De absorptieregeling, dé uitweg voor gedwongen, kleine, dienstverbanden voor zelfstandigen

Hugo-Jan Ruts door
9 reacties

Bij velen nog onbekend: de absorptieregeling. Wie ondernemer is maar ook enkele uren per week in loondienst werkt kan die uren ook mee laten tellen voor het urencriterium en dat loon zien als “winst uit onderneming”. 

De volbloed ondernemer met tal van opdrachtnemers en klanten, die door de Wet DBA ineens geconfronteerd wordt met één opdracht van een paar uurtjes per week, die ook nog eens alleen in loondienst gemaakt kunnen worden. Het is een van de ‘ongewenste’ effecten van de Wet DBA. De onbekende absorptieregeling van de Belastingdienst biedt hierin mogelijk uitkomst.

Wet DBA: ondernemerschap géén criterium voor zelfstandigheid

Een praktijkvoorbeeld: een fysiotherapeut met eigen praktijk, die (vaak uit nobele drijfveren) ook een paar uur les geeft op een HBO-instelling. Veel hogescholen werken met dergelijke zelfstandigen. Onder andere de Hogeschool Rotterdam dwingt ze nu en masse om in loondienst te gaan. En niet iedereen heeft daar zin in.

Een van de grote, onderbelichte, gevolgen van de Wet DBA is dat er in de modelovereenkomst geen enkele sprake is van een ‘ondernemerstoets’. In de VAR was er nog een integrale afweging tussen de relatie opdrachtnemer en opdrachtgever én het feit of een zelfstandige ook ondernemer voor de IB was.

Met de Wet DBA is dat gesplitst. Bij de beoordeling of er een arbeidsrelatie is tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, wordt alleen gekeken naar arbeidsrechtelijke aspecten: loon, persoonlijke arbeid of gezag.

Het feit of iemand ondernemer is, is alleen nog maar relevant bij de aangifte. Dat is dus een ‘gesprek’ tussen de belastingdienst en de zelfstandige en daar heeft de opdrachtgever niets mee te maken (uitgezonderd intermediairs, die moeten wel beoordelen of iemand ondernemer is).

Omgekeerd: het simpele feit dat je overduidelijk ondernemer bent (zoals de fysiotherapeut) is onvoldoende argument om te zeggen dat er ook geen arbeidsrelatie kan zijn voor een bepaalde activiteit. Er wordt sec naar die activiteit gekeken. Daar wringt in sommige situaties de schoen.

(Overigens, voor de goede orde: de ondernemende zelfstandigen met veel verschillende klanten en opdrachten en zonder opdrachten waarover mogelijk twijfel over een dienstverband is, kunnen en moeten natuurlijk gewoon bij het standpunt blijven dat de Wet DBA niet voor hen van toepassing is!)

Fiscaal verschil valt op te lossen via absorptieregeling

Een klein dienstverbandje van een paar uur per week past niet in het denkkader van de ondernemer. Daarnaast lijken die uren ook fiscaal een stuk minder aantrekkelijk. Nu, dat kan meevallen.

Bij een loondienstverband is de opdrachtgever, excuus: werkgever, verplicht loonheffing in te houden. Tja, die betaal je – op een iets andere manier – als ondernemer ook. Eventueel te veel ingehouden loonheffing wordt verrekend bij je aangifte.

Om voor de zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen moet een ondernemer 1.225 uur aan zijn eigen bedrijf besteden. Uren in loondienst tellen daarbij niet mee. Dat is natuurlijk niet prettig en hakt er financieel flink in.

Maar daar is een oplossing voor waarvan slechts weinigen weten: de absorptieregeling.

Ook wanneer je naast je ondernemer in loondienst werkt kan je die uren in loondienst mee laten tellen voor het urencriterium en dat loon zien als “winst uit onderneming”. Daarmee vervalt grotendeels het fiscale nadeel van zo’n klein dienstverbandje.

Het moet, volgens informatie van de Belastingdienst, dan wel gaan ‘om werkzaamheden in loondienst die nauw samenhangen met de werkzaamheden in de eigen onderneming’ èn die werkzaamheden loondienst moeten qua uren en inkomen ‘ondergeschikt zijn’ aan de activiteiten van de eigen onderneming.

Een paar uur lesgeven als fysio (in loondienst) naast de eigen praktijk, lijkt daar prima binnen te vallen.

Een ander motief van opdrachtgevers om zelfstandigen voor een paar uur in loondienst te nemen, kan natuurlijk zijn om ze zo in het cao-loonhuis te dwingen. Dan kan het een simpele (niet zelden kortzichtige) bezuinigingsoperatie worden waar geen fiscaal regeltje voor helpt.

Informatie over de absorptieregeling is vooralsnog onvindbaar op de website van de Belastingdienst.

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. Jammer dat de Belastingdienst ook hier weer faalt in zijn voorlichting. Want hoe zit dat precies met dat fiscale nadeel waar je het over hebt? Er worden wel premies werknemersverzekeringen betaald, deels door de werkgever en deels door de (schijn-)werknemer. Zonder dat daar een effectueerbaar uitkeringsrecht tegenover staat, want met zo’n klein dienstverband voldoe je nooit de referte-eis. En geld dat eenmaal bij het UWV zit komt nooit meer terug. Maakt dat de absorptieregeling niet in de praktijk tot een zzp-belasting?

    • @Pierre, ik heb de Belastingdienst gevraagd om info hierover op de website te zetten. Ze noemen deze regeling vaak wel in hun voorlichtingsbijeenkomsten.
      Het grootste nadeel van een klein dienstverband in combi met ondernemerschap is m.i. dat je daarmee onder het urencriterium kan komen en dus recht heb op zelfstandigenaftrek. Daar geeft dit een uitweg voor en dat kan een flinke slok op een borrel spelen.

      • @Hugo-Jan Je zult het nadeel van te veel betaalde premies werknemersverzekeringen inderdaad moeten afwegen tegen het voordeel van het behoud van fiscale ondernemersfaciliteiten. Hangt af van het inkomen uit de eigen onderneming en het inkomen uit de te absorberen opdracht. Maar laten we niet te vroeg juichen. Ik zag onlangs nog een uitspraak voorbijkomen dat de Belastingdienst een beroep op de regeling terecht had afgewezen. Weer zo iets waar geen eenduidige criteria voor zijn, blijkbaar 🙁

  2. In de kop staat ‘gedwongen’dienstverbanden. Dat klopt natuurlijk niet. Voor het aangaan van een dienstverband zijn er altijd 2 partijen nodig. Ik zou nooit een dienstverband aangaan, ook niet voor een klein aantal uren om mijn opdrachtgever te plezieren want:

    Een klein dienstverband kan uitgroeien tot iets groots en probeer dan maar weer als ondernemer te worden gezien door diezelfde Belastingdienst als je die meeruren wel buiten dienstbetrekking wilt werken. Niet aan beginnen dus, nog los van de hierboven al genoemde bezwaren en onduidelijkheden.

  3. Loon uit dienstbetrekking kan deel uitmaken van de winst uit onderneming ingeval er een nauwe samenhang bestaat tussen de werkzaamheden die in de onderneming en die in dienstbetrekking worden verricht. Daarnaast geldt als voorwaarde dat de onderneming dominant moet zijn. Als aan de beide voorwaarden is voldaan, is er overigens geen keuze meer, maar is men verplicht het inkomen als winst te etiketteren.

    Dat de onderneming dominant moet zijn zal onder andere uit de in de onderneming bestede tijd blijken en de uit de onderneming genoten inkomsten versus de uit het in loondienstbetrekking uitgevoerde werk en het aantal uren dat gewerkt wordt.

    Overigens komen premies werknemersverzekeringen voor rekening van de werkgever, deze raken de werknemer/opdrachtgever niet.

  4. Waar kan ik informatie vinden over de absorbiewet? Bijvoorbeeld hoe je dit moet aanmerken richting de belastingdienst, hoe te verwerken in de urenregistratie?

    • @Esther, op de website van de belastingdienst kan je lang zoeken, daar zal je niets vinden. Leg je eigen casus voor aan de belastingdienst en dan zullen ze je ongetwijfeld aangeven wat de mogelijkheden zijn.

  5. In de webinars over dew DBA en ook in presentaties van de BD werd deze regeling toegelicht. Misschien dat die nog te vinden zijn op de BD site.

  6. Dit is bij mijn weten een al lang bestaande regeling – met voorwaarden – in de Wet op de inkomstenbelasting 2001.

    Voorwaarden vrij vertaald:
    * een eigen onderneming:
    * de werkzaamheden in loondienst nauw samenhangen met de werkzaamheden in de eigen onderneming” en
    * die werkzaamheden in loondienst moeten qua uren en inkomen “ondergeschikt” zijn aan de activiteiten van de eigen onderneming.