Zzp’ers inzetten bij ‘wezenlijk onderdeel van bedrijfsvoering’. Kan dat straks nog wel? Twijfels aan uitleg Belastingdienst.

Volgens de Belastingdienst blijkt uit rechterlijke uitspraken dat er vaak sprake is van gezag als zzp’ers werk doen dat ‘wezenlijk onderdeel is van de bedrijfsvoering’. Boris Emmerig (Holla Advocaten) betwijfelt dat en ging op onderzoek uit.

Mag een zzp’er hetzelfde werk doen als mensen die in loondienst zijn bij de organisatie? En mag hij aan de slag met kernactiviteiten van zijn opdrachtgever? Of werk doen dat een wezenlijk onderdeel is van de bedrijfsvoering?

Met deze term, die waarschijnlijk straks in de webmodule staan, probeert de Belastingdienst duidelijkheid te verschaffen over welk type werk door zzp’ers uitgevoerd kan worden.

Belastingdienst: ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ wijst op gezag

“Doet een zzp’er werkzaamheden die wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering?” Deze vraag staat in het handboek Loonheffingen van de Belastingdienst. Volgens de fiscus zijn werkzaamheden die een ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ zijn, een aanwijzing voor gezag. Volgens de fiscus blijkt dat uit eerdere uitspraken van de rechter.

Advocaat Boris Emmerig van Holla Advocaten vroeg zich af of dat waar is. Hij ging op onderzoek uit.

Wat is een ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’?

Ten eerste: wat bedoelt de Belastingdienst met ‘een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’? In het handboek staan deze voorbeelden:

  • een chauffeur die rijdt voor een transportonderneming
  • een pizzakoerier die pizza’s rondbrengt bij een pizzaverkoper met bezorgdienst
  • een enquêteur die enquêtes afneemt voor een enquêtebureau
  • fruitplukkers die peren plukken bij een fruitkwekerij

Voorbeelden van werkzaamheden die geen wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering:

  • een schilder die wordt ingehuurd om de deuren en kozijnen van bijvoorbeeld een advocatenkantoor te schilderen
  • een ICT-specialist die wordt ingehuurd om een nieuw betalingssysteem bij de plaatselijke bakker te installeren

Jurisprudentie

Klopt de bewering dat zulke werkzaamheden vaak onder gezag plaatsvinden? Emmerig zocht op rechtspraak.nl op de term “wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering”. Hij vond vijf resultaten, waaronder een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam uit 2010.

Die uitspraak ging over een zzp’er die producten voor haar opdrachtgever verkocht op speelgoedparty’s bij mensen thuis. Speelgoed verkopen is de kernactiviteit van de opdrachtgever, een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering dus. Toch besloot het Hof dat de vrouw dit werk mocht uitvoeren als zzp’er.

In de uitspraak staat: ”Voorts valt niet goed in te zien – veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat die werkzaamheden wél een wezenlijk onderdeel van belanghebbende onderneming vormen – waarom die werkzaamheden alsdan niet zonder een gezagsverhouding zouden kunnen plaatsvinden.”

Oftewel, volgens de rechter was er geen sprake van een gezagsverhouding en ook niet van schijnzelfstandigheid. De speelgoedverkoper mocht gewoon haar werk doen als zelfstandig ondernemer. Deze uitspraak gaat dus in tegen wat er in het handboek Loonheffingen staat.

Nooit gebruikt

Advocaat Emmerig vraagt zich af wat de juridische grondslag is van deze beleidsregels. “Het is haast een retorische vraag”, zegt hij. “De Hoge Raad heeft het begrip ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ nooit gebruikt.”

Ook in de zaak rondom RTL en Herman den Blijker hield het argument dat de tv-kok programma’s maakte (een kernactiviteit van RTL) geen stand. Emmerig was advocaat van RTL die zaak: “De fiscus legde toen dat nadruk op dit punt. Maar uiteindelijk besloot de rechter dat Den Blijker geen schijnzelfstandige was en als zzp’er mag werken voor RTL.”

Onvoldoende wettelijke grondslag

Is er dan helemaal geen jurisprudentie die de Belastingleidraad ondersteunt? Emmerig: “Het rechtsgebied sociaal zekerheidsrecht levert 38 treffers op, de laatste in 2011. Het gaat om jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, niet de hoogste rechter in deze.”

Er is dus onvoldoende wettelijke grondslag voor de beleidsregel, concludeert Emmerig. “De Belastingdienst moet deze beleidsregel aanpassen”, vindt hij. “En het zou ook niet zomaar mogen terugkomen in de webmodule. Dit is een juridisch vraagstuk, dus het is aan de rechter om te beslissen of dit echt een aanwijzing is voor schijnzelfstandigheid.”

5 reacties op dit bericht

  1. In de drift van de overheid om greep te houden of te krijgen op de arbeidsmarkt gaan ze allerlei vage begrippen en wetgeving maken en hanteren.
    Toegeven dat er geen sluitende vast omlijnde wet kan worden gemaakt voelt voor het overtallige ambtenarenleger als een verlies, jammer, een gemiste kans.
    Nog steeds wordt er niet geluisterd naar de zzp-ers zelf.
    En wordt er bijv. in et onderwijs of in de zorg niet aan de werkgeverskant niet gezorgd voor goede arbeidsomstandigheden waardoor ook steeds meer mensen zzp-er willen worden om niet ten onder te gaan in het zwarte moeras van hun organisatie.

  2. Maar hoe dan dit formuleren? Een speelgoedverkoper aan huis is toch echt een andere casus dan een programma manager die elke dag naar het ING-kantoor rijdt.

    Interessant vind ik de formulering van de rechter: “waarom die werkzaamheden alsdan niet zonder een gezagsverhouding zouden kunnen plaatsvinden.” Een omdraaiing dus. Een omdraaiing die uitzonderingen op de regel (wezenlijk onderdeel) mogelijk maakt.

  3. Zolang er geen duidelijkheid is, is dat garen spinnen voor de Overheid. Welke ZZP-er wil nu regulier werk doen waar geen uitdaging in zit. Dan kun je jezelf net zo goed via Randstad laten inhuren.
    Het voorbeeld dat gegeven wordt van de ICT-er is een mooi voorbeeld aangezien ICT altijd al een ondersteunende sector is in elk bedrijf, behalve dan in een ICT organisatie die de ICT regelt voor bedrijven.

  4. Ingezet worden op werk dat geen wezenlijk onderdeel is van de organisatie is per definitie tijdelijk van aard en zal nooit jaren duren(anders wel wezenlijkheid onderdeel), ook samenwerken met vast personeel kan dan niet aan de orde zijn. Normaal gesproken kan dit soort werk ook zonder gezag uitgevoerd worden, een opdrachtomschrijving zou voldoende moeten zijn; “schilder de kozijnen”, “installeer betaalmodule voor mijn bakkerij”.
    Om omschrijving als “werk mee aan de implementatie van een een nieuw systeem voor bla bla bla” dus typisch niet.

  5. Het wordt er keer op keer weer onduidelijker van. Strikt genomen is mijn werk altijd een wezenlijk bedrijfsonderdeel. Ik ben geluidstechnicus van beroep en werk dan weer rechtstreeks voor een klant, dan weer via een facilitair bedrijf. Uiteindelijk zijn er altijd wensen van de uiteindelijke klant, al dan niet verwoord via een regiseur. Wezenlijk in mijn boekje is dat zonder geluid het TV programma hooguit een stripverhaal is. Eigen werktijden kan ik meestal niet indelen, imemrs een live programma zal er toch op een bepaalde tijd uit moeten. Ik ben niet van plan om dit ergens in vaste dienst te gaan doen, want dan kan ik mijn eigen opdrachten niet meer indelen ( of weigeren). Drukt de belastingdienst dit door dan zou ik gedwongen worden via een soort payroll te moeten gaan werken en dat verdom ik! Feitelijk wordt ik dus als dit gezeik zo door gaat brodeloos gemaakt… en dat allemaal om een paar zielepieten posten pakket bezorgers te”beschermen” tegen hun werkgevers die allang een constructie met de belastingdienst hebben. Bah.