SER beschouwt ZZP-ers als een buitenechtelijk kind. En niemand wil weten wie de vader is.

Op 15 april was het alweer een jaar gelden dat er twee vertegenwoordigers van de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) een zetel mochten gaan innemen in de Sociaal Economische Raad. Een half jaar later verscheen het SER-advies  ‘Zzp’ers in beeld’ met daarin de erkenning dat deze snel groeiende groep meer aandacht verdient in het beleid. Eigenlijk kun je stellen dat ‘de polder’ met deze actie wat laat heeft gereageerd op ontwikkelingen die zich niet dankzij maar ondanks het bestaan van de SER aan het voltrekken zijn. Het  advies over zzp’ers is er gekomen omdat langzaam maar zeker het besef is doorgedrongen dat inmiddels één op de twaalf werkenden in Nederland heeft besloten om het gewoon anders te gaan doen; om aan de slag te gaan als ondernemer zonder personeel. En voor al die mensen geldt dat de bestaande sociaal-economische arrangementen niet helemaal passen op hun economische werkelijkheid. Zzp’ers zijn als groep het buitenechtelijke kind van het poldermodel en kennelijk wil niemand weten wie de vader is.

Het SER-advies stelt de vraag aan de orde of er aanpassingen nodig zijn in de wijze waarop we de toegang hebben georganiseerd voor regelingen met betrekking tot arbeidsongeschiktheid, arbeidsomstandigheden, scholing en pensioenen. De opkomst van de zzp’er vraagt om aanpassing op verschillende beleidsterreinen, zo stelt het advies. Maar vervolgens haast de SER zich om te concluderen dat er vooralsnog geen aanleiding is voor meer fundamentele stelselwijzigingen. In zijn reactie heeft de Minister van SZW zich onmiddellijk bij die conclusie aangesloten. Samen accepteren ze de aanwezigheid van het buitenechtelijk kind, maar de huisregels veranderen…….nou nee. Nog even niet.

SER blijft denken in traditionele werkgevers-werknemers verhoudingen

Daar waar het gaat om arbeidsverhoudingen, fiscaliteit, scholing  en sociale zekerheid moeten we vaststellen dat die nog lang niet zijn toegesneden op de nog steeds toenemende variëteit aan arbeidsrelaties. Natuurlijk is dat een taaie materie die ook de SER niet in een handomdraai tot een goed einde kan brengen, maar de weg naar succes begint wel met de erkenning dat het zonder een echte stelselwijziging niet gaat lukken. De SER slaagt er nog steeds niet goed in om bij het vormgeven van haar adviezen uit het traditionele werkgevers-werknemers denkkader te komen en dat begrenst de reikwijdte van de aangedragen oplossingen. Dat zie je  terug in het recente advies ‘Elk talent telt’, waarbij in de analyse van het belang van bijscholing (postinitiële scholing) slechts oog is voor de typische werkgevers- of werknemersrol en de verantwoordelijkheidsverdeling die daaruit voortvloeit. Het thema scholing en zzp’ers wordt stiefmoederlijk behandeld. De groeiende groep mensen die als vakman vooral een relatie tot het werk heeft en niet tot een baas vormt nog steeds een blinde vlek.

Er lijkt bij de SER nog geen besef van het voor jongeren steeds verder vervagen van de grens tussen een baan in vaste dienst en een bestaan als zzp’er omdat de inhoud van het werk, de mate van zelfstandigheid, de loopbaanontwikkelingsmogelijkheden en de mogelijkheid om flexibel te kunnen werken doorslaggevend zijn geworden voor de keuzes die ze maken. Jongeren stellen eisen aan het werk en niet andersom. Dat is doorslaggevend voor hoe de arbeidsmarkt zich verder zal gaan ontwikkelen; niet de hoogte van het salaris. Het kabinet moet daarom maar haast maken met het voornemen om de SER om een advies te vragen over de ‘Arbeidsmarkt 2020’ en over duurzame inzetbaarheid van mensen.

Dat advies moet zich niet beperken tot de vraag wat voor soort mensen we over tien jaar nodig hebben en welke kwalificaties daarbij horen. Het moet gaan over de vraag hoe je het fiscale-, sociale- en pensioenstelsel dienstbaar maakt aan een flexibele arbeidsmarkt waarin zelfbewuste mensen hun eigen risicoprofiel kiezen. Over hoe je de financiële sector kunt omvormen tot een hulpmotor voor die ontwikkeling in plaats van de belemmerende factor die het nu is. Over het hervormen van de organisaties van werkgevers en werknemers, zodat er nieuwe sociale arrangementen kunnen ontstaan. Daar is ook een SER 2020 voor nodig die over de eigen schaduw heen kan springen. Dus met zijn allen op zoek naar de vader van het buitenechtelijk kind. We zouden wel eens uit kunnen komen bij de vooruitgang.

Profile photo of Linde Gonggrijp Over Linde Gonggrijp

Linde Gonggrijp was tussen mei 2008 en maart 2014 directeur van FNV Zelfstandigen. In die functie gaf ze leiding aan deze organisatie die de belangen behartigt van ruim 14.000 zzp’ers in de sectoren Diensten, Groen, Handel, ICT, Industrie, Vervoer en Zorg en was ze lid van de SER.


Linde Gonggrijp

Reacties

  1. Linde, mooie analyse Het grote aantal ZZP-ers en de manier waarop de jongere generatie aankijkt tegen werk en arbeidsverhoudingen doet de grondvesten van ons sociale stelsel schudden. Deze werkelijkheid zal op enig moment ook wel doordringen tot de realiteit van de ‘polder’. Niet alleen de SER denkt nog traditioneel, de politiek in grote mate ook. Hou vol & heb geduld! Jullie plek in de SER zal niet alleen maar symbool politiek zijn.

  2. Linde,

    goede analyse en juiste constatering. Met de huidige SER komen we er niet. Die denkt nog in arbeid en kapitaal. We moeten naar een SER die denkt in kennis, kunde en in netwerken. Dat zijn de productiefactoren van morgen. Dat daar financiële randvoorwaarden een rol in spelen is evident, maar de grote tegenstelling tussen Arbeid en Kapitaal waar de SER (en bijna alle andere instituties in NL) sinds WOII op gebaseerd is frustreert nu onze economie. Deze SER met grootvertegenwoordigers van industrie, overheid en ambtenarij heeft geen antwoord op de vragen van een dienstverlenende netwerkeconomie. Hoe behoud/vergroot ik mijn kennis en hoe vermarkt ik dat. De SER heeft ook geen antwoord op de vraag wat nu collectief geregeld moet worden en wat de verantwoordelijkheden van het individu zijn. Laat staan wat de rol van de overheid moet zijn in de kenniseconomie/netwerkeconomie.

    De SER bestaat helaas grotendeels uit instituten die hun ooit verkregen macht krampachtig vasthouden en daarmee een goede vormgeving van de toekomst van morgen frustreert. Hoogopgeleide professionals in Nederland (zzp-er of anderzins) worden niet vertegenwoordigd door de SER. Een diep trieste constatering voor een kenniseconomie. Het is ook geen wonder dat we steeds meer achterlopen bij andere landen en alleen maar investeren in stenen i.p.v in kennis.

    Het wordt tijd om samen een plan op te stellen voor NL 2020. Om met Cruijf te spreken; laten we allemaal een jassie aan doen. Dat kan fantastisch via internet. Daar hebben we anno 2011 echt geen SER meer voor nodig.

  3. Op de 60e verjaardag van de SER, november vorig jaar ‘rolden’ VNO-NCW en kroonleden ‘al vechtend’ over straat, zie http://www.zipconomy.nl/2010/11/social-is-de-norm-niet-ego-ser-jubileert/

    Met een typering als ‘het blank oudemensenbolwerk’ en het herhaaldelijk uitgestellen van adviesrapporten wordt de geloofwaardigheid van het instituut fors aangetast.

  4. Waarom willen ZZP’ers zo graag ingekapseld worden in de ‘oude’ bestaande structuren met de bestaande sociaal economische arrangementen. Het overgrote deel van de werkende zit overigens nog in een reguliere arbeidsverhouding (90%) en daarbij zijn een deel van de ZZP’ers ook verkapte reguliere werknemers die eigenlijk terug horen in een ‘ouderwets contract’ (gewoon gezagsverhouding, regulier werken). Het idee dat alle ZZP’ers zelfstandige ondernemers (willen) zijn is onzin, veel medewerkers in oa de bouw en zorg zijn ZZP’er geworden niet voor het ondernemen maar om meer te verdienen (goede reden overigens) en zich weer laten inhuren (door dezelfde werkgevers soms) voor een mooi uurtarief. Ook bij vele andere ZZP’ers kan je je afvragen of daar de zelfstandigheid van toepassing is zoals je die zou verwachten als je een VAR WUO hebt verkregen (andere discussie) Het merendeel van de overige ZZP’ers vragen een dusdanig uurtarief (terecht overigens) dat ze meestal hun pensioen, opleiding etc. daarmee geregeld kunnen hebben. De toegang tot allerlei regelingen is al prima geregeld, je kan een arbeidsongeschiktheidsverzekering nemen, pensioen opbouwen via bank of verzekeraar en scholing is op maat prima te regelen. Juist van de ZZP’ers verwacht ik dat ze niet afhankelijk willen zijn van gereguleerde toestanden. Waar is de echt ZZP ondernemer gebleven!!!!