Anders belonen in het hoger onderwijs – 2

Gisteren schreef ik al een introducerend stuk over anders belonen in het hoger onderwijs. Hierbij ging het om de vraag waar je je op zou moeten focussen als je kwaliteit als uitgangspunt neemt voor de beloning.

Daarbij gaf ik aan dat er een verschil is in kwaliteit van het gemiddelde en van de top. Vandaag een concrete uitwerking hoe je zo’n systeem zou kunnen opzetten.

Ik ga er in deze post vanuit dat de vorige post gelezen is en dat beide kwaliteitsnormen worden gehanteerd door de overheid, zowel dus de gemiddelde kwaliteit als de top kwaliteit, maar wel volledig separaat, naast elkaar dus.

Kwaliteitsmeting

De beste manier om de kwaliteit van het onderwijs te meten is gewoonweg de kwaliteit van de ‘producten’ te meten. In andere woorden: hoe goed zijn de studenten met een diploma.

Zoals ik in mijn vorige post al aangaf kan je hierbij kijken naar de top en naar het gemiddelde. De top door de school bijvoorbeeld 10 leerlingen van elke examenlichting te laten aanbrengen voor een test. Het gemiddelde door gewoon aselect 10 leerlingen van elke examenlichting te laten selecteren door een computer en deze de test te laten doen.

De invulling van deze testen kan je nog discussie over hebben. Een theoretisch deel is leuk, maar een praktisch deel zou ook niet verkeerd zijn denk ik. Dat zou je kunnen laten beoordelen door het bedrijfsleven (groot en klein) aangezien je daar toch voor opleidt, niet?

Kwaliteit meet je dus door de kijken hoe goed de studenten voldoen. Interessant hierbij is dat je meteen de ‘diplomafraude’ kan aanpakken. Immers is een school waar studenten onder het minimale HBO niveau komen op deze manier makkelijk eruit te pikken.

Twee ranglijsten

Zoals ik al zei: ga vooral de top en het gemiddelde niet proberen te combineren. Dat kan niet werken, dan krijg je weer grauwe massa. Geef scholen de mogelijkheid zich te profileren. Wij zijn de beste als het gaat om de top studenten of wij hebben gemiddeld genomen het beste opleidingsprogramma. Denk je tot de wereldtop te gaan behoren ga je naar de eerste, denk je dat je gewoon goed bent en een goede opleiding wil, ga je naar de tweede.

Stap twee is dat je aan de hand van deze ranglijsten de beloning koppelt. Wat mij betreft niet enkel van de bestuurders, maar ook van de docenten. Een bonus-malus systeem.

De beste scholen krijgen een bonus, tot misschien wel 25% van hun salaris. De slechtste een malus, misschien ook wel tot 25% of 15% van hun salaris. Dat kan je arbeidsrechtelijk niet meteen intrekken, maar wel voor het volgende jaar. Dus als je school heel slecht presteert kan je zomaar een salariskorting van enkele procenten krijgen, zowel als bestuurder, maar ook als docent. Nu zal dit heel gevoelig liggen, dus waarschijnlijk zal het enkel een bonus systeem worden. In dat geval zou je moeten zeggen dat er bonussen worden uitgedeeld aan de beste scholen, maar de salarissen voorlopig op de absolute 0 lijn blijven zodat die bonussen daadwerkelijk nodig zijn / gewenst zijn.

Twee ranglijsten

Zoals ik al zei zou je twee ranglijsten moeten hebben. Beide ranglijsten zouden hetzelfde bonussysteem moeten hanteren. De beste krijgt het meeste, daarna minder, etc. Onafhankelijk van elkaar. Als iemand dan op de eerste plek staat in de ranglijst van gemiddelde studenten en op de tiende plek bij de toppers kan deze nog meer bonus krijgen, het is immers een heel goed presterende school!

Ranglijst absoluut of relatief?

Dan is er nog de vraag of je de bonustoekenning absoluut of relatief moet maken. Wat ik bedoel is dat je de bonus afhankelijk moet maken van de positie op de ranglijst of de score van de studenten. Wederom is voor beide wat te zeggen, persoonlijk zou ik echter gaan voor de relatieve positie. Wat je anders namelijk krijgt is het ‘energielabel’ probleem bij wasmachines. Allemaal hebben ze een A label want we stellen de eisen zelden bij en het feit dat de één dubbel zo goed is als de ander is niet meer af te lezen. In Japan zet de koploper de toon qua zuinigheid en daarmee is de motivatie om nog beter te worden veel groter.

Dus maak er een relatieve ranglijst van. De nummer 1 krijgt meer bonus dan de nummer 2 die weer meer krijgt dan de nummer 3, etc. Ergens bij de 25% wordt het heel weinig en alles onder de 33% krijgt geen extra beloning meer. Dat geld natuurlijk per ranglijst, dus als je eerste bent in de ranglijst van toppers krijg je toch nog 25% bonus, terwijl je misschien wel in de laagste 10% kan zitten van de gemiddelde studenten.

Gevolgen

Het gevolg van deze methodiek is dat grotere scholen niet meer een doel worden van besturen. Immers, ze krijgen hetzelfde basissalaris als je 1.000 leerlingen hebben dan wanneer ze 10.000 of 100.000 leerlingen hebben.

Het andere gevolg is dat de kwaliteit van het onderwijs leidend wordt en iedereen weer weet waarvoor hij of zij het doet: studenten opleiden. Daar zit meteen ook een motivatie aan voor docenten om strengere eisen te stellen in plaats van minder strenge eisen.

Daarmee vervalt ook het probleem dat de kwaliteit van het onderwijs elk jaar afneemt omdat ze beloond worden op basis van afgegeven diploma’s, waarbij de waarde/kwaliteit van die diploma’s nergens is vastgelegd. De betaling aan scholen voor de kosten kan weer gewoon gedaan worden op basis van het werkelijke aantal leerlingen per jaar. Slechte leerlingen worden vanzelf verzocht te vertrekken, want iedereen heeft daar een belang bij.

Scholen zullen splitsen, immers zullen de economie docenten van de Avans geen zin hebben om slecht te scoren omdat de techniek studenten van Avans een matige opleiding krijgen. Twee opleidingen die elkaar ook niet kennen en niets met elkaar gemeen hebben, behalve een raad van bestuur die extra veel geld krijgt vanwege de extra leerlingen op hun school. Scholen zullen weer terug gaan naar hun kern en de kwaliteit zal centraal komen staan.

Bas van de Haterd is auteur, (internationaal) spreker en adviseur over de invloed van technologie op werk. Hij kijkt zowel naar het werk dat mensen nog gaan doen, de manier waarop we dit werk organiseren als de manier waarop we mensen voor dit werk aantrekken en motiveren. Hij schreef hierover o.a. boeken als '10 banen die verdwijn & 10 banen die verschijnen', de maatschappelijke impact van de zelfrijdende auto en (R)evolutie van Werk. Allen als e-boek te downloaden op basis van waardebepaling achteraf via vandehaterd.nl/e-boeken. Ook organiseert hij jaarlijks Digitaal-Werven en TA-Live over innovatie in recruitment. Bekijk alle berichten van Bas van de Haterd

Eén reactie op dit bericht

  1. Interessante gedachten om een en ander te verbeteren.
    En zou zo maar kunnen werken ook, mochten mensen er echt werk van maken ;-).

    Wat me echter wel verbaast is al meteen in je eerste deel van deze blog: Een aantal studenten een test laten doen om te bepalen hoe goed ze zijn. Ik dacht dat daar de tentamens al voor waren?
    In die zin denk ik dat het idee op zich goed is, maar weer zou kunnen struikelen door de lastig te beantwoorden vraag: “Hoe meten we de kwaliteit?”

    Misschien moeten we toe naar een systeem waarin de kwaliteit niet meer expliciet gemeten hoeft te worden.