Platformwerk en de bemiddeling van zzp’ers: de (tussen)stand van zaken

Is platformwerk de bijl aan de worstel van ons arbeidsbestel en een bedreiging voor de uitzendsector en andere bemiddelaars? Of moet er gebalanceerder gekeken worden. In een ABU webinar gingen twee experts, Martijn Arets en advocaat Michiel Vergouwen uitvoerig in op dit onderwerp.

Platformen. Weinig onderwerpen in de wereld van werk kunnen rekenen op zoveel aandacht. En op zoveel verschillende opvattingen. Is deze wereld nu groot of nog heel klein. Biedt het kansen, voor bedrijven, ondernemers en werkenden, of toch vooral bedreigingen? En is een platform nu echt wel iets nieuws, of is het toch ook gewoon een bemiddelaar met een sterk digitaal jasje?

Vragen die voor brancheorganisatie ABU genoeg aanleiding zijn om met regelmaat aandacht te besteden aan het fenomeen platformen. “Als ABU kijken we gebalanceerd naar de ontwikkelingen bij platformen. We zien dat het kansen en mogelijkheden oplevert. En tegelijkertijd zijn we kritisch op de kanttekeningen en de problemen die platformen ook met zich mee kunnen brengen” zo stelt ABU directeur Jurriën Koops.

Om beeld te krijgen op die kansen, mogelijkheden en de kritische kanttekeningen, nodigde de ABU twee experts uit voor een webinar: Martijn Arets en advocaat Michiel Vergouwen. Dat leverde een sessie op met een zeer hoge informatie dichtheid, die voor een ieder die interesse heeft in werkplatformen zeer zeker de moeite waard is om terug te kijken (zie onderaan dit artikel een video van dit webinar).

Een goede duiding vraag om heldere feiten en definities

Een niet onbelangrijk deel van zijn tijd besteedt Martijn Arets, internationaal expert op het gebied van platformen, om de flinke verschillen tussen allerlei type platformen duidelijk te maken. Die verschillen legt hij in het webinar ook goed uit. Inclusief de vraag of en hoe uitzenders en platformen van elkaar verschillen.

Daarna bespreekt hij in zijn bijdrage een flinke stapel recente onderzoeken naar platformwerk. Daarbij gaat het veelal over ‘to consumer’ platformen, maar – vindt Arets – de grootste impact hebben de ‘to business’ platformen. Ondertussen is het aandeel van het platformwerk nog maar 0,9% van het de arbeidsmarkt.

Die onderzoeken geven overigens een genuanceerd beeld. Zo laat een SEO rapport zien dat het merendeel van de platformwerkers tevreden is. De SER schrijft dat de vrees voor de platformeconomie onterecht is.

“Omdat er weinig onderscheid gemaakt wordt tussen platform specifieke en arbeidsmarkt brede vraagstukken vindt er veel symptoombestrijding plaats. Dat is goed voor de gemoedsrust, maar biedt geen serieuze oplossing” zo vindt Arets. Zo is er wat hem betreft te veel aandacht voor het juridische aspect van contractvorm in plaats van aandacht voor de werkende en diens ontwikkeling. Platformen veroorzaken wat Arets betreft ook niet zo zeer nieuwe problemen, ze maken vooral weeffouten die ook breder in de arbeidsmarktregulering spelen zichtbaar.

Maar als ras-optimist richt Arets de discussie ook graag op andere zaken ‘De écht boeiende vraag is: hoe gaan platformen de organisatie van werk veranderen en hoe kan platformisering zorgen voor het centraal stellen van de klanten van uitzenders, het verlagen van transactiekosten en het verkennen van nieuwe businessmodellen?”

Juridische risico’s, voor ondernemers en opdrachtgevers

Anders dan Arets is er volgens Michiel Vergouwen juist alle aanleiding om heel nadrukkelijk te kijken naar die juridische status van de platformwerker en de platformen zelf. Maar goed, hij is dan ook advocaat en hij ondersteunt onder meer vakbonden CNV en FNV in hun strijd tegen platformen.

In zijn bijdrage gaat Vergouwen uitvoerig in op platformen die met freelancers werken.

Zo vindt Vergouwen – en met hem ook de inspectie SZW – dat Temper ‘gewoon’ een uitzendbureau is. Deliveroo werd in hoger beroep op de vingers getikt. Hun riders zijn geen zzp’ers, want ze doen niet aan acquisitie, stellen niet hun eigen facturen op, hun werkzaamheden zijn de kernactiviteit van het bedrijf en daarbij zijn hun inkomsten te laag om ze als echte ondernemers te zien. Wat Vergouwen betreft een verstrekkende uitspraak die ook van toepassing kan zijn op tal van andere platformen. “Recente jurisprudentie pakt niet goed uit voor platformen,” zegt Vergouwen.

In dat kader wijst hij ook nadrukkelijk  op de Wet aanpak schijnconstructies (WAS). Daarin geldt een hoofdelijke aansprakelijkheid. Mocht een platform eventuele naheffingen en boetes niet kunnen opbrengen (en dat is al snel zo, waarschuwt Vergouwen) dat schuift de aansprakelijkheid door naar de opdrachtgever.

Minister Koolmees laat onderzoeken of voor platformwerkers gewerkt kan worden met een ‘rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst.’ Ook in Spanje en bij de Europese Commissie wordt daar aan gedacht, zo vertelt Vergouwen. Maar hij is ook septisch:  “Dan moet een arbeidsjurist gaan omschrijven wat een platform is. Dat wordt natuurlijk niets.”

Conclusies

Vergouwen vindt dat uitzenders veel kunnen leren van platformen. De snelheid, het werken met data, inzichten in wensen van klanten en werkenden. “Maar wat je niet moet doen, is mensen die evident geen ondernemers zijn inzetten als freelancers.”

Zowel Vergouwen als Artes vinden dat er hoognodig behoefte is aan duidelijkheid, een heldere definitie van wat nu een arbeidsovereenkomst is en wat zzp-schap. Dat proces verloopt helaas te traag en daar is niemand bij gebaat.  Met het gevaar dat je het kind met het badwater weggooit, omdat platformen ook allerlei mogelijkheden geven voor mensen om zelf meer regie te nemen over hun carrière, zo eindigt Arets.

ABU : Gebalanceerd kijken naar platformwerk

De ABU blijft het platformwerk actief volgen. “We kijken gebalanceerd naar de ontwikkelingen.” Zo zegt Jurriën Koops. “We zien dat het kansen en mogelijkheden oplevert. En tegelijkertijd zijn we kritisch op de kanttekeningen en de problemen die platformen ook met zich mee kunnen brengen. Niemand kan tegen platformwerk zijn als het een bijdrage levert aan een beter functionerende arbeidsmarkt. Als dat de drempels naar werk kleiner maakt. Als dat werk op maat levert voor wie dat zoekt. Maar het moet wel onder de juiste omstandigheden en voorwaarden gebeuren. En er moet een gelijk speelveld zijn.  Dan is platformwerk een prima aanvulling op andere vormen van dienstverlening. We zijn als ABU ook niet bang voor wat via platformen op ons afkomt. De techniek die achter een platform zit, lijkt ook veel op wat uitzenders doen. Het lijntje tussen uitzenders en platformen is ook heel dun.”

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info[AT]zipconomy.nl) Bekijk alle berichten van ZiPredactie