Wiebes geeft in Eerste Kamer meer tekst en uitleg. Ook over begrip kwaadwillenden: I know it when I see it.

Wiebes geeft in Eerste Kamer meer tekst en uitleg. Ook over begrip kwaadwillenden: I know it when I see it.

ZiPredactie door
14 reacties

Staatssecretaris Wiebes heeft gisteren in een debat in de Eerste Kamer een nadere toelichting gegeven op de voortgangsrapportage Wet DBA die hij afgelopen vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde. Hij benadrukte gisteren wederom dat de Wet niet gehandhaafd wordt totdat er nieuwe criteria ontwikkeld zijn waarmee wél duidelijk is wie nu wel of geen (schijn)zelfstandige is. Wiebes hoopt die criteria mee te geven aan de formateurs.

Wiebes gaat niet handhaven en deelt geen boetes uit, in ieder geval niet 1 januari 2018. Hij maakt daarbij een uitzondering voor ‘kwaadwillenden’, zo werd in zijn brief duidelijk. Die term en met name de formulering daarvan zorgde voor de nodige onduidelijkheid. Wiebes trachtte die zorgen in het debat weg te nemen door duidelijk te maken dat hij het hier heeft over een zeer beperkte groep opdrachtgevers is. Het zijn ‘bekenden van de belastingdienst’, die opereren aan de onderkant van de arbeidsmarkt en waarvoor begrippen van toepassing zijn als “evidente opzet” en “grove schuld”, grenzend aan fraude. “Het aantal is te tellen op de vingers van twee handen”.

In een eerste reactie zegt Rob de Laat (Bovib) hierover:  “Eindelijk duidelijkheid. Twee handen vol bekende kwaadwillende die met name aan de onderkant van de markt actief zijn. Hier zijn we als branche natuurlijk blij mee. Neemt niet weg dat hiermee nu niet alle stopgezette trajecten opeens weer met zzp’ers worden hervat.  Ik schat in dat de afbouw van opdrachten vertraagd wordt. Dat is natuurlijk positief. Dat er minder overhaast afscheid wordt genomen. Voor het weer opstarten van nieuwe zzp inzetten, zeker ook in het hogere segment, is meer nodig. Inleners willen uit de gedoogzone. Dat kan alleen als er echte duidelijkheid is over wie een zelfstandige is en wanneer en hoe deze een opdracht mag uitvoeren.”

In de Eerste Kamer werd Wiebes vooral opgeroepen om duidelijker te communiceren naar de markt.

Het debat is hieronder in een video samengevat in een aantal fragmenten. In het tweede deel van de clip legt Wiebes uit wat hij bedoelt met de term ‘kwaadwillenden’, en waarom hij daar geen harde criteria aan kan verbinden. “I know it when I see it’.

Onder de clip enkele relevante fragmenten uit het voorlopig stenografisch verslag van de Eerste Kamer:

 

Eerste nieuwe criteria, dan verder met handhaving Wet DBA

Staatssecretaris Wiebes: 

“Op basis van het begrip “vrije vervanging” in het Burgerlijk Wetboek wordt er onder in de arbeidsmarkt eigenlijk vaker dan verwacht het oordeel “zelfstandige” gegeven, terwijl velen dat niet verwacht en ook niet gewenst hadden. En op basis van het tweede begrip “gezagsverhouding” wordt er boven in de arbeidsmarkt vaker dan verwacht het oordeel “dienstverband” gegeven, terwijl velen in deze zaal — ik hoor daar zelf ook bij — deze mensen toch echt zouden herkennen als zelfstandigen. Zij acquireren namelijk opdrachten en investeren in zichzelf. Ze investeren in marketing en doen aan werving. Zij hebben ook allerlei wisselende opdrachten.”

“Er zijn genoeg mensen die zich zorgen maken omdat er aan de onderkant ondernemers worden gecreëerd waarvan je je afvraagt of het wel ondernemers zijn, terwijl bovenin mensen die overduidelijk lijken op ondernemers, toch in een dienstverband worden geduwd.”

“De conclusie van velen — ja te velen; daar horen het kabinet en ik ook bij — is dat de begrippen die wij tien jaar niet meer gezien hadden en die uit 1907 stammen, niet meer passen bij de hedendaagse opvatting over arbeidsverhoudingen. Die begrippen passen niet meer bij degene die wij een zelfstandige vinden en bij degene van wie wij vinden dat die in dienstverband werkt.”

“Als je bezig bent met het handhaven van een wettelijk kader waarvan te velen vinden dat het helemaal niet meer past, moet je dat eerst repareren. De insteek van dit kabinet is namelijk heel duidelijk dat je eerst het probleem moet oplossen. Dat betekent nu: stop, die Wet DBA en de implementatie daarvan moeten een pas op de plaats maken. (…) De pas op de plaats betekent dat wij het in elk geval tot 1 januari 2018 of zo veel langer als nodig, stilzetten.”

“Civielrechtelijk zijn die twee begrippen inmiddels in de jurisprudentie uitgewaaierd tot tien factoren die  ook nog moeten worden gewogen. Het is duidelijk dat deze teruggebracht moeten worden tot iets hanteerbaars. Dat betekent dat we een toepasbare, beperkte set criteria moeten hebben. Het gaat om de aansluiting bij de opvattingen op de arbeidsmarkt, om een herijking van die begrippen en om een vertaling in iets wat ook operationeel kan.”

Kwaadwillenden

Staatssecretaris Wiebes:

“Er is ook een specifieke vraag gesteld over de kwaadwillenden. Ik zal even ingaan op de achtergrond daarvan. Ik heb duidelijk de stelling ingenomen dat we dat begrippenkader, zolang het niet gerepareerd is, ook niet moeten toepassen. We moeten even pas op de plaats maken. In de afgelopen weken ben ik ervan overtuigd geraakt dat je de echte kwaadwillenden, in het midden latend wie dat zijn, niet bij voorbaat moet uitsluiten. Dan loop je tegen de situatie aan dat je niet meer kunt handhaven op situaties die je echt maatschappelijk onaanvaardbaar vindt en die maatschappelijke ongerustheid of onenigheid oproepen.

Er kunnen situaties ontstaan waarin partijen evident zo ver buiten het wettelijk kader treden dat je dat niet mag laten gaan. Dan gaat het niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie, maar dan gaat het om een beperkt aantal opdrachtgevers die zogezegd bekenden zijn van de Belastingdienst. Ik heb gevraagd of zij op de vingers van twee handen te tellen zijn. De Belastingdienst dacht dat we dan een eind zouden komen. Het zijn vaak lieden die al jaren oneerlijk concurreren en die concurrenten hebben die zich bij mij melden en vragen om er wat aan te doen, omdat zij het zat zijn. Ze zitten veelal aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Bij deze groep is er risico op uitbuiting en is sprake van de begrippen “evidente opzet” en “grove schuld”, grenzend aan fraude. Dat zijn de gevallen waar het om gaat. Het gaat een beetje tegen mijn streven naar duidelijkheid in. Ik zou liever hebben gezegd: dit is het nu. Ik maak even heel helder dat we dit nu stopzetten en eerst aan het begrippenkader werken. Maar dit soort gevallen helemaal uitsluiten, is niet helemaal verantwoord. Je moet een zekere marge houden om de lieden die dingen aan het doen zijn die we hier niet zouden willen verdedigen, op de bon te kunnen slingeren. Het gaat dan dus niet om de reguliere gevallen, die wij allemaal in de media hebben zien langskomen en die hun oprechte ongerustheid aan ons allemaal hebben geuit.

De Grave (VVD):

Het is voor mij helder en verhelderend. Toch even voor alle scherpte: hoor ik de staatssecretaris nu zeggen dat het gaat over maximaal tien gevallen? Dat is wel van belang. Het mogen er elf zijn, maar het gaat erom dat dit soort begrippen altijd afhangen van definities en daardoor enigszins betekenis krijgen. Dat komt ook tegemoet aan de zorg van de heer Rinnooy Kan dat we die discussie opnieuw krijgen, met alle onzekerheid van dien.

Staatssecretaris Wiebes:

De heer De Grave ondervraagt mij nu terecht en dat heb ik bij de Belastingdienst ook gedaan, met ongeveer dezelfde woorden: is de orde van grootte tien, honderd of duizend? De orde van grootte is tien. Het is dus niet de bedoeling om via een achterdeur nog wat boete-inkomsten binnen te krijgen. Dat is niet de bedoeling. Er moet nu rust komen, maar een enkel geval kan juist zorgen voor onrust. Dat moeten we ook niet hebben. Maar in principe moet het even worden stilgezet tot het moment dat wij met elkaar en in de maatschappij weer tevreden zijn over een nieuw begrippenkader. Dat is het doel.

Rinnooy Kan (D66):

“De ernstigste gevallen van manifest misbruik willen wij tussentijds kunnen blijven bestrijden. Daarbij zal hij ons zeker niet tegenover zich vinden. Ik maak mij wel zorgen over de basis waarop dat gaat gebeuren. Ik baseer mij nu op bijlage vier van zijn eigen brief, waarin het hele uitgangspunt van het beleid in één enkele regel samengevat wordt. Ik ben er geenszins van overtuigd dat wie die regel probeert te begrijpen en het jargon probeert te doorgronden, daarin inderdaad de toonzetting en de invulling herkent die de staatssecretaris er nu aan geeft. Ik zou hem dus willen vragen om de beschrijving van de doelgroep, of het er nou tien of elf zijn, zo te formuleren en uit te reiken dat daaromtrent niet opnieuw extra onrust en onzekerheid kan ontstaan, want die willen we nu juist voorkomen.”

Wiebes

“Dat doel deel ik erg. Ik besef ook dat ik, nu ik de historie met deze kleine uitzondering herhaal, dat in fermere woorden doe dan in zo’n saaie bijlage staat. Maar goed, het gesproken woord telt. Ik weet ook niet wat ik eraan moet toevoegen. Dit is de bedoeling erachter. Ik denk dat het ingewikkeld wordt om dit met wiskundige exactheid ergens in te gieten, omdat het eenvoudigweg uiteindelijk ook een kwestie van judgement is van de professionals die ermee bezig zijn. Het is ingewikkeld om met wiskundige correctheid deze tien gevallen te beschrijven.”

Rinnooy Kan (D66):

De staatssecretaris vroeg mij om adviezen en leidraden. Ik twijfel niet aan zijn goede intenties, maar de communicatie kan zich niet beperken tot deze ene zin en een stukje wetsgeschiedenis waar niet iedereen die in het veld actief is dagelijks naar kijkt. Als er iets nodig is, dan moet dat ontstaan in de interactie tussen de staatssecretaris, de Belastingdienst, en de grote groep van rechtstreeks betrokkenen. Er zijn legio communicatiemiddelen die hem daarbij kunnen ondersteunen. Daar heeft de staatssecretaris mijn hulp echt niet bij nodig.

Staatssecretaris Wiebes:

“Langs die lijn ben ik het geheel met beide sprekers eens, want zij roepen mij op om naar de miljoen zzp’ers en weet ik hoeveel opdrachtgevers helder te maken dat wij dit nu zo doen. De boodschap is goed te begrijpen. Wij zijn het tien jaar zonder handhaving gewend. Dat concept is te snappen. Duidelijk moet wel zijn dat het nu even stilstaat, totdat wij het begrippenkader hebben gerepareerd. Gedurende die tijd worden geen boetes opgelegd en is er geen sprake van handhaving. Ik zal in de communicatie proberen, met de woorden die ik zojuist heb gebruikt, aan iedereen helder te maken dat het bij de kwaadwillenden echt gaat om een paar notoire uitzonderingen, waarvan wij allemaal vinden dat die op de bon moeten worden geslingerd.”

Rinnooy Kan

“Ik ben ervan overtuigd dat de staatssecretaris te goeder trouw is in zijn voornemens tot communicatie. In die communicatie zal meer nodig zijn dan verbale behendigheid alleen om het vertrouwen te herwinnen van deze groep, die zich, met bijzonder veel reden, slecht behandeld voelt door de politiek. In de manier waarop de staatssecretaris in deze ruimte daarover spreekt, klinkt te weinig begrip en te weinig inlevingsvermogen door voor hetgeen is aangericht in de levens en de levenszekerheid van grote groepen zelfstandigen, die ons zeer ter harte zouden moeten gaan. Ik geef hem dat graag mee, voordat hij op zijn kruistocht in hun richting vertrekt.”

ZiPredactie

Over ZiPredactie

De ZiPredactie plaatst hier interviews en eigen artikelen. Daarnaast persberichten, aankondigingen of (met toestemming) overgenomen artikelen. (contact: info@zipconomy.nl)

Bekijk meer artikelen van ZiPredactie >

Reacties

  1. Ik lees hierboven een hardnekkige misvatting: ‘Op basis van het begrip “vrije vervanging” in het Burgerlijk Wetboek wordt er onder in de arbeidsmarkt eigenlijk vaker dan verwacht het oordeel “zelfstandige” gegeven’. Dit is NIET correct. Het enige dat de Belastingdienst vaststelt, is dat het geen werknemer is met een arbeidsovereenkomst. En dat is niet hetzelfde als vaststellen dat betrokkene zelfstandig is. Het zegt alleen maar dat het geen arbeidsovereenkomst is, maar dat betrokkene werkzaam is op basis van een ander soort contract, bijvoorbeeld een overeenkomst van opdracht of aanneming. De wetgeving vereist ook niet -en dat is terecht- dat degene die op basis van zo’n contract werkzaam is zelfstandig ondernemer is.

    heeft een zzp’er geen arbeidsovereenkomst, dan kan hij desondanks verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Dat is het geval als hij voldoet aan de criteria van één van de fictieve dienstverbanden, bijvoorbeeld de gelijkgesteldenregeling. Die opdrachtnemer geldt dan in de werknemersverzekeringen en belastingwetgeving als werknemer (en heeft dus recht op uitkeringen krachten ww, zw, wao), maar hij geldt arbeidsrechtelijk niet als werknemer (dus: geen ontslagbescherming, pensioenopbouw of vakantierechten). De contractvorm blijft in geval van een fictief dienstverband een overeenkomst van opdracht. De contractvorm verandert dus expliciet NIET in arbeidsovereenkomst met alle werknemersrechten en -plichten (Lwet op: een verkapt dienstverband is dus NIET gelijk aan een fictief dienstverband!) . Bizar dat Wiebes met zijn AMvB opdrachtgevers juist de twee meest relevante fictieve dienstbetrekkingen, gelijkgesteldenregeling en thuiswerkersregeling, buiten toepassing laat verklaren. Had hij dat niet gedaan, dan had deze discussie over zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt niet hoeven plaatsvinden.

    • @Miranda,
      Dank voor deze toevoeging. Er dus zijn naar het lijkt vier percepties mogelijk
      1e De holistische, zoals door Hoge Raad bepleit
      2e Die vanuit het arbeidsrecht
      3e Die vanuit de sociale verzekeringen
      4e Die vanuit de wet op de loonbelasting
      De fictieve dienstbetrekkingen zijn opgenomen in de laatste twee wetgevingen. En door de AMvB kennelijk weer buiten toepassing verklaard. Waar & wie is onze gids?

      Overigens is er over de overeenkomst van opdrachtaanvaarding – die pas tot stand komt als er geen sprake is van aanneming van werk of een arbeidsovereenkomst – in december 2011 en februari 2014 handige teksten verschenen van MinSZW aan de Tweede Kamer.

      Verwarrend, Ik overweeg in de Harry Potterwinkel op Utrecht CS zo’n toverstokje te gaan kopen.

  2. Mooi, eindelijk wat meer echte duidelijkheid. Die laatste alinea is inderdaad sprekend voor het predicament waarin wij ons momenteel bevinden, hopelijk trekt hij het zich aan…

  3. Ik kon ook mijn ogen niet van Dijsselbloem afhouden. Zat erbij als een dooie vleermuis. Vast heel druk of geen affiniteit met het onderwerp (wat toch gek ie). Ik zag hem soms naar Wiebes kijken op een manier waar ook geen grote affectie uit sprak

  4. Ik kon ook mijn ogen niet van Dijsselbloem afhouden. Zat erbij als een dooie vleermuis. Vast heel druk of geen affiniteit met het onderwerp (wat toch gek is. Ik zag hem soms naar Wiebes kijken op een manier waar ook geen grote affectie uit sprak

  5. Dit is wat er voortdurend gebeurt in onze maatschappij. Het gaat dus om 10 gevallen die er voor zorgen dat een groep van 1 miljoen ZZP’ers in onzekerheid leeft. We zien parallellen met andere thema’s. Een handvol voetbal hooligans zorgt ervoor dat er elk jaar circa € 40 miljoen aan inzet uren politie is. Als deze 10 gevallen bekend zijn of aandachtig gevolgd worden, neem dan maatregelen en laat de rest van de ZZP’ers met rust. Gedoogbeleid in optima forma.
    John Boersma

    • Nee, die 10 gevallen gaat over wat de belastingdienst vanaf 1 mei 2017 gaat aanpakken. Vanaf 1 januari 2018 wordt iedereen gecontroleerd. En dan wordt alles wat de belastingdienst als schijnconstructie ziet aangepakt…
      Schijnconstructie zit niet alleen aan de onderkant van de markt. Dat is bijvoorbeeld ook de zzp’ende consultant met eenmanszaak die vijftien maanden achtereen voor een bank werkt via een tussenpersoon. De belastingdienst ziet dat gewoon als loondienst… (was onder de VAR ook al zo, maar toen was het moeilijker te controleren)

      Tenzij er dus een nieuw kabinet komt dat met een goed alternatief weet te komen. Maar een nieuw kabinet heeft ook heel veel andere dingen aan hun hoofd… dus ik zou daar niet direct heel veel van verwachten.

      • Blijf ik het nog steeds vreemd vinden dat DGA’s ook onder dit regime worden gebracht. Per slot van rekening ben je daarmee al werknemer, zij het van je eigen BV. Je betaalt daarmee al een heleboel van de lasten die men ook verwacht van een werknemer. Bovendien is het bedrag dat niet aan loonkosten opgaat onderhavig aan vennootschapsbelasting, dus ook daar wordt al ‘op verdiend’ door de belastigdienst. Verder heb je geen recht op zelfstandigenaftrek, dus die besparing kan ook niet de reden zijn. Ik vind het hele ‘beleid’ maar lastig te doorgronden op deze manier…

        • Ik denk dat men helemaal niet kijkt of het een eenmanszaak, een BV, of wat dan ook is, men kijkt naar de werkelijke arbeidssituatie, ongeacht hoeveel schakels daar tussen zitten.
          Maar in principe heb je gelijk, wat je bent als werknemer van je eigen BV eigenlijk hetzelfde als iemand die bij een detacherings BV in dienst is en wordt gedetacheerd, die betaald ook alleen loon over zijn eigen loon, de rest is winst voor de detacheerder. Alleen jij hebt maar 1 werknemer.

          • Ja, als je vanuit de fiscale voordelen redeneert die je hebt als eenmanszaak is het inderdaad raar.

            De belangrijkste reden is dat er nog steeds sprake kan zijn van een schijnconstructie als je vanuit een BV werkt. Bijvoorbeeld als je zwaar afhankelijk bent van één opdrachtgever.

            Daarbij: de opdrachtgever moet zich altijd afvragen of hij loonheffing moet inhouden voor de werkrelatie.
            En als jij een BV hebt als opdrachtnemer, zullen veel grote opdrachtgevers willen weten of jij netjes loonheffing en BTW afdraagt. Ze vragen bijvoorbeeld ieder kwartaal een accountantsverklaring en een verklaring betalingsgedrag belastingdienst. Dit doen ze, omdat zij alsnog die afdrachten moeten doen als jij dit niet doet. Bijvoorbeeld bij faillissement of opzettelijke nalatigheid. Dus bij een BV ligt dat allemaal wat ingewikkelder.

            Daarnaast betaalt een DGA geen sociale premies voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. En dat is dus nog steeds een issue bij wet DBA, al is het een kleiner issue dan eenmanszaak.

      • Corne,
        Volgende week gaat er een overleg plaatsvinden waarbij de Bovib gaat pleiten voor een positie in ons wetsstelsel van de zelfstandige. Tussen de werkgever en werknemer in.
        Van daaruit hoeven we het niet meer te hebben over “Is het wel/niet een ondernemer of werknemer ?”
        Maakt alles eenvoudiger en kan rondom die Zelfstandigheid een stelsel gebouwd worden waarin fiscale en sociaalrechtelijke zaken (her)bepaald kunnen worden.
        En de onderkant van de markt: die zal toch echt moeten gaan beseffen dat Zelfstandigheid vooral betekent dat men Zelfstandig verder kan. En dat zal niet lukken met een uurtarief onder de 20 euro.

        • Goed initiatief lijkt me.

          Kritiek die ik op dat voorstel nog wel eens hoor is: Nu is er een grijs gebied is tussen werknemer en ondernemer. Maar straks heb je dan twee grijze gebieden: één tussen werknemer en zelfstandige en één tussen zelfstandige en ondernemer.

          Je kan dit oplossen door nog meer categoriën te introduceren. Ik zou hiervoor willen verwijzen naar het systeem in Groot-Brittanië. Daar heb je minstens 5 categoriën, geloof ik:
          1. employee
          2. worker
          3. self-employed individual
          4. director
          5. office holder

          en ook zijn mensen daar meer vrij in hun keuze als ze self-employed zijn.

          Succes Karl!