen aan het veranderen. Sinds 1970 de opkomst van kleine bedrijven (grote bedrijven terug naar hun kernactiviteiten, keten samenwerking) en de verschuiving naar een diensten economie. Door ons toegenomen kennis- en opleidingsniveau, de mogelijkheden van internet en de vergrijzing wordt de factor arbeid veel belangrijker en komt de mens (als kenniswerker en vakprofessional) weer centraal te staan. En is er op de arbeidsmarkt naast de oude tweedeling van werkgever en werknemer een nieuwe categorie bij gekomen: de ZZPer. Al deze veranderingen zetten veel zaken en verhoudingen op zijn kop, een ‘adaptive change’ die veel weerstand oplevert en vraagt om nieuwe oplossingen, nieuwe verhoudingen en het loslaten van oude gewoontes en gebruiken. Ingewikkeld om daar onderdeel van te zijn, maar tegelijkertijd fascinerend om te leven in een tijd waarin zoveel verandert en nog gaat veranderen.

  2. zegt

    @Linde, in veel gevallen een waarheid als een koe. Mijn enige probleem is dat er over zzp’ers wordt gesproken alsof het een homogene groep is waar bovenstaande punten wel/niet op van toepassing zijn. Volgens mij blijven er van de in totaal +/- 650.000 zzp’ers na aftrek van winkeliers, horeca, boeren etc. nog +/- 400.000 zzp’ers over. Dat is dan ook nog steeds een zeer verschillende groep met verschillende achtergrond, opleiding, tarief en markt waar de 4 misverstanden meer of minder op passen.

    Mijn punt is dat de zzp’er volgens mij nog niet te vangen is in deze veranderende arbeidsmarkt, daar is het nu nog te diffuus voor en worden zzp’ers te verschillend gebruikt en ingezet (flexibel, makkelijk, innovatief, goedkoop, overbrugging, crisis, schaarste etc. etc.) en is de reden om zzp’er te worden ook zeer verschillend. Het zijn niet allemaal enorm flexibele innovatieve bewuste ondernemers, maar soms ook ‘gewoon werknemers’ die zich flexibel laten inhuren (wat ook een marktwaarde heeft).

    De arbeidsmarkt moet zich in ieder geval wel aanpassen aan deze verandering, zowel bedrijven als de zzp’er zelf. De zzp’er moet ook nog leren en groeien waar hij/zij staat en of er sprake is van ondernemerschap en invulling kunnen geven wat de markt vraagt. Misschien komt er in de toekomst weer een andere vorm.