"Exploring the future of work & the freelance economy"

Zzp is surplace arbeidsmarkt geworden

“We kunnen ons geen stilstand veroorloven” schrijft Jurriën Koops, directeur ABU, in zijn column.

Het was het leitmotiv van opperlobbyist Niek Jan van Kesteren van werkgeversvereniging VNO-NCW: ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’. Ik moest er deze week aan denken naar aanleiding van de zzp-voorstellen van minister Koolmees. 

Om zzp en arbeidsmarkt goed te regelen, moet eigenlijk ‘alles veranderen’. Lees: ons sociale stelsel moet volledig op de schop. Maar daarvoor moeten we op de commissie-Borstlap wachten. Het zal daarna jaren duren voordat de verbouwing een feit is. Tot die tijd dreigt dat ‘alles hetzelfde blijft’. 

Stilstand is desastreus voor de arbeidsmarkt

Want, zo bleek deze week, politiek en polder zijn sterk verdeeld over de huidige voorstellen van Koolmees. De zzp-wetgeving is de surplace van de arbeidsmarkt geworden. Al vijf jaar stilstand. 

Die stilstand is desastreus voor de arbeidsmarkt. Dat ervaren uitzenders elke dag. Zij zien opdrachtgevers schaamteloos vragen of uitzendkrachten kunnen worden ‘omgezet’ naar zzp. Opdrachtgevers benaderen uitzendkrachten rechtstreeks met de boodschap dat zzp veel voordeliger is. En dat ook voor werkzaamheden als orderpikker, garderobemedewerker of beveiliger.

Dat heeft weinig tot niets met zelfstandigheid of ondernemerschap te maken. Het gaat gewoon om goedkoop, goedkoper, goedkoopst. Een ‘win-win’ van enkele euro’s voor opdrachtgever en werkende, ten koste van ons sociale stelsel. 

Het voorgestelde minimumtarief van 16 euro is volstrekt ontoereikend om deze beweging op de arbeidsmarkt in te dammen. Sterker nog: het zal averechts werken en de race naar de bodem een nieuwe, gelegitimeerde impuls geven. Vakbonden vragen 25 euro: dat klinkt een stuk realistischer.

Stilstand en een gebrek aan handhaving hebben de basis van de arbeidsmarkt tot een wild west gemaakt. Daar willen wij vanaf. Maar de overheid lijkt niet van zins echt in te willen grijpen. De zzp-voorstellen van Koolmees bieden althans geen soelaas en handhaving ligt niet in het verschiet. 

Misschien hebben we, net als voor ons klimaat, ook voor de arbeidsmarkt een rechtszaak zoals ‘Urgenda’ nodig om de overheid te dwingen om op te treden.

We kunnen ons de stilstand niet veroorloven.

Drs. J.H. (Jurriën) Koops is sinds 2014 directeur van de ABU. Hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding aan de organisatie. Koops studeerde Algemene Economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en begon zijn carrière als beleidsadviseur bij CNV Bedrijvenbond. In 1999 maakte hij de overstap naar Start, waar hij werkzaam was als Senior consultant Business Development. In 2002 begon hij bij de ABU als coördinator Team Arbeidsvoorwaarden en Juridische Zaken. In 2009 werd hij benoemd tot adjunct-directeur en in 2012 tot directeur Sociale Zaken. Sinds 2014 is hij directeur van de ABU. Naast zijn reguliere werkzaamheden vervult hij diverse bestuurslidmaatschappen, zoals voorzitter STOOF en bestuurslid SNCU. Bekijk alle berichten van Jurriën Koops

7 reacties op dit bericht

  1. En dit is nu weer een typische reactie van iemand die uitsluitend de uitzendmarkt vertegenwoordigd…

    De omzet daalt voor aangesloten clubs en dan moeten we een schuldige zoeken…: de zzp-er….jammerlijke misvatting mijnheer Koops en o zo voorspelbaar en doorzichtig….

  2. Ook hier moet eerst de vraag worden gesteld: ‘Wat is een ZZP-er’? Het antwoord is m.i. ‘iemand, die er voor kiest om voor eigen rekening en risico zijn arbeid/product in het economisch verkeer aan te bieden, zonder assistentie van anderen die bij hem/haar in loondienst zijn’.
    Als deze definitie wordt gehanteerd dan zijn automatisch alle mensen die zich niet als zodanig aanbieden op de arbeidsmarkt geen ZZP-er. (dus bijklussen naast een baan in loondienst – geen ZZP; geen gelijkwaardige contractpartner – geen ZZP; etc.)
    Voeg hier een wettelijke bepaling aan toe dat werknemers die als ZZp-er aan de slag gaan/willen gedurende een periode van minimaal 6 maanden, niet door hun voormalige werkgever mogen worden ingehuurd, en ook het probleem van schijn zelfstandigen is voor 98% uit de wereld.

    Een ZZP-er die meent dat hij/zij voor € 16,- per uur kan voldoen aan de eisen van scholing, pensioenopbouw, afdekking arbeidsongeschiktheid en leegloop (perioden waarin geen opdracht kan worden vervuld) en er daarnaast nog van kan leven, die moet vooral dit tarief hanteren, maar in de praktijk zal er niemand zijn die dit kan. Dit gegeven moet dan ook de basis vormen voor een eventueel in te stellen minimum tarief en dan komt het eerder genoemde bedrag van € 25 per uur meer in de richting (nog steeds geen vetpot).

  3. Ik denk dat je definitie te eenvoudig is…
    Op een of andere manier moeten ook de schijnzelfstandigen uitgesloten worden die alleen fulltime persoonlijke arbeid verrichten bij 1 opdrachtgever. Die hebben weliswaar geen personeel, maar zijn ook niet zelfstandig.
    Ze moeten zich kunnen laten vervangen of zoiets, en er mag geen gezag zijn.

    • Waar komt toch dat rare idee vandaan dat je niet zelfstandig zou kunnen zijn als je fulltime bij een opdrachtgever zit? Als dat de expliciete wens is van de zelfstandige en de opdrachtgever, zou dat gewoon moeten kunnen. Ook als er sprake is van gezag en als vervangen niet kan, moet dat kunnen als dat tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is afgesproken.

      • In dit land hebben we wetten en regels. Die horen we zorgvuldig te handhaven, zo is de algemene norm. De huidige wetgeving (wet op de loonbelasting, de werknemersverzekeringswetgevingen en de zorgverzekeringswet) bieden voor het genoemde (expliciete) wens-denken nog géén ruimte. Je bent immers werknemer (m/v) o.g.v. de feiten, als er (versimpelt) sprake is van:
        1) persoonlijk werk,
        2) gedurende zekere tijd,
        3) waar gezag mogelijk is
        4) tegen een vergoeding die als loon kwalificeert.
        En…. er is voorts er wetgeving voor de fictieve werknemer.

        De algemeen erkende norm – sinds 1907 – om collectief sociaal te willen zijn in Nederland ligt hieraan ten grondslag. En dat is belangrijk, immers er zijn ongeveer 7 mln. ‘werknemers ”en er claimen tussen de 500.000 en 1 mln. mensen ‘ondernemer’ te zijn, waarvan sommigen parttime.

        Omdat te veel mensen ten onrechte beweerden recht te hebben om een VAR ‘voor ondernemers’ is de VAR per 1 mei 2016 afgeschaft. De wal keerde het schip dat uit de koers is.

        Oorzaak huidige situatie:
        Daarvoor lijkt me ook de ABU mede verantwoordelijk als ik waarneem hoeveel formules, benamingen en rechtspersonen in de uitleenmarkt te onderkennen zijn bij het vermarkten van Zzp’ers. Kan me voorstellen dat commercie en integer gedrag – dat kan leiden tot een compromis/oplossing – elkaar hier soms wat bijten.

        Kortom: Je moet daarom éérst de wetgeving veranderen als je een ander resultaat wilt. En pas ná die nieuwe wetgeving kan er duurzaam wat veranderen.

        Met de voorgenomen nieuwe wetgeving wordt gezocht naar werkbare verbeteringen, niet naar een andere vorm van de VAR-periode. De echte keuzes worden mogelijk pas gemaakt nadat de cie. Borstlap in 2020 het rapport inlevert. Dus is er nu ruimte voor een tijdelijk compromis.

        Een compromis kun je in het dagelijks leven en in de politiek alleen met elkaar bereiken.
        Grote vraag is daarom: wie willen daadwerkelijk bijdragen aan een oplossing van het PROBLEEM?? Want een probleem is er wel degelijk ontstaan door – en in – de VAR-periode van 15 jaar.

        Een – al dan niet tijdelijke – oplossing van 1) de impasse en 2) de aard en 3) omvang van het probleem.

  4. Waarom zijn dat schijnzelfstandigen? Als iemand voor eigen rekening en risico bij 1 opdrachtgever arbeid verricht voor een uurloon waarbij aan alle genoemde voorwaarden wordt voldaan, wat is daar dan op tegen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *