Eerste Kamer zet nieuwe vraagtekens bij afschaffing VAR

Hugo-Jan Ruts door
5 reacties

De Eerste Kamer heeft vandaag opnieuw een reeks vragen naar Staatssecretaris Wiebes gestuurd omtrent de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties, de wet die het systeem van de VAR moet gaan vervangen. Met name D66 en het CDA tonen zich aanhoudend kritisch op de wet. Zowel inhoudelijk als omtrent de (te?) snelle invoering daarvan. Geen van de […]

ZZP-VARDe Eerste Kamer heeft vandaag opnieuw een reeks vragen naar Staatssecretaris Wiebes gestuurd omtrent de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties, de wet die het systeem van de VAR moet gaan vervangen.

Met name D66 en het CDA tonen zich aanhoudend kritisch op de wet. Zowel inhoudelijk als omtrent de (te?) snelle invoering daarvan.

Geen van de vier addertjes onder het gras, die bij het bekend maken van de wet hier werden opgesomt, zijn volgens het CDA en D66  afdoende opgelost: Te oud arbeidsrecht, een te complex systeem van te veel en gedetailleerde overeenkomsten, het aantasten van de ondernemerspositie van de zelfstandige en de driehoeksverhouding die opdrachtgevers en zelfstandigen vaak hebben met een bureau.

Staatssecretaris Wiebes heeft tot vrijdag om met een reactie te komen. De plenaire behandeling en stemming staat gepland voor 27 oktober, het laatste moment om de wet per 1 januari in te laten gaan.

Waar komt optimisme van Wiebes vandaan?

Waar komt toch het optimisme van Staatssecretaris Wiebes vandaan dat de invoering volgens plan verloopt?, zo vragen het CDA en D66 zich af. De signalen uit de markt en een zeer beperkt lijstje van gepubliceerde voorbeelden, die volgens D66 veel te gedetailleerd zijn, stroken niet erg met het eerdere antwoord van Wiebes dat  de overleggen met sociale partners en brancheorganisaties vlot verlopen. De PvdA vindt het overigens ‘prematuur’ dat dit overleg gevoerd wordt, nog voordat de Eerste Kamer haar akkoord heeft gegeven.

“De regering geeft in de memorie van antwoord op meerdere plekken aan dat zij er vertrouwen in heeft dat het nieuwe systeem van vooraf voorgelegde en goedgekeurde modelovereenkomsten en individuele overeenkomsten op een goede manier kan worden afgerond. De leden van de CDA-fractie maken zich daar echter in toenemende mate bezorgd over”, zo staat te lezen. De D66-fractie houdt “grote twijfels of het vele werk dat voor invoering van het nieuwe regime nog verzet moet worden, gerealiseerd zou kunnen worden in de beperkte tijd die daarvoor beschikbaar is.” Het CDA wil van Wiebes weten hoeveel goedgekeurde modelovereenkomsten op 27 oktober op de website van de Belastingdienst te vinden zijn, de dag dat de Eerste Kamer over het wetsvoorstel gaat stemmen. Er staat er nu vijf, die overigens erg weinig houvast geven over hoe dit hele stelsel er uit zou moeten gaan zien.

D66 en het CDA willen dat Wiebes meer kaders vooraf te stellen, bijvoorbeeld door de beslisboom waarmee ingezonden overeenkomsten worden getoetst openbaar te maken. Een vorm van regie waar verschillende auteurs hier op ZiPconomy al veel eerder voor hebben gepleit.

D66 mist een integrale visie. De partij constateert dat het “achterliggende arbeidsrechtelijke kader is dringend aan herziening toe is” en ziet liever een systeem dat aansluit bij de huidige arbeidsmarkt. Daarbij dit D66 een aantasting van de zzp’ers,omdat nu de focus ligt op de mogelijke arbeidsrelatie in plaats van het ondernemerschap van de zzp’er. Het CDA heeft nog geen afdoende antwoord gekregen op de vraag of deze maatregel niet wat overdreven is ten opzichte van een nog nauwelijks gekwantificeerd probleem van schijnzelfstandigheid.

De PvdA wil nog weten of in het geval dat de relatie tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer  toch als een arbeidsrelatie wordt gezien, het ontslagrecht ook van toepassing is.

Blijvende onduidelijkheid rond bureaus

De positie van de intermediairs roept opnieuw vragen op. Niet van de VVD trouwens. Geluiden van de zich zorgen makende bemiddelende ondernemers hebben de liberale senatoren blijkbaar niet bereikt.

Wiebes heeft tot nu toe steeds aangegeven geen mogelijkheid te zien om bemiddelaars die met het tussenkomstmodel werken (en dat zijn bijna alle bureaus) via de Wet DBA zekerheid vooraf te geven over het wel of niet bestaan van een arbeidsrelatie. De PvdA steunt hem daarin. In de vragen die zij stellen zoeken ze bevestiging van het punt dat een bemiddeling volgens de PvdA per definitie een werkgeversrelatie betekent. Een opvallend standpunt, wetende dat zo’n 100.000 zzp’ers momenteel – met een VAR – via een bemiddelaar werken.

D66 wijst op de onzekerheid die momenteel boven de markt hangt over de positie van de bureaus: “De tijdelijke onduidelijkheid rond het tussenkomstmodel voor de thuiszorg was een eerdere voorbode van de onrust die zzp’ers vrezen dat hen te wachten staat en staat haaks op het stabiele vijfjaars perspectief dat de regering zei te willen bieden. Zzp’ers en hun opdrachtgevers verdienen zicht op meer zekerheid dan zich nu lijkt aan te dienen.” Zowel D66 als het CDA willen meer weten over de voortgang die er is in het overleg met de branche van bemiddelaars. Voortgang die er – volgens die brancheorganisaties – overigens nog maar heel beperkt is. “Kan de regering voorafgaand aan de plenaire behandeling van het wetsvoorstel zekerheid geven dat zij met de sector van intermediairs de uitstaande kwesties inzake het bemiddelingsmodel heeft opgelost? zo vraagt het CDA.

Komt er meer ruimte om de driehoeksverhouding opdrachtgevers-bureaus-zzp’ers mee te nemen in de Wet DBA? Houdt Wiebes zich bij zijn standpunt dat de branche het zelf maar moet regelen? Of gaat hij met de PvdA mee en gooit hij de deur voor bemiddeling van zzp’ers helemaal dicht? Wiebes heeft tot vrijdag om met een antwoord te komen.

De volledige lijst met vragen is hier te vinden, met arcering door ZiPconomy. Staatssecretaris Wiebes heeft tot vrijdag om met ene nota van antwoorden te komen. De plenaire behandeling en stemming staat gepland voor 27 oktober, het laatste moment om de wet per 1 januari in te laten gaan. 

Volg alle actualiteit omtrent de Wet DBA via deze speciale pagina op ZiPconomy 

Hugo-Jan Ruts

Over Hugo-Jan Ruts

Hugo-Jan Ruts is ‘editor-in-chief’ en uitgever van ZiPconomy.

Bekijk meer artikelen van Hugo-Jan Ruts >

Reacties

  1. Als ZZP’er loopt ik wat dit onderwerp aan gaat met de volgende vragen:
    1. Volgens site belastingdienst geeft een goedgekeurd contract wel zekerheid dat een opdrachtgever geen belastingen hoeft in te houden (of daarovoor aansprakelijk gesteld kan worden), echter zegt dit nog niet over het feit of de inkomsten van de ZZP’ er als inkomsten uit ondernemening gezien worden of als overige inkomsten. Dit wordt pas definitief bepaald als de belasting diens de administratie controleerd. Als mijn inkomsten worden gezien als inkomsten uit onderneming heb ik recht op zelfstandigenaftrek en MKB winstvrijstelling, anders niet. Voor het jaar 2016 dat over 3 maanden start weet ik dat realistisch gezien pas omstreeks 2018. Halverwege 2017 stelt het administratiekantoor mijn aangifte op over 2016. Vervolgens komt de controle van de belastingdienst weer een half jaar later, dus 2018.
    Ik weet dus niet of ik die 500,- euro netto per maand aan zelfstandigenaftrek en MKB winstvrijstelling wel of niet kan uitgeven. Als ik dit pas in 2018 weet gaat het dus al snel over 24 maanden.
    2. In de voorbeeld contracten die nu op de site van de belastingdienst staan wordt vooral veel aansprakelijkheid bij de ZZP’er neergelegd. Als ZZP’er (ondernemer) vindt ik het ondernemerschap om zoveel mogelijk aansprakelijk door onderhandeling bij contract aangaan, weg te leggen bij de opdrachtgever. Ik vindt de voorbeeld contracten dus de omgekeerde wereld, echt opgesteld door niet-ondernemers.
    3. Eigenlijk punt 1: Waarom is het huidige systeem niet goed. Naar mijn mening worden er niet de juiste vragen gesteld door de belasting dienst in de huidige aanvraag VAR. Waarom gelijk een systeem veranderen? Als de vragen in de aanvraag VAR specifieker gemaakt worden op de punten waarom het gaat, kan daarmee zeker helder gemaakt worden of iemand handeld als ondernemer of niet. Dus wat mij betreft: pas de aanvraag VAR aan betreft vragen en betreft beoordelingscriteria.

    • Hans,

      1. klopt er nu twee zaken worden beoordeeld. Een relatie opdrachtgever, twee ondernemerschap. Denk wel dat je zelf aardig inschatting kan maken of je de zelfstandigenaftrek (terecht) krijgt of niet.
      2. Wet DBA is niet verplicht. Of het verstandig is om via onderhandelingen alle risico;s bij opdrachtgever te leggen, laat ik aan jou. Maar als je zo’n sterke onderhandelingspositie hebt, kan je je onderhandelen dat je geen modelovereenkomst nodig hebt.
      3. VAR is aan het einde van zijn latijn omdat het oncontroleerbaar is (punt Belastingdienst) en omdat kabinet (met name Asscher) meer risico wil leggen bij de opdrachtgever. net als jij 😉

      • Hugo-Jan,

        Hoe bedoel je onder punt 2: “kan je je onderhandelen dat je geen modelovereenkomst nodig hebt.” ??

        bvd,

        • Hans,

          Modelovereenkomsten zijn – net als de VAR – niet verplicht. Niet voor opdrachtgever, niet voor opdrachtnemer. Dus wanneer opdrachtgever wel graag wil, hoef je daar niet per se meer akkoord te gaan.

          Hugo-Jan

  2. Ik vind dit hele gedoe – typisch kleingeestig gedoe van ambtenaren. Die ambtenaarlijke figuren zijn allemaal in loon dienst, werknemers, het summum van de democratisch volgroeide loonslaaf. Wat weten die ambtenaren nou echt van ondernemerschap af? Wat weet een ambtenaar nou af van hard werken, om de zaak op te bouwen en vooruit te doen gaan? De term ZZP’er vind ik denigrerend naar de zelfstandig ondernemers. Is een kruidenier die alleen z’n nachtwinkeltje runt dan ook een “ZZP’er” ? De enige juiste rechtsvorm die passend is, is: eenmanszaak. Met al dit regeltjes en model contractjes gedoe knijpen ze de strot van de groei motor dicht. Kleine ondernemers kunnen grote bedrijven worden. Als eenmanszaak, zelfstandig ondernemer loop je risico’s – dat is onderdeel van het ondernemen. Het zijn deze risico’s waar ambtenaren puistjes van krijgen als ze zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen handelen, en in moeten staan voor de consequenties daar van. Hoe onsterfelijk belachelijk maken ze zichzelf door alles te willen vatten in regeltjes en voorschriften – die als puntje bij paaljte komt, niet eens werken of hopeloos verouderd en achterhaald? Zouden ambtenaren beter bezig kunnen zijn met hoe ze van kleine ondernemers, grote ondernemingen kunnen maken? Ik denk dat dat veel meer oplevert naar banen en vooral belastinginkomsten voor De Staat.