Staatssecretaris Wiebes en zijn eigen Belastingdienst hanteren verschillende criteria rond (schijn)zelfstandigheid.

Hugo-Jan Ruts door
22 reacties

De Belastingdienst hanteert bij de interpretatie van de Wet DBA veel stringentere criteria dan Staatssecretaris Wiebes in kamerdebatten heeft toegelicht. Zo lijkt de Belastingdienst tijdelijke vervanging voor zelfstandigen onmogelijk te willen maken. Wiebes hanteerde in debatten in de Kamer echter heel andere criteria voor schijnzelfstandigheid.

Wiebes-672x372De Belastingdienst hanteert bij de interpretatie van de Wet DBA veel stringentere criteria dan Staatssecretaris Wiebes in kamerdebatten heeft toegelicht. Zo lijkt de Belastingdienst tijdelijke vervanging voor zelfstandigen onmogelijk te willen maken.

Doe je als interimmer hetzelfde werk als een werknemer? Dan ben jij ook werknemer.

Met wat horten en stoten gaf de Belastingdienst vorige week een Webinar over de Wet DBA voor opdrachtgevers.  In die uitzending werd voor het eerst openbaar en expliciet duidelijker hoe de Belastingdienst zelf omgaat met criteria welke situaties nu wel of niet als zelfstandig worden beoordeeld.  Zo werd duidelijk hoe de Belastingdienst aankijkt tegen ‘tijdelijke vervanging’. Een zelfstandige die tijdelijk wordt ingezet op een reguliere functie. Voor zwangerschapsvervanging bijvoorbeeld (dat geval werd besproken), maar die casus is eenvoudig door te trekken naar een overbruggingsopdracht (totdat een vast iemand is gevonden) of ziektevervanging.

De heren van de Belastingdienst zijn uitgesproken. Wanneer iemand een reguliere functie vervult en hetzelfde werk doet als anderen in loondienst, dan is zo iemand in de regel niet zelfstandig maar is er een arbeidsrelatie. Een lijn die overigens consequent is met het standpunt dat de  Belastingdienst achter de schermen hanteert in de overleggen met brancheorganisaties en inhurende organisaties.

Opvallend is dat dit standpunt fors scherper  is dan wat Staatssecretaris Wiebes altijd heeft doen voorkomen.

Criteria schijnzelfstandigheid Wiebes

Wiebes heeft het in  debatten voor de Wet DBA altijd gehad over de 2 tot 15% schijnzelfstandigheid die via de Wet DBA bestreden kon worden. Daar was niemand op tegen. Die cijfers komen uit dit rapport. Wellicht goed om nog eens de criteria  er bij te halen uit dat rapport en wat volgens de onderzoekers bepaalt of er wel of niet sprake is van schijnzelfstandigheid:

  • Een beperkt aantal opdrachtgevers op jaarbasis (drie of minder);
  • Het uitsluitend werken via een bemiddelingsorganisatie;
  • De werktijden worden door de opdrachtgever bepaald;
  • De zzp’er voelde zich beperkt tot redelijk beperkt in de planning en uitvoering van de opdracht.

Bij deze criteria ontbreekt nadrukkelijk de vergelijking met werkzaamheden die ook door mensen in loondienst gedaan worden.

Dat is niet zo heel gek. Ik zat in de expertmeeting van dat rapport. Bij die meeting werd aanvankelijk wel genoemd dat wanneer iemand gelijksoortig werk doet als iemand in loondienst, dat automatisch  schijnzelfstandigheid betekent. Maar op basis van reacties uit die expertmeeting werd dat criteria maar snel van tafel gehaald. Immers: dan zou het percentage schijnzelfstandigheid wel eens fors boven de 50% uit komen, en dat  was nu ook weer niet de bedoeling (uiteindelijke concludeerden de onderzoekers: “De omvang van schijnzelfstandigheid is om die reden niet nauwkeurig vast te stellen” – pagina 135).

Staatssecretaris Wiebes noemde in Kamerdebatten dan ook andere criteria dan wat zijn eigen inspecteurs nu in de praktijk gebruiken. Zo zei hij tijdens het finale debat in de Eerste Kamer “Je bekijkt of er volgens de modelovereenkomst gewerkt wordt, bijvoorbeeld als het gaat om de gezagsrelatie en de vrijheid van werken. Wie bepaalt de inzet? Is er een eigen planning? Wordt er ingeroosterd? Zijn er eigen investeringen, busjes of wat dan ook? Hoe zit het met vervanging?” De automatische conclusie dat wanneer iemand hetzelfde werk doet als iemand in loondienst hij/zij geen zelfstandige is, ontbreekt hier.  Ik heb het hem ook nooit horen noemen.

Politiek oordeel nodig

Het inzetten van zelfstandigen als tijdelijke vervanging (zwangerschap, ziekte, overbrugging totdat vacature is ingevuld) of capaciteitsvraag (even wat extra mensen nodig) komt zeer veel voor. Lastig om een inschatting te maken, maar met een beetje goede wil gaat het daarbij zo om de helft van de groep zelfstandigen die opdrachten bij opdrachtgevers doen. Dus honderdduizenden, om te beginnen die honderden zzp-ICT’ers die momenteel bij de Belastingdienst zelf werken.

Met uit uitsluiten van tijdelijke vervanging heeft de Wet DBA een fors grotere impact op de zzp-markt dan wat Wiebes in de toelichting in de Kamer heeft kenbaar gemaakt.  Het inzetten van zzp’ers voor tijdelijke vervanging was met de VAR nooit een probleem.

Daar nu anders tegen aankijken, inclusief de gevolgen die dat heeft voor zzp’ers en organisaties , dat mag natuurlijk een standpunt zijn. Maar dan wel graag na een politieke uitspraak en niet als conclusie van de ambtenaren van de Belastingdienst.

Dat vindt Wiebes trouwens zelf ook.

In de commissievergadering over de Wet DBA in de Tweede Kamer maakte hij duidelijk dat het aan de Tweede Kamer is om de grenzen te bepalen wat nu wel en wat nu niet kan rond inzet zelfstandigen.  Hij refereerde aan discussies over zorgverleners (Kamer wilde meer ruimte voor zelfstandigen) en PostNL (Kamer wilde minder ruimte voor inzet zzp’ers).  “De politiek bepaalt de grenzen en de Belastingdienst voert het uit,” aldus Wiebes.

Nu, mogelijk voelt de politiek zich aangesproken om in deze duidelijkheid te verschaffen. Zowel voor opdrachtgevers als voor opdrachtnemers. Daarbij kunnen ze eventueel ook nog refereren aan de uitspraak van Wiebes  in de Eerste Kamer: “Er is een kennelijke behoefte van opdrachtgevers en opdrachtnemers aan flexibiliteit en vrijheid. Daar verandert de afschaffing van de VAR inherent niets aan.”

Naschrift: Dit artikel leidde tot kamervragen voor Steven van Weyenberg (D66), zie hier voor de vragen en antwoord Wiebes 

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. Het gaat hier niet over verschillende criteria, maar om de interpretatie van steeds dezelfde criteria (loon, arbeid, gezag). En juist die verschillende en onduidelijke interpretaties leiden tot onzekerheid in de markt, ten nadele van opdrachtgevers, intermediairs én opdrachtnemers.

    Het lijkt er steeds meer op dat minister Asscher’s lange hand hier op de achtergrond aan de touwtjes trekt.

  2. @Mark, inderdaad. Belastingdienst doet veel meer dan “de wet uitvoeren” zoals Wiebes aangeeft. Zij geven een veel strengere eigen interpretatie en plaatsen zich daarmee in de rol van pseudo-wetgever. Dat daarmee het ondernemerschap ondermijnd wordt is helder.

    De vraag is nu, wanneer en door wie de politiek tot de orde geroepen wordt om herstelwetgeving te gaan realiseren?

  3. Wat een goed artikel! De zorg vind ik volkomen terecht. Waarneming van een werknemer door een zzp’er zonder loonheffingen af te dragen zal de Belastingdienst vrijwel nooit toestaan .
    Wiebes beweerde in reactie op schriftelijke vragen van de Eerste Kamer dat het mogelijk blijft om buiten dienstbetrekking een tijdelijk afwezige werknemer te vervangen. Ter onderbouwing verwijst hij naar overeenkomsten die de Belastingdienst al voorgelegd heeft gekregen en beoordeeld die betrekking hebben op waarneming (zie p. 16: https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20160119/verslag_van_een_schriftelijk_2/document3/f=/vk0vcm135rwy.pdf
    Die modelovereenkomsten betreffen echter NIET het tijdelijk waarnemen van een werknemer in loondienst, maar zijn bedoeld voor het tijdelijk volledig overnemen van een medische praktijk, bijvoorbeeld een verloskundigenpraktijk. Terecht wees Rinnooy Kan Wiebes hierop in het laatste Eerste Kamerdebat, maar daar kwam nooit een geruststellende reactie op. Dat zal niet voor niets zijn. (Zie verslag van debat, zoeken op ‘tijdelijke’: https://www.eerstekamer.nl/handelingen/ek/20160126/deregulering_beoordeling/f=/vk1bond0nas7.pdf)

  4. Bij vervanging van een werknemer gaat het om de beoordeling van de werkrelatie en of deze zich kwalificeert als arbeidsovereenkomst naar Burgerlijk Recht. Die controle was met de VAR niet (goed) mogelijk. Dat gaat zoals Mark zegt om persoonlijke arbeid, loon en werkgeversgezag. Jurisprudentie daaromtrent geeft aan dat het zeer waarschijnlijk om een arbeidsovereenkomst gaat als hetzelfde werk wordt gedaan door een werknemer.
    Een hele andere beoordeling is of een zp’er echt ondernemer is. Dat gaat om fiscaal recht. Daarvoor is de opdrachtgever niet verantwoordelijk. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de werkrelatie ( zie nrs. 3 en 4 van de vier criteria in het artikel ).
    De zp’er is en blijft verantwoordelijk voor de ondernemerscriteria ( zie nrs. 1 en 2 van de vier genoemde criteria ). De intermediair is daar medeverantwoordelijk voor indien deze de zp’er ‘plaatst’ als zelfstandige. Door o.a. aan te tonen dat een zp’er werkelijk zelfstandig is kan de intermediair een fictief dienstverband voorkomen.
    het betreft hier twee verschillende controles.

    • Inderdaad, en daarom is het zo misleidend dat Wiebes als één van de nadelen van de VAR steeds noemt dat de opdrachtnemer daarmee geen zekerheid krijgt over zijn status als zelfstandige. Dat is natuurlijk wel waar, maar ook de wet DBA geeft opdrachtnemers geen zekerheid over hun zelfstandigheid en daarmee samenhangende aanspraak op fiscale ondernemersvoorzieningen.

  5. De belastingdienst staat in Nederland structureel boven de wet!
    En DBA of VAR het is allemaal niet nodig zolang je gewoon de geldende regels als in alle normale landen laat gelden: Zodra u bent ingeschreven bij een KvK bent u een bedrijf met alle rechten- en plichten van dien.

    Het is idioterie om 2-14% schijnzelfstandigen te proberen te bestrijden door alle ZZPers over een kam te scheren met vage niets zeggende maatregelen die overigens gewoon door belastingdienst in zowel VAR als DBA later kan worden herroepen.

  6. Als we er vanuit kunnen blijven gaan dat de eerste driver achter deze wetgeving nog steeds van kracht is (beschermen van de zwakkere op de arbeidsmarkt die onder druk ZZP zijn geworden) dan is de uitvoering vanuit de belastingdienst niet logisch. Immers, een groot deel van de ZZP’ers is werkzaam in een omgeving waarin sprake is van of vervanging of tijdelijke invulling van een rol binnen een organisatie. Of er dan formeel sprake is van een dienstbetrekking? Ik denk dat dat volgens de regel van wet zeker zo zal zijn, maar dat dat niet de strekking van de wet is.

    Een aspect dat ik overigens helemaal mis in alle gesprekken rondom deze aanpassing is ” duur”. En dan niet in de monetaire zin, maar in de tijd aanduiding.
    Bij heel veel bedrijven wordt er gewerkt met een maximale inzetduur. Immers, het spook dat iemand een dienstverband gaat claimen ligt altijd op de loer. Ook al heeft bijna niemand daar ervaring mee……
    Maar die maximale inhuur duur wordt in deze wet helemaal niet genoemd. In plaats van allemaal lastige, onhoudbare, algemene en soms verouderde argumenten zou het mooi zijn als er een hard en feitelijk toetsingscriterium komt. 1 of meerdere aspecten die hard maken of je nog ondernemer bent of de lijn naar medewerker bent overgegaan.

  7. De genoemde 4 criteria zijn overduidelijk.
    . Een beperkt aantal opdrachtgevers op jaarbasis (drie of minder);
    . Het uitsluitend werken via een bemiddelingsorganisatie;
    . De werktijden worden door de opdrachtgever bepaald;
    . De zzp’er voelde zich beperkt tot redelijk beperkt in de planning en uitvoering van de opdracht.
    Als een zzp er niet voldoet aan een of meer van deze criteria dan is het geen ondernemer.

    Vastleggen in de wet en alles is klip en klaar.
    Als de belastingdienst zich hier niet aan houdt bezwaar aantekenen en aan de bel trekken bij een kamerlid die minister en staatsecretaris ter verantwoording roepen voor elk incident. En zelf veel reuring maken via social media.

    Of denk ik nu te simpel.

    • Het lijken mij ook hele redelijke criteria Hans, maar ik ben bang (niet echt hoor) dat de helft van de zzpers wel aan 1 of vaak meerdere criteria voldoen.

      • Het zjin wat mij betreft ook criteria uit het jaar 0 (net na de tweede wereldoorlog) die bedoeld zijn om toenmalige problemen op te lossen. Waarom is het niet mogelijk om af te leiden dat iemand zelfstandig is als deze zich ingeschreven heeft bij de KvK en als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen zoals het geregeld hebben van een vangnet?

        De overheid gaat het alleen om het binnenkrijgen van voldoende geld volgens mij. Maar moet daarom echt het werken onmogelijk worden gemaakt door te staren naar de manier waarop iemand werkt?

        • Het werken wordt toch niet onmogelijk gemaakt?
          Het zal misschien alleen anders vormgegeven moeten worden voor een aantal situaties, waar ten onrechte de fiscale voordelen en vrijstellingen van ondernemerschap worden gebruikt.

          Ik denk trouwens ook dat de achterliggende agenda is om weer meer sociale premies binnen te kunnen halen en het sociale stelsel op die manier betaalbaar te houden.

          • Gerrit, Björn hieronder verwoord perfect wat ik al als antwoord wilde aanvoeren. Ik ben ook ICT’er in dezelfde positie en om precies die redenen wordt mij het werk onmogelijk gemaakt.

            Overigens is dezelfde overheid dan heel leuk aan het harken, Want als je af en toe in loondienst werkt heb je geen recht op je zelfstandigenaftrek, maar je bouwt ook nooit genoeg dagen op om ooit recht te krijgen op een WW uitkering. Betalen zonder ergens recht op te krijgen, mag je daarvoor de overheid ook voor de rechter dagen?

            • In een presentatie op de ‘internediairdagen’ over de voorloper van de wet DBA, de wet BGL, noemde de Belastingdienst ICT ers expliciet als voorbeeld van schijnzelfstandigen.. Presentatie staat helaas niet meer online maar de boodschap was duidelijk

          • @p vollebregt

            Af en toe in loondienst moet kunnen denk ik, als je de 1300 uur zelfstandig werken maar aannemelijk kunt maken.

            Heb je Payrolling al eens overwogen?
            Veel minder heisa, en je bouwt gewoon uren op

          • Gerrit, echt niet. Dan zou ik pas echt schijnzelfstandige zijn. Ik ben dat omdat ik heel erg graag zelfstandig ben en geheel en al over mijn eigen zaakjes en sores wil gaan.

            Niet dat die (lees hier heel veel vloeken) belastingdienst en Wiebes en Asscher dat ook maar iets interesseert. Volgens hun doe ik het gewoon om het geld. Zij hebben niets dan goede bedoelingen. Net als die fiscalisten die domme regels bedenken voor mijn soort vuile schijnzelfstandige mensen en die tussendoor gaten aan het vinden zijn voor nette belastingontwijkers.

          • Nee, bij payrollen ben je heen schijnzelfstandige, maar gewoon een werknemer met alle lasten en lusten die daarbij horen.

            Als jij jezelf toch langdurig verhuurt, en je schikt naar alle eisen van je opdrachtgever, dan ben je daarmee beter af denk ik. Je hoeft bv geen boekhouding meer te voeren of een accountant te betalen.

    • Beste Hans v Dijk,

      De criteria lijken duidelijk voor een grote groep zzp ers, maar gelden gewoon niet voor allemaal.
      De stelling dat men dan geen ondernemer is blijft mij tegen de borst stuiten, en is dus idd wat kort door de bocht.

      Neem je eerste punt “Een beperkt aantal opdrachtgevers op jaarbasis (drie of minder)”. Een beetje ICT implementatie project in het werk dat ik doe duurt al snel tussen de 6 en 18 maanden. Dan wordt je ingehuurd als specialist, voor een beperkte duur, met een vast eindmoment.
      Volgens jou criteria ben je dan dus geen ondernemer….

      “Uitsluitend werken via een bemiddelingsorganisatie”
      Dat is in mijn branche vaak de enige manier om bij grote bedrijven binnen te komen. Deze hebben altijd ‘preferred suppliers’ en als die niet kunnen leveren komen de zzp ers aan de beurt, maar uitsluitend via een bemiddelingsorganisatie. Ze willen niet onderhandelen met eenpitters…
      Dus wederom geen ondernemer volgens jou.

      “De werktijden worden door de opdrachtgever bepaald”
      Meestal gewoon de kantoortijden van de gebruikers die de processen van jou klant kennen. De wens van de klant is dus vanwege de effectiviteit dat jij ook tijdens kantooruren werkt, en bv niet midden in de nacht omdat jij een nachtdier bent.
      Je past je dan dus aan aan de wensen van de klant. (Overigens doet een lokale bakker of slager dat ook. Die gaat ook overdag open ipv alleen ’s nachts. Dat willen zijn klanten nl..)
      Wederom dus geen ondernemer?

      Het probleem is dat vele personen die zichzelf een ‘echte ondernemer’ vinden geen rekening willen houden met mensen die op een andere manier of in een andere branche hun boterham zelfstandig verdienen. Want dat zijn geen echte ondernemers…

      Helaas denk de politiek daar ook niet over na, en dat is het echte probleem. Terecht wordt in het artikel al opgemerkt dat het bij de belastingdienst (en alle ministeries) vol zit met ICT specialisten die er straks eigenlijk allemaal niet meer horen te zitten.
      (Denk eens aan project Speer bij defensie dat een GEPLANDE looptijd had van 12 jaar! Die ICT specialisten werden allemaal tijdelijk ingehuurd door de overheid, al dan niet via grote detacheerders.)
      En wanneer je drie opdrachten per jaar moet halen, kan je bij de overheid (of grote banken) per opdracht effectief maximaal 2 maanden werken. Eerder heb je de benodigde inlogcodes gewoon niet.
      Op die manier gaan al die belachelijk dure ICT projecten bij de overheid nog wel heel wat duurder worden en véél langer duren als er iedere keer opnieuw moet worden ingewerkt en ingelezen….

      Al met al is deze hele wet goedbedoeld, maar uitermate kortzichtig ingevoerd. Als de soep echt zo heet gegeten wordt straks zullen er nog een heleboel zzp-ers hun opdracht verliezen, of naheffingen krijgen en failliet gaan.
      Een uitkering krijgen ze dan niet, want tja… je was toch ondernemer? Dan ineens wel waarschijnlijk….

    • Volgens mij een ga je te kort door de bocht. Je zegt je bent alleen ondernemer bent als je voldoet aan een van deze voorwaarden:

      . Een beperkt aantal opdrachtgevers op jaarbasis (drie of minder);
      . Het uitsluitend werken via een bemiddelingsorganisatie;
      . De werktijden worden door de opdrachtgever bepaald;
      . De zzp’er voelde zich beperkt tot redelijk beperkt in de planning en uitvoering van de opdracht.

      Volgens mij is het andersom.

  8. Een erg goed artikel, met aandacht voor de werkelijke manco’s. Overigens hebben de genoemde criteria van die expertgroep geen wettelijke basis.

    Laten we eerlijk zijn, schijnzelfstandigheid is wel degelijk aanwezig. Laatst zag ik een linkedin bericht van iemand die na acht jaar fulltime bij 1 opdrachtgever heeft gezeten aangeeft het best moeilijk te vinden dat hij weer op zoek moet naar een nieuwe opdracht. Hoezo ondernemer? En de opdrachtgever? Dit type zzp-ers lopen er daar bij bosjes rond. En het overigens geen overheid.

    Voordat de VAR werd ingevoerd was er een besluit voor interim managers. Grofweg, een opdracht maximaal 1,5 jaar en in vijf jaar 5 opdrachten en verplicht investeren. Natuurlijk is dat besluit ingetrokken bij de introductie van de VAR. Niet raar dat die leemte nu weer ontstaat.

    Het standpunt van de belastingdienst is overigens ook te verklaren. Simpel rekensommetje. Hoe meer loondienstverbanden, des te meer er onder de streep overblijft. Niet in de loonheffingen, want die worden linksom of rechtsom toch wel betaald. De sociale premies is mooi voor de bv Nederland en Asscher, maar dat is geen onderdeel van de taakstelling van de dienst. Voor de belastingdienst is de winst te halen in het niet toekennen van fiscale ondernemersfaciliteiten.

    Handhavingsstrategie wordt een stuk eenvoudiger. Begin bij de grote inleners. Controleer daar de overeenkomsten. Dit zijn maar een paar modellen die voor alle uiteenlopende zaken gebruikt worden. Eenvoudig iets te vinden waarop ze als loondienst aan te merken zijn. Ga vervolgens al die zzp-ers die daar werken beoordelen op het urencriterium. Kassa en op naar de volgende inlener.

    Natuurlijk wil de belastingdienst het alleen makelijker maken, dus verwijzen naar een model is voldoende. Je hoeft niet eens al die clausules te bespreken. Wel eens nagedacht over hoe waarschijnlijk het is dat er exact volgens het model gewerkt wordt? Er is dus altijd wel wat te vinden. Bewijzen dat er geen gezag is, is nog altijd lastiger dan het bewijzen dat het er wel was.