De nieuwe kleren van de keizer of de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties.

Joop der Weduwen door
3 reacties

In deze blog geef ik commentaar op de wetgeving tot afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). Uit de titel mag al afgeleid worden, dat deze blog een kritische noot bevat. Voor de niet zo goed in sprookjes bekende lezers. De nieuwe kleren van de keizer is een sprookje van Hans Christian Andersen. Daarin wordt de keizer nieuwe kleren aangemeten door zeer deskundige en beroemde kleermakers. Deze nieuwe kleren waren er echter niet, maar doordat de kleermakers de keizer vertelden dat ze er wel waren, liet hij zich overtuigen. Hij geloofde in de leugen en niemand durfde hem de waarheid te melden. De keizer hield niet alleen zich zelf, maar ook alle anderen hielden zich zelf voor de gek. Het eind van het liedje was, dat de keizer in Adams kostuum door de stad ging. Uiteindelijk haalde de werkelijkheid hem in, toen een jongetje riep dat hij toch echt naakt was.

Deze blog behandelt de nieuwe Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties die de VAR gaat vervangen. Ook de samenhang met andere ontwikkelingen komt aan de orde. Behandeld wordt de vraag of er nu sprake is van een nieuwe systematiek en wat er nu eigenlijk verandert. Er wordt uitleg gegeven over het verband tussen de beoordeling loonheffing en premieheffing. Afgesloten wordt met een conclusie over deze wetgeving, met een link naar een (ver) verleden.

De wetgeving

Deze wetgeving wordt aangekondigd als een deregulering operatie. De organisatie die hierop toeziet (Actal) is het daar overigens niet geheel mee eens. Dat is natuurlijk wel bijzonder als de adviseur op dit terrein tot een ander idee komt dan de staatssecretaris. De staatssecretaris, de heer Wiebes, begrijpt dit niet zoals hij zelf aangeeft en meent toch echt dat er wel sprake is van afschaffing van een wetgevingsonderdeel (de VAR) dus deregulering.  Als je het vaak genoeg herhaalt, dan kan het zo zijn, dat iedereen het gelooft.

De reden voor deze afschaffing wordt beargumenteerd door de staatssecretaris, met de mantra, dat de VAR toch echt heel slecht was. Slecht uitvoerbaar en de handhaving erg lastig. Slecht uitvoerbaar is natuurlijk de vraag als het eerst de intentie van de Belastingdienst en ook deze staatssecretaris was om de VAR uit te bouwen tot een Beschikking geen loon (BGL). Verder rijst de vraag wat er dan verbeterd aan de regeling ten aanzien van de mogelijkheden tot handhaving. In feite meldt de staatssecretaris daar niets over. Ondanks uitdrukkelijke vragen daarnaar door leden van de Tweede Kamer. Er worden meer mensen ingezet door de Belastingdienst. Zou dat bij de VAR systematiek of BGL niet gekund hebben?

Samenhang in wetgeving

Bijzonder in dit dossier is, dat er naast deze wetgeving al een tijdje een onderzoek plaatsvindt in ambtelijke kring. Dit is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek naar ZZP-ers (IBO ZZP). Ten tijde van deze nieuwe wetgeving is deze IBO ZZP al op de ministeries aanwezig. Maar de staatssecretaris geeft aan de inhoud niet te kennen. Hij gaat er niet over, maar collega’s van hem, dus hij kan er niets over zeggen. Hij wil wel informeren wanneer de rapportage komt, maar de inhoud van de rapportage, die hoeft hij niet te weten. Zou het niet handig zijn om de inhoud van het IBO ZZP te weten in het licht van deze wetgeving? Waarom zou hij het willen weten? Blijkbaar komt de staatssecretaris niet op dit idee of heeft hij niet die behoefte. Het is immers aan de orde bij een ander loket en daar gaat hij niet over (dit is meer in lijn met een andere schrijver: Kafka).

Nieuwe wetgeving

Deze wet heeft in de titel staan dat het gaat over het dereguleren van arbeidsrelaties. Zoals door de staatssecretaris wordt aangegeven in zijn toelichtingen, houdt dat concreet in, dat deze wet de VAR afschaft. De onderliggende wetgeving wordt niet aangepast. Wat is dan het nieuwe in deze wetgeving? Wat wordt gedereguleerd aan de arbeidsrelaties? Een antwoord is niet makkelijk te geven, maar de staatssecretaris geeft als argument aan, dat de VAR echt niet kon, omdat het een oordeel vooraf geeft of gaf, terwijl pas achteraf helderheid is over de arbeidsrelatie.

Wat dan de winst is van de nieuwe systematiek, waarbij ook een oordeel vooraf door de Belastingdienst wordt gegeven over voorgelegde en (mogelijk) gehanteerde overeenkomsten is niet duidelijk. Is dit vooraf gevelde oordeel beter onderbouwd dan die van de VAR?

Duidelijk is, dat bij deze systematiek de opdrachtgevers vooraf een ruling kunnen krijgen en dus helderheid of een noodzaak is voor het afdragen van loonheffing. Dit alles mits natuurlijk conform de voorgelegde overeenkomst wordt gewerkt, anders is er achteraf toch nog een probleem. Nieuw is dat niet. Het is namelijk de al jaren bestaande praktijk van de Belastingdienst om, bij met name grotere werkgevers, rulings af te geven (zie de ruling bij Post NL over pakketbezorgers, die onlangs nog in het nieuws was). De wet regelt in feite, dat de Belastingdienst blijft doen wat het al deed, maar daar iets meer transparant over is door inzicht te geven in overeenkomsten die goedgunstig uit kunnen pakken voor het niet afdragen van loon. Deze geen loon overeenkomsten kunnen dan met goedkeuringsstempel van de Belastingdienst door meerdere werkgevers gebruikt worden.

Met wat goede wil zou je deze wetgeving dan kunnen omdopen als deregulering van de uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst op het terrein van rulings geen loonheffing. Let op geen beslissing of besluit, maar een standpunt. Kortweg zou je de wetgeving kunnen noemen: Wetgeving Geen Loon Overeenkomst.

Vrijstelling loonheffing en premieheffing

De staatssecretaris geeft aan dat de Belastingdienst een oordeel geeft over de loonheffing. Hij geeft aan, dat dat inhoudt dat er geen navordering plaats kan vinden bij de opdrachtgever. Dit raakt echter niet aan de beoordeling van de zelfstandige, die in loondienst of in fictieve dienstbetrekking werkzaamheden verricht. Daar kan immers door de Belastingdienst op een ander oordeel uitgekomen worden ten aanzien van het wel of niet als ondernemer aanmerken en in aanmerking komen voor ondernemersfaciliteiten. Dat is een oordeel dat los gezien kan worden van het oordeel in eerste instantie bij de opdrachtgever.

Ditzelfde kan aan de orde zijn bij vaststelling dat er toch sprake is van werknemerschap van de opdrachtnemer bij de aanvraag van een uitkering. Dan kan de opdrachtnemer toch in aanmerking komen voor een uitkering. Dit is overigens relatief hypothetisch en een lange weg. Immers de premieheffing voor de werknemersverzekeringen is in handen gegeven van de Belastingdienst. De Belastingdienst bepaald of er sprake is van noodzaak van afdracht loonheffing en tevens tegelijkertijd of er noodzaak is voor afdracht van premies. Bij een aanvraag van een uitkering bij UWV, dient het UWV het initiële oordeel van de Belastingdienst te volgen. Dus bij het oordeel geen loon en dus geen premie afdracht is er geen sprake van werknemerschap. Er is dan dus geen recht op een uitkering. Mocht een opdrachtnemer het daar niet mee eens zijn en via de rechter het oordeel afdwingen dat er toch sprake is van werknemerschap, dan is er wel recht op een uitkering. Alsnog premie invorderen kan dan natuurlijk niet bij de opdrachtgever, nu werkgever, want de algemene beginselen van behoorlijk bestuur verzetten zich daartegen. Dat de heer Wiebes de systematiek van premieheffing niet helemaal doorziet is verwonderlijk, daar hij, de Bealstingdienst, verantwoordelijk is voor de premieheffing voor de werknemersverzekeringen.

Conclusie

Deze nieuwe wetgeving is nauwelijks als nieuw of vernieuwend aan te merken. Het herbevestigd de bestaande wet en regelgeving en uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst. Het dereguleert in die zin, dat de VAR wordt afgeschaft. Dat bespaart werk bij de Belastingdienst. Verder hoeven zelfstandigen niet meer massaal deze aan te vragen en opdrachtgevers hoeven deze overeenkomsten niet meer te administreren. Arbeidsrelaties worden niet anders of makkelijker beoordeelbaar en echte handvaten worden daarbij niet geboden. Opdrachtgevers die de moeite nemen om overeenkomsten te gaan hanteren voor opdrachtnemers, worden mogelijk beloond met een gunstig oordeel van de Belastingdienst. Zij kunnen dan met een gerust hart dat oordeel ten grondslag leggen aan hun administratieve proces ten aanzien van loon en premie afdracht. Wat de voordelen voor opdrachtnemers zijn, is nog onduidelijk.

Uit het verleden kan de conclusie getrokken worden, dat het hanteren van standaard contracten al  is uitgeprobeerd (jaren ’80 vorige eeuw) en toen tot veel problemen leidde. De contracten opstellen en beoordelen is geen probleem. De weerbarstige praktijk van de toepassing daarvan wel. Destijds ging elke opdrachtgever weer op zijn eigen manier aan de slag met de branche breed opgestelde contracten. Er ontstonden varianten van contracten die op de moedervorm leken, maar in de praktijk tot hele andere invulling leidden. Zonder over misbruik te spreken, bleek ook vaak de letter op papier voor velerlei uitleg vatbaar te zijn.

Papier is geduldig en de praktijk weerbarstig.

Zelf commentaar of vragen naar aanleiding van deze blog? Reactie is welkom!

 

Joop der Weduwen

Over Joop der Weduwen

Mr. drs. Joop der Weduwen is juridisch adviseur. Met zijn bedrijf Juridisch Eerste Hulp Bij Ondernemen helpt hij ondernemers, met praktisch juridisch advies en hulp. Hij houdt van een heldere structuur om in te werken en samenwerken en gunt dat iedereen, ter voorkoming van ‘gedoe’. Dat geldt met name voor freelancers en hun opdrachtgevers. Hij heeft door zijn hele carrière te maken gehad met beoordeling van arbeidsrelaties. Zo heeft hij in dit licht (maatschaps)overeenkomsten in de jaren 80 beoordeeld. Heeft hij aan de wieg gestaan van zelfstandigheids besluiten in de jaren 90 en is hij begin deze eeuw ook betrokken geweest bij de tot stand koming van de VAR.

Bekijk meer artikelen van Joop der Weduwen >

Reacties

  1. Zeer storend in deze tekst is telkens weer de grammaticale fout waarbij derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd met een d aan het eind wordt gespeld i.p.v. met een t.
    Je ziet dit tegenwoordig steeds vaker, terwijl her hier juist 1 van de weinige regels in de nederlandse taal zonder uitzondering betreft…

    On topic: de wetgever blijkt wederom geen enkel respect te tonen voor de zelfstandig opdrachtnemer voor wie ook nu weer helemaal niets geregeld wordt.

    • Dank voor je feed-back ten aanzien van de tekst. Volgende keer een aandachtspunt.

      On topic: als zelfstandige ondernemer/freelancer/zp-er kun je voor je opdrachtgever helderheid creëren door een overeenkomst voor te leggen aan de Belastingdienst. De Belastingdienst kan dan een oordeel geven over de door jou gehanteerde overeenkomst. Bij een oordeel geen loon kan je de opdrachtgever misschien verleiden om sneller met je in zee gaan. Immers zij hoeven dan geen loonheffing af te dragen. Lastig bij deze constructie blijft, dat dit niet ook een oordeel is over je eigen status of over het oordeel van de Belastingdienst over je inkomen.

    • @Jan

      Eem positiever insteek is dat me dit voorstel het grijze gebies tussen (schijn)ondernemerschap en werknemerschap wordt aangepakt zodat wij rustig door kunnen ondernemen. Wat mij betreft hoeft de overheid voor mij niets te regelen zolang ze me maar met rust laten.